Bij het ontwaken was het helaas zwaar bewolkt. Nog niet echt veel beter dus.
Omdat we – ten onrechte - dachten dat er in dit hostal geen ontbijt geserveerd werd, gingen we zelf maar even naar de bakker om vers brood te halen. Op de kamer ontbeten. Dat stokbrood kruimelde wel heel erg.
De rekening bedroeg €60 en dat was inclusief warme hap en drank. Niet echt duur, dus.
Toen we vertrokken begon de zon voorzichtig door te breken. Tijd om in te fietsen was er ook vandaag weer niet: we moesten direct klimmen tot voorbij Hoyos del Collado, niet steil, maar op deze hoogte toch niet echt makkelijk. Dan volgde enkele kms afdaling tot de afslag naar de Puerto de Peña Negra bij Navacepedo (1330m). De toch al rustige AV941 verruilden we voor de nog stillere AV932: 8 auto’s en 2 motoren in 2.5 uur!
De klim naarv de gevreesde Peña Negra begon nu, maar het viel mee. Het ging rustig en met slechts enkele procenten omhoog over een in het begin mooie bosrijke weg. Dat laatste duurde niet lang want al gauw werd hetb kaler en kaler totdat – voorbij het gehucht Herguijuela – alleen nog de gele brem overheerste. Niet dat dat lelijk was: integendeel! Hele berghellingen kleurden geel en ruikten heerlijk. Het was verder geen al te spectaculaire beklimming. Geen haarspeldbochten en diepe kloven, meer alsof je een enorme zachtglooiende heuvel opreed. Boven de 1700m kregen we zicht op de besneeuwde toppen van de Sierra de Gredos en daf een heel speciaal tintje aan het geheel. Het was toch wel een heel apart landschap waar we nu doorheen fietsten.
Na 12 km klimmen in 2.5 uur waren we boven, waar het tamelijk winderig en fris was, maar wel zonnig; de meeste bewolking was – althans hier - langzaam opgelost. Volgens de GPS was de hoogte van de P. Negra niet 1909m, maar 20m hoger en de nauwkeurigheid is in zulk open terrein best groot.
Terwijl we zaten te eten kwamen er van de andere kant 3 mountainbikers omhoog. Aan de haarspeldbochten te zien leek die kant veel steiler, in ieder geval spectaculairder, mooier om te doen. Je kan niet alles hebben. De afdaling was dan ook erg fraai. Eerst nog door bremvelden, later door zeer gevarieerd bos met weer veel bloeiend spul in alle kleuren daartussen. Veel mooier dan de ander kant, of nee: heel anders! Terugkijkend naar de top leek de Peña Negra een echte muur! Zag er inderdaad veel zwaarder uit van deze kant, hoewel 17 km voor 8 hms of 12 km voor 600 hms niet echt veel uitmaakt...
Om half drie waren we in Piedrahita en zat deze fietsdag er in principe al op. Het was nog erg vroeg om nu al in een hostalkamer te gaan zitten en morgen stond er een ruim 90 km lange etappe gepland. Dus werkoverleg. We besloten unaniem om nog 35 km door te peddelen naar Guijuelo, de eerstvolgende plaats met overnachtingsmogelijkheden. Gezien het hoogteprofiel van RR leek dat niet al te zwaar: op twee kleine klimmetjes – 3 km elk - na grotendeels dalen.
We begonnen eerst 7 km licht te dalen over rechte wegen door een soort vlakte, de wind opzij. We passeerden het keurige dorpje San Bartolome de Corneja waar men kennelijk goed leefde van textiel- en aanverwante nijverheid. Na Santa Maria del Berrocal, een heel ander dorpje met oude en vervallen huisjes, begon het eerste klimmetje tot op de aansluiting op de SA104. We zaten nu in de provincie Salamanca en het was tijd voor een bushokjespauze. Hierna begonnen we weer langzaam te dalen door weer een heel ander, ook weer prachtig landschap. Veel weidser en met steeneiken. Bij Bercimuelle zagen we de eerste schaapskudde met herder. Vlak voor de afdaling naar het Embalse de Santa Teresa was het tijd voor het tweede klimmetje,vergezeld door zwermen vliegen. Ondertussen probeerden we toch te genieten van de drie besneeuwde toppen van de Sierra de Gredos links van ons. De derde en meest rechtse was de Sierra de Candelario en riep herinneringen op aan Vuelta 2004.
Het Embalse de Santa Teresa lag er van bovenaf gezien mooi bij. Bij Cespedosa de Tormes begon de afdaling die lekker liep, de klim aan de overkant naar Guijuelo was op gerekend en viel niet tegen.
Meteen bij het binnenrijden van Guijuelo – hét centrum van de hamindustrie - passeerden we al grote hamfabrieken. Om 17.45u arriveerden we bij hotel Torres waar we kamer 205 boekten. Fietsen konden achterom in een groot magazijn gestald worden, waarbij de nog vol bepakte TM60 een trap van 10-12 treden moest worden opgetild. We hadden de bagage zodanig verdeeld, dat we bij hotelovernachtingen slechts één fiets hoefden af te tuigen. Er stonden nog twee fietsen, Koga’s dus Nederlanders, met bepakking ernaast.
Om één of andere reden kon er vandaag niet in het hotel gegeten worden, dus moesten we op zoek naar een alternatief. Zin in tapas in een rokerig barretje of een sneltreindiner na negenen hadden we niet. Wij zijn ook niet makkelijk, hoor. We supermarkten (Arbol, MaxCoop) wat gezonde en toch voedzame etenswaren bij elkaar en aten onze buikjes rond op de hotelkamer. Lekker lui op bed. Konden we ook bijtijds in de slaapstand! Eerst nog dit verhaal op papier gezet en ondertussen wat TV gekeken. Het leek erop dat we drie mooie dagen kregen! Zou niet gek zijn. Daarna weer regenkansen, helaas.
Guijuelo was een lawaaierig stadje, op het Plaza Mayor was een soort spelletjesgebeuren voor de jeugd georganiseerd. Erg druk. Verder was het ham, ham en nog eens ham wat de klok sloeg. |