Jongens uit Dussen als soldaat voor Napoleon

Nederlandse soldaten in het leger van Napoleon

Invoering dienstplicht:
Napoleon Bonaparte was vanaf midden 1810 ‘onze’ keizer. In dat jaar ontsloeg Napoleon zijn jongere broer Lodewijk van de Hollandse troon en lijfde diens koninkrijk in. Na een korte overgangsperiode werd de wetgeving van het Franse keizerrijk per 1 januari 1811 onverkort van kracht in de voormalige Bataafse Republiek. Een van de dingen die voor de bevolking direct merkbaar waren, was de wet op de dienstplicht, die in Frankrijk al in 1798 was ingegaan. Zodra jongens de leeftijd van twintig jaar bereikten, werden ze dienstplichtig. Of ze ook daadwerkelijk in het leger belandden, hing af van een aantal factoren. Wie te klein was of een te zwak gestel had, was niet geschikt. Daarnaast konden sommige jongens een beroep doen op een bijzondere regeling, omdat zij een oudere broer hadden die al in het leger diende, of de oudste zoon waren van een weduwe en bijdroegen aan haar levensonderhoud. Welgestelde personen konden een remplaçant aantrekken, die tegen betaling de legerdienst voor hen overnam.

Alle twintigjarige jongemannen die niet binnen deze regelingen vielen moesten deelnemen aan een door de civiele autoriteiten georganiseerde loting. Dat was een openbaar gebeuren. Wie een laag nummer trok, moest daadwerkelijk opkomen voor het leger. Wie een hoog nummer trok, ontsprong – voorlopig – de dans. In eerste instantie was dat nog de meerderheid, maar ook die kon later alsnog worden opgeroepen. In vredestijd moest een dienstplichtige vijf jaar dienen, maar in oorlog was de diensttijd onbeperkt.
De dienstplicht was bepaald geen populaire maatregel. Integendeel, ze bracht de nodige beroering teweeg. In het Hollandse leger dienden traditiegetrouw veel soldaten van buiten de landsgrenzen, met name uit Duitse gewesten. Het deel van de bevolking waarvoor de gang naar het leger normaal was – bijvoorbeeld de zonen van beroepsmilitairen – was relatief klein. Dat kinderen van arbeiders het leger in moesten was nog tot daar aan toe. Maar dat zonen van boeren en winkeliers, die zich een heel andere toekomst hadden voorgesteld, opeens in dienst moesten, was een schok.

Hollandse regimenten:
De Hollandse lotelingen werden ingedeeld in ‘eigen’ Hollandse regimenten en niet in de smeltkroes van de reguliere Franse regimenten met jongens uit Vlaanderen, Wallonië, het Rijnland, Italië, en het ‘oude’ Frankrijk. Deze Hollandse regimenten vochten zonder uitzondering in Rusland. Officieel kende het Franse leger negen Nederlandse regimenten: het 123e, 124e, 125e en 126e linieregiment infanterie, het 33e regiment lichte infanterie, het 3e regiment grenadiers van de Keizerlijke Garde, volgens Napoleon “La gloire de la Hollande”, het 2e regiment lichte garde lansiers (rode lansiers), het 11e regiment huzaren en het 14e regiment kurassiers. Daarentegen maakte de 11de compagnie van het 1ste bataljon Pontonniers wel deel uit van een groter Frans regiment.
Het legeronderdeel de 76e Cohorte van de Monden aan de Rijn - waarbij een drietal jongens uit Dussen waren ondergebracht - werd in januari 1813 ingedeeld bij het 146e linie-infanterieregiment. Dat was echter pas na de mislukte veldtocht naar Rusland, die de soldaten die ingedeeld waren bij dit legeronderdeel vermoedelijk dan ook niet hebben meegemaakt. Wel heeft dit regiment in 1813 deelgenomen aan de veldtocht naar Duitsland (Slag bij Leipzig of Volkerenslag in oktober 1813).
Dienstplichtingen die ingedeeld werden bij legeronderdelen van de Keizerlijke Garde - waaronder 5 jongens uit Dussen - dienden over bovengemiddelde capaciteiten te beschikken; zij behoorden namelijk tot de zogenaamde elite-eenheden die veelal pas in de eindfase van veldslagen (meestal succesvol) werden ingezet. De veldtocht naar Rusland eistte echter ook zijn tol aan manschappen van de Garde.
Soldaten van de Reserve Compagnie (van de Monden van de Rijn) - met 1 dienstplichtige uit Dussen - bleven veelal gevrijwaard van gevechtshandelingen. Zij hadden primair als taak om openbare gebouwen en strategische objecten van het eigen departementale grondgebied te bewaken.

