Schoolhuis aan de Dijk te Dussen

Rooms-katholieke jongensschool in Dussen

De rooms-katholieke jongens in Wijk B gingen naar de openbare school - met katholieke inslag - aan de Dijk, ongeveer tussen de buurtschappen Sluis en Korn in (thans woning Jan van de Westen), bij de meesters Van Gool en Linders. Toch bleven ze daar in de beginfase nog even van bijzonder onderwijs verstoken, hoewel de pastoor wel godsdienstonderricht kwam geven.
In december 1917 werd een nieuwe openbare jongensschool aanbesteed, die gebouwd zou worden in de Dorpsstraat op het voormalige perceel van de Oliemolen. De aanbesteding trok maar liefst 11 inschrijvers, waarvan 3 uit Dussen. De bouw werd aan de laagste Dussense inschrijver gegund, namelijk aannemer Piet H. van Mierlo voor een aanneemson van f. 66.300,-. P.H. van de Pluijm en A. de Later, beiden ook uit Dussen, zaten daar net boven. Overigens was G.J. van Dongen uit Raamsdonk met f. 58.590,- de allerlaagste inschrijver, maar kennelijk gaf het gemeentebestuur de voorkeur het werk door een ingezetene te laten uitvoeren.
In 1919 ontving de gemeente Dussen een buitengewone subsidie voor de kosten van het lager onderwijs in de gemeente ten bedrage van 6.575 gulden.
Op 2 juni 1919 werd de "nieuwe" jongensschool aan de Dorpsstraat geopend. De "eerste steen" in de voorgevel herinnert aan het bouwjaartal 1918 en de namen van burgemeester en wethouders: J.J.H. Snijders, J. (Sjef) van Steen en A.A.H. (Toon) van Honsewijk. Pas in 1927 werd door het kerkbestuur besloten om de jongensschool aan de Dorpsstraat van de gemeente Dussen over te nemen en deze om te zetten in een rooms-katholieke jongensschool. Bij die gelegenheid werd eveneens besloten het schoolhuis, bewoond door de hoofdonderwijzer, voor f. 4.500,- aan te kopen. Hoofdonderwijzer Adam van Gool en de inmiddels als onderwijzer van bijstand aangetrokken Bertus Simonis, de schoonzoon van Van Gool, uit Dussen kwamen met de kinderen mee en ontvingen beiden een aanstelling aan de rooms-katholieke jongensschool. De pensioengrondslag van de hoofdonderwijzer werd vastgesteld op f. 4.050,- en voor de onderwijzer van bijstand op f. 1.932,-.

De inwijding van de school gebeurde op zondag 24 april 1927 door pastoor Janssens-de Horion. Na het plechtig Lof in de kerk trok het gezelschap van pastoor, onderwijzers, kinderen, kerk- en gemeentebestuur, ouders, en een grote groep parochianen in optocht, voorafgegaan door Fanfare Wilhelmina, naar de school. Na de inzegening werd het woord gevoerd door burgemeester Snijders en schoolhoofd Van Gool, die het groot gewicht van een rooms-katholieke jongensschool nog eens benadrukten, de ouders feliciteerden en de schoolgemeenschap veel groei en bloei toewensten. Voor de leerlingen was er na afloop een traktatie.

Na 20 jaar waarvan 19 jaar als hoofdonderwijzer ging meester Van Gool van de jongensschool per 1 september 1928 om gezondheidsredenen met pensioen en werd hij als hoofdonderwijzer opgevolgd door meester Simonis, zijn schoonzoon. Adam van Gool verhuisde in 1928 naar Den Bosch, Hinthamerstraat. Willem Jozef Baaten uit Waspik, pas afgestudeerd aan de Rooms-katholieke Kweekschool van 's-Hertogenbosch, kwam het onderwijzersteam versterken. Bij wet werd met ingang van het nieuwe schooljaar, toentertijd aanvangend op 1 april, in 1929 een verplicht zevende leerjaar van kracht. Tevens werd een nieuwe (verlaagde) leerlingenschaal vastgesteld. Hierdoor was een derde leerkracht noodzakelijk. Per 1 mei 1929 meldde zich in Dussen, pas afgezwaaid uit militaire dienst, Abraham Adr. Pancratius Kamp, kweekeling van de Rooms-katholieke Kweekschool Dongen, maar net als meester Baaten uit Waspik afkomstig. Als bijzonderheid gold dat meester Kamp in het bezit was van het diploma Godsdienstkennis. Het salaris van de beide onderwijzers mocht met een pensioengrondslag van f. 1.205,- geen vetpot genoemd worden.

