’s Nachts waren er twee lichte
buitjes gevallen. ’s Morgens zag het er nog niet echt betrouwbaar
uit, maar er zat hier en daar toch wat blauw in de lucht. Zoals gezegd
reden we meteen van de camping de N1 op en die was nu erg druk. We moesten
meteen klimmen naar een kleine collado van 90m hoog. Díe hoogtemeters
zaten maar vast in de tas! Ongeveer 2 km hierna namen we op een ingewikkeld
kruispunt eerst afslag Irún én Iruña, vervolgens
gingen we rechtdoor richting Hondarribia. Gelijk werd het een stuk rustiger,
maar het bleef nog steeds vrij druk.
Steeds Pamplona (=Iruña) volgend
kwamen we door veel drukte uiteindelijk op de N121A, een mooie weg door
het prachtige dal van de Rio Bidossoa, maar ook nog steeds druk. Veel
vrachtverkeer richting de Spaanse binnenlanden; als dat wegdacht, viel
het wel mee. Deze weg – die amper omhoog liep - moesten we volgen
tot Bera, waar we na 24 km eindelijk uit de drukte waren. We waren nu
in Navarra, waar we dus ook nog een stukje van meepikten. Bera was een
heel mooi stadje met leuke huisjes, waarvan vele met kleurrijke bloembakken
uitbundig waren opgesierd. We bezochten er de panaderia - de laatste keer
in Spanje – en aten een paar Napolitanas. Nu waren we klaar voor
de eerste grote klus van vandaag, de beklimming van de Col de Lizuniaga.
Over de N4410, 6 km met een gemiddeld stijgings-percentage van 5, maar
er zaten ook pittige 8% stukjes tussen. Volgens onze hoogtemeter was de
col 30m lager dan volgens monsieur Michelin. De weg was, na alle voorafgaande
drukte, een verademing: heel rustig en heel groen.
Na de col maakten we
alvast een klein uitstapje naar Frankrijk. Via de al even mooie D406 daalden
we door een stuk bos af naar Sare. Eenmaal in meer open terrein vielen
meteen de roodwitte huizen met natuurstenen hoeken op, typisch voor Frans
Baskenland. In Sare begrepen we de bewegwijzering niet goed, reden een
stuk verkeerd, maar kwamen tenslotte toch op de D4 uit. Eerst volgden
we richting St. Pee, later richting Ainhoa en tenslotte richting Dantxarinea.
Tot hier was het wegdek niet al te best en we maakten nog maar weinig
hoogte; we lunchten op een picknickplaats in het bos, nog in de zon.
Nu
konden we aan de tweede, wat serieuzere klus beginnen: de Puerto de Otxondo.
Bij Dantxarinea reden we Spanje weer in, voor een toegift. Veel winkels
hier, met vooral Franse auto's daarvoor: alles is hier een stuk goedkoper!
Langzaam maar zeker kwam de beklimming op gang. De zon was inmiddels verdwenen
en er hingen dikke, donkergrijze wolken op en om de bergen rondom ons.
Ook deze klim ging met een gemiddelde van 5%, maar nu over 10 km en ook
hier (on)regelmatig een stukje van 8% of meer. Zo'n 100m onder de top
reden we de mistflarden in en er begon een lichte miezerregen te vallen.
De temperatuur daalde naar 16°C. Voor het laatste stuk deden we toch
maar even de regenjacks aan. Om half drie waren we boven; deze col zou
volgens het bord 602m hoog zijn, deze keer ruim 30m hoger dan volgens
Michelin. Onze hoogtemeter daarentegen gaf 560m aan, deze toch maar geijkt
op de 602m.
We wisten - Pyreneeën 2001 - dat er vlak na de top een picknickplaats
was, mét WC en water. We wilden daar onze bidons bijvullen, maar
helaas was het water afgesloten. Kennelijk hadden daarna nog aardig wat
mensen gebruik gemaakt van de WC want die was afgeladen met papier en
bruin spul! We moesten dus zuinig doen met het water dat we nog hadden.
De afdaling was best fris, ondanks de jacks, en ging naar 280m; na 9 km
sloegen we linksaf richting Col de Ispeguy, de derde van vandaag. Die
hadden we in 2001 ook al gedaan en we wisten dat deze niet al te zwaar
zou zijn. Toen was het ook al dergelijk weer, met miezer op de col.
Bij Erratzu - bij een fraai uitziende camping - versterkten we nog even
de inwendige mens, waarna we op weg gingen.
De eerste paar km rustig stijgend,
de laatste 5-6 km ging over een serie haarspeldbochten, eerst door een
dicht bos. Dat begon even met een pittige 8%, maar gaandeweg werd het
steeds makkelijker. Boven het bos werd de weg steeds smaller, maar verkeer
was hier toch bijna niet. Geregeld pauzerend kwamen we om kwart voor 5
boven, deze keer zonder nattigheid en ruim onder de wolken. Na een babbel
met een deel van een buslading Fransen - wel weer even wennen na 2 maanden
Spaans -, banaantje eten, jacks aan en helmen op, stortten we ons voorzichtig
omlaag over de smalle en soms slechte weg. Was die niet pas geasfalteerd?
Door een mooie, erg groene omgeving bereikten we St. Etienne -de-Baigorry. Hiermee was ons Spaanse avontuur definitief voorbij! Wat betreft hoogtemeters (1350!) was het een waardige afsluiting, qua weer had het beter gekund. Nu nog 5 dagen door de Franse Pyreneeën om de cirkel te sluiten.
St. Etienne was een heel leuk plaatsje met veel van die roodwitte huizen. De vrij grote, lange hoofdstraat volgend richting St.Jean-Pied-de-Port, werden we vanaf een terrasje met applaus begroet. De camping municipal werd pas aan het eind van het stadje kort van te voren aangegeven. Gelukkig wisten wij van drie jaar geleden nog waar het ongeveer was: achter een klein industrieterreintje. Daar zag je niks van op de camping. Het was er erg rustig, had idioot grote plaatsen en goed sanitair, géén computer, maar nog steeds een ouderwets inschrijfschrift. We betaalden slechts een paar eurootjes, alleen voor twee personen, niets voor de tent en niets voor de fietsen. We zochten een plek aan het rustgevend ruisende riviertje, heel anders dan het langsrazende autoverkeer van gisteren.
Vlak naast de camping was een ecomarché: het was wel even schrikken die prijzen hier! 's Avonds was het nog best lekker, met 20°C en amper wind. |