Dussen begin zestiende eeuw

Enqueste en Informacie van 1494 en 1514

De bewoningdichtheid in Dussen was begin zestiende eeuw nog tamelijk gering en liep zelfs sterk terug. In de “Informacie” van 1514 (een bewoners/welstand inventarisatie/taxatie ten behoeve van belastingheffing) verklaart schepen Jan Willemszoon van Honswijck (35 jaar) dat er in Dussen Monsterkerck en Muylkerck in totaal 60 haardsteden zijn en 200 communicanten. Omgerekend duiden deze aantallen op een totaal inwoneraantal van ongeveer 360 respectievelijk 310 [Berekeningmethodiek A.M. van der Woude, 1983]. De helft van de woningen waren van weinig waarde, een-derde was zelfs armoedig te noemen.

In de decennia daarvoor had de bevolking in onze regio namelijk veel ontberingen geleden vanwege de voortdurende oorlogen met Gelre en de stijgende graanprijzen (minder productie door wegvallen graanschuur Grote Waard, start import uit Oostzeegebied). Het bevolkingsaantal (1/3de minder) en het inkomen (gehalveerd) waren ten opzichte van de tijd onder hertog Karel (de Stoute) belangrijk gedaald. De regio had zwaar te leiden van de oorlogshandelingen tussen Holland en Brabant uit het Bourgondische kamp tegen het nog steeds onafhankelijke Gelre. Werkendam was in 1511 nog door de Gelderschen tot de grond toe afgebrand.

Dit laatste werd nog maar eens bevestigd in de Informatie van 1521-1523 waarin (verklaring 68 op 19 juli 1521) Juffrouw Lijsbeth, weduwe Willem Willems[zoen], verklaarde dat haar man 40 jaren geleden [1481] 19-20 morgen land gekocht had in de Groote - of Cleijne Laer te Dussen, waar hij echter nooit geen profijt van genoten heeft, ondanks dat het land zo hoog gelegen was dat er haver op gezaaid werd. Door de oorlog tussen Utrecht en Gelre had zij het land 11-12 jaren geleden [1509-1510] verkocht aan meester Everaert Veer die haar echter nog 12 ponden grooten Vlaams schuldig was, waardoor deze nog geen eigendomsbrieven had.
De volgende dag (verklaring 69 van 20 juli 1521) kwam haar zoon, Claes Willemszoen, priester, canoninck tot Sinte Pieters te Middelborch, de eigendomsbrieven tonen waaruit bleek dat zijn vader ± 23 morgen op de Laer gekocht had van Jan van Gallisien. Het land zou later voor 3 a 4 ponden per morgen verkocht zijn aan meester Everaert de Veer.

In de bekende TV-serie Floris (1969) trekt onze blonde held Floris van Rosemondt (Rutger Hauer) namens het Bourgondische kamp ten strijde tegen Maarten van Rossem, maarschalk van Gelre, en tegen de oersterke maar bijgelovige Fries, Lange Pier met zijn huurlingenleger de Zwarte Hoop. Deze TV-serie speelt zich af in de periode eind 15de, begin 16de eeuw en deels ook in deze contreien. De alledaagse werkelijkheid was echter weinig heldhaftig en de regionale bevolking viel absoluut niet te benijden. Zo werd bij het beleg van het kasteel van Poederoijen het Land van Heusden en Altena flink gebrandschat en in 1511 werd Werkendam door de Gelresche troepen van Maarten van Rossem zelfs tot de grond toe afgebrand. Van de oorspronkelijk 36 Werkendamse haardsteden resteerden nog maar de helft, met slechts 75 communicanten. Een zelfde neerwaartse trend werd waargenomen in naburige dorpen zoals Meeuwen, Broek, Eethen en Genderen. Het aantal haardsteden daalde met een-derde, de armoe tierde welig. Veel plattelandsbevolking zocht zijn toevlucht tot de ommuurde stad. Geertruidenberg bijvoorbeeld zag zijn inwoneraantal fors groeien. Bovenop het oorlogsleed kwam ook nog eens de voortdurende stijging van de graanprijs, essentieel voor het dagelijkse brood en pap, volksvoedsel nummer één, de aardappel kende men toen nog niet.
Het dunbevolkte gebied van Dussen omvatte bij de Informacie van 1514 nog maar 600 morgen land. Veel Dussens gebied wat later land zou worden was destijds dus nog water. Tweehonderdvijftig jaar jaar later, op de kaart van Kuyper, was Dussen aangegroeid tot 3670 bunder en had het 2200 inwoners. In tweeënhalve eeuw was het beschikbare land dus verzesvoudigd, terwijl de bevolking het tienvoudige bedroeg.

Het gebied Dussen bestond destijds voornamelijk uit het ambacht Muilkerk en een klein stukje van het oorspronkelijke ambacht Munsterkerk. Met de voltooiing van de Kornsedijk in 1464 was vrijwel het gehele oorspronkelijke gebied van Muilkerk bedijkt en zodoende beschermd tegen het water vanuit het westen. Muilkerk werd gevormd vanaf de grens met Meeuwen in het oosten door: de Voorstraat van de Baan, Voorstraat van het Binnen, Dussensche Steeg (thans Ruttensteeg), Achterste Hoek (thans Muilkerk geheten) en de Kornsedijk vanaf de aansluiting van de Achterste Hoek met de dijk tot voorbij de Kornse sluis tot aan de grens met Emmikhoven/Almkerk. De gehele polder Noordeveld tot aan de Dussensche Kade vanaf de Kornse dijk tot aan de Hill, inclusief de Kornse Boezem, was eveneens grondgebied van Muilkerk. Het is niet helemaal duidelijk of de Kornse Buitenkade tot het gebied van Muilkerk dan wel tot dat van Munsterkerk gerekend werd.

De grens tussen Muilkerk en Munsterkerk werd gevormd door het binnendijkse riviertje De Dusse. Dat betekent dat ook een stukje Munsterkerk was ingedijkt. De Kornsedijk vanaf de grens met Meeuwen, destijds ter hoogte van de Diebracht, tot aan de aansluiting van de Voorste Hoek met de dijk behoorde tot Munsterkerk. Ook het gebied tussen dit gedeelte van de Kornsedijk en De Dusse maakte deel uit van Munsterkerk. Dat betekende dat de beide polders Groot- en Klein Zuideveld met De Diebracht, Molenkade, Achterstraat van de Baan, Achterstraat van het Binnen en de Voorste Hoek, Munsterkerks gebied waren.

Buitendijkse bewoning omstreeks 1521

Door de aanleg van de Kornsedijk vanaf Dussen naar Werkendam begon er buitendijks steeds meer land droog te vallen. Ten zuiden en ten westen van Dussen ontstond nieuw land door aanslibbing (vooral ten zuiden van Dussen) maar met name ook door opwassen omdat hoger gelegen delen (hovelen) bij laag water droog vielen. In een halve kring vanaf het zuiden via het westen naar het noorden lagen de opwassen: Voochwerf, Peereboom, Langewerf samengegaan met de Adriaen vanden Kerkcx-/Maesenwerf, Capel- of Molenwerf, Wijfliet samengegaan met Jans Ouvaederenwerf, Stakenburch samengegaan met drie Voernwerfkes, Roode Camer, Rietwerf of Groote Rietbossche respectievelijk Scelp Aertszoenwerf, Groote en Kleine Brasser en Cloosteroort. Meer in de buurt van de Kornsedijk lagen vanaf [thans de Sluis] Groot en Klein Eelant, Goede Poorte, Hooge Wei of Hoege Lant ook wel 't Eelant genoemd, Cleijne en Grote Laer en de Korn. Tussen de beide Brassers en de Hooge Wei/Hoechlant lagen nog de Pieter vanden Dijck Aertszoenwerf en het Hillekensgat.[Bron: detail kaart van Sluyter uit 1562]
De nieuwe landaanwinsten werden natuurlijk weldra door lokale buurtbewoners in gebruik genomen, met als gevolg dat er onenigheid ontstond ten aanzien van de oorspronkelijke eigendomsrechten. Om die eigendomsrechten goed vast te leggen werd een onderzoekscommissie ingesteld. Aan de hand van het resultaat van de ondervragingen door deze commissie is getracht van het buitendijkse gebied rond Dussen een bewoningsstatus te formeren.

Op 24 juni 1521 werd het onderzoek gestart naar de aanwassen "aen die Dussen". De resultaten van dit onderzoek dat doorliep tot 1523 werden opgetekend in een handschrift dat daarmee een schat aan gegevens bevat over het buitendijkse (Kornsedijk) gebied dat een eeuw na de Sint Elisabethsvloed van 1421 was op- en aangewassen of aangeslibt. Ook van het gebied rond Dussen zijn een flink aantal genummerde verklaringen opgetekend. Zie voor de verklaringen betrekking hebbende op Dussen de separate pagina van deze website Verklaringen anno 1521 over eigendomsrechten in het gebied rond Dussen in de Verdronken Zuijhollantse Waert. Onderstaand een impressie van de situatie honderd jaar nadat het gebied onder water gestroomd was.

Hooge Wei of Hoege Lant

Daar waar de Kornsedijk in Dussen een afbuiging naar het noorden maakt ligt thans de stoep van de Oudestraat. De huidige Oudestraat is echter niet de oorspronkelijk weg maar aangelegd tijdens de ruilverkaveling in de jaren zestig van twintigste eeuw. De huidige Pleunesteeg die ten zuiden van de huidige Oudestraat loopt is voor een deel de oorspronkelijke Oudestraat. Deze oude landweg kronkelde zich in westelijke richting naar het Hellekensgat, daar waar thans de Zuid-Hollandse molen (naast de rijksweg A27) staat. Dat de oorspronkelijke Oudestraat een kronkelige weg was, komt voort uit het feit dat deze langs een water gelopen heeft. Dit water werd in 1521 Westkil genoemd. Het vormde de zuid-westelijke grens van een hoger gelegen stuk land (opwas) dat werd aangeduid als Hooge Wei of Hoege Lant maar ook wel 't Eelant genoemd. Aan de noord-oostzijde werd dit stuk land begrensd door een water de Oost- of Laerkil genoemd. Ook deze stroomde in westelijke richting naar het Hellekensgat. Aan de overzijde van deze Oostkil of Laerkil lag de De Laer die aan de noordzijde ook werd begrensd door een uitwateringsgantel ter hoogte van thans de Kalversteeg; de oorspronkelijke Kalversteeg zal parallel gelopen hebben aan deze uitwateringsgantel. Ten westen van de Hooge Wei of Hoege Lant lag de Pieter vanden Dijck Aertszoen Werf in gebruik bij Cornelis Aertszoen van den Dijck, zijn broer.
In verklaring nummer 16 door Adriaen Corneliszoen, gewaert rechter, wonende anden Dussen, oud 50 jaar, 'seijt [hij] dat het hogelandt onder Dussen altijd soo hoech geweest is als nu en dat het de naeste 30 jaren rontomme ende voerts die Lare ende daer ontrent altijt weijlant geweest is, al waren er ook veel laechten in'.

Van zowel de Hooge Wei of het Hoege Lant als De Laer is bekend dat ze al snel na de aanleg van Kornsedijk droog vielen. In verklaring nummer 13 zegt Dierick Bruijnszoen uit Gijssen (waarschijnlijk was hij een telg van geslacht Stael) dat de Hooge Wei of Hoeg Lant al in 1471 land was. De Laer werd ook al vrij snel na voltooiing van de Kornsedijk omkaad. Mogelijk had men dit gebied zelfs al bij de bedijkingswerkzaamheden van de Kornsedijk kunnen meenemen, ware het niet dat de uitwateringskillen West- en Oostkil c.q. Laerkil en de Calversteegh Gantel een belemmering daarvoor waren. Deze gantels waren zo diep dat dat er zelfs schuiten doorheen voerden, alsdus de verklaring nummer 26 van Michiel Adriaens[zoen], oud 86 jaar [geb 1435], wonende tot Waspick. Bovendien voegde hij er aan toe: 'Zo'n 25 jaar geleden [circa 1496] was het [nu] beste land tussen Hooge Wei/Hoeg Lant en de dijk van Dussen naar Almkerk "nyt dan water ende wolcken"'.

De Hooge Wei of Hoege Lant ook wel genoemd 't Eelant [niet te verwarren met het latere Groot - en Klein Eiland direct ten westen van de huidige Loswal] was dus omringd [geweest] door water en was oorspronkelijk eigendom van Floris Adriaenszoen Bisscop uit Dordrecht maar in erftijns bij Claes Pullen (geb 1437), die er de Muggenburcht (12,5/13 morgen met huis uit 1481) liet bouwen. Omdat De Muggenburcht op de kant van het water lag, ten zuiden van 't kerkhof van Munsterkerk, moet het huis aan de Oudestraat gelegen hebben. Het pand was in 1501 verkocht aan Adriaen Aertszoen (geb 1441 Sliedrecht) alias Brueder of Broeder.
Voorts was 2,5 morgen door weduwe Adriaen vanden Dussen verhuurt aan Jan Adriaenszoen, zoon van Brueder, die er tevens nog 1 morgen in tijns had van Cornelis Diricszoen die Houthaecker tot Dordrecht.
Ten oosten daarvan lag 't Hoff van Dale of 't Hoffweer (14 morgen groot), met het huis van Willem vander Duijn geb ca 1441-1451; de andere helft (14 morgen) behoorde aan meester Evert de Veer (geerfd); oorspronkelijk was Pieter Elinck hiervan eigenaar. Adriaen Corneliszoen (gewaert rechter, geb 1471) en zijn vader hadden er de vogelarije.
Westwaarts van De Muggenburcht had Jan Adriaenszoen (alias Bruins) 6 morgen gekocht van de kerk van Geertruidenberg en 2 morgen van lui uit Alblas. Tevens huurde hij 2 morgen van de cruijsbroeders van Worchom [Woudrichem]. Ook west van Broeders [Adriaen Aertszoen] huis huurde Engelbert, wonende op de sluis van Dussen, 2 morgen van Joost van Muilwijck erfgenamen. Voorts hadden Heijnrick Wouterszoen vander Dussen 2 morgen gekocht alsook Geertruijdt Toenen en erfgenamen 2 morgen allen ten westen van Broeders [Adriaen Aertszoen] huis. Ten westen van de sloot bij Broeders huis heeft Jan Vranckenzoen een houve [hoeve als oppervlaktemaat] en de baljuw van Zuid-Hollant ook 2 of 3 hont lant.
Verder gebruikt er de schout van Dussen Jan (Schalken) van Honsewijk 6 of 7 morgen buitendijks land omtrent de dijk van Dussen.

Bij de eerste kadastrale opmeting van Dussen omstreeks 1820 werden er langs de Oudestraat een aantal percelen opgetekend die verwijzen naar de drie eeuwen eerder, in 1521, gebezigde benaming voor het gebied langs de Westkil. Zo heette het perceel E222 dat niet ver van de dijk af lag: 'Hoogewerf' en het wat verderop gelegen perceel E214: 'Hoogland'. Nog wat verderop lagen de percelen: Kerckelant en Kerkhoff die duidelijk verwijzen naar het oude kerkhoff van Munsterkerk.

° Aart Aartszn was richter van Muilkerk en Munsterkerk in 1470 en behoorde tot het geslacht Stael. Zijn zoons [Dirck en Jan] werden ook wel aangeduid als Bruinszoon. Daarnaast behoorde Ariaan van den Eik Aartszn in 1516 tot het college van richter en heemraden in Dussen in Muilkerk. Mogelijk was een van deze twee dezelfde persoon als "Broedere".

Meester Evert de Veer was in het bezit van de Groote Laer [12 morgen] en de Cleijne Laer [7 morgen] dat altijd land was geweest sedert de inbraak, behalve de Cleijne Laer die aan een kant was afgeslagen maar nu weer aanwast. [zie verklaring nummer 13]
Echter, Juffrouw Lijsbeth, weduwe Willem Willems[zoen], verklaarde in nummer 68 dat haar man 40 jaren geleden [1481] 19-20 morgen land gekocht heeft in de Groote - of Cleijne Laer te Dussen, waar hij echter nooit geen profijt van genoten heeft, ondanks dat het land zo hoog gelegen was dat er haver op gezaaid werd. Door de oorlog tussen Utrecht en Gelre heeft zij het land 11-12 jaren geleden verkocht aan meester Everaert Veer die haar echter nog 12 ponden grooten Vlaams schuldig is, waardoor deze nog geen eigendomsbrieven heeft. Willem Willems[sen] had indertijd het land in Groote - en Cleijne Laer, groot 23 morgen, gekocht van Jan van Galissien. Betreffed perceel was voor 3-4 ponden grooten Vlaams verkocht aan meester Evert de Veer [verklaring 69].

Volgens verklaring nummer 43 wonen Jan Beijers[zoen] en Jan Beijnen beiden buitendijks in Dussen.
Engelbert, die aan de sluis van Dussen woonde, huurde van de erfgenamen van Joost van Muijlwijck 2 morgen die ten westen van Bruers huis gelegen waren [zie verklaring 46].

Van Dijk enclave

Ten westen van de Hooge Wei of Hoege Lant lag de Pieter vanden Dijck Aertszoen Werf in gebruik bij Cornelis Aertszoen van den Dijck, zijn broer [verklaring 8]. Leden van het geslacht Van Dijk wonen al van oudsher in de Voorste en Achterste Hoek en dan vooral in de nabijheid van de aansluiting van de beide Hoeken met de Kornsedijk. Waarschijnlijk moet de herkomst van hun geslachtsnaam ook gezocht worden in hun tradionele woonplek bij de Kornsedijk.

Landaanwinst ten zuiden van noordelijke Maasdijk (Rommegatsche- en Kornsche Dijk

Het aangeslibte land ten zuiden van de noordelijke Maasdijk werd met naam aangeduid. Vanaf De Diebracht tot halverwege de Rommegatsedijk vinden we de Meijerswerf en aansluitend de Segerswerf en ter hoogte van de Munsterkerksche Sluis de Juffrouw Weijde. Vanaf De Sluis tot ongeveer de Krekeldraai ligt het Groot Eiland met daarnaast het Klein Eiland. De Juffrouw Weide is vernoemd naar de eigenaresse (in 1523) Juffrouw Katherijne van der Dussen een zuster van kasteelheer Jan VII van der Dussen. Groot en Klein Eiland, groot ruim 18 bunders, zullen hun naam te danken hebben aan het feit dat het in eerste instantie geheel omsloten werd door water [zie verklaring 43].

Oude Veer

In verklaring nummer 40 beweert Cornelis Reijers[zoen] uit Almkerk, wonende bij de Sinte Laurens Capelle beneden aan de [Kornse]dijk, dat de Hollantsche Graef gelopen zou hebben westwaarts naar Dordrecht vanaf dat Oude Veer, waarmee men overgezet kon worden. Tevens toonde hij ons "eenen grooten dijcken willigen boom" staande noordoost van Boijen Grient "ende redende oest ende west up die toern vanden Dussen [Munsterkerk] kercke, ende zeijde dat hij vanden ouders hadde hoeren seggen dat die boom stont up dat Oude Veer.

(8) Ten noordwesten van de aanwas Grooten Brassert lagen een vijftal aanwassen, strekkende van west naar oost: Almstein, Heer Gijsbrecht Werf, Molen Asse, Cleijnen Alm en Boyenwerf. Deze vormden een twistpunt tussen Heer van Altena en Zuijhollant omdat deze aanwassen in de verlandde rivier Voeren zouden liggen, welke rivier oorspronkelijk de grens vormde tussen Altena en Zuijhollant.
Ten noorden van Grooten Brasser ligt Kleinen Brasser en ten oosten hiervan Pieter van den Dijck Aertszoen Werf in gebruik bij Cornelis Aertszoen van den Dijck, zijn broer.
Ten oosten hiervan 't Eelant waarop Brueder woonachtig is. Hier heeft ook Everaert de Veer land maar ook anderen. Oostelijk van huis van Brueder lag het huis van Willem van der Duijn [tHoff van Dalen of 'tHoffweer]. Noord-westelijk van Bruederhuis lag een aanwas die binnenkort zal samengaan met t Eelant.

(12) Cooman Willem Janssen, "die welcke ons zeijde Haertswaert [Aartwaarde] lach op die oestzijde vander Maze ende die Maze streeckt neffen tkerckhof henen an die zuijdwestzijde".
"Gevraecht naede Middelt mits dat eenige brieven vander Maze ter Middel toe sprecken, seijt dat [het riviertje] De Middelt was gelegen bij die Laer, boven Brueders huijs, tusschen Almkerk ende Dussen ende was een waterscheidinge daer tlandt up stoijtte".

(13) Claes Pullen uit Dussen, 84 jaar [geb ±1437] heeft een deel van de Roede Camer gekocht [1/2 morgen, zijnde 1/3de deel] belent: west Joost van Muijlwijck, oost Adriaen Camerlinck uit Breda die zijn deel heeft verkocht aan Beijser Eenen.
De Brassert is altijd land geweest, maar kleiner. Willem van de Eem kwam 60 jaar geleden [1461] zijn oorspronkelijke land bekijken [9 morgen] en gaf dat in bruikleen aan Claes Pullen. Omdat het land daarna niet meer is opgeëist door de erven van Willem van de Eem heeft Claes het land aan de Heilige Geest Dussen vermaakt, die het thans aan Broer [Adriaen Aertszoen] in gebruik hebben gegeven.
Van Dierick Bruijnszoen, wonende aan de Gijssen, heeft Pullen visrechten bekomen bij de Brasser genaamd Broetkiste.
Het land waar Bruer woont was 50 jaar geleden [1471] al land. Het land vóór Dussen, dat meester Evert de Veer daar heeft, is 20 jaar geleden [1501] land geworden. Zo'n 25 jaar geleden was het [nu] beste land tussen Broer en de dijk van Dussen "nyt dan water ende wolcken". Evenzo tussen het land van Broeders en de dijk naar Almkerk. Meester Evert heeft aldaar de Groote Laer [12 morgen] en de Cleijne Laer [7 morgen] dat altijd land is geweest sedert de inbraak, behalve de Cleijne Laer die aan een kant was afgeslagen maar nu weer aanwast.

(14) Adriaen Aerts[zoen] alias Broedere°, wonende op een landhuis [± 20 jaar geleden, rond 1500, gebouwd door Claes Pullen] voor aan de Dussen op de kant van het water genoemt Muggenburcht, oud 80 jaar of daar omtrent [geb. ±1441], heeft Grooten Brasser in gebruik vanaf de tijd dat hij op de Muggenburcht is komen wonen [±16 jaar geleden, in 1505]
° Aart Aartszn was richter van Muilkerk en Munsterkerk in 1470 en behoorde tot het geslacht Stael. Daarnaast behoorde Ariaan van den Eik Aartszn in 1516 tot het college van richter en heemraden in Dussen in Muilkerk. Mogelijk was een van deze twee dezelfde persoon als "Broedere".