Abraham Adrianus Pancracius Kamp werd op 24 september 1908 te Waspik geboren als zoon van een landbouwer. Na de lagere school kwam hij dan ook op de boerderij te werken en niets wees erop, dat hij in de toekomst een geheel andere weg zou gaan. Eigenlijk werd hij als student een "late roeping", want pas met zijn zestien jaar liet hij het boerenwerk voor wat het was en ging studeren. Het werd de studie voor onderwijzer, misschien ook omdat een paar familieleden in dit beroep werkzaam waren. Hij studeerde aan de kort tevoren opgerichte St. Gerardus Majella Kweekschool in Dongen en behaalde daar de onderwijsakte in 1928. Meteen na beŽindiging van zijn militaire diensttijd van negen maanden, ging hij op 29 april 1929 van start als onderwijzer in Dussen. Hij bleef daar zeven jaar en stapte toen over naar de lagere school in Drunen, terwijl hij ondertussen zijn studie voortzette. Hij behaalde de hoofdakte, de akte landbouw na studie in Utrecht en Breda, vervolgens de akte tuinbouw in Boxtel en tenslotte bedrijfseconomie.

Door de verruimde leerplicht en dientengevolge groter aanbod van leerlingen diende ook de rooms-katholieke jongensschool met een derde klaslokaal te worden uitgebreid. De aanvraag om tegelijkertijd een overdekte speelplaats te realiseren vond geen genade bij de leden van de gemeenteraad; slechts de raadsleden Van der Steen en Berm waren voorstander. In augustus 1929 werd de aanbouw van de jongensschool voor f. 9.000,- gegund aan aannemer Piet van Mierlo, met de aantekening dat zo spoedig mogelijk met de bouw zou worden begonnen. Jan Lensvelt Sr. Azn had als leerling-timmerman in dienst van Piet van Mierlo een belangrijk aandeel in de bouw. Volgens hem werd vrij kort nŠ de oplevering van de aanbouw ook begonnen met de bouw van een gymnastieklokaal en werd tevens het portaal vůůr aan de school gerealiseerd. Na afloop van het schooljaar 1936 vertrok meester Kamp naar Drunen.

Het rooms-katholieke onderwijs onderging na de oorlog een behoorlijke gedaanteverwisseling. De naoorlogse geboortegolf resulteerde al snel in een chronisch ruimtegebrek om de toevloed van schoolgaande kinderen te kunnen opvangen. In 1955 was het aantal aanmeldingen voor de jongensschool dermate groot dat een deel van de eerste klassers noodgedwongen ondergebracht moet worden in de meisjesschool. Indachtig de strikte scheiding van jongens en meisjes werd een aparte klas en zelfs een afgebakend speelplaatsje gecreŽerd voor de jongens.
Eind jaren 40 kwam meester Jan Dickens en later Hanegraaf het onderwijsteam van de jongensschool versterken. Naar later bleek, twee verbintenissen voor het leven. In 1963 - toen de jongensschool in de Dorpsstraat dicht ging en samensmolt met het meisjesonderwijs in het Rommegat - ging meester Simonis met pensioen. Mevr. van Moergestel kreeg een tijdelijke aanstelling aan deze gemengde school.

Dussen 18-08-1983 Afscheidsreceptie voor de directeur van de rooms-katholieke lagere Mariaschool in Dussen, Jan Dickens, met naast hem zijn echtgenote.

Bronnen

Streekarchief Heusden: Nieuwsblad Land van Heusden en Altena.
Gemeentearchief Waalwijk: Echo van het Zuiden.
Streekarchief Heusden: Bevolkingsregister Dussen
Sprankelende momenten, 100 jaar Christelijk onderwijs in Dussen, Izaak de Graaf, 2006.
Uit de as herrezen, zes eeuwen geschiedenis van de Parochie Dussen, Ton Lensvelt, 2006.

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl