De voorspelling kwam uit: het was een strak blauwe lucht vanmorgen!
We deden deze keer maar eens geen hotelontbijt, want we hadden nog genoeg over van gisteren (chocoladebroodjes, toetjes). Daardoor konden we ook mooi vroeg vertrekken en dat was wel prettig want we hadden ruim 80 km te gaan en heel veel daarvan bergop. Bovendien kon het wel eens al aardig warm worden. Het is ook nooit goed!
Eerst een klein stukje CL510, een vrij drukke weg richting Piedrahita. Dan linksaf een wat rustiger weg op (DSA150), éénbaans met niet al te best wegdek. Ook niet écht stil. Zou voorlopig zo blijven.
Navales reden we doorheen en zagen er geen bakker. Even later in Valdecarros wel. Het was dat we iemand met brood naar buiten zagen komen, anders waren we er zo langs gefietst. We hadden in ieder geval weer brood.
Verder via Pedraza de Alba naar Alaraz reden we door een golvend graanveldenlandschap, later kwamen daar de steeneiken weer bij. Onder zo’n strak blauwe hemel zag het er fraai uit, met regen daarentegen waarschijnlijk helemaal niet. Aan de rechterkant zagen we de inmiddels bekende besneeuwde toppen weer liggen. Langzaam verdwenen ze nu uit ons gezichtsveld…
In Alaraz troffen we twee bankjes, waar we in de zon de eerste eetpauze hielden. Bij hetb uitrijden van dit plaatsje werden we even aan de praat gehouden door twee inboorlingen. Ze zagen er niet al te slim uit, maar één van de twee sprak wel zo’n beetje alle talen, een heel klein beetje. We waren gelijk vrienden: handen schudden, namen uitrwisselen. Ze waren zeer belangstellend, maar Jose y Jesus zouden we (Kitty y Gordo!) wel nooit meer zien. Eenmaal van ze los sloegen we rechtsaf de CL610 op, eindelijk goed asfalt en toch niet drukker dan hiervoor. Een paar km en een aardige klim verder gingen we linksaf over de AV110 naar Avila. De eerste 24 km van deze weg – tot Muñico - was men druk bezig deze op te knappen, d.w.z. verbreden, rechttrekken en opnieuw asfalteren. dat laatste was niet overbodig, de rest hoeft voor ons niet. Na een paar km was er serieus sprake van aktiviteit met groot materieel. Een man met mobilofoon kondigde onze komst duidelijk hoorbaar aan. We konden er goed langs. Een stukje verderop was het voorbereidende werk al klaar, maar geasfalteerd werd er gelukkig nog niet. Gevolg was dat er op het resterende stuk naar Muñico slechts een smalle strook asfalt beschikbaar was, met links en rechts een grote grindbak. Dat fietste erg vermoeiend, vooral als er ander verkeer aankwam.
Het landschap veranderde langzaam in steeds heuvelachtiger, ook steeds meer granietblokken met daartussen weer volop bloeiende brem en andere flora. Daarbij was het een genot om een gebruinde vrouw in je achteruitkijkspiegel tegen zo’n knalblauwe lucht te zien zwoegen. We waren al tot een aardige hoogte geklommen (1210m) toen de afdaling naar Muñico kwam: was wel lekker, maar kostte dik 100 hms. Daar aangekomen troffen we een tankstation: mooie gelegenheid om even een koud colaatje te drinken, de watervoorraad wat aan te vullen en de sokken opnieuw te benatten. Het beproefde nattensokkenkoelsysteem was vandaag wel lekker, reeds!
Vanaf Muñico was de vernieuwing van de weg al gereed. Er volgde een stevige klim over mooi nieuw asfalt naar uiteindelijk ruim 1350m. In het steilste stuk waren twee bochten uit de weg gehaald, waardoor deze korter werd en ook nóg steiler. Voor moderne auto’s geen probleem. Tijdens al dat klimmen was het toch al aardig warm vandaag; we waren blij dat de laatste 10km naar Avila uit een langzame afdaling bestond. We zagen de stad al van verre liggen.
De AV110 volgend kwamen we uit op een rotonde. Rechts en vervolgens links aanhoudend reden we op de brug over de Rio Adaja af, staken hem over en gingen rechtsaf op zoek naar een ingang tot de hoogstgelegen stad van Spanje (1130m). De omringende vestingmuur met zijn 80 torens was indrukwekkend. Navigerend naar een hostal in het centrum moesten we na een paar honderd meter linksaf steil omhoog tot vlak onder de muur. Puffend en zwetend kwamen we boven aan bij de Puerta de Rastro. Eenmaal binnen de muren vonden we hostal Bellas al gauw, maar dat zag er - liggend in een benauwde steeg - niet aantrekkelijk uit. Iets verderop, op een groot plein – Plaza de la Victoria – vonden we Casa Felipe een beter alternatief. Fietsen konden in een portiek, naast de ingang via de bar. We kregen kamer 103 toegewezen en die bleek met geen mogelijkheid open te krijgen. tenminste niet door ons, wél door Felipe de tovenaarsleerling. Hij deed het twee keer voor, maar wij kregen hem later toch niet meer op slot. Dan maar los gelaten en tijdens onze rondwandeling door de stad zoveel mogelijk ‘kostbaarheden’ meegenomen.
Vooral buiten de vestingmuren was het erg druk. Net als in Guijuelo overal spelende kinderen: is dat ook een onderdeel van de paseo? Kathedraal en Eglisia San Pedro gezien. Binnen de muren was het veel rustiger, maar daar was dan ook niet zoveel bezienswaardigs. Vnl. hostals, hotels en andere horeca.
Na het menu del dia was onze mening over hostal Felipe: het sanitair was nieuw en fraai, de kamer maar zozo. De bedden waren te kort (is overigens meestal zo) en het slot van de deur was defect. Het eten was echter ronduit slecht: veel te zure gazpacho, de wijn smaakte naar zure spiritus en als toetje een ijsje op een stokje. Toch €12.
Was al met al een vermoeiend dagje vandaag. Waar haalt Raul het vandaan dat dit “lekker doorfietst”? |