(15) Willem vander Duijn, wonende buitendijks ande Dussen, oud ontrent 60 of 70 jaar verklaart dat hij buitendijks Dussen sedert 35 of 36 jaar [±1485/6] de helft van 28 morgen land in bezit heeft alwaar hij ook op woont genoemt tHof van Dalen, terwijl de andere helft aan meester Evert de Veer toebehoort. In de Rijetbossen bij den Brasser claimt hij geen rechten, wel echter in den Brasser waar hij 2 weren land heeft gekocht van Claes Pulle die hij echter niet kan gebruiken omdat hem dat belet wordt door Broer die het betreffende land in gebruik heeft.

(16) Adriaen Corneliszoen, gewaert rechter, wonende anden Dussen, oud 50 jaar, "seijt dat het hogelandt onder Dussen altijd soo hoech geweest is als nu en dat het de naeste 30 jaren rontomme daer Brueder woent ende voerts die Lare ende daer ontrent altijt weijlant geweest is, al waren er ook veel laechten in. In de Korn, waar een lant gelegen tussen Boeijens Grient en meester Everts landt placht een mans lengte onder water te staen, is nu goet lant maer noch nijt bruickbaer omdat het vol duijl staet en hij weet niet wie het toebehoirt".

(18) Rietbosch gelegen bij de Brasser - waarvan Claes Pullen de grootte zou kunnen aangeven - zou aanbestorven zijn van hun ouders door verschillende personen [allen van buiten Dussen], doch die konden hun claim niet onderbouwen, waarna Jan Robrechtszoen, duerwairder, den aanwas in handen van de Keiserlijke Majesteit heeft gesteld.

(20) Govaert Heijndricx[zoen] alias cooman Govaert, oud 67 jaar, en Laurens Heijnrics[zoen], oud 77 jaar, uit Werckendam, zeggen dat de Wierincxwalt "bij staende lande een landtscheiding is geweest tussen tLand van Althenae ende Zuijthollandt, loopende oesterwaerts van de torre van Werckendam uuijten noerden zuijdwaerts naede Hollandtsche Graef toe".

(23) Jan Boeijen Willems[zoen] uit Almkerk, oud 64 jaar, zegt dat de Boijens Grient hem en zijn ouders altijd heeft toebehoort. De grient [1 morgen] strekte zich uit zuidwaarts van de Alm naar de Groote Laer toe en was wel 60 jaren oud.
In den aanwas lagen weeren toebehorende aan Loij Ockers kinderen uit Meeuwen. Het westwaarts gelegen land was onbekend van wie. Het oostwaeats gelegen Sammels Werf was van ene Sammel [9 jaar geleden overleden] uit "Hoerner of Blocklandt".

(26) Michiel Adriaens[zoen], oud 86 jaar, wonende tot Waspick, "zeijt dat voer zijn gedencken gestaen heeft een huijs upt tEelant alias dat Hoechlant, daer Willem Verduijn nu woent. In zijn jongen dagen zag hij daer ontrent veel hovelen staen, die sichtent al verlant zijn, daer Bruerdere als nu up woent en oick dair meester Evert de Veer grootelick in geerft is. Zeijt tevens dat indien die hoevel over die 50 jaren bewast ende bekijmt hadden geweest [als die nu zijn], men soude tselfde wel bedijckt hebben, alsoemen Dussen bedijckte [Kornsedijk]. Echter tussen de hovelen liepen twee grooten diepten [vermoedelijk West - of Oostkil en Kalversteegsche Gantel] dair tlant doer waterde ende oeck datmen met schuijten doer vaeren mochte".

(33) Diezelfde Michiel Adriaenszoen uit Waspik toonde schriftelijke bewijsstukken dat hij in 1487 een stuk land [grootte onbekend] gelegen in Bilwijck gekocht had van Gerrit Adriaenszoen in een aanwas nu genoemt De Peerboom. Betreffende weer land was vóór de overstroming van Pieter Geeritszoon geweest en daarop stond ook diens huis. Het grensde aan tLijl Weer "ende nog een campken land streckende vander Mase ten Middel toe".

(34) De weduwe van Floris van Wijffliet Janssen, namens haar zoon Joosten [Joest], verklaarde dat de hofstede van Wijffliet met vogelarij, visserij, alsook Molenwerf en Capelwerf aan haar zoon toebehoort. Dit met toestemming van juffrouwe Van der Dussen [Katherina van der Dussen] waarvan zij de goederen in leen heeft. Omdat dit niet strookte met de leenboeken van Jan van der Dussen is gevraagd naar de oude leenbrieven, doch die bleken in bezit van Belie van Wijffliet, zuster van Joest, wonenende in Delft aan het Coninxvelt bij de juffrouw Van Cralinge. Niettemin is zij 's anderendaags de leenbrief komen tonen die zelfs verder ging dan de eerder getoonde copie omdat nu sprake was van de gehele Wijffliet werf in plaats van alleen de hofstede.

(37) Op 1 juli 1521 zijn de commissarissen uitgevaren met aan boord Adriaen de Decker, Jan Noert en Pieter Claesz[oen] alias IJlen, allen schippers. Zij verklaarden dat de [rivier] de Voeren een breed water was geweest, stromende van oost naar west. Het land daaromheen heette Voernsaterwaert en was gelegen zuidwaarts van de Alm en Almsteijn. Almsteijm lag hoog ten noorden van de Roode Camer, terwijl Broerders woning zuidoostwaarts staat. Verder zuidoostwaartser lag de Groote Laer "die vast oest hem thoende die toern vanden Dussen".
Verder oostwaarts varende kwamen zij bij een aanwas genaamd Heer Ghijsbrecht Werf, gelegen aan de zuidzijde van de Alm. Omtrent een groot boegschot ten oosten daarvan lag Molen As [Molenwerf] en oostelijk daarvan Boijen Grient. Nog verder oostwaarts lag het Ouwe Veer, "twelck is een groote wildernisse, dair up staet een groeten willigen boem die ons geseijt worde te staen up die Hollantsche Graef, scheijdende tLandt van Althenae van Zuijhollandt."

(40) Cornelis Reijers[zoen] uit Almkerk, wonende bij de Sinte Laurens Capelle beneden aan de [Kornse]dijk, verklaarde dat de Hollantsche Graef gelopen zou hebben westwaarts naar Dordrecht vanaf dat Oude Veer, waarmee men overgezet kon worden. Tevens toonde hij ons "eenen grooten dijcken willigen boom" staande noordoost van Boijen Grient "ende redende oest ende west up die toern vanden Dussen kercke, ende zeijde dat hij vanden ouders hadde hoeren seggen dat die boom stont up dat Oude Veer.

(42) Boeijen Staes[zoen] pachtte de Sammelswerf van Aert Sammels[zoen]

(43) Dirick Adriaens[zoen], schout van Munsterkerck en Jan Godscalcx[zoen], schout van Muijlkerck, verklaarden dat oostwaarts van de Laer de aanwas Goede Poerte lag die beheerd werd door de erfgenamen van Emont Mathijs[zoen] en Jan Maes[zoen]. Deze aanwas strekt tot aan dat Eellant groot omtrent 14 morgen, toebehorende aan juffrouw Katherina van der Dussen.
Eellant lag buitendijks zuidoost over de Mase [buitendijks ter hoogte van de Sluis, ten westen van de Loswal]. Zij heeft tevens 20 morgen aan de zuidzijde van de Mase en aan de noordkant grienden die zij geerfd heeft omdat deze grienden grenzen aan haar binnendijks gelegen land.
Ingelanden van de grienden zijn: Dirick Adriaens[zoen], het mannehuis van Dordrecht die het gehad hebben van Gerit Schaert en Aert van Dijck Pieters[zoen], kinderen Adriaen Geerits[zoen], allen wonende in Dussen. De beide schouten hielden ieder jaar in de kerk zitting waarbij rechthebbenden op de aanwassen zich konden melden waarna het overblijvende deel als gemeint werd aangemerkt. Echter in praktijk weiden ongerechtigden hun vee op het land waardoor gerechtigden dit niet kunnen beheren.
Zij zeggen voorts dat de Willem van Drongelen erfgenamen, Claes Pullen en Willem Verduijn beweren daar land te hebben en Claes Pullen en Adriaen Cornelis[zoen] daarvan zouden weten.
De Laer wordt beheerd door: Jan Vrancke[zoen] erfgenamen uit Dordrecht, klooster Eemsteijn en Boeckelaers erfgenamen. Adriaen Aerts[zoen] alias Bruerdere, Jan Beijers[zoen] en Jan Beijnen, allen wonende buitendijks in Dussen, graven ongeoorloofd door het land van anderen zoals het gasthuis van Geertruidenberg, terwijl zij tevens hun buren min of meer dwingen mee te graven zoals: Boeijen Staes[zoen] die daar land in gebruik heeft van de erfgenamen Boeckelaer.

(45) Adriaen Aerts[zoen], alias Broeder huurde, in tegenwoordigheid van zijn moeder Adriana, de Grote - en Cleijne Brassert inclusief den aanwas die door niemand beheerd wordt. Tevens had hij voor 10 jaren in huur de visserij vanaf de Grote - en Cleijne Brassert tot aan Voerenwerf gelegen aan de Rode Camer, echter zonder de vangst op zalm en steur.

(46) Adriana, Bruerders huijsvrouw, heeft voor Pieter Aerts[zoen], haar zoon, de Schelpaerts[zoen]werf gehuurd. Tevens werd Adriana opgedragen haar man [Bruerder] geen geld te laten betalen voor 13 morgen buitendijks land te Dussen in de buurt van hun huis voor de erfcijns van Floris Biscop Adriens[zoen] uit Rotterdam of voor 1 morgen in cijns van Cornelis die Houthacker uit Dordrecht.
Volgens Adriana had haar zoon Jan [Adriaenszoen] een weer van 6 morgen ten westen van hun huis gekocht van de kerk van Geertruidenberg. Ook had hij 2 morgen gekocht van lieden uit Alblas, eveneens westwaarts van hun woning. Daarnaast huurde hij van de kruisbroeders uit Woudrichem twee morgen.
Engelbert, die aan de sluis van Dussen woonde, huurde van de erfgenamen van Joost van Muijlwijck 2 morgen die ten westen van Bruers huis gelegen waren. Eveneens ten westen van Brueders huis, heeft Heijnrick Wouters[zoen] van der Dusse 2 morgen gekocht, terwijl Geertruijdt Toenen en haar erfgenamen daar ook 2 morgen land hebben.
Ten westen van de sloot die bij hun huis lag, had Jan Vranken[zoen] een hoeve en de baljuw van Zuidhollant eveneens 2 of 3 hont land. Tevens verklaarde Adriana dat Jan°, de schout van Dussen, 6 of 7 morgen land gebruikte, gelegen buitendijks omtrent de dijk van Dussen.
° Mogelijk betreft het hier Jan van Honswijck Willemszoon. Hij was vijf jaar eerder, in 1516, namelijk de enige Jan in het achtkoppige college.

(49) Adriaen Cornelis[zoen] huurde het grote rietbos ten oosten van Rode Camer, strekkende van het Camergadt oostwaarts tot Scelpaerts[zoen]werf tot zover het verland is.

(50) Cornelis van Dijck Pieters[zoen] uit Dussen huurde een werf van ± 5 morgen in het Hillekens Gadt ten oosten van den Brassert.

(51) Adriaen van Dijck Pieters[zoen], Boeckelaers erfgenamen en de weduwe van Jan de Vries huurden gezamenlijk van Jan Willem Rengaerts[zoen 1/6 deel van 32 morgen, gelegen buitendijks. Het Boeckelaersdeel werd verhuurd aan Boeijen Staes[zoen].

(54) Adriaen Philips[zoen] van Nederveen, wonende te Ghijessendam bezat 18 morgen in de Cleijnen Brassert, gekocht van Jacob Janssen en Geerijt Dierics[zoen] oorspronkelijke afkomstig Jan Dirics[zoen] oude vader. Hij heeft hier echter geen bewijstukken van, noch heeft hij enig profijt van dit land genoten omdat Broeder [Adriaen Aartzoen] hem dat belet heeft.

(68) Juffrouw Lijsbeth, weduwe Willem Willems[zoen], verklaarde dat haar man 40 jaren geleden [1481] 19-20 morgen land gekocht heeft in de Groote - of Cleijne Laer te Dussen, waar hij echter nooit geen profijt van genoten heeft, ondanks dat het land zo hoog gelegen was dat er haver op gezaaid werd. Door de oorlog tussen Utrecht en Gelre heeft zij het land 11-12 jaren geleden verkocht aan meester Everaert Veer die haar echter nog 12 ponden grooten Vlaams schuldig is, waardoor deze nog geen eigendomsbrieven heeft.

(69) Willem Willems[sen] had indertijd het land in Groote - en Cleijne Laer, groot 23 morgen, gekocht van Jan van Galissien. Betreffed perceel was voor 3-4 ponden grooten Vlaams verkocht aan meester Evert de Veer.

Tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden van de commissie.

Deze laatste verklaring werd opgetekend op 20 juli 1521. Hierna werden de werkzaamheden tijdelijk onderbroken, om eerst pas weer in april 1523 te worden hervat.

(74) Aert Meeus uit Geertruidenberg, oud 62 jaar, verklaarde dat de Maze midden tussen Wijffliet en Cloosteroord doorliep, zodat Molenwerf, Adriaen Maessenswerf, Langewerf, Peerboom en Voichtwerf langs de Maze lagen. Haerswaert lag aan de zuidzijde van de Maze, hoewel het thans zeer droog is en daardoor niet wordt bevist. Van de kerk van Haertswaert heeft hij daar de stenen nog gezien. Monsterkerck lag noordoostelijk van de Maze tussen de Alm en Voerewerfen en wordt niet bevist [dat stond dus toen al droog].

(75) Adriaen Aerts[zoen], alias de Bruer, oud 82 jaar [geb. Sliedrecht 1441], wonende op de Muggenburch te Dussen, maar 50 jaren [tot 1491] in Sliedrecht gewoond hebbende, verklaarde dat de Graef een landschijding en waterkering was vanaf Dordrecht oostwaarts krommend naar Almkerk. Tussen de Maze en de Graef lagen: Alluijsten, Scerpenshouck, Almsvoet en Eemskerck of Eemsteijn. Bruers huis te Dussen staat op 12½ morgen grond van Floris Adriaens[zoen] Bisscop uit Dordrecht of diens erfgenamen, in erfcijns bij Claes Pullen die het aan Bruer verhuurt. Het perceel is altijd goed land geweest sinds hij hier 22 jaar [ca. 1501] geleden op kwam wonen.

(76) Pieter Adriaen Aerts[zoen], zoon van Bruer, oud 35 jaar [geb.1478] en zijn vader zeggen dat er in de weer van Floris van Bisscop 2½ morgen liggen die de weduwe Adriaen van den Dussen verhuurt aan Jan Bruijnsten, alias Jan Adriaens[zoen] hun broer respectievelijk zoon.
Pieter Adriaens[zoen] heeft er gekocht 3 morgen van Cornelis Dirics[zoen] die houthakker te Dort. Meer westwaarts zijn de geërfden in de Pieter Barentsweer: Heijnrick Wouterssen aenden Dussen, Geert Loenissen weduwe en Cornelis die houthakker. Daar ligt ook de Replaersweer waar IJsbrant Laurenszoen, wijntapper uit Gorinchem, 2 morgen huurt van Jan Bruijnssen [alias Jan Adriaenszoen], terwijl 2 morgen toebehoren aan de kruisbroeders van Woudrichem. Voorts ligt er de Weer van de kerk van DenBerg die Jan Adriaenszoen gekocht heeft.
Ook ligt er de Jan Vranckezoen Houve die gebruikt wordt door Jan van Beijne. In die hoeve heeft ook Jan Jacobszoen, wijlen [voorheen] baljuw van Zuijhollant, land dat hij aan Claes Oom verhuurt. Aldaar pretendeert Thonis Mathijszoen uit Heusden, zwager van Claes Pullen, land te hebben maar Jan Vranckenzoen en Jan Jacobszoen beletten hem dat.
Ten westen van Jan Vranckenzoen Houve heeft Floris van Coulster bruikbaar land. Tussen de hoeve en Plackweer ligt een weer zaai- en hooiland in bezit van Jan Schalken [van Honswijk], schout van Muilkerk, en van Sijmon of Philips Damassen uit Dordrecht. Hun landbezit wordt echter betwist door meester Everardt de Veer. Ook claimen de kerkmeesters van Muilkerk, Jan van Houtsack aenden Dussen en Jan Block uit Dordrecht er land te hebben. Hun land zou gelegen zijn ten westen van de nieuwe sloot aan Neelken Beelen die houthakkerslant.
Voorts verklaren zij dat boven Broeders huis over de sloot tot meester Everaerts land wel 400 morgen land ligt dat deels wordt beweid en gebruikt in het gemeen, maar dat nog onbesloot is. Hiervan wordt 36 morgen gebruikt door Thomas Boeckelaer c.s., voorheen gehuurd door Pieter Adriaenszoen en thans door Benijen Staessen aenden Dussen. Tevens bezit Jacob die Vriese uit Dordrecht hiervan 1/6de deel. De overige eigenaren zijn onbekend maar die weet Adriaen Corneliszoen, des baljuws gewaard rechter te Dussen, wel te noemen.

Afschrift van het cohier van de ingelanden over de laatste twee jaren, getekent met H.
- Art 1. Ingelanden zijn onbekend met bewering dat de kerkmeesters van Dussen [Muilkerk) 4 morgen land te Dussen [zouden] hebben;
- Art 2. Het land aldaar zou toebehoren aan Willem vander Duijn en is genaamd den Rietwerff;
- Art 3. Heijnrick Wouters heeft 3 morgen gekocht in de Pier van Berrents weer van Lijsbeth Jacobs dochter dat gemeen licht met land dat Pieter Adriaenszoen gekocht heeft van Cornelis den houthakker;
- Art 4. Van de 14 hont weten zij niet meer dan dat het gelegen is boven Jan Beijnen;
- Art 5. Jan van Houtsack c.s. heeft 8 morgen land aan de noordzijde van de Dussen, achter Broeders huis en aan de westzijde van Florijs Coulsters land;
- Art 6. Jan van Houtsack c.s. heeft tevens 4 of 8 morgen land liggende van Broeders huis int gemeijn van 350-400 morgen land maar waarvan zij geen bewijzen hebben omdat het in het gemeen gebruikt wordt;
- Art 7. Loenis Heijndricszoen erfgenamen hebben 3 hont land in het Kilvliet;
- Art 8.e.v. Dat zij voorts niets meer weten anders dan dat Jan Dirck Ruttezoen, wonende aenden Dussen op de dijk, van Jan Roeloff Danielszoen erfgenamen gekocht heeft land binnen- en buitendijks strekkende tot aan de Maze, maar waarvan zij de grootte niet kennen. Bovendien is die Middelt een waterkeeringe geweest die nu deels binnen- en buitendijks ligt.

(78) Floris Diricszoen dat tOuwe Veer [Veer van de Grontwilligen van Munsterkerk] ende Boijen Grient ten zuiden van de Alm liggen in Zuithollant en dat het Ouweveer toebehoort aan Jan Adriaensen te Woudrichem en Aert Janssen te Almkerk.

(79) Ocker Loijezoen, wonende te Meeuwen, en zijn broers Pieter en Aert alsmede zijn zusters hebben gezamenlijk een werfken van 3 morgen genaamt Heijman de Mommersweer, die van hun vader was. Voorts gebruikt Cornelis Novales een grote brede werf die hij van Jan Beijnen huurt die strekt tot aan de Laer toe.

(80) Aert Sammelssen toonde drie leenbrieven inzake drie morgen land in de Voirsater Waert voor Sammels deur. De eerste brief uit 1391 "altere Marci evangeliste" beginnende met "Wij Janne vrouwe van Brederoede". De andere brief uit 1392 "des maensdachs na Sint Jan ante portam Latinam" en de derde uit 1361, den 22ste mei.

(87) Juffrouw Alijdt van Wijffliet, weduwe van Floris, en Joost haar zoon, toonden een brief van 10 mei 1521 inzake het in leen hebben van de heren van Dussen: de hofstad van Wijffliet met 14 morgen buitendijks land in Munsterkerk, met de Molen- en Capelwerf, en met daarbij de Maes en het veer.

(91) Op 20 april 1523 verklaart Dierick Adriaenszoen, oud 50 jaar en sedert 12-13 jaren clerck van Dussen [vanaf ±1510] en aldaar ook wonende, Dat in Dussen plekken liggen die reeds geruime tijd land zijn, zoals: Groote en Cleijne Lare [25-30 morgen]. De kerk van Dussen had van de erfgenamen Van den Eijck [vermoedelijk schepen Adriaen Aertszoon van der Eycke genoemd in de Informatie van 1514] een stuk land [4 of 5 morgen] ontvangen bijna naast de dijk gelegen. Over 1 morgen land buitendijks bestond onenigheid met Meester Evereaert [de Veer] die beweerde dat het bij de Laer behoorde evenals de steeg die er tussenin lag. Meester Everaert [de Veer] had 14 morgen vast aan de Laer. Willem Verduijn had 14 morgen ten zuidoosten van de Laer, waar hij ook op woonde, dat hij gekocht had van Adriaen van Rijswijck. Vandaar richting de dijk hadden Thomas Boeckelaer en Jacob de Vriese land. Meer noordwaarts aan de dijk lag het land van Aert van Dijck. Het Huis van Dordrecht ende Adriaen Geeritszoen erfgenamen c.s. bezitten 2 morgen strekkende vanaf de dijk tot de Maas, die aldaar niet ver van dijk verwijderd stroomde. Dit land begint aan de sluis, noordwaartser waar de Dussen in de Maas stroomt en zo naar Goede Poerte en het land van Altena. Daaraan ligt nog 'lant in t gemeijn' waarvan jaarlijks in mei in de kerk schaeringe wordt gedaan. Die vrouwe vanden Dussen mit den castellijn hebben daar vijf mergen lants buijtendijcx en hebben daar brieven van. Bovendien heeft die Juffrouw vanden Dussen [Katherijne van der Dussen] twee weerden buitendijcx bijder sluis aan den Dussen strekkende zuidwaarts op, het welk zij in leen houdt, geheten tEelandt ende liggen beijde aen die zuidzijde van de Mase, 't een onder Capel, 't ander onder Cleijn Waspik zoals de brieven omschrijven. Voorts is er noch een waart toebehorend aan Juffrouw Katherijne vanden Dussen, in leen van de heer van Nassau, doch over de Mase gelegen en ook tEelandt genoemd, groot 13 of 14 mergen in Waspik. Dit was gemeen land waar Claas Pullen veel aan geslegen was maar na zijn vertrek eenieder gebruik van maakte. Volgens Claas Pullen had hij dit land gekocht in Utrecht en Amsterdam. Ten tijde van Claes Pullen hadden Loenis Heijndricszoen en de kerk van Dussen en anderen uit Den Berg daar ook land en profijt van hoewel Claes Pullen daar breed genoeg weidde. Dit gemeen land ligt ten zuid-westen van den dijk

(92) Adriaen Cornelissen, gewaerde rechter, verklaart dat juffrouwe van Wijffliet, een oude vrouw van Oisterhout, ook land heeft in de Corn. Dirck Adriaens zegt dat over die Laer, zuidwaarts richting De Sluis [Munsterkerk] ligt een grient en de aanwas die gemeen gebruikt wordt met inbegrip van die Hooch Campen en achter Broer ligt het kerkhof van Munsterkerk vanaf de rechte Houck en strekt oostwaarts tot aan de grient en Hooch Campen, waarvan de eigenaren hem onbekend zijn. Hij verklaart tevens dat de Sluis van Dussen meer oostwaarts ligt richting Meeuwen. Herper Adriaenszoen aanden Dussen heeft tot aan de Maas twee of drie hont land zowel binnen- als buitendijks. Daarna volgt Jan van Beijnen land, deels binnendijks, waarvan hij de grootte niet weet maar waarop Jan van Beijnen woont. (93) Jan van Beijnen wonende aan de Dussen, omtrent 40 jaar oud [geb 1483], verklaert samen met Dirck Adriaens dat zijn land loopt buitendijks tegen de dijk van Dussen aan en binnendijks vanaf de Middelt [ook genoemd Vlietje dat van oost naar west door het Zuideveld stroomt] door de dijk tot aan de Maas toe. De Maas ligt aldaar 25 of 30 roeden van de dijk af en zijn land met huis en hofstede is omtrent 2 morgen groot. [Vervolgens krijgen we een opsomming van de percelen land vanaf ongeveer de Oudestraat in oostelijke richting tussen de dijk en de Maas tot aan de oostgrens van Munsterkerk met Meeuwen in het Rommegat.] Daaraan grenst Pieter de Hollander, hetgeen Willem Scalkx gekocht heeft tot 2 hont buitendijks. Daaraan grenst land binnendijks van het Heilig Sacraments gasthuis, dat Jan van Beijnen gebruikt en waarvan 2 hont buitendijks ligt tot aan de Maas. Daaraan grenst 3 hont buitendijks land van Heijndrick Wouterszoen aende Dussen. Daaraan grenst het voornoemde gasthuis en land van Heijndrick Huijgezoen dat hijzelf gebruikt en dat buitendijks aan de Maas omtrent 2 hont is. Daaraan grenst Adriaen Aart Janssen aende Dussen kinderen buitendijks land tot aan de Maas groot 1,5 hont. Daaraan grenst de ambachtsvrouwe van Dussen met een hont land buitendijks met een weg [mogelijk de weg langs de Gantel vanaf de Sluis richting Waspik] die zij gekocht heeft om op de Maas te kunnen komen met haar beesten en die daar te weiden. Daaraan grenst Willem Schalcken weduwe met 2 hont land. Daaraan grenst Jan Diricszoen met de nonnen van Dordrecht, groot omtrent 2 morgen tot aan de Maas, die aldaar verder van de dijk af ligt. Daaraan grenst Adriaen de Milden land dat voor ongeveer 0,5 morgen buitendijks ligt. Daaraan grenst Jan Huijgen aende Dussen met stijf een halve morgen buitendijks land. Daaraan grenst Imbrecht Hermanssen aende Dussen met 4 hont. Daaraan grenst Jan Pieterssen aende Dussen met omtrent een morgen land. Daaraan grenst Adriaen Oert Janssen kinderen met 4 hont buitendijks land. Daaraan grenst Jan Potter Lourieszoen met buitendijks 2 hont lant. Daaraan grenst Jan Diricszoen land tot aan de Maas die aldaar niet ver van dijk vandaan stroomt. (94) Voornoemde Jan Diricszoen verklaart dat zijn land zowel binnen- als buitendijks ligt en dat het gedeelte buitendijks 3 morgen groot is en dat zijn huis op de dijk staat en dat hier de grens van Munsterkerk is en daarna Meeuwen begint. Voorts verklaren Dirick Adriaenszoen en Jan van Beijnen dat de aanwas tussen de dijk en de Maas toebehoort aan de ambachtsvrouwe van Dussen ende: 'heeft die Mase lange toegeweest, dan tot Rondegat ist noch week'. Tevens verklaren zij dat de aanwas over de Maas meer zuidwaarts, toebehoord aan die van der Capelle en dat die aanwas tot aan het water door de ambachtsvrouwe gehuurd wordt van hen. Tevens verklaren zij dat de Middelt [van oost naar west door het Groot- en Klein Zuideveld] een vliet met een straat is geweest en dat deze binnendijks door Munsterkerk loopt tot aan ongeveer het huis van Claes Maessen aan de dijk bij de Goe Poorte [=Putten] om vervolgens door de dijk westwaarts van het gebied van Goe Poorte te stromen. (95) Jan van Beijnen verklaart dat hij de helft van een hoeve land gebruikt van Jan Vranckezoen en van een hantschoenmaker uit Dort op de Nijeuwe Brugge. Dat land ligt op t Kerckhoff achter het land van Broeder dat allemaal t Kerckhoff genoemd wordt en ligt omtrent 2 morgen vanden Dussen tot aan de Middel toe. Op de andere helft van deze hoeve land wordt aanspraak gemaakt door Jan Jacobszoen, wijlen de baljuw van Zuidhollant, Claes Pullen erfgenamen en Jan de Raeds kinderen in Zwijndrecht of Sint Anthonis polder. Deze helft wordt gebruikt door Claes Oem in de Molenaers Graeff en is ongeveer 2 morgen groot. Jan Vranckezoen heeft ook nog de helft van 3,5 morgen grient die vóór Broeder ligt. De andere helft is van Potter Loeniszoen aenden Dussen die Potter en Jan van Beijnen ieder voor de helft gebruiken. Jan van Beijnen betaald voor het gebruik van deze twee stukken land 5 Rijns guldens per jaar. Jan van Beijnen gebruikt op de Laer ook 2,5 morgen land die op de Achter Laer liggen en eigendom zijn van de nonnen van Dordrecht. Hoewel hun brieven reppen over 32 morgen strekt hun land van den Alm tot de Middel toe. Jan Vranckezoen heeft ook nog omtrent 2 hont land op de Achter Laer ten westen van de nonnen van Dordrecht dat door Jan van Beijnen gebruikt wordt en inbegrepen in de huur van 5 Rijns guldens die aan Jan Vranckezoen en de hantscoemaker uit Dordrecht betaald worden. In t Kerckhoff zijn geerfd: Potter Loeniszoen, die kerck vanden Dussen, Floris van Colster, Katherijne vanden Dussen tot Oisterhoudt wonende voor 3 morgen dat echter nog geen land is, Jan Schalck en Jan Vranckezoen. Floris van Colster heeft aldaar 2 morgen begraast land dat gehuurd wordt door Aert Janssen. Voorts hebben Jan van Houtsack aenden Dussen en Claes van Campen aenden Dussen met die van Capelle samen omtrent 1 morgen begraast land. Het geheele Kerckhoff is onbegraven en wordt voor scharing benut. Floris Bisscop heeft ook 12 morgen op t Kerckhoff dat door Broeder gebruikt wordt, die aan de noordkant van Kil naast 't Kerckhoff woont in een huis aan de westzijde van de grient. Broeder is voor een deel van 't Kerckhoff begonnen te begraven. (96) De voornoemden Jan Godscalxzoen [van Honsewijk] en Dirick Adriaenszoen [schepenen] verklaren dat joncker Ferijck van Herler [Herlaar] ambachtsheer is van Muilkerk onder de graaf van Nassau en in Ammeroije woont. Muilkerk en Munsterkerk worden van elkaar gescheiden door De Dusse en de grens met t Land van Althenae is de vliet ten noorden van de Ka die zo 3 of 4 jaren geleden verhoogd en verzwaard is geworden door die van Muilkerk. Het ambacht van Muilkerk heeft slechts weinig begraast land buitendijks. De Corn ligt in Muilkerk en is binnendijks van Jan Pierssen inden Dussen en loopt buitendijks door in de Corn, groot omtrent 1 morgen en de oostzijde begrenst door het land van meester Everaert. Meer noordwaarts liggen nog meer hoeven. Jan Schalck verklaart dat hij aan t Kerckhoff buiten die Dussen 10,5 morgen land heeft, naast de Plackweer, zich uitstrekkende van de halve Dusse tot de halve Alm middelt toe. Dit land is voor de ene helft altijd land geweest tot aan de inbraak toe, waarop een huis stond. Volgens getoonde brieven werd 5,5 morgen land op 28 juli 1461 door Jan de Voocht verkocht aan Jan de Wit Janssen. De andere helft werd door de kinderen van de overleden ouders van: Claes Claessen, Aert Janssen en 2 anderen op 10 oktober 1518 overdragen aan Jan Schalck. Voornoemde Jan en Dirck verklaren voorts dat op t Kerckhoff de kerk van Dussen omtrent 5 hont land heeft. De kerk van Dussen heeft ook eenderde deel (=3 morgen) van de Plackweer in bezit, waarvan de helft begraast is. Boven t Plack Weer aan de andere kant van de sloot heeft Heijndrick Wouterszoen 3 morgen en Potter Loeniszoen 1,5 morgen land dat half begraast is. (97) Dirick Adriaenszoen en Jan Godscalcxzoen [bestuurders] met Adriaen Cornelissen, gewaerde bode des baillius van Zuijthollant, wonende up die Dussen, verklaren: dat ten westen van het t Hoffweer alias Hoff van Dalen van Willem Verduijn, 6 morgen land aan de Snethdijck liggen, voor de helft eigendom van meester Everaerdt en voor de andere helft behorende aan de weduwe en erfgenamen van Claes Pullen. Daaraan grenst het Craij Weer, groot 9 morgen, meestal land, waarvan Jan Schalck aenden Dussen 2,5 morgen heeft en 1,5 hont, Daniel van Drongelen in Besoijen 1,5 morgen, het klooster van Eemstein 2 morgen en tenslotte meester Everaert de Veer met 11 hont gekomen van Geerit Joosten en 2 morgen gekomen van Jan Boijen te Worckum en dat van het huis van Dussen ter leen werd gehouden. Daaraan grenst de Noortweer vanaf de halve Dusse noordwaarts tot de Alm middelt toe, groot 8 morgen, waarin Everaert de Veer, klooster van Eemstein en Jan Boijen priester tot Gorchom geërft zijn en waar niet veel water is. Daaraan grenst Smaelweer, groot 8 morgen, toebehorende aan meester Everardt en meester Jan Boijen, klooster van Eemstein en de Heilige Geest van Dussen met 2 morgen. De zuidkant staat deels onder water. Daaraan grenst Thomas Boeckelaers houve, groot 16 morgen, behoren aan Thomas met Jan Willemssen en Jacob Vriese van Dordrecht. Heer Jan Boije priester tot Gorchom heeft aan de westkant 2 morgen en het klooster van Eemstein ook 2 morgen. In de hele hoeve is wel 1 morgen water want hoe meer westwaarts, hoe lager en dus meer water. Daaraan grenst het Loosweerken, groot 5 morgen 1,5 hont, toebehorende aan die van Oisterhoudt waarvan de een genoemd wordt Maes met eenoog en de andere Dammas Philipszoen met 1 morgen waarvan 0,5 morgen water is. Daaraan grenst Wouters Hijs Weer, groot 6,5 morgen, toebehorend aan Dignum in den Rooster in den Hage. Nog lager gelegen komt land van de oude Jan van den Dussen erfgenamen zoals Jan van den Dussen c.s. die 5 morgen hebben strekkende van de halve Dusse tot de dwarssloot toe oftewel tot het land van Tiel Janssen toe. De heer Adriaen Houck heeft daar ook 5 morgen. Tiel Janssen vanden Cornen heeft 5 morgen strekkende van de erfgenamen van den Dussen tot de Alm middelt toe. Ten westen hiervan, met aan de oostkant Broedersloot, hebben de erfgenamen van Loenis Heijndricszoen 3 morgen dat meestal land is. Jan Vranckezoen met zijn metgezellen heeft in het zelfde stuk ook 3 morgen. Daaraan grenst het Kerckhoff dat van Floris Bisscop uit Rotterdam is, groot 13 morgen, waarop Broeders huis staat. Ten westen daarvan heeft Jan Bruijn Broederszoen 2,5 morgen gekocht van de kerk van den Berge. Daaraan grenst juffrouwe Katharina vanden Dussen, wonende tot Oisterhoudt, met 3 morgen dat gebruikt wordt door Jan Bruijn. Daaraan grenst Potter Loenis en Heijndrick Wouterszoen ook aenden Dussen met ieder 3 morgen land waarvan de helft begraast wordt. Daaraan grenst over de sloot Hijman Corman Cornelissen erfgenamen uit Dort met 3 morgen en is ook het Plackweer en in het zelfde weer heeft ook de kerk van Dussen 3 morgen en de erfgenamen vasn Heijndrick Diricszoen aenden Dussen met Cornelis Janssen eveneens met 3 morgen in het zelfde weer, waarbij de grootste helft van het Plackweer land is. Daaraan grenst Willem van Tuijls Weer, groot 10,5 morgen, half water, half land en dat aan Jan Scalck behoort. Daaraan grenst ten westen Jan Vranckezoens Weer en metgezellen waarvan de grootte onbekend is. Daaraan grenst Jan Jaconssen van Minnenbeeck c.s. waarvan de groote ook onbekend is. Daaraan grenst Floris van Coulster met 5 morgen en de laatste weren van Broeders sloot af zijn voor het grootste deel water. Daaraan grenst het 1,5 morgen land van de erfgenamen Roel Danielssen dat Jan Diriczoen aenden Dussen heeft gekocht en 3 morgen van de kerk van Dussen waarvan 1 morgen land is. Voorts verklaren zij: dat van de Middelt tot de Alm toe ligt eerst die Corn westwaarts beginnende van juffrouw van Wijffliet die daar 7 morgen land heeft. Daaraan grenst Samels Werf, dan Boijen Grient en vervolgens land van Loij Ockers erfgenamen te Meeuwen. Ook ligt daar nog een weer, groote onbekend, die placht toe te behoren aan een lijndraaier uit Dordt en die gebruikt wordt door Cornelis Heijnricszoen Non Vales aen die Dussen die het momenteel huurt van Cornelis Janssen uit Breda. Daar ligt ook wat land van Floris Diricszoen uit Almckerck op Ganswijk. Dit land in Boijen Grient stuit op het land van meester Everaert in de Laer. Ook huurt Floris Diricszoen een werf, de laatste in Boijen Grient. Daaraan grenst de Groote Alm toebehorend aan Adriaen van Polanen. Daaraan grenst de Ronden Biesbosch die aan niemand toebehoort. Daaraan grenst de Molen As. Daaraan grenst Ghijsbrecht Werff toebehorende aan Boeckelaers erfgenamen. Daaraan grenst Almsteijn die de laatste is westwaarts tot aan de Alm toe. (98) Dirick Adriaenszoen verklaart onder ede dat sedert 25-30 jaren de Groote Laer aan de dijkzijde wel 3 of 4 morgen aangewassen is, terwijl ook de Cleijne Laer is aangewassen, tesamen 5 of 6 morgen. Twintig jaar geleden waren de beide Laer polders niet zo hoog als nu. De 28 morgen van Willem Verduins land zijn in die tijd ook met zo'n 2 morgen aangewassen, vooral aan de zijde waar het laag en poelachtig is. Het is identiek aan de 27 morgen nu verstevigd en verhoogd waarop men de laatste 6 of 7 jaren gehooid heeft terwijl het daarvoor week was, bezaaid met putten en poelen en begroeid met dellen. Nochthans werd het altijd beweid tot wel 20 morgen. Dat is wat hij weet als bewindvoerder voor 6 of 7 jaren voor meester Everaert de Veer's land aldaar gelegen. Verklaart dat ook Aert van Dijck zijn land bezaaid was met putten en poelen terwijl het toch aan de dijk lag, maar dat het de laatste 6 of 7 jaar sterk verbeterd is. Verklaart dat het land van Floris Bisscop altijd al beweid werd maar wel 20 jaar ingezaaid, dus meestentijds. Ingeslijks met het Kerckhoff land dat hoog land is geweest en niet veel verbeterd is. Verklaart dat de grient de laatste 15, 16 of 20 jaren niet meer dan 5 of 6 morgen verbeterd is en bovendien nooit bezaaid is geworden maar altijd int gemeen beweid. Bovendien liggen daar veel vleggen [spleten of scheuren] van slijk en kuilen zodat het 2 norgen verbeterd zal zijn. Verklaart dat Claes Maessen land omtrent 0,5 morgen verbeterd zal zijn sinds de laatste 20 jaar. (99) Jan Godscalcxzoen [van Honswijk], oud 35 jaar [geb 1488] verklaart onder ede dat hij is geboren te Meeuwen maar 9 jaren in Dussen gewoont heeft. Volgens hem is in zijn tijd alleen land aangewassen in de Corn ter grootte van 6 of 8 morgen, begroeid met riet en duil dat binnen een tijdbestek van 8 of 10 jaar goed land zal zijn geworden Verklaert dat hij in de Craijweer derdehalf [3,5] morgen land die hij gekocht heeft van meester Claes uit Werkendam Verklaart tevens dat hij ook 10,5 morgen land heeft zoals hiervoor beschreven[zie 97] dat voor de helft onder water staat. Zestig jaar geleden [in 1463 dus tentijde van aanleg Kornsedijk] heeft op dit land een huis gestaan zodat het altijd land geweest moet zijn. Het slaat nu echter af. Ook heeft hij 1 morgen land in Loosweer die hij gekocht heeft van Dammas Philipszoen uit Dordrecht, ongeveer 1 jaar geleden. Voor dit land en voor de helft van eerdergenoemde 10,5 morgen heeft hij hem een bedrag beloofd van 40 gouden gulden. °Jan Godscalcxzoen uit de informacie van 1523 is niet dezelfde als Jan Willemszoon van Honswijck uit de Informatie van 1514; beiden verklaren namelijk op dat moment 35 jaar oud te zijn. (100) Jan Potter Loenissen wonende aenden Dussen, oud omtrent 27 jaren [geb 1496] verklaart dat hij buitendijks op het Kerckhoff 3 morgen land heeft waarvan 1,5 morgen begraast. Het land slaat af aan de zuidzijde terwijl het aan de noordzijde over de Kil aanwast. Ook heeft hij in de grient 3 morgen samen met Jan Vranckezoen. Ook dit land slaat af aan de zuidzijde. Aan de noordzijde ligt land van de nonnen. Dit land is altijd land geweest, voordien in bezit van zijn vader, die daarop huizen had staan. Verklaart dat hij nog een houve land van 18 morgen heeft waarvan 1,5 morgen begraast maar waarvan hij niet weet waar dit land ligt. Vertelde dat zijn grootvader daar met de Grote Vloed is afgedreven en dat hij het land gemeen heeft met Pieter en Melis Diricszoen uit Capelle en Jan van Houtsack aenden Dussen en mochten die 18 morgen aanwassen dan meent hij met zijn mede-eigenaren recht te hebben hierop. Hij beweert dat hij van de eerste twee stukken eigendomsbrieven heeft. Van het laatste stuk zouden die van Capelle brieven hebben. Hij vraag 5 of 6 dagen bedenktijd of hij het land aan de keizer wil laten of zijn recht wil halen. (101) Adriaen Corneliszoen, gewaerde rechter aen die Dussen, oud omtrent 58 jaar [geb 1465] verklaart onder ede dat hij 48 jaren in Dussen gewoont heeft [sedert 1475]. Hij verklaart dat de beide Laer polders altijd zo groot geweest zijn met uitzondering van het deel aan de dijk waar een doolage [moeras] was en waar het thans aanwast. Zegt dat het land vanaf Willem Verduins land en Boeckelaershoeve tot aan Broeders land toe, genaamt die Grient, omtrent 37 of 38 jaren geleden midden in een moeras lag en buiten aan de zuidzijde was hoog en hard land, het deel wat nu afgespoeld is, terwijl het moeras goed land geworden is. Verklaart dat Broeders land altijd goed land is geweest. Verklaart dat de 7 morgen, geheten t Hoff van Daelen en toebehorend aan Willem vander Duin, altijd hoog land zijn geweest. Doch de andere 21 morgen hebben altijd lager gelegen zodat hij daar tot aan zijn knieën door het water waadde, soms door het slijk ging, terwijl dat land begroeid was met lies en dergelijke. Er was echter ook wel wat hoog land, zo'n 4 tot 5 morgen. Verklaart dat het Kerckhoff hoog land is geweest, maar niet zo breed als het nu is, waarbij hij niet wil zeggen dat het veel aangewassen is de laatste 36 jaar. Verklaart dat die Corren veel aangewassen is zoals hij hiervoor reeds in het jaar 1521 verklaard heeft. Zijn volgende verklaringen handelen over Werkendam. (102) Boijen Staessen wonende aenden Dussen verklaart dat hij geen buitendijks land heeft te Dussen. Hij huurt de houve van Thomas Boeckelaer, 36 morgen groot zowel land als onder water, waarvan echter 2/6de deel afgaan. Een zesde deel trekt Jacob die Vriese uit Dordrecht en wie het andere zesde deel toebehoort weet hij niet. Die 2/6de deel wordt gehuurd door Jan Schalcks c.s. Verklaart dat het landdeel van de houve geschat wordt op 20 morgen inclusief het 2/6 deel dat Schalcks c.s. huurt. Voor het 4/6de deel land betaald hij Jorden van Raemsdonck ten behoeve van de erfgenamen van Boeckelaers 7 Rijnsguldens per jaar. Verklaart dat het land aan de zuidzijde afslaet en niet kan aanwassen omdat het aan de Middelt ligt die als landscheiding fungeert. Verklaart dat de 36 morgen verdeeld zijn in 3 stukken: Stuk 1 ligt op de Hooge Wei en is groot 6,5 morgen waarvan geen 1,5 hont land van is en dat bovendien afslaet aan de zuidzijde. Stuk 2 ligt in de Panne aan de noordkant van Aert van Dijck en strekt zich uit naar de Corn is 11 morgen groot maar die van Drongelen eissen daar 4 morgen van op te weten: Daniel van Drongelen, Griet zijn zuster en Heijl zijn zuster uit Baerdwijck. Deze 11 morgen hoech landt kan niet aanwassen omdat met ene einde aan De Dusse ligt en met het andere einde aan de Laer. Stuk 3 is 18 morgen groot en ligt met eene einde in de Achter Laer doorgaande vanaf de Middel in Dussen, waarvan het deel bruikbaar land onbekend is en het afslaet aan de zuidkant en ook niet kan aanwassen. (103) Cornelis Heijndricszoen alias Non Valet wonende aanden Dussen verklaart dat hij een jaar of twee gebruikt heeft van Jan Janssen en Cornelis Janssen uit Breda en van Anthonis die Wersprake uit Dordrecht een weer land aan de Boijen Grient tussen Claes Aertszoen Grient aan de westzijde en de Boijen Grient aan de oostzijde. Dese weer land is belend van de Middel tot de Alm toe en is omtrent 3 hont begroeid met riet en duijl dat per jaar 18 stuivers oplevert. De commissie heeft Cornelis gelast geen geld te betalen anders dan aan de keizer, waarop Cornelis te kennen gaf zijn handen te willen aftrekken van de huur en de het perceel ter hand te stellen aan de keizer. (104) Jan Mens zegt dat Hubert Herperszoen gehuwd met de weduwe Adriaen Eemonts en Pieter Mathijssen, allen uit Almkerck, gerechtigd zijn in die Goede Poerte conform een brief die hij toonde. De commissie gelast de gerechtigden zich te melden bij haar. (105) Jan van Beijnen wonende aandie Dussen oud 40 jaar [geb 1483] verklaart in Dussen geboren te zijn en 14 jaar met zijn vader op de Grote Laere heeft gewoont, wat inmiddels 20 jaar geleden is. Op de Grote Laer groeide destijds amer en haver en de Laer was toen hoech lant waarin overigens wel enkele pannen [laagtes] lagen die nog dateren van de hoge vloed. Aan de noordzijde tussen de dijk en het land was nog veel water en is aan die zichtbaar lager dan hoger geworden terwijl het aan de zuidzijde afslaet. Verklaart dat er in de grient een grote vloese [begroeide plaats] lag van 3 of 4 morgen die nu verland is, hoewel de paarden daar nog wel tot de knieen door het water waden en er groeit duijl e.d. en het niet kan aanwassen omdat het Kerckhoff daar voor ligt. Het Kerckhoff wast echter aan de voortzijde niet zoveel aan als het aan de zuidzijde afslaat, waardoor het eertijds groter is geweest dan het nu is. (108) 22 april 1523 Willem Jan Adriaenssen alias coman Willem, wonende in Geertruidenberg, oud omtrent 73 jaar [gen 1450], die zijn kennis van de streek heeft door zijn visserij en vogelarij aldaar, verklaart dat het Oude Veer - dat aan de Jan Boijen Werff is gewassen - recht oostwaarts ligt van de dijk naar Almkerck, de Corn van Almkerck noordoostwaarts en de Corn [van Dussen] die Lare en Broeders huijs leggen zuijtwaerts vandaar. Verklaart dat die Hochwei alias tEelandt ten zuidwesten ligt van t Oude Veer en midden in t Eelandt of Hochwei ligt Monsterkerck oost- en westwaarts van Broeders huijs. Verklaart dat die Dussensche Sluis in de Maas liep die daar verland is en dat daar aan de zuidzijde van de Maas land ligt dat 2 boegschoten breed is waarvan hij niet weet door wie het wordt gebruikt. Verklaart dat vanaf de Dussensche Sluis zuid-oostwaarts ligt een werfken rondtom int water genaamd dat Eelandt, groot omtrent 0,5 morgen niet wetende aan wie het toebehoord. Verklaart dat Haertswaert ligt aan noordoostzijde van de Maas en ten zuiden van de Alm tussen Stakenborch en de Maas. Getuige heeft daar op het kerkhof [van Haertswaerde] dikwijls vis gevangen. Daar ligt ook nog een outaersteen die op zijn kant uit de aarde steekt. (109) Aert Janssen Molenaer en Jan Janssoen de bode, gasthuismeesters van Sint Geertruidenberghe, verklaren dat het gasthuis land heeft liggen aenden Dussen dat hen gegeven is door Daniel van de Merwede bastaert, groot 4,5 morgen, gelegen in Monsterkerck op de westzijde van een camp land van 7 morgen - van 5 hont per morgen - liggende tussen Janneken van Muijlwijck erfgenamen land oostwaarts en Waelwijck Pieter Zoens erfgenamen land westwaarts strekkende van de halve Dussen tot de halve Middel toe, conform een brief van 15-2-1472. Verklaart voorts dat het land buitendijks ligt in de buurt van Broeders huijs en dat het gehuurd wordt van Claes Maessen wonende op de dijk van Dussen voor een vergoeding per jaar van 8 schilden min een quartier. Tevens werd een andere brief getoond van 10-12-1464 waaruit blijkt dat Adriaen Noeijdenzoen aan Daniel van der Merwede bastaert gegeven heeft 4,5 morgen land, ongedeeld en ongescheiden met het gasthuis van Bergen gelegen in Monsterkerck. Ten oosten daaraan grenst land van Aernt van Dijck en Pieter Jacobszoen c.s. en westwaerts Walich Pieterszoen, strekkende van de halve Dussen tot de halve Middel toe. (110) Jonge Neel de mandemaker, oud omtrent 75 jaar [geb 1448], wonende in den Berg verklaart dat Hardtswaert placht te liggen tussen de Alm en de Maas en dat de Alm noordwaarts van Hardtswaert stroomde. Getuige weet dit omdat hij aldaar met zijn broers ą 30 jaar geleden [1493] de visserij huurde van Jan van Dussen, schout te Breda. (119) Herber Adriaenszoen aanden Dussen verklaart gerechtigd te zijn in de Molenwerff of Capelle Werf en komt maandag of dinsdag terug om de commissie zijn bewijsstukken te tonen. (124) Hubert Hubertszoen uit Almkerk gehuwd met de weduwe van Adriaen Emontssen verklaart dat zijn vrouw en haar kinderen de helft van Goede Poerte toebehoord, zijnde 34 of 35 morgen alwaar 0,5 hont land is aangewassen, maar waarvan zij nog nooit profijt van hebben genoten. Zijn aanspraken worden gestaafd door een schepenbrief van Dordrecht van 1374 waarbij Wpouter vanden Dijcke en Claes Oom zijn broer aan Gerardt Gillissen verkopen 6 hont lant in Monsterkerck, genaamd Cleijne Kijervliet tussen het land van Jan Westvalincx aan de westzijde en van heer Pieterslandt vanden Steenwege aan de oostzijde. Bovendien nog 9 hont lant gelegen tussen Gerijt Gillissen land aan beiden zijden strekkende van de Maas tot de halve Middele toe. Uit een andere schepenbrief van Dordrecht van 1480 blijkt dat Nan Pieterssen, Adriaen Maessen en Geerit Maessen verkopen aan Mathijs Pieterssen uit Almkerk en Jan Maessen uit Muijlkerck een weer lant gelegen in Monsterkerck, waarvan 11 hont leengoed is, gelegen tussen Merten Pieterssen land aan de westzijde en Maes Geeritsen erfgenamen land aan de oostzijde. Nog een weer gelegen in het zelfde ambacht, genaamde t Breede Weer, tussen Maes Geeritszoen erfgenamen land aan de westzijde en Andries Aertssen erfgenamen land aan de oostzijde. Nog een weer land in het zelfde ambacht, genaamd Groot Kielweer en Cleijn Kielweer, tussen Andries Aertssen erfgenamen land aan de westzijde en Herman Janssen erfgenamen land aan de oostzijde. Het recht van de keizer wordt door hem niet erkend zodat hij op de eerste rechtdag na Pinksteren zijn recht mag halen tenzij hij alsnog anders besluit wat hij dan voor Pinksteren dient te laten weten bij de heer van Giessenburg. (131) Loeij Aertszoen onkent dat hij Pieter Aertszoen Broederzoen gedreigd heeft te arresteren of anders de huur te betalen voor de Scilpaertszoen Werff waarvan Pieter hem nog een jaar huur schuldig is. (136) Willem Jacobszoen uit den Berg, oud 72 jaar [geb. 1451] verklaart dat hij vanaf zijn negende jaar in den Berg woont en dat hij 12 of 13 jaar geleden van Floris van Wijffielt gehuurd heeft de visserij rondom de hofstede of hoogewerf genaamd Wijffliet voor 1 gulden per jaar. Ook huurde hij van dezelfde Floris de helft van de visserij van de Molen Werf en Capel Werf voor omtrent 24 stuivers. De andere helft van deze visserij huurde hij van Gerijt Joosten en Geerit den Teems, die beijde aanden Dussen woonden, voor elk van hen 12 of 13 stuivers en van Pieter Fraenen uit Dordrecht ook voor 12 of 13 stuivers per jaar. Hij heeft de visserij al zo'n 3 jaar niet meer in gebruik. De Capelle en Molen Werf werden destijds gebruikt door Neel Cauwe van dezelfde lieden. Dat land ligt in Wijffliet maar het gewas erop is niet veel waard, voornamelijk ruigte en hoeveel hij er voor betaalde is niet bekend. Verklaart dat Jan vanden Dussen, kastelijn te Berge, sinds Kerstmis laatstleden de visserij van Hartswaert verhuurd ten noorden van den Berg aan de noordkant van de Maas. Huurder is Adriaen van Hardincxvelt wonende in den Berg. Die visserij is wel 20 jaar onverhuurd gebleven, terwijl daarvoor de oude Neel de mandemaker van de oude Jan vanden Dussen, vader van eerdergenoemde kastelijn, de visserij huurde voor 1 zalm per jaar. Verklaart dat Haertswaert bij staende lande een dorp was aan de noordzijde van de Maas met Monsterkerck ambacht aan de oostkant en Eemskerck aan de noordwest kant, terwijl de kerk van Eemskerck pal noordwaarts van de kerk van Haertswaerde stond. Getuige heeft op beide kerkhoven meermalen gevist en ook karper gevangen in de stenen graven waarin de doden begraven waren geweest zo'n 40 jaar geleden [1483]. (144) Daniel van Drongelen wonende in Besoijen verklaart dat aanden Dussen buitendijks land heeft, groot 5 kleine morgen met ten oosten daarvan Kievitsweer en ten westen Punickerswert dat meester Evert de Veen in bezit heeft. Zijn land strekt vanaf de Laersloet zuidwaarts tot Walich Pieterszoen erve en is helemaal land dat zijn ouder 30 of 40 jaren gebruikt hebben waar een paar jaren ganzen gehouden werden door zijn grootvader de oude Willem van Drongelen. De jongen Willem van Drongelen, priester en zijn heeroom, heeft dat land soms in gebruik en weid daarop wat beesten. Daniel heeft het sinds 2 jaar verhuurd aan Frederick van herlaer, ambachtsheer van Dussen Muilkerk voor 3 Rijnse guldens per jaar. Omdat hij de huur niet ontvangen heeft, heeft hij Fredericj verboden het land te gebruiken voor beweiding omdat het land doolage [moeras] is en te moruwe [week, zacht] waardoor de beesten het gras vertrappen. Aan dit land grenst een hoogte die bij hoog water onderloopt en dan zo week en zacht is dat men er niet op kan gaan, terwijl het bij laag water geheel droog ligt. Hij heeft hiervan brieven van certificatie gezegeld door de schout vander Dussen van 5 mei 1519 waarin Claes Pullen getuijgt dat Govert Briesniszoen zegt dat het zijn land was, hem stimuleerde de struiken er vanaf te halen en aan hem te geven, Claes Pullen al meer dan 50 jaar het land gebruikt van de ouden heer Willem, dat de jonge heer Willen het zelf gebruikt en verhuurt. Aert Daniels getuigt hij riet kocht van de oude Heer Willem dat op het land stond. Adriaen Corneliszoen en Herrit Janszoen doen hun eed gestand. Dit land ligt buitendijks, oostwaarts Kievits Weer, westwaarts Punicker Weer, strekkende van de Laersloet zuidwaarts tot Walnijck Pieterszoen erff toe. Daniel van Drongelen met zijn mede erven heeft verzocht met recht aan de vierschaar van Dussen. Aldus naar kennis en waarheid opgetekend hebben wij schout en ik Jan van Hontswijck, ik Claes Claeszoen over deze certificatie bezegeld ons zegel hier aangehangen, jaar 1519 19 mei. (158) 5 mei 1523. Jan Godscalcxzoen schout van Muilkerk verzoekt namens de gemeente in het openbaar in de kerk schaeringe doen en wel in geschrift door Dierick Adriaenszoen, clerck vanden Dussen, en wel als volgt: den morgen, 2 schaer.