Kamperen is best leuk als er geen regen(dreiging) is... de nachten waren
nu ook zeer aangenaam: de slaapzak kon open blijven en de korte pyjamaatjes
konden aan. Ook de tent was van binnen lekker droog vanmorgen.
Eerst maar eens zien weg te komen van deze camping en dat was niet eenvoudig.
Meteen met nog koude spieren een helling van 18% om op de weg uit te komen
die 30m hoger lag. Dat lukte maar net, de één fietsend,
de ander lopend... we deden er totaal 10 minuten over! Daarna mochten
we over 3,5 km ook nog eens de verloren 200 hms van gisteren weer terugwinnen,
voordat we weer op de A369 waren.
Vanaf hier mochten we weer dalen naar
Gaucin (zagen daar een leuk hostal iets voorbij het dorp), ook weer 200m
lager. Pas daarna ging het echt goed omlaag, tot onder de 100m bij San
Pablo de Buceite, 23 km verder. Eenmaal daar voorbij ging het nog licht op en neer,
onderwijl passeerden we Jimenez de la Frontera met kasteel/ruïne
op een berg. Iets verder, in Estacion de Jimenez/Los Angeles sloegen we
proviand in bij een kleine super. Hierna liep de weg verder plat en haalden
we Hollandse snelheden.
Tijdens de ochtendpauze zagen we het eerste ooievaarsnest.
Nog even een aardige klim terwijl de weg door een fraai natuurpark ging,
daarna weer plat. Tot Estacion de San Roque zagen we nu het ene ooievaarsnest
na het andere, compleet met jong spul. Gewoon boven op zowat elke elektriciteitsmast:
je hoeft dus helemaal geen wielen op palen voor ze klaar te leggen! Aan
de andere kant zijn dit natuurlijk wel de luie types die, nét uit
Afrika overgestoken, neerstrijken op de eerste de beste paal. De doorvliegers
naar NL mogen best wat verwend worden.
Na Estacion de San Roque begon de ellende. We moesten nu 7 km snelweg
volgen om in Algeciras te komen; dat kon gewoon niet anders en het mocht
ook gewoon. We vonden het levensgevaarlijk, vooral bij de passages van
op- en afritten. We namen eerst een afslag te vroeg; die ging alleen maar
naar het voetbalstadion en een papierfabriek. Eentje verder moesten we
eigenlijk linksaf voorsorteren om Algeciras in te gaan, terwijl achteropkomend
verkeer dus met 120 per uur kwam aanstormen. Dat deden we dus maar niet.
Uiteindelijk kwamen we toch wel in de drukte van deze havenstad terecht
en gingen op zoek naar een camping. Volgens onze gegevens - Spaans verkeersbureau,
Michelinkaart, Internet - zouden er diverse campings in de buurt moeten
zijn. Wij vonden ze niet en ook volgens de plaatselijke ooms agenten waren
ze er niet! Tarifa was de dichtstbijzijnde. Dat was jammer, want we wilden
vanuit Algeciras een dagje Gibraltar doen (en wat luieren aan het strand).
We hadden al 80 km op onze tellers staan, maar het was nog vroeg (vóór
drieën) en ze waren relatief makkelijk, dus besloten we Gibraltar
links te laten liggen en maar door te fietsen naar Tarifa. We vonden het
toch al geen prettige gedachte om op weg naar Gibraltar nog twee keer
ons leven te moeten wagen over minstens 12 km snelweg (v.v.). Dat hadden
we niet over voor die aapjes. We maakten een paar foto's vanaf deze kant
en begonnen ondertussen aan de klim naar de Puerto del Bujego (320m).
Onderweg stopten we even bij een terrasje voor een verfrissing en wat
tapas want het was weer erg warm en een hongerklop moest voorkomen worden.
Echt bijzonder waren deze tapas niet, maar ze voedden wel.
We vulden de
bidons bij en gingen verder op weg naar de top. Daarna weer even dalen,
gevolgd door de beklimming van de Alto Al Cabrito (340m). Nu zagen we
Marokko al liggen! Vlak na dit tweede topje was uitkijkpunt Mirador El
Estrecho van waaruit we de hele straat van Gibraltar en een flink stuk
Afrika goed konden zien liggen. De vele windmolens hier draaiden goed
want de ZO wind (levante) waaide fors. Jammer dat er aardig wat niet mee
deden; kennelijk worden ze niet zo goed onderhouden. Hier een ijsje gekocht
en wat ansichtkaarten voor de jongens en toen omlaag (niet helemaal in
één keer) naar Tarifa. Hier reden we door tot we niet verder
mochten; we waren echt tot het meest zuidelijke puntje van Europa gefietst!
We namen een zandmonstertje voor de verzameling en gingen op zoek naar
een camping. Langs de N340 moest er een aantal liggen... De eerste lag
2 km buiten Tarifa en die namen we meteen. Zag er mooi uit: Camping Rio
Jara - "de meest meridionale camping van Europa!" - was ook niet goedkoop,
maar hier deden ze wel wat aan onderhoud. Alles was keurig verzorgd en
er was zelfs een nachtwacht , waar je van schrikt als je daar niet op rekent!
Hier zouden we een dagje blijven, een rustdag hadden we na drie vermoeiende
dagen wel verdiend.
's Avond gingen we in het gezellige campingrestaurant eten: paella met
sangria erbij: Spaans of niet?
We hadden het keerpunt bereikt en gingen nu weer op weg richting huis!
Op de helft waren we echter nog niet... |