Kpl H.G. Jansen, remonterijder Paarden Depot Cavalerie

De Rijschool van het Wapen der Cavalerie in mobilisatie- en oorlogstijd 1939-1940


Bron : Zoon van Dhr. Jansen , die ons het relaas toestuurde.


De gebeurtenissen in onderstaand relaas, in de periode eind 1939- mei 1940, met betrekking tot de Rijschool van het Wapen der Cavalerie te Amersfoort, heb ik als beroepskorporaal-remonterijder (paardenpikeur) aan de lijve meegemaakt, alsmede de verschrikkingen van de oorlogsdagen 10-15 mei 1940 te Den Haag.

Korporaal H.G. Jansen.


Inleiding.

Het wapengekletter ven Hitler en zijn trawanten had tot gevolg de mobilisatie van de Nederlandse krijgsmacht en de daarop volgende oorlogsdagen van mei 1940. Een tijd van ellende voor mens en dier.
De Rijschool Amersfoort moest zich vanuit de Willem III kazerne aldaar "verkassen" naar de Alexanderkazerne aan de Van Alkmadelaan te Den Haag teneinde haar mobilisatiebestemming te volgen als Depot Cavalerie.
Onderstaand een triest verslag van de verplaatsing met alles erop en eraan, niet wetende dat in de vroege ochtend van de 10e mei 1940 de Duitse luchtmacht met een onverhoedse luchtaanval op de Alexanderkazerne de hele zaak zou uitschakelen.


Mobilisatie

Toen in 1939 de mobilisatie werd afgekondigd werden de jonge Ierse paarden van de Rijschool vanuit Amersfoort per trein naar Den Haag vervoerd. De beroepskorporaals-remonterijder, nagenoeg allen gehuwd en woonachtig te Amersfoort en een aantal gemobiliseerde dienstplichtige huzaren, werden op het terrein van de Willem III kazerne in colonne opgesteld, elk met twee paarden aan elke zijde een. De jonge paarden, prima verzorgd en gevoed, waren niet voorzien van een hoofdstel met trens, doch alleen met halster met ketting. Op deze wijze werden zij naar het laadstation Amersfoort gedirigeerd. Het betreffende station was alleen bereikbaar via een pad langs de spoorbaan waar destijds locomotieven voorbij reden die zo nu en dan stoom afbliezen. Dat laatste moest nu net gebeuren toen de colonne aldaar arriveerde. De gevolgen laten zich raden. De jonge paarden raakten schichtig en onder die omstandigheden was je begeleider kansloos om de beesten in zo'n situatie te kunnen bedwingen. De chaos die daardoor ontstond was onbeschrijflijk. Zowel begeleiders als paarden raakten gewond en losgebroken paarden, die ieder voor zich hun eigen weg gingen en voorzover zij dat konden, bleven doorhollen. Om dit laatste te onderstrepen: bij zoekacties werden paarden onder meer aangetroffen bij Uddelermeer. Al met al kwam het deerlijk gehavende transport nadien per trein in Den Haag aan.

In de Alexanderkazerne aangekomen bleek helaas dat daar nog geen stallingruimten beschikbaar waren doordat de eskadrons van het 3e half Regiment Huzaren bezig waren hun biezen te pakken teneinde ook hun mobilisatiebestemming te volgen. Noodgedwongen werd een provisorische oplossing in elkaar te geflanst en werd de aanwezige Gelicum-manege benut als stallingruimte. Daartoe werden in het beschot van de manege grote schroefogen aangebracht om de jonge paarden vast te zetten. Helaas waren geen latierbomen (hangende paal die in de paardenstallen twee plaatsen afscheidt) aanwezig waardoor tussen de dieren onderlinge schermutselingen ontstonden met gevolg - door bijten en slaan - weer verwondingen werden toegebracht die, onder genoemde omstandigheden, niet waren te vermijden. Het drinken en voeren van de beesten moesten bij gebrek aan beter met de hand gebeuren. Ook dat was gezien de omstandigheden weer een hachelijke zaak.

