= Narbonne 2003 =

 
 
 

Etappe 9: Mandres-aux-4-Tours - Andelot

Statistiek

Datum:

Dinsdag 17 juni 2003

Afstand:

105 km

Gemiddelde snelheid:

15.2 km/uur

Vetrektijd:

08:30u.

Aankomsttijd:

17:30u.

Totale afstand:

735 km

 

Het weer:

Overdag prachtig, licht-half bewolkt en warm. 28-30 °C. Wind zwak-matig ZW. 's Avonds regen en onweer.

 

Vandaag extra vroeg de wekker af laten lopen wegens de grote etappe die op het programma stond. Afgelopen nacht trouwens niet zo goed geslapen: wat is de natuur 's nacht druk, zeg! Eén of andere stomme vogel zat vlak bij onze tent elke paar seconden een enorme krijs af te geven, waarna zijn buurman verderop antwoordde. Dat hebben ze wel een paar uur volgehouden, met een achtergrondkoor van onduidelijk diergeluiden. Alleen de groene kikker herkenden we ertussen. Voor de tweede maal deze vakantie geconstateerd dat het met de "stilte en de rust van de natuur" wel meevalt...

Om half negen reden we de camping af, direct weer op de route. Eerst een lang stuk door het "bos van de koningin" dat ondanks de aanwijzingen van PB eigenlijk vanzelf ging. Hoewel nog vroeg, zagen we geen wild; wel veel grote kuilen in het onverharde bospad, goed opletten was noodzakelijk en niet te hard rijden. Weer verhard is dan toch wel weer lekker. In Boucq reden we even verkeerd waardoor we tweemaal dezelfde collega passeerden die er zat te ontbijten. Eenmaal op de goede weg werd dat gelijk zwoegen: een flink stuk steil omhoog om in het bovendorp de weg naar Trondes te vinden. Daarna licht stijgend en dalend in het leuke plaatsje Pagny-sur-Meuse aangekomen. Hier vereerden we de plaatselijke bakker met een bezoek, waarna we door een belangstellende, plaatselijke madam aan de praat werden gehouden omtrent het doel van onze reis. Vandaag werden we trouwens opvallend vaak gegroet middels “bonjour”, gezwaai, getoeter en lichtgesein. Waar zijn toch al die *100*$%&# onaardige Fransen?

Nu reden we weer door het Maasdal: eerst naar Vaucouleurs waar we in de super de gebruikelijke boodschappen deden, dan bij Chalaines naar de overkant van de Maas. Verder via Sepvigny, een pittig klimmetje bij Champougny en Pagny-la-Blanche Côte naar Sauvigny, alwaar we de Maas weer overstaken. Wij vonden het Maasdal niet zo opvallend anders dan het eerste stuk vóór Verdun, het was eigenlijk net alsof we al dagenlang door Zuid-Limburg fietsen: wel mooi, hoor.

Van Goussaincourt naar Greux over de brede D964. Een kilometer verderop lag Domrémy, de geboorteplaats van ene Jannie van de Boog, die hier nogal populair scheen te zijn. Vlak daarvoor ging de weg naar Grand rechtsaf flink omhoog en we kwamen langs een basiliek (du Bois Chenu): wel mooi, maar was niet de bedoeling. Kennelijk hadden we in Greux de D966 gemist, maar dit had het voordeel dat we nu langs een fonteintje met Eau Potable kwamen, waar we het water in onze bidons konden verversen. Lekker als het zo warm is. We besloten om de D3 via Sionne en daarna bij Midreveaux (hier gepicknickt) de D71 te nemen door het Bois de Fontelles naar Grand. Dit was ook een fraaie weg, vooral door het bos, maar waarschijnlijk met meer klimwerk dan in PB’s route: er zat een soort drietraps-klim in met flinke stukken 9% plus nog een 5% toegift. Was bij 30?C wel zwaar, de weg door het bos was te breed om profijt van de schaduw te hebben.
Eenmaal uit het bos moesten we weer verder omhoog naar Grand waar we de - goed onder een soort openluchttheater verstopte - restanten van een Romeins amfitheater passeerden. Na een weinig boeiend rondje door het centrum volgden de laatste zware loodjes, nog ca. 26 km en we waren al aardig versleten. Omhoog en omlaag naar Trampot. Hier even vlug wat eten en drinken en dan vlot verder, want er zat ander weer aan te komen. Dat werd snel steeds duidelijker: we reden min of meer recht op een dreigende onweersbui in ontwikkeling af. Het zou nog spannend worden of we de camping in Andelot op tijd zouden halen. Vanaf Busson draaiden we gelukkig iets van de bui af en mochten we aan een afdaling beginnen die ons lekker snel liet gaan. Onder de stadspoort van Reynel door roetsjten we naar beneden en draaiden weer naar de steeds dreigender bui toe. Het tempo zo hoog mogelijk houdend schoten we de vrijwel verlaten camping "Du Moulin" (3-sterren en €7) in Andelot op. Snel zochten we een beschut plekje op en de tent stond net op tijd. Terwijl we bezig waren kwamen de collega's van gisteren - omdat hij op John Denver leek, noemden we ze verder de Denvers – aanrijden. Er viel in een uur veel regen, het onweer viel gelukkig mee. Daarna klaarde het alweer op, maar toch vonden we het te riskant om wat te gaan eten in het dorp dat 1,5 km verder was, dus het noodrantsoen ging eraan.

's Avonds gekletst met de Denvers: ze bleken bij ons in de bus terug te zitten. Ze fietsten steeds drie dagen en ontmoetten dan hun dochtertje dat met opa & oma dezelfde route met auto+caravan deed. Mooie oplossing. Verder een telefoontje naar (schoon)zus Coby omtrent toestand van oma en de gang van zaken m.b.t. haar traject naar een verzorgingstehuis.

Volgens campinghoudster Fanny kwam de bakker morgen om 07:45u. op de camping: zou mooi zijn.

 

©Yemrev 2003