Oorlogsgebieden:
Als Hollandse Brigade werden door Napoleon in de periode 1808-1813 al zo'n 3.000 man in de oorlog in Spanje ingezet. Een veel groter aantal - naar schatting ongeveer 15.000 dienstplichtigen - nam deel aan de veldtocht naar Rusland in de zomer van 1812. En een onbekend aantal leverde slag bij Leipzig tegen de geallieerden in oktober 1813. Napoleon had juist in de laatste jaren van zijn regime een grote behoefte aan soldaten. Zijn vroege veldtochten had hij gevoerd met relatief kleine legers. Maar de strijd in Spanje, die hij nooit helemaal kon winnen, vergde een onophoudelijke stroom verse troepen. Terwijl de oorlog in Spanje voortduurde, verzamelde Napoleon voor zijn veldtocht tegen Rusland in 1812 een nog groter leger. Inclusief de versterkingen die hij in de loop van het jaar naar Rusland dirigeerde, ging het om ruim 600.000 man.
Na de Slag bij Borodino [in 1812 bij Moskou], stak minder dan eenzesde van deze manschappen aan het eind van 1812 de Russische grensrivier de Njemen over, op de weg terug naar hun Duitse winterkwartieren. Dit kolosale verlies dwong Napoleon om in 1813 een ongekend hoog aantal dienstplichtige jongemannen op te roepen, met wie hij in Saksen (Slag bij Leipzig) de strijd aanging tegen Russische, Pruisische, Oostenrijkse en Zweedse legers [geallieerden]. Het leger van Napoleon delfde daar het onderspit en de keizer werd uiteindelijk in het voorjaar van 1814 verbannen naar het eiland Elba.

Naamloos zijn ze doorgaans gebleven, de duizenden Hollandse jongens die als dienstplichtig soldaat vochten voor Napoleon in Spanje, Rusland en Duitsland. Meer dan de helft vond in het leger de dood of werd krijgsgevangen gemaakt.

Militieregisters:
De database waaruit is geput, is nauwgezet samengesteld door de heer W. Oteman met gegevens uit de stamboeken en officiersdossiers aanwezig bij de Service historique de la Défense (SHD), in het Château de Vincennes nabij Parijs. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie heeft deze database gepubliceerd en beschikbaar gesteld.

De database bevat vrijwel alle registers van het landleger uit de Napoleontische tijd.
Ruim 53.000 inschrijvingen (in de toekomst uitgebreid naar 57.000 en marinepersoneel).
Militairen die zijn geboren in het gebied dat nu tot Nederland behoort.
Militairen die zijn geboren in de voormalige Nederlandse koloniën.
Militairen uit Limburg en Zeeuws-Vlaanderen uit de periode 1797-1814.
Militairen uit de rest van ‘Nederland’ uit de periode 1810-1814.
Niet opgenomen zijn de stamboeken van het 146e en 147e Regiment Infanterie van Linie (deze zijn bij een brand in de Pruisische legerplaats Wesel verloren gegaan).
De overgrote meerderheid van de Nederlanders in Franse dienst is terug te vinden in de database; volledigheid is echter een illusie. De namen zijn in veel gevallen enigszins verfranst, maar meestal toch nog wel redelijk herkenbaar.

Dienstplichtigen in het Land van Heusden en Altena:

Uit dit staatje blijkt dat de gemeente Dussen in de regio veruit het meeste aantal jongens leverde. Werkendam en Wijk volgden op geruime afstand en zelfs in een garnizoensstad als Woudrichem werden slechts 7 personen opgeroepen. Enkele plaatsen zoals Eethen, Babyloniënbroek en Giessen bleven zelfs geheel gevrijwaard. Mogelijk is echter dat er een enkele Eethenaar onder de 6 dienstplichtingen uit Heesbeen is geregistreerd, of dat er nog een andere Rijswijker uit Noord-Brabant onder Rijswijk bij Den Haag in Zuid-Holland of in Gelderland is opgenomen. Anders was het gesteld in Heusden, waar maar liefst 118 jongens werden gerecruteerd om in Napoleon's leger dienst te nemen. Dat was zelfs meer dan het totale aantal van 102 recruten uit het Land van Heusden en Altena. Ter vergelijking zij nog vermeldt dat in de naburige regio's vergelijkbare aantallen dienstplichtingen werden opgeroepen: Regio Geertruidenberg inclusief Raamsdonk en Waspik 94, regio Waalwijk inclusief Baardwijk en Besoyen 80, Sprang-Capelle 48 en in Gorinchem maar liefst 190.

Dussense jongens als soldaat in het leger van Napoleon

Geregistreerde
Geboortedatum
Geboorteplaats
Eenheid
Rang
Ouders dienstplichtige
Henry van Pruysen 01-01-1791 Dussen 33e Regiment Lichte Infanterie   Adrien van Pruysen X Marie Lambregts
Antoine Baas 22-02-1789 Dussen 33e Regiment Lichte Infanterie   Pierre Baas X Clasina Rombout
Johannes van der Beek 10-06-1792 Dussen 124e Regiment Infanterie van Linie   Abraham van der Beek X Elisabeth Pellekan
Johan Hendricus van den Acker 08-07-1786 Dussen 124e Regiment Infanterie van Linie   Godefroij vd Acker X Angelie Stolsvas
Guillaume Pierre van der Pluijm 21-03-1790 Dussen 76e Cohorte [Monden van de Rijn]   Andre van der Pluijm X Jeanne Vetjens
Adrien Dubbest 16-03-1788 Dussen 76e Cohorte [Monden van de Rijn]   ? Dubbest X Degtina Dubbest
Leonard Voestijn 20-04-1788 Dussen 76e Cohorte [Monden van de Rijn]   ? Voestijn X A van Dengen
Corneille Poel 01-05-1791 Dussen 123e Regiment Infanterie van Linie   Herman Poel X Elisabeth Schalken
Pierre Meyerse 22-09-1787 Dussen 8e Regiment Infanterie van Linie   Jean Meyerse X Jeanne van Dongen
Théodor Colyn 22-08-1793 Dussen 27e Regiment Infanterie van Linie   naturel Colyn X Jeanne Colyn
Pierre Pluym 18-11-1790 Dussen Jagers te Paard van de Garde   Corneille Pluym X Panne van der Hoet
Francois Joseph Simonès 29-12-1793 Dussen 27e Regiment Infanterie van Linie   Conrad Simones X Corneille de Rinter
Adrien van Krimpen 01-01-1793 Dussen 27e Regiment Infanterie van Linie   Adrien van Krimpen X Helene Schaeten [Stijntje Schouten]
Jean Bol 08-06-1788 Dussen 8e Regiment Infanterie van Linie   Jacques Bol X Dinna Heuthauve
Jean Roubos 28-01-1788 Dussen 8e Regiment Infanterie van Linie   Corneil Roubos X Anne van Dyk
Joseph Simonis 29-12-1793 Dussen 1e Regiment Infanterie van Linie   Conrard Simonis X Cornela de ?
Adrian van Kreinpen 01-01-1793 Dussen 1e Regiment Infanterie van Linie   Adrien van Kreinpen X Lena Schefain
Guillaume Toethuis 06-08-1789 Dussen 45e Regiment Infanterie van Linie   Guillaume Toethuis X Gertrude van der Pleum
Nicolas van Gool 07-04-1783 Dussen Regiment Grenadiers te Paard van de Garde   Pierre van Gool X Marie Schneiders
Antoine van der Pluym 07-06-1792 Dussen Gendarmes [van de Garde]   Guillaume van der Pluym X Helene van der Pluym
Thomas Konnings 25-03-1792 Dussen 4e Regiment Tirailleurs van de Garde   Michel Konnings X Cath. Konings
Jean van Graaf 12-04-1789 Dussen Jagers te Paard van de Garde   Pierre van Graaf X Elisabeth Ferings
Jean Eland 25-09-1788 Dussen Reserve Compagnie dept. Monden van de Rijn   Francois Eland X M. Reyken
Adrien Rams 08-08-1790 Dussen 125e Regiment Infanterie van Linie   Cuyndert Rams X Aagje van der Plein
Jean Pennings 29-10-1790 Dussen 125e Regiment Infanterie van Linie   Leonard Pennings X Anne Marie van Baardewyk
Corneille Poel 01-05-1791 Dussen 126e Regiment Infanterie van Linie   Herman Poel X Elisabeth Schalken
Adrien van Dortmont 12-03-1791 Dussen 126e Regiment Infanterie van Linie   Francois van Dortmont X Allegande de Gouw
Adrien van Dortmont 12-03-1791 Dussen 123e Regiment Infanterie van Linie   Francois van Dortmont X Aldegonde de Gouw

Remplacant:
Ook Jan Franciscus van Horsigh, de oudste zoon van de arts/geneesheer in Dussen, en Jan Martinuszoon van Iersel, een winkelierszoon, beiden uit Dussen, werden ingeloot. Maar dankzij hun kapitaalkrachtige ouders kochten zijn hun dienstplicht af door een remplacant in te huren. Dat was best een prijzige zaak, want de vergoeding hiervoor lag tussen 600 tot wel 4300 francs per jaar. Afhankelijk van het overeengekomen tarief maar zeker ook de lengte van de periode, kon dit bedrag dus flink oplopen.

Slachtoffers:
Uit de verslagen en verhalen over de Russische Veldtocht van Napoleon blijkt klip en klaar dat de verliezen aan manschappen aanzienlijk waren. Heel veel soldaten sneuvelden of bezweken aan de vrieskou - de Kozakken schepte er zelfs genoegen in om krijgsgevangenen helemaal uit te kleden en naakt in de sneeuw en barre koude achter te laten - of werden door de geallieerden krijgsgevangen gemaakt. Van het Nederlandse regiment van 200 pontonniers bijvoorbeeld overleefden slechts 40 soldaten, de rest verdronk of bezweek aan onderkoeling bij de aanleg van de twee bruggen over de Berezinarivier in Wit Rusland. Maar ook in andere oorlogsgebieden zoals in Spanje en in Saksen, Duitsland vielen veel slachtoffers te betreuren.
Ook onder de Dussense jongens zijn waarschijnlijk behoorlijk wat slachtoffers gevallen. Maar er waren ook overlevenden. Van Antonie Baas, Johannes van Beek, Wilhelmus van der Pluijm, Cornelis Poel, Petrus Meijers, Antonius van der Pluijm en Adrianus van Dortmont weten we zeker dat ze hun Russisch avontuur overleefden. Ze trouwden na terugkomst en stichtten een gezin, zo blijkt uit de archieven.
Mogelijk geldt dat ook voor Willem Toethuis en voor Franciscus Josephus Simonis, al is dat niet helemaal zeker.
Nicolaas van Gool overleed enkele jaren na zijn thuiskomst in Diessen.
Petrus van der Pluijm overleed te Dussen in augustus 1812 en heeft dus niet deelgenomen aan de veldtocht naar Rusland.
Van de overige jongens is het lot onbekend. We konden dat althans niet traceren, waardoor de kans groot is dat ze slachtoffer zijn geworden of krijgsgevangen werden gemaakt en daarna niet meer in Dussen zijn teruggekeerd. Hoewel het natuurlijk ook mogelijk is dat ze zich elders een bestaan hebben opgebouwd.

DTB-data van Dussense dienstplichtigen:

Bronnen

Website: Nederlandse militariren in het leger van Napoleon

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl