= Vuelta 2004 =

 
 
 

Dag 49: León (950m) – Boñar (1010m)

Statistiek

Datum:

maandag 21 juni 2004

Afstand:

58 km

Gemiddelde snelheid:

16.9 km/uur

Vetrektijd:

09u.40

Aankomsttijd:

14u.00

Overnachting:

Hostal Nisi (€49 incl. 2x menu)

Hoogteverschil:

+60 m

Hoogtemeters:

390 m

Totale afstand:

3118 km

 

Het weer:

’s Morgens bewolkt maar droog en zelfs wat zon; ’s middags zwaar bewolkt en flinke plensbuien. Aan einde van de dag opklaringen. Amper wind. 15-20ºC.

 

De afgelopen nacht begon de ellende al. Een groot deel van de nacht regende het, niet hard maar toch. ’s Ochtends was het echter droog, dus we konden gelukkig weer op stap. De Duitse buurman stond om 8 uur al ingepakt klaar, maar helaas voor hem ging de receptie annex restaurant pas om 9 uur open en hij had nog niet betaald en gegeten. Hij kon dus op zijn gemak ons inpakritueel volgen. Hij vond het allemaal erg interessant en wilde ook ons internetadres weten.

Er zat hoopvol wat tekening in de lucht maar boven de bergen zag het er minder betrouwbaar uit. We moesten het ook nu maar weer nemen zoals het kwam en dus gingen we op weg. Eerst flink (10-12%) omhoog en onverhard de camping af, daarna lekker dalend naar León. Hier probeerden we de LE311 te vinden. Dat deden we door richting N130 en Ovieda aan te houden, niet via de ringweg maar dwars door het centrum. Wat een banken heb je hier zeg: moeilijk er eentje uit te kiezen om wat flappen te tappen. Ook wilden we de kathedraal nog zien, maar dat kostte aardig wat extra meters. Opvallend dat iedereen hier ons steeds - zeer behulpzaam en spontaan - richting Santiago stuurde! Op de fiets zo’n grote stad bekijken is eigenlijk niks, bleek ook nu weer. Niet alleen het vele éénrichtingsverkeer, ook veel voetgangersgebied en dan die drukte: daar worden wij altijd wat nerveus van of nog erger. Veel keus hadden we hier echter niet, want de camping was te ver weg om het te voet te doen en geschikt openbaar vervoer was er niet. Maar goed, we hadden al genoeg kathedralen, kastelen en andere oude bouwkunst bekeken.

Vanuit het centrum zochten we de spoorlijn die aan de noordkant de stad verliet en dat lukte vrij snel. We namen de weg die parallel aan de spoorlijn liep - aan de westkant ervan - en dat bleek een goede keus. Plaatsnamen werden nergens aangegeven, maar nadat we eenmaal onder de N630 waren door gereden, zagen we dat we goed zaten: de LE311, die moesten we hebben. Deze weg – een wit weggetje op de kaart – was behoorlijk breed, met brede schouders ook, werd geleidelijk steeds rustiger, de bebouwing steeds minder en er kwam geregeld wat zon, zodat de temperatuur al gauw opliep tot wel 20ºC! Vóór ons echter lagen de bergen die je amper kon zien wegens de laaghangende, donkergrijze bewolking! Weinig hoopvol.

Het landschap werd wel steeds fraaier: eerst een beetje Ardennen-achtig, maar de bergen werden steeds hoger en groener. Een verademing met dat van de afgelopen dagen. We reden nog steeds langs de spoorlijn en langs de Rio Torío en klommen langzamerhand steeds ietsje hoger, van 800m bij León tot ca. 1100m bij Roble de la Valcueva. Ondertussen passeerden we allerlei plaatsjes “de Torío”; ook hier staarden de meeste mensen ons weer glazig na, kennelijk typisch voor deze streek.
In Roble gingen we rechtsaf de CL626 op en reden nu dan eindelijk oostwaarts, richting La Vacilla (én richting huis). Het ging nu wat meer op en neer, maar zwaar werd het nooit, terwijl we links van ons toch al aardige kanjers zagen liggen, helaas onder een grauwsluier. Met mooi weer was het hier vast fantastisch geweest, dachten wij. We vonden dat het nu wel tijd werd voor een buitje en prompt kwam het ook. Regenjacks aangedaan en meteen kwam het even flink omlaag. Meteen zakte de temperatuur naar 16ºC, écht zomer, net als in Nederland. Nog 16 km naar Boñar; bij La Vacilla was het bijna weer droog (nog steeds ooievaars...), maar vlak voor Boñar kregen we een heuse stortbui. Gelukkig konden we even schuilen onder een viaduct (schuilplaatsen zijn hier schaars!). Toen het even wat minder hard ging, reden we snel het stadje in op zoek naar de camping.... Geintje! Een hotelletje natuurlijk.

We vonden hostal Nisi, waar we erg vriendelijk werden ontvangen. Kamer 208 was oké (bad, TV), de fietsen konden in de garage aan de overkant, het eten rook heerlijk. Er volgde nog een paar flinke buien, later kwamen er weer zonnige perioden. De weersverwachtingen - El tiempo op TVE1 - waren niet echt hopeloos.

Aan het eind van de middag was het zelfs heel aardig en helder weer geworden. Konden we mooi even een rondje Boñar doen, te voet. Was een redelijk plaatsje, met aardig wat winkels en een fraaie Romaanse kerk (Sta Maria).

’s Avonds aten we in het restaurant van het hostal, was eigenlijk meer een eetzaal van een oude-van-dagen tehuis. Een driegangen menuutje, maar keus was er niet: gewoon eten wat de pot schaft en echt lekker was dat niet. Een waterig soepje, daarna een soort bittergarnituurtje met friet en een flan toe. De vele oudje die er zaten werden bijkans gevoerd door de hostalbaas en zijn knecht. Het lekkere eten dat we roken hoorde kennelijk bij een andere eetzaal. Er bleek er nog één te zijn, zagen we later. Wisten wij veel, had niemand ons verteld.

Nog 15 dagen, we gaan bijna aftellen...

 

©Yemrev 2004

 

Kerkje met ooievaars in La Vecilla
Kerkje met ooievaars in La Vecilla
 
Cordillera de Cantabrica bij Boñar
Cordillera de Cantabrica bij Boñar
 
Romaanse kerk in Boñar
Romaanse kerk in Boñar
 
Hostal Nisi