Mythe Elisabethsvloed ontrafeld

Dordtse stadsarcheoloog: "In nov.1421 verdwenen 'slechts' 18 dorpen", door Hannie Visser

Het onderzoeksproject 'Elisabethsvloed' staat nog maar aan het begin van de ontrafeling van de mythe dat de Sint Elisaethsvloed in de nacht van 18 op 19 november 1421 maar liefst 72 dorpen verzwolg. Dat zei de Dordtse stadsarcheoloog J. Hendriks tijdens een lezing over De Biesbosch.

Volgens Hendriks vielen niet meer dan 18 dorpen ten prooi aan de vloed. Acht eerdere kleine onderzoeken vormden samen de aanleiding voor zijn onderzoeksproject 'Elisabethsvloed'. Zoals een onderzoek in Dubbeldam in 1998, waarbij de 500 jaar die tussen twee opeenvolgende grondlagen 'miste', aan de St. Elisabethsvloed werd toegeschreven. En een onderzoek in het Land van Heusden en Altena. Hendriks noemde in zijn lezing gebouwen die na 1421 nog bestonden en soms zelfs hersteld werden. Zo werd De mottenburcht in Almkerk in 1830 nog kadastraal aangegeven. "Hoe kan dit, als alles was verdwenen na de vloed?"

Oude prent

Ook Kasteel Dussen wordt op een oude prent weergegeven met een gedeeltelijk afgebroken westelijke toren. Vooral de vondsten bij een onderzoek van de Archiefkring Hank naar het verdwenen dorp Heeraartswaarde, waarbij twee meter onder het maaiveld fundamenten van elf meter lang en vier meter breed werden gevonden, en onderzoeken in de polder Gijsbert bij Nieuwendijk en in Werkendam nabij de Zandsteeg zetten Hendriks aan het denken.

Pas later realiseerde hij zich dat alle bouwrestanten van boven vlak waren. Volgens hem wijst dat erop dat al deze gebouwen of kastelen tot op het maaiveld zijn afgebroken door steenjutters. In de directe nabijheid werden bovendien geen puinresten aangetroffen.

Volgens de stadsarcheoloog kwamen destijds grote delen onder water te staan. Na verloop van tijd kregen eb en vloed invloed op het gebied, omdat de vernielde dijken niet direct hersteld werden. De waterstand in het gebied is waarschijnlijk niet echt hoog geweest. Daardoor verdween de bebouwing dan ook niet. Wel werd het gebied - tot 1421 stond de Dordtse Waard bekend als de graanschuur van Holland - door deze wateroverlast moeilijk economisch te exploiteren. Door slechte economische vooruitzichten verlieten de bewoners dan ook het gebied op zoek naar een beter bestaan elders. De bebouwing werd door steenjutters afgebroken tot net onder het maaiveld. En zo verdwenen de dorpen.

Met deze hoofdconclusie van Hendriks is de mythe van de St. Elisabethsvloed een mooi verhaal geworden. Overigens was de St Elisabethsvloed volgens Hendriks niet uniek in de 14de en 15de eeuw. Vanaf 1773 vonden er regelmatig overstromingen plaats door wispelturige rivieren die steeds een andere bedding zochten.
Om zijn conclusies te onderbouwen toonde hij een dia met het schilderij van de St Elisabethsvloed dat in het Rijksmuseum hangt. Het werd geschilderd rond 1490. "Voor de maker was dit geen weergave van een overlevering die hij had gehoord, maar de echte situatie indie tijd, met nog volop bebouwing en water dat keurig ingebed door het gebied stroomt"

De bewering van Hendriks werd nog maar eens onderschreven door een TV-documentaire die op 16 april 2004 werd uitgezonden door RTV Dordrecht, waarin onderstaande conclusies werden getrokken.

Ramp Elisabethsvloed sterk overdreven

De St. Elisabethsvloed van 1421 is niet de grote ramp geweest, zoals altijd werd aangenomen, zei oud-stadsarcheoloog van Dordrecht Johan Hendriks. Volgens de archeoloog zijn de feiten in de overlevering sterk aangedikt. Zo werd altijd aangenomen dat er 72 dorpen zouden zijn vergaan en dat er duizenden slachtoffers zijn gevallen. Volgens Hendriks kunnen maximaal 200 mensen zijn overleden tijdens de ramp en zijn er ongeveer 16 dorpen verlaten door de bewoners. Zijn bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in drie archeologische tijdschriften. Ook wil de voormalig stadsarcheoloog het verhaal publiceren in het vooraanstaande blad Nature.

In de nacht van 18 op 19 november 1421 vond de St. Elisabethsvloed plaats. Na een dijkdoorbraak bij het dorpje Broek dat nu in het Hollandsch Diep ligt, stroomde zeewater de polder Wieldrecht in waardoor het de stadsmuren van Dordrecht kon bereiken. Het water kwam volgens Hendriks echter niet met golven tegelijk naar binnen. Door nieuwe doorbraken van rivierdijken (2 maanden later) kwam er in het hele gebied een laag water van waarschijnlijk een paar decimeter te staan. De doorbraak van de rivierdijken was volgens Hendriks de grootste ramp, niet de doorbraak van zeedijken. Hierdoor werd het gebied economisch oninteressant, omdat de bewoners geen graan meer konden verbouwen of andere landbouw konden bedrijven.

Het betoog van Johan Hendriks werd mede ondersteund door de archeologen Deborah Paalman en Cees van der Esch Deborah Paalman is de huidige stadsarcheologe van Dordrecht, Van der Esch is werkzaam als amateur-archeoloog voor de Lek- en Merwestreek.

Droogte mede oorzaak ramp Elisabethsvloed

Tijdens een symposium in het najaar van 2009 in het Biesboschmuseum, legde Johan Hendriks bovendien nog een link met de doorbraak van de dijk bij Wilnis enkele jaren geleden. Deze dijk was doorgebroken na een lange periode van droogte. Zo staat er bijvoorbeeld in de Tielse Kroniek (807) opgetekend: "In het jaar 1424 was de zomer z droog dat er vanaf Pasen (23 april) tot Sint Victor (10 oktober) geen of maar nauwelijks n druppel water viel."Dat zou best weleens de oorzaak geweest kunnen kunnen zijn van de dijkdoorbraak in dat betreffende jaar.

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl