Vandaag extra vroeg de wekker af laten lopen wegens
de grote etappe die op het programma stond. Afgelopen nacht trouwens niet
zo goed geslapen: wat is de natuur 's nacht druk, zeg! Eén of andere
stomme vogel zat vlak bij onze tent elke paar seconden een enorme krijs
af te geven, waarna zijn buurman verderop antwoordde. Dat hebben ze wel
een paar uur volgehouden, met een achtergrondkoor van onduidelijk diergeluiden.
Alleen de groene kikker herkenden we ertussen. Voor de tweede maal deze
vakantie geconstateerd dat het met de "stilte en de rust van de natuur"
wel meevalt...
Om half negen reden we de camping af, direct weer op de route. Eerst een
lang stuk door het "bos van de koningin" dat ondanks de aanwijzingen
van PB eigenlijk vanzelf ging. Hoewel nog vroeg, zagen we geen wild; wel
veel grote kuilen in het onverharde bospad, goed opletten was noodzakelijk
en niet te hard rijden. Weer verhard is dan toch wel weer lekker. In Boucq
reden we even verkeerd waardoor we tweemaal dezelfde collega passeerden
die er zat te ontbijten. Eenmaal op de goede weg werd dat gelijk zwoegen:
een flink stuk steil omhoog om in het bovendorp de weg naar Trondes te
vinden. Daarna licht stijgend en dalend in het leuke plaatsje Pagny-sur-Meuse
aangekomen. Hier vereerden we de plaatselijke bakker met een bezoek, waarna
we door een belangstellende, plaatselijke madam aan de praat werden gehouden
omtrent het doel van onze reis. Vandaag werden we trouwens opvallend vaak
gegroet middels “bonjour”, gezwaai, getoeter en lichtgesein.
Waar zijn toch al die *100*$%&# onaardige Fransen?
Nu reden we weer door het Maasdal: eerst naar Vaucouleurs waar we in de
super de gebruikelijke boodschappen deden, dan bij Chalaines naar de overkant
van de Maas. Verder via Sepvigny, een pittig klimmetje bij Champougny
en Pagny-la-Blanche Côte naar Sauvigny, alwaar we de Maas weer overstaken.
Wij vonden het Maasdal niet zo opvallend anders dan het eerste stuk vóór
Verdun, het was eigenlijk net alsof we al dagenlang door Zuid-Limburg
fietsen: wel mooi, hoor.
Van Goussaincourt naar Greux over de brede D964. Een kilometer verderop
lag Domrémy, de geboorteplaats van ene Jannie van de Boog, die
hier nogal populair scheen te zijn. Vlak daarvoor ging de weg naar Grand
rechtsaf flink omhoog en we kwamen langs een basiliek (du Bois Chenu):
wel mooi, maar was niet de bedoeling. Kennelijk hadden we in Greux de
D966 gemist, maar dit had het voordeel dat we nu langs een fonteintje
met Eau Potable kwamen, waar we het water in onze bidons konden verversen.
Lekker als het zo warm is. We besloten om de D3 via Sionne en daarna bij
Midreveaux (hier gepicknickt) de D71 te nemen door het Bois de Fontelles
naar Grand. Dit was ook een fraaie weg, vooral door het bos, maar waarschijnlijk
met meer klimwerk dan in PB’s route: er zat een soort drietraps-klim
in met flinke stukken 9% plus nog een 5% toegift. Was bij 30?C wel zwaar,
de weg door het bos was te breed om profijt van de schaduw te hebben.
Eenmaal uit het bos moesten we weer verder omhoog naar Grand waar we de
- goed onder een soort openluchttheater verstopte - restanten van een
Romeins amfitheater passeerden. Na een weinig boeiend rondje door het
centrum volgden de laatste zware loodjes, nog ca. 26 km en we waren al
aardig versleten. Omhoog en omlaag naar Trampot. Hier even vlug wat eten
en drinken en dan vlot verder, want er zat ander weer aan te komen. Dat
werd snel steeds duidelijker: we reden min of meer recht op een dreigende
onweersbui in ontwikkeling af. Het zou nog spannend worden of we de camping
in Andelot op tijd zouden halen. Vanaf Busson draaiden we gelukkig iets
van de bui af en mochten we aan een afdaling beginnen die ons lekker snel
liet gaan. Onder de stadspoort van Reynel door roetsjten we naar beneden
en draaiden weer naar de steeds dreigender bui toe. Het tempo zo hoog
mogelijk houdend schoten we de vrijwel verlaten camping "Du Moulin"
(3-sterren en €7) in Andelot op. Snel zochten we een beschut plekje
op en de tent stond net op tijd. Terwijl we bezig waren kwamen de collega's
van gisteren - omdat hij op John Denver leek, noemden we ze verder de
Denvers – aanrijden. Er viel in een uur veel regen, het onweer viel
gelukkig mee. Daarna klaarde het alweer op, maar toch vonden we het te
riskant om wat te gaan eten in het dorp dat 1,5 km verder was, dus het
noodrantsoen ging eraan.
's Avonds gekletst met de Denvers: ze bleken bij ons in de bus terug te
zitten. Ze fietsten steeds drie dagen en ontmoetten dan hun dochtertje
dat met opa & oma dezelfde route met auto+caravan deed. Mooie oplossing.
Verder een telefoontje naar (schoon)zus Coby omtrent toestand van oma
en de gang van zaken m.b.t. haar traject naar een verzorgingstehuis.
Volgens campinghoudster Fanny kwam de bakker morgen om 07:45u. op de camping:
zou mooi zijn. |