| | Poezie verzen -1- | | | | Omdat ik later nog wil weten bij wie ik op school heb gezeten. Laat ik eenieder in dit album schrijven, zodat ze altijd in mijn gedachten blijven. De juffrouwen en mijnheren die mij iets trachten te leren. De kinderen van school die zorgden voor de jool | Ik weet niet wat je van het leven verwacht Misschien heb je er nooit zo over nagedacht Maar het leven, het is altijd zo geweest vraagt geven en nemen, maar geven het meest Daarom (naam), wil je in je leventje slagen geef wat je geven kunt, zonder veel vragen Want wie gul aan anderen kan geven, krijgt zelf het mooist, en het beste van het leven
| Op de zeven bergen van Sim, Sam, Som Daar lachen alle dwergen zich elke keer weer krom Wees even als de dwergen zo opgewekt van aard Dan is dit versje duizenden Euro's waard
| Fluiten als een nachtegaal Zingen als een wielewaal Zo vrolijk als een sysje Dat ben jij klein meisje Zorg dat je dit zo houdt En dat iedereen je vertrouwt Dan ben je nooit alleen maar heb je wel duizend vrienden om je heen
| Meester, mag ik maandag vrij? Dinsdag gaat mijn zuster trouwen Woensdag moeten we bruiloft houwen Donderdag ben ik ziek En vrijdag kan ik niet Zaterdag is het werkdag En zondag is het kerkdag Dag meester, dag
| Wees blij, als je gaan mag op zonnige wegen, wees blij, als je bloeiende bloemen dan vindt, wees blij met de zon en de wind en de regen. Wees blij met het leven, jouw leven, mijn kind. Wees blij met je jeugd, die je 't hoofd fier doet richten, wees blij met 't ontwaken van iedere dag, wees blij met je vrienden, je werk en je plichten, wees blij, als je ook nog een taak hebben mag! Wees blij, als ook smarten je worden gegeven; wees blij, als je moedig en dapper dan bent. Je leert niet echt blij zijn, wanneer j' in je leven geen droefheid, geen zorgen, geen strijd hebt gekend! Wees blij, dat je leven geleid wordt van Boven, dat God 't aan Zijn eeuwige liefde verbindt. Wees blij, dat je daarin zó vást kunt geloven! Wees blij met het leven, jóuw leven, mijn kind.
| Ik wil wat in jouw album schrijven Maar ik weet niet wat Wij zullen trouwe vriendinnen blijven Zeg hoe vindt je dat...
| Begin de dag met een dansje Begin de dag met een lach Wie vrolijk kijkt in de morgen Die lacht de hele dag
| Twee heldere lichtjes in je vrolijke toet Doen grote mensen altijd goed Jouw lachende ogen, je olijke snoet Maken de wereld mooi en goed
| Een, twee, drie de eerste regel Vier, vijf, zes de tweede zin En na zeven, acht en negen Staat mijn naam er netjes er in
| Een dametje en een heertje gingen wandelen op een keertje Zij droeg bloemen, hij een hoge hoed En ze brengen jou, van mij een GROET
|
| | | | | |
| | Poezie verzen 12 | | | | Van mij krijg je altijd een goede raad Een goede raad voor het leven Als je me nodig hebt laat het dan weten Al wordt ik honderd jaar ik zal je nooit vergeten | Mijn versje wil niet zo lukken hoe ik het ook probeer En daarom schrijf ik maar gewoon als groet, mijn naam hier neer | In je hartje woond een elfje met een stemmetje zo fijn Dat je het alleen kunt horen als je o zo stil kunt zijn Luister altijd naar dat elfje voor je iets lelijks denkt of doet Want dat stemmetje van binnen fluistert dan: "Wees lief en goed" | Kort is het leven nog korter de jeugd Leef daarom maar vrolijk opgeruimd en verheugd Ga nimmer aan 't klagen en lijdt geen verdriet Schep vreugde in 't leven en vergeet mij niet | Op het mos, in het bos liggen kanjers van kastanjes Allemaal voor jou, toe pak ze gauw Want de herfst is weer gekomen de herfst is in het land Kijk maar naar de bomen en de eikels in mijn hand | Als je later een dametje bent met opgestoken krulletjes en allemaal mooie spulletjes Een hoedje met pompoentjes en hooggehakte schoentjes Een jurkje van zij Denk dan nog eens een keer aan mij | Wees lief als een poesje Wees vlijtig als een bij Wees lief voor je moesje En maak je vadertje blij | Rekenen, schrijven en taal, dat leer je op school allemaal. Maar lief en aardig zijn, dat leer je niet uit boeken, dat moet je bij je zelf zoeken. | Een ooievaar op hoge poten vist de letters uit de sloten Een uil met een geleerd gezicht maakte toen voor jou dit gedicht Een leeuw gaf door eens flink te brullen deze letters mooie KRULLEN Een olifant met een lange snuit blies pardoes dit versje uit | Drie vogels in een notenboom hadden een wonderbaarlijke droom De een werd Prins van Pralen de andere Graaf van Kralen De derde bleef een vogel klein en vloog in (naam) raamkozijn Om haar een bloem te geven die hete "Gelukkig leven |
