De cimbaal in een Roemeense zigeuner orkest is onmisbaar. Hij is het hart (de motor) van de Roemeense/Hongaarse gipsy/zigeuner orkest of ensemble. De cimbaal, het muziekinstrument van de Hongaarse en Roemeense zigeuners, heeft een lange geschiedenis en komt oorspronkelijk uit Azië en het Midden-Oosten. Een van de voorlopers van het huidige Cimbaal was Kannun (of:Qanun) uit Arabië. Dit was een klankkast met snaren gemaakt van metaal of darm, die schuin gespannen waren over een of twee kammen. Het instrument werd bespeeld door met een paar metalen hamertjes op de snaren te slaan. De vroege Aziatische nomaden zoals de veroveraars uit Mongolië en China, maar ook de rondtrekkende zigeuners uit India, brachten het instrument naar alle delen van Europa en in het Midden-Oosten. Een van de eerste opvolgers van de Kannun was de Psaltery, welke echter wedra werd vervangen door moderne versie van het instrument, die door diverse volkeren in verschillende Europese landen werden uitgevonden.
De maten en vormen varieerden, en ook de manier van bespelen veranderde. In
Griekenland, Turkije en Perzie werd de Santure ontwikkeld, in Rusland vinden
we de Gusli, in Duitsland de Hackbrett, in Italië de Psalterion, in
Engeland de Dulcimer, in Oostenrijk Zither, in Hongarije de cimbalom en in
Roemenië de Tambal. Veel van deze instrumenten lagen op de schoot van de
muzikant en de snaren werden met de nagels bespeelt (ook wel pizzicato
genoemd).
Van het instrument werd in de Hongaarse en Roemeense geschiedenis de eerste
meldinggemaakt in 720 na Chr. In de 16e eeuw werd het bespeeld
voor keizer Ferdinand van Oostenrijk. In de 18e en 19e
eeuw moest het Cimbaal het in Midden Europa in populariteit tegen nieuwere
klavierinstrumenten dan het harpsichord en het klavechord.
Het cimbaalspel van Vasile kun je hier beluisteren Hier
kunt u meer zigeuner muziek, balkan muziek, gipsy muziek geluidsfragmenten beluisteren.
laatste wijziging 25-08-2002 |