Om 8 uur opgestaan en met zijn allen
ontbeten. Nog wat extra warme kleding tevoorschijn gehaald (lange fietsbroek,
fleece trui en regenjack) en om 10 uur van Loumette vertrokken, uitgezwaaid
door de familie. Het was gelukkig droog, maar slechts 10°C en er stond
een stevige westenwind die we tot aan Cazères mee hadden. Op weg
hier naartoe zagen we een reetje de weg oversteken en kregen we allebei
kippenvel, niet van de kou maar van agressief blaffende honden (die gelukkig
vast zaten). In Cazères deden we voor de eerste keer boodschappen,
bij een Casino, voor brood en beleg en maakten een praatje met een autochtoon.
Na het oversteken van de Garonne gingen we rechtsaf en volgden deze rivier
- via D7 en D62 - naar Mauran en Roquefort. Hier staken we de Salat, een
zijrivier van de Garonne, over. Terwijl er een lichte miezerige regen
viel, volgden we deze rivier een poosje tot Salies-du-Salat.
Inmiddels was het weer droog geworden en we nuttigden hier voor de thermaalbaden
(“In Sale Salus”, genezing door zout) een croissantje. Daarna
vervolgden we onze weg naar Aspet - vanaf Mana via de D83 - al steeds
meer op en neer gaand, soms zelfs met 10-11% omhoog. Na Aspet aten we
een stokbroodje, in hoog tempo, want zodra we stopten met fietsen kregen
we het erg koud. Het was nu zo’n 15-16°C, maar door de stevige
wind voelde het veel kouder aan. Tijdens het fietsen hadden we daar geen
last van, zeker niet nu het echte werk begon met de beklimming van de
Col du Buret (599m). Deze werd direct gevolgd door de Col des Ares (797m),
die met 4-7% heel goed te doen was. We zagen nu zelfs even 2 vierkante
meter blauw in de lucht, meer niet, maar dat gaf wel hoop. Bovenop was
het nog maar 9°C - dat beloofde wat voor morgen! – en de afdaling
was erg koud. Er tikte ook plots iets in het voorwiel van de WT60 (niet
kunnen vinden wat het was, sleet er vanzelf weer uit) en ook het balhoofd
zat weer eens los: dat probleem hadden we vorig jaar ook al na een servicebeurt
bij Lohman. Toch eens over gaan praten?
Voor de tweede maal kwamen we nu in het Garonne-dal, dat hier een stuk
smaller was met hoge bergen links en rechts. We volgden de N125 richting
Spanje. In St. Béat wilden we een hotelletje pakken, maar óf
ze waren nog dicht óf ze zeiden dat ze vol waren, tenminste dat
deed die dikke troela in het eerste hotel dat we tegenkwamen, terwijl
het er toch echt uitzag alsof het leeg stond! Zeker werkschuw. Andere
overnachtingsmogelijkheden zagen er verlaten uit, dus stegen we maar langzaam
verder naar Fos. Hier was gelukkig óók een hotel en een
enorm spandoek aan de gevel maakte duidelijk dat ze OUVERT waren! Hotel
La Gentilhommière met heel aardige mensen die ons hartelijk welkom
heetten. Het was kennelijk net geopend en wij waren de eerste en –
nog – enige gasten. We namen halfpension, dus het ontbijt was ook
meteen geregeld. We kregen een mooie ruime kamer met bad en TV en de fietsen
mochten we veilig - achter slot - in de ruime schuur op de binnenplaats
stallen. Het eten in het gezellige restaurant was ook erg lekker en onderwijl
maakten we een praatje met de hotelmadam, die zeer onder de indruk was
van onze plannen.
Vanuit ons badkamerraam konden we de sneeuw zien liggen op de hoge bergen
die morgen op het programma stonden. We zaten nu ongeveer 5 km van de
grens: hopelijk zou het morgen in Spanje beter weer zijn... |