Toen de stallingruimten door het vertrek van het 3e half Regiment Huzaren waren vrijgemaakt kwam daar spoedig een einde aan. Niet alles ging voorspoedig, want het aangrenzende ziekenstalcomplex stond vol met gewonde dieren die dag en nacht bewaakt moesten worden. Dientengevolge ging de veterinaire verzorging ook gedurende de weekeinden gewoon door. Daartoe werd al het militair personeel, dat geen kazernediensten had, ingezet. Volkomen logisch, eerst het paard en dan de man. De legering van de remonterijders vond plaats in de houten barakken die waren gestationeerd op het exercitieterrein, grenzende aan de Waalsdorperweg / Van Alkmadelaan.

Van lieverlede werd de zaak weer op poten gezet en ging het Depot Cavalerie van start met de training, waarbij inmiddels ook een aantal gevorderde paarden was ingezet. Maar het ergste zou nog komen.

Oorlog.

Op de 10e mei 1940, vijf voor vier 's ochtends, overschreden Duitse troepen de Nederlandse oostgrens. Luchtlandingstroepen deden aanvallen o.a. bij Waalhaven en bij de bruggen over de grote rivieren en landingen bij Den Haag. De aanval op Den Haag begon met bombardementen op de vliegvelden Ockenburg en Ypenburg, het vliegveld Valkenburg bij Leiden, het legerkamp Waalsdorp en een aanval op de Alexanderkazerne. Het bombardement op de Alexanderkazerne, waarbij in hoofdzaak de stallen werden getroffen, had tot doel het garnizoen te beletten uit te rukken. Ondanks dat de luchtdoelartillerie vanaf de voormalige golfbaan de Duitse vliegtuigen onder vuur nam - die daardoor ook verliezen leden - kon het bombardement niet worden verhinderd.


D. van Rijn - 1940

De gevolgen waren verschrikkelijk. Een groot aantal paarden ging ten onder, alsmede een omvangrijk aantal reservisten, dat was opgeroepen en voorshands was gelegerd op de boven de stallen aanwezige hooizolders, vond de dood. Chaotische tafrelen speelden zich af. 

Schreeuwende paarden zieltoogden in de stallen van de kazerne en werden zo snel als mogelijk door een dierenarts afgemaakt. De dienstdoende officier van piket, de eerste luitenant van het Wapen der Cavalerie, R.O. van Maanen - de latere kolonel-directeur van de Rij-en Tractieschool te Eindhoven - alsmede zijn collega, de eerste luitenant Rouffaer, heeft met grote inzet getracht orde in de enorme ravage te scheppen.

Een groot aantal van de gesneuvelde militairen, dat soms dagen daarna nog onder het puin van de stallen werd gehaald, is voor het merendeel begraven op de algemene begraafplaats aan de Kerkhoflaan te Den Haag. Ter nagedachtenis bevindt zich aldaar een halfronde muur waarop de namen van de gevallenen zijn vermeld.


Foto grafmonument : G.J. van Ojen - Militair Erehof 's-Gravenhage

De paarden die het bombardement overleefden werden op de weidegronden in en om de renbaan Duindigt ondergebracht. een aantal paarden dat eigendom was van het zo geheten "Colebranderfonds" en niet onder de krijgsbuit viel, werd gestald in de boerenhoeve "Het Uilennest" aan de Wassenaarseweg, op de plaats waar nu de Julianakazerne is gebouwd. ook het paard Irish Flash, eigendom van luitenant van Maanen, was ongedeerd uit de chaos ontkomen.

Van Maanen zelf werd door het Duitse gezag, vanwege zijn uitlatingen aan het adres van Duitse officieren, 14 dagen in de Scheveningse gevangenis opgesloten. Zijn paard heb ik ten tijde van zijn gevangenhouding verzorgd en gereden. Dat is hij nooit vergeten, zelfs niet toen hij na 1945 kolonel-directeur was van de Rij- en Tractieschool in Eindhoven

Na mei 1940 is de Rijschool van het wapen der Cavalerie door de Duitsers ontmanteld om daarna nooit meer als zodanig terug te keren. Leopard tanks hebben thans bij de Cavalerie de taak van de paarden overgenomen.
Tenslotte zij vermeld dat de voortreffelijke officier van Maanen kortelings is overleden.

Den Haag, 1 april 1995

H.G. Jansen, 170813005. Voormalig remonterijder van het wapen der Cavalerie.


Bron : Zoon van Dhr. H.G. Jansen, die het verslag toestuurde