De rest van de nacht waren we rustig
doorgekomen. Zelf voor een ontbijt gezorgd, fietsen uit de kast en op
weg onder een vrijwel blauwe lucht. Door goed kaartlezen reden we foutloos
de stad uit en al gauw zaten we op de L702 richting Castelldans.
Bij het
naderen van de snelweg richting Barcelona reden we het gebied Les Carrigues
in en begon het klimmen; in Castelldans zaten we alweer op zo’n
400 m. Hier zochten en vonden we een bakker; de cursus Spaans begon zijn
vruchten – in dit geval brood - af te werpen! Nu namen we de C233,
een prachtige en zeer rustige weg. Via Albagès en El Solenas naar
Granadella ging door zeer fraai landschap: fruitteelt (vnl. abrikozen
en olijven) afgewisseld met bosjes, erg groen allemaal met daartussen
al-lerlei bloeiend kruid. Vooral de klaprozen overheersten. Ondertussen
keken we af en toe achterom om over de Ebro-vlakte heen de imposante,
nog rijkelijk besneeuwde Pyreneeën te bewonderen. Ze waren nu toch
al zo’n 100 km ver weg!
We maakten vandaag weer heel wat hoogtemeters
(hms) want de weg ging als een wasbord op en neer. Het was zo’n
rivierdalletjes-in-en-uit-dag. Dat vinden we eigenlijk niet leuk, maar
in deze omgeving viel het mee. Onderweg werden we aangemoedigd door een
boer op een trekker en in Solenas werden we door een inboorling ongevraagd
gewezen op een alternatieve route door de dorpsstraat heen i.p.v. over
de rondweg, hetgeen ons wat klimwerk scheelde en voor de afwisseling ook
leuker was. Aardig!
Door al dat klimmen en dalen – meestal niet
al te zwaar, ca. 5% - waren we pas laat in La Granadella. De daaropvolgende
26 km naar Flix ging echter alleen maar dalend; vooral de 7 km naar Bovera
ging lekker snel, daarna steeds rustiger. Helaas moesten we door de wind
toch soms bijtrappen.
Even na 4 uur waren we in Flix waar we naar de Intermarché
gingen, want we zouden gaan kamperen en zelf koken. Ook voor morgen sloegen
we in, want dan was het zondag. Volgens onze gegevens zou de camping in
Riba-Roja aan een stuwmeer in de Ebro liggen en dat was nog 8 km, nu met
de wind pal op kop. Dat schoot voor geen meter op en pas om 6 uur waren
we dan ook pas daar. Na een vraaggesprek met wat dames aldaar, bleek het
nog 12 km verder te zijn... en omhoog (arriba!). Eén van hen vond
dat dat nog wel kon; wij vonden van niet. Gelukkig was hier wel een hotel
maar dat konden we niet zo gauw vinden. Daarom schoten we maar twee straatjongens
aan, waarvan er één meteen zijn fiets ging halen en ons
er naartoe escorteerde. Leuk, hè? Helaas leek hotel Pepito dicht,
maar ook dat regelde de knaap voor ons, zodat we 5 min. later door een
señora werden binnen gelaten. Die Spanjaarden vallen best mee,
toch? Alweer kamer 101 en het hele hotel leek voor ons. Deze manier van
overnachten begon al aardig te wennen en we dachten er al over om de tent
en toebehoren maar terug te sturen naar huis: scheelde een hoop gesleep.
Uit de ziekenboeg: de achillespees was aan de beterende hand, dit in
tegenstelling tot ons beider zadelpijn. Voor de rest niet veel klachten. |