| | | | | |
| | Poezie verzen 22 | | | | Loesje duizendpoot viel in de sloot Op haar hoofd had zij een buil en er waren wel duizend sokjes vuil | In de hemel zijn er engelen Op de aarde zijn er geen Maar als erop de aarde engelen waren dan was jij er zeker een | Goedemorgen maandag Hoe gaat het met dinsdag De groeten aan woensdag En zeg tegen donderdag Dat ik aanstaande vrijdag Met de trein van zaterdag Op zondag bij (naam) kom logeren | Wees altijd lief en braaf Doe ook wat papa en mama vraagt Zonder brommen en mokken En leer nooit van je leven te jokken Maar laat ook niet met je sollen Als je dit kunt ben je een artiest Die altijd wint en nooit verliest | Er liep een rupsje op een blad. Toen vroeg de tuinman: " Zeg, mag jij dat? " Toen zei het rupsje heel brutaal: " Dat doen wij rupsen allemaal " | Bij dag en nacht, in zon en regen Kom je leuke dingen tegen Zorg dat je ze ziet en van het leven geniet | Sneeuwwitje en vrouw Holle De reus en Gijs Holle bolle Klaas Vaak en Puk en Muk Die riepen in koor: Het beste hoor en veel geluk | Als je later als grootmama rustig zit naast grootpapa en nog eens in je poezie leest dan zul je misschien nog weten ik heb bij jouw in de klas gezeten | Er stond een hondje voor mijn hekje met een briefje in zijn bekje Daar stond op geschreven lang zal (naam) leven | Rozen zijn rood Viooltjes zijn blauw vergeet ons niet Wij houden van jouw |
| | | | | |
| | Poezie verzen 32 | | | | Ik ben het 'zusje/broertje' van (naam) En nog maar net 5 jaar Dus kan ik nog niet schrijven Daarom doet mama 't maar Mijn naam kan ik wel zetten Zie je die lange kras ? Als jij je boekje nog eens leest Weet je dat ik dat was | Mijn dochter, mijn dochter waar blijft toch de tijd Jij pas nog een baby en nu al zo'n meid Ik leerde je lopen, je zat op mijn schoot Nu ga je naar school en ben je al groot Wees vrolijk en vriend'lijk in heel je leven Dan zal je aan anderen steun kunnen geven Help iedereen die je ontmoet op je pad Dan ben je ook zelf gelukkig, mijn schat | Zeven eendjes, kwak, kwak, kwak, schommelen op het watervlak Kopje op en kopje onder, dat het spettert in de rondte Vader eend telt gauw nog even: 1-2-3-4-5-6-7. | Vrouwtje Vrolijk maakt elke morgen haar kamertje keurig aan kant En stopt dan alle oude zorgen van gisteren in de prullemand Ik hoop dat jij ook elke dag zo zorgeloos beginnen mag | Samen zitten we in de klas Samen houden we van zingen en een danspas Samen zijn we 2x5 Ik hoop dat je nog lang mijn vriendinnetje blijft | Op dit blaadje schrijf ik geen vervelend praatje Alleen de hartelijke wens: " Word een gelukkig mens " | Het orkest van Joris Kater oefend elke dag een uur In het tuintje van mijn buurman juist om 't hoekje van de schuur Het melodietje is niet leuk hoor veel te hoog en veel te schel Maar de woorden die poes Mies zingt die bevallen me weer wel Voor jou heb ik ze onthouden ik schrijf ze daarom op dit blad Houd van mensen, dieren en dingen zonnig is je levenspad | Liesje Bontekoe vlecht hoedjes hoedjes van wat sprietjes gras, boterbloemen, madeliefjes en een rietpluim uit de plas Weet je wie die hoedjes dragen ? 't schaap, de vlinder en de bij, Mies de poes, Marietje veldmuis, 't paard, het geitje in de wei Binnenkort hoor jij daar ook bij, want je krijgt er een kado Daarmee wil ik je zeggen: onze vriendschap, die is zo | Blijf steeds zo vrolijk spontaan en blij Zoals je altijd bent voor mij | Daar alleen kan liefde wonen Daar alleen is het leven goed Waar men blij en ongedwongen alles voor elkander doet |
