= Narbonne 2003 =

 
 
 

Etappe 19: Langogne – St.Ambroix

Statistiek

Datum:

Zondag 29 juni 2003

Afstand:

95 km

Gemiddelde snelheid:

16.1 km/uur

Vetrektijd:

08:15u.

Aankomsttijd:

15:45u.

Totale afstand:

1499 km

 

Het weer:

’s Morgens onbewolkt, ’s middags licht tot half bewolkt. 29-31 °C. Wind: zuidelijk, matig tot fors.

 

Toen de wekker afliep was het nog zo koud in de tent dat we er nog een half uurtje bij pikten. Toen kwam de zon op de tent (weer een SBL) en werd het al gauw wat aangenamer (13 °C!). Zal wel komen dat we nu op grote hoogte bivakkeerden (>900m) en vlak lang de rivier.
We vertrokken daardoor pas om 8:15u en gingen op weg naar de beloofde afdaling van 40 km! Maar eerst moesten we nog de camping af met een dikke 12% gevolgd door een weg richting Villefort die ook even met 10% omhoog ging. Daarna volgden we de prachtige D906 steeds licht op-en-neer via Luc naar La Bastide-Puylaurent, fietsend langs de Allier die we af en toe niet ver beneden ons zagen stromen.

In La Bastide naar de bakker, waar we deze keer een soort banketstaaf-met-noten probeerden. Hier fietse een knaap voorbij – op zoek naar de bakker – die we gisteren in Langogne ook al zagen. Op een vouwfiets met een grote tas voorop en idem achterop. Volgens hem fietste het heel goed berg-op en je kon hem makkelijk meenemen in trein en vliegtuig.

Nu nog maar een klein stukje omhoog en dan een prachtig smal weggetje omlaag, met amper autoverkeer. Het eerste stuk daalde fors maar was erg bochtig, dus we moesten veel bijremmen. We zakten steeds verder af in het dal van de Borne en zagen overal om ons heen prachtige, overdadig beboste en soms ook kale, rotsachtige bergen. We passeerden een langgerekt stuwmeer in de Borne waar we zelfs moesten bijtrappen om nog aan de 20 km/u te komen: konden de handen even ontspannen en de remmen en velgen afkoelen. Na de stuwdam ging het zelfs omhoog! Dát hadden we niet afgesproken!
Weer verder dalend tot in Pied-de-Borne, zo’n 8 km van Villefort, waar we al eens eerder kampeerden, toen nog met vouwwagen en zónder fietsen. Daar deden we toen wel onze eerste canyoning-ervaringen op, in de Gorges du Chassezac, waar we vanaf dit punt nu doorheen fietsten. Eerst weer wat omhoog en plat, dan zeer langzaam dalend met een gangetje van 25 km/u. Wat was het hier toch ongelooflijk groen; opvallend ook de vele tamme kastanjes, zo kenmerkend voor de Cevennen (we pikten ook nog een randje Ardèche mee).

Vanaf het stuwmeer bij Malarce-sur-la-Thines kon je het geen dalen meer noemen en tot aan Le Vans ging het gewoon op en neer (bij Gagnières een soort halfronde kruisweg gezien) met vlak daarvoor nog een pittige klim. Kaartjes tekenen kan PB uitstekend, maar op zijn hoogteprofielen moet je niet blindvaren. En die beloofde 40 km lange afdaling was hooguit 25 km en dus aan de wel heel erg optimistische kant. Je kan beter wat minder beloven, kan het alleen maar meevallen!
We hadden vandaag op een veel hoger gemiddelde gerekend maar kwamen slechts uit op een schamele 16.1 km/u, terwijl we toch daalden van 900 naar 200m. Eerlijkheidshalve hadden we wel een stevig windje op de kop vandaag. Niet echter bij de stevige klim die we vlak ná Le Vans kregen. Geen zuchtje wind voelde je en het was weer net een oven. Eenmaal boven was het plots een héél ander landschap. Het groene middelgebergte had plaatsgemaakt voor typisch mediterraan landschap: ruiger en kaler, rotsen van gelaagd kalksteen, veel dennen, brem, vijgen, olijven en af en toe een wijngaard. Daarbij oorverdovend getsjirp van krekels (cicaden?) in de bomen: na de meeuwen in de Dommelvallei, het nachtkabaal in Mandres en nu dit weer bleek dat de natuur zich aan geen enkele hinderwet hoeft te houden! We lunchten op het kruispunt waar de Lyon-variant op onze route aansloot, hopende dat daar iemand vandaan kwam fietsen: die hadden we dan uit kunnen maken voor watjes (onsportief, he?). Was gelukkig niet nodig.

Het stuk dat nu volgde was dus heel anders maar niet minder mooi fietsen. Vanaf Mas de l’Oume lekker kalm dalend door een bos langs het riviertje de Garnière, waaraan hier en daar wat volk lag te ontspannen (het was zondag). Er stroomde niet veel water meer, later zelfs helemaal niets meer. Na de D310/430/130 volgde een minder leuk stuk, op-en-neer over de brede D51 naar St.Ambroix. Hier even moeten zoeken naar camping Le Ranguet sur Cèze (aanbevolen door PB), pal voor de brug linksaf en dan nog ca. 1 km, waar we hartelijk werden verwelkomd door Nederlandse Marijke. Tijdens inschrijven (NL prijsje: €14.50) onder het genot van een heerlijk koel drankje gezellig gebabbeld. De Denvers bleken hier al drie dagen eerder te zijn geweest.
Het was een rustige, mooi gelegen camping, aangekleed met palmbomen en oleanders en we hadden mazzel dat de graafmachine net geweest was om een zwembad uit te graven in de rivier. Maakten we dankbaar gebruik van om even lekker te zwemmen. Inmiddels was er een stel Deense collega’s aan komen fietsen, waar natuurlijk ook weer ervaringen mee moesten worden uitgewisseld.

’s Avonds gingen we – lekker en veel – uit eten in St.Ambroix, waar verder niet veel aan was. In het restaurantje troffen we drie jongelui (twee jongens en een meisje) uit Nederland die dezelfde route een stuk sneller deden.

Vandaag bijna 100 km gefietst en we waren wel eens vermoeider, terwijl het ’s middags toch flink op-en-neer ging en het ook weer aardig warm was. Voor morgen voorspelde Marjon de Hond weer eens slecht weer, in de loop van de dag vanuit het westen. Dus maar weer vroeg vertrekken.

 

©Yemrev 2003