| | | | | |
| | Poezie verzen 42 | | | | Van Moeder een schatje, van Vader een pop Zo groeit onze (naam) al aardig op Op school een engel, met soms een B ervoor Want dat mondje van (naam) kan babbelen hoor | Ik heb je leren kennen geheel niet tot mijn spijt Ik heb het ondervonden je bent een leuke meid | Je leert het kindje eten want papjes moeten op Je leert het kindje lopen Je leert het paardje hop Je leert het kindje spreken Mammie en Pappie zegt het al en wuiven met het handje en rollen met de bal Je leert het kindje een dansje een dansje en een lied Wie leert het kindje "liefde" want zonder gaat het niet | Kikker kwaak, sjouwt al twee dagen met van alles heen en weer Bloemen, blaadjes, takjes, pluisjes legt hij op mijn tafel neer Maak daarvan, zo kwaakt hij vrolijk, maar een mooie bloemengroet Bij het poezie-album-versje, dat je nog steeds schrijven moet Hiernaast plak ik een plaatje want ik heb kwaakjes boeket om heel vaak aan jou te denken op mijn boekenkast gezet | Er zwemt een eendje in het water Het is nog maar een kleine puk Maar het roept met veel gesnater: dag (naam) nog veel geluk | Ik ken een heel leuk meisje niet zo ver hier vandaan ik zal het je verklappen (naam) is haar naam | 1+1=2 wees altijd tevree 2+2=4 heb veel plezier 3+3=6 leer snel je les 4+4=8 wees lief en zacht 5+5=10 dan wil iedereen je graag zien | Jij bent de maan Die waakt over de nacht Ik ben de zon Die eenzaam op je wacht We kunnen elkaar niet bereiken Als jij opkomt zal ik ondergaan. | Ik ken drie ware woorden Neem die op weg steeds mee Reeds velen die ze hoorde Ze luiden "RECHT DOOR ZEE" Als je eens alleen moet varen Op s'werelds levenszee Omringd door veel gevaren Houd roer ga "RECHT DOOR ZEE" | Wat zal ik nu in je poezie schrijven Misschien, dat je altijd zo vrolijk moet blijven. Maar dat lijkt me wel wat afgezaagd Daarom dat ik me aan iets anders heb gewaagd (naam), jouw naam ga ik ontleden Het is geschreven op (datum) jongstleden de I staat voor b.v. Intens enz. |
| | | | | |
| | Poezie verzen 52 | | | | Sta 's morgens op met goede zin Voor elke dag een nieuw begin Was het gisteren misschien wat naar Vandaag wordt het beter, reken maar | Wat zal ik schrijven op dit blad? Hoera, hoera ik weet al wat Ga goed gemutst het leven door Dan zul jij het wel maken hoor | Zeven kleine witte geitjes speelden vrolijk in de wei Wees jij net zoals die geitjes altijd opgewekt en blij | Bloemen verwelken scheepjes vergaan Maar onze vriendschap blijft eeuwig bestaan | Een vlinder kan niet sjouwen en een karrepaard niet zweven Het is maar hoe je het wil beschouwen het is maar hoe een mens wil leven | Wees steeds een zonnestraaltje Voor ieder die je ontmoet Dan geef je anderen vreugde En heb je het zelf steeds goed | Ik droomde van een ventje en zijn buikje was van koek Van sucade was zijn neusje en van chokolade zijn broek Ik greep erna, maar lieve tijd Ik werd wakker en het ventje was verdwenen tot mijn grote spijt | Wat vlug zei de mug Erg stoer zei de boer Da's recht zei de knecht Wat mooi zei de vlooi Wel lang zei de slang Maar ik zeg dit alles niet Ik zeg alleen vergeet mij niet | Potverdikke, daar kom ikke Zomaar in jouw album staan Potjandorie, wat een glorie Wat een lol, alweer een half blaadje vol | Begin de dag met een dansje Begin de dag met een lach Wie vrolijk kijkt in de morgen Die lacht de hele dag |
| | | | | |
| | Poezie verzen 62 | | | | Met veel plezier Schrijf ik nu een versje hier Zodat je later zegt: Dit was _ _ _ ja wie ? Een juffrouw van groep 3 | Al ben je klein je kunt wat zijn Je hebt wat te geven een lach en een knik een lieve blik Doen wonderveel in het leven | Grote woorden loze praatjes, vullen werkelijk geen gaatjes. Het zijn de daden die we stellen, die als eerste in het leven tellen. | Wees blij als je jong bent, het leven is fijn Straks komen de dagen dat het niet zo zou zijn Geniet van het leven zo is het bedoeld Voordat je de last van de ouderdom voelt |
| | | | | |
|