[schaer is een stuk grond voor 1 volwassen dier] Item Boijen Staessen van Thomas Boeckelaers land, 16 morgen, 32 schaer. Item Dirick Wouterssen, Aert Wouterssen, Heijndrick Wouterssen, 4 morgen, 8 schaer. Item Wouter Claessen, Jan Geeritszoen van Jan de Boije te Berch, 7 morgen, 14 schaer. Item Adriaen Willemszoen van Pieter Veerman, 2 morgen, 4 schaer. Item Claes Claeszoen en Wouter Claeszoen van dat gasthuijs van den Berg, 7,5 morgen, 13 schaer. Item Claes Claeszoen, 1,5 morgen, 3 schaer. Item Jan Boije van Gorchum, 5 morgen, 10 schaer, pastoor van Dussen in huur. Item Jan van Beijnen op t kerkhof 3 morgen van Jan Vranckezoen, nog op die Achterlaer 2,5 morgen en Jan de Croen 4 hont. Item Potter Lonissen 1,5 morgen en oostwaarts 1,5 morgen en op t kerkhof 1 morgen, 8 schaer. Item Daniel van Drongelen met Willem Berwetems, 4 morgen, 8 schaer, nog Daniel in dat Craijweer, 1,5 schaer. Item die erfgenamen van Jan vanden Dussen, was schout van Breda nu kastelijn van den Berg, die weduwe Vanden Dussen met haar mede-erven in huur, die voornoemde juffrouw en Dirick Adriaenszoen 5 morgen, 10 schaer. Item Jan van Honswijck van Melis Diricszoen en zijn medegezellen, 2,5 schaer. Item Aert Janszoen vanden Heiligen Geest, 2 morgen, 4 schaer. Item Jan Huijgezoen, 4 schaer van heer Adriaen van Houck. Item Willem Berntzoen, 4 schaer en een hoekelen. Item die handvest die niet beschikbaar is omdat die onder beheer is van de dijkgraaf en dijkheemraad van de Landen van Altena want de graaf van Hoirne heeft deze mede besegelt. Verklaart voorts dat Bruijn Adriaenszoen 13 schaeren buitendijks weid, voornamelijk op eigen land en deels op gehuurd land, welke in de voornoemde ceel niet beschreven staat maar hij heeft Jan [Godscalcxzoen] verzocht op hem daarin op te nemen. Verklaart dat hij Jan Godscalcxzoen in hetzelfde land buitendijks 7 schaeren heeft die hij thans weid en daarboven heeft hij zijn 10,5 morgen ingezaaid, waarvan een deel als hooi blijft liggen, welke ook niet in voornoemde ceel beschreven staan. Verklaart dat andere lieden de schaeringe niet op schrift hebben willen laten stellen. Riepen over Jan Schalckenzoen dat hij hen wilde bedriegen en dreigden hem openbaar te maken dat hij de commissarissen allerlei dingen aandroeg maar niemand in het bijzonder wist te benoemen. Alsoo geschiedde int gemeen in de kerk en Dirick Adriaenszoen de clerck die voornoemde ceel beschreven heeft niet aanwezig was. Verklaart dat Dierick Adriaenszoen een oud schaerboek gemaakt heeft van 10 of 11 jaar geleden. (161) De eerder gehoorde Juffrouwe Alijt van Wijffliet kon geen brieven overleggen van haar aanspraken op de Capelle en Molen Werf. Zij heeft er nooit vredelick gebruik van gemaakt en andere lieden pretenderen daar gerechtigd te zijn. Ook al hadden haar voorouders ten staande lande daar een capelle of molen, zij heeft geen recht opt land daaraan gelegen noch op de aanwassen en de visserij. Maar omdat haar zoon de naam Wijffliet voert en zij de hofstede van Wijffliet gebruikt heeft, wordt die aan haar gelaten voor zover die nu boven water ligt, maar zonder de visserij. Indien zij hiermede niet instemt dan kan zij dit melden bij deurwaarder Jan Robbrechtszoen die haar zal informeren over de rechtdag voor de Raad van Hollant om haar rechten te verdedigen. Tot die tijd blijft het gebied in handen van de keizer tot profijt van de definitieve gerechtigden. (190) 12 mei 1523. Westwaarts varende zijn wij [3 commissieleden] zijn wij gecomen omtrent het huijs van Jan van Beijnen staanden buitendijks aan de oostzijde van de Dussensche Sluis en het land dat aldaar aan het water grenst is een leen van de keizer Eelant genoemd en toebehorend aan de jouffrouwe vanden Dussen. (191) De 3 commissarissen zijn de Dussensche Gantel opgevaren tot aan de dijk alwaar zij Dirick Adriaenszoen en Jan Schalckzoen, beiden schout aanden Dussen, bij zich ontboden hebben. Vervolgens is men oost- en westwaarts langs de dijk gegaan. De beide schouten vertelden dat de Maas voor Dussen 42 voet breed behoord te zijn. Ten westen van de sluis lag een weechsken [wegje] dat naar het zuiden liep. Gekomen bij het hek dat daar stond, vertelden zij dat het land ten zuiden van het hek oorspronkelijk de Maas was, krom lopend gelijk die betuind was ten zuiden van de grienten die tussen de dijk en de Maas stonden, welke grienten toebehoren aan Dirick Adriaenssen. Ten westen van dit wegje lag land van het manhuis van Dordrecht c.s. en van Aert vanden Dijck c.s. Verklaren dat die jouffrouwe vanden Dussen de opwassen in de Maas aanvaart en dat het land ten zuiden van de Maas aan jouffouwe Katherine vanden Dussen behoort en het Eelant in Waspik genoemd wordt. Daaraan grenst nog een ander groot eelant van 5 of 6 morgen dat eigendom zou zijn van de rijke Adriaen Pieterssen te Bergen c.s. Verder westwaarts gaande toonde beide schouten ons een cleijn eijlandeken van omtrent 4 hont boven water genaamd die Goede Poerte terwijl het andere deel slijk en water is dat ten zuiden van de dijk ligt en ten noorden van de Maas, zodat de Maas aldaar verlant is en zuidwaarts vanaf de Goede Poort naar sVoechs Werf loopt en beheert wordt door de erfgenamen van Eemont Mathijssen te Almkerck en Jan Maeszoen erfgenamen aanden Dussen, waarbij zij al het land nemen liggende aan de dijk tot aan Claes Maessen sloot en verklaren dat die Goede Poorte 18 morgen land zou zijn. Gekomen aan Claes Maessen huis zagen we daar buitendijks een deel grientland en een deel weiland tot aan een sloot lopende hoog zuiden en laag noorden. Het land zou 2 of 3 morgen groot zijn en niet binnendijks doorlopen en behoort aan Claes Maessen. Daaraan grenst het land van het gasthuis vanden Bergh dat Hoochcampen genoemd wordt, dat 7 morgen groot zou zijn en weiland is en dat jaarlijks 6,5 schilt opbrengt en waar een sloot doorheen loopt. Daaraan grenst een weide die aan de erfgenamen van Bokelaer behoord met 7 morgen. Gekomen aan de Oude Strate staande buitendijks van de nieuwe sluis aldaar. Daaraan grenst land van Boeckelaer, Aert van Dijck en Daniel van Drongelen met 3 morgen en alledrie liggende int gemeijn ten westen van de nieuwe sluis gezamelijk lopend langs de dijk van Dussen tot meester Everaerdts de Veer dwarssloot toe. Dit land is 10 tot 20 jaar geleden al slijk en water maar wordt nu verbeterd omdat het opgehoogd wordt maar nog niet veel waard is. Verklaren dat vanaf voornoemde land ligt Willem Verduijn met 14 morgen waar hij een huis op heeft staan, die hofstede van Dalen met ten westen daarvan meester Everaert de Veer met 14 morgen die hij van Willem vander Duijn heeft en strekken west tot aan de Laere. Die Laere behoort aan meester Everaert waarop hij buitendijks naast de dijk een huis heeft genaamt Laer Werf waar zijn pachter woonde genaamd Geerit Aertszoen. De beide schouten zeggen dat meester Everaert beweert dat de Laere 40 morgen groot is. Aan de zuidkant van zijn huis over de sloot lag een vierkante weide die tot voor kort grient land geweest is maar nu geheel verbeterd is. Aan de noordkant grenst de Laere aan de Corn en ten westen van meester Everaerts Werf heeft de kerk van Dussen 3 morgen land die meester Everaert mede aanvaart en die 20 jaar geleden nog water en slijk waren. Aan de zuidzijde van Willem Verduijns huijs en erve lag een weijde genaamd die Griente die int gemeijn geweijt wordt door diverse personen die daar geerft zijn en noordwestelijk naar de Laere toe loopt een flink aanwast. Ten zuiden daarvan ligt derve van Floris Bisscop uit Rotterdam, waar Broeders huijs op staat en door dit land loopt de kreek van de nieuwe sluis liggende in de dijk van Dussen. [Er was dus ook een sluis aan de Oude Straat]. Ten zuiden van Floris land ligt een andere weide die aan diverse personen toebehoord zoals: Jan Godscalcxzoen, Jan Vranckezoen uit Dordrecht en Jan Jacobszoen voormalig baljuw van Zuijthollant. Dit land was deels ingezaaid maar aan de zuidzijde slaat het af en aan de noordwestkant wast het aan met duijl en ruigte. Het is gescheiden met een sloot en met een kreek open aan de zuidkant en gesloten aan de achterkant. Ten oosten van dit land ligt het kerkhof waar veel jonge willige boompjes bij elkaar gepoot zijn op een hoogte gelijk zij daar een stelle maken wilde aan al dit voornoemde land te weten: die Laere, Floris Biscop en het grientland. Aan de noordkant liggen veel duilbossen en andere ruigten zodat het lijkt of dat er een grote aanwas ligt bij die Corne, t Ouwe Veer, Jan Boijen Grient en andere aanwassen ten westen en noordwesten hiervan liggende. De eigenaren van deze landen zeggen allemaal dat hun land loopt tot aan de Middelt toe. De schouten verklaren dat volgens hen de Middelt bij staande lande [voor de vloed] een wetering was die van den dijk tegenover het huis van Boijen Staessen zuidwestelijk door den Duijl naar de Achter Laer loopt en vandaar weer noordwestelijk naar Dordrecht stroomt. Verklaren dat op het Hoochlant aliaus op de Achter Laer bevindt zich nog een laagte waar de Middelt door placht te lopen en die omtrent 10 of 12 roeden breed is. In de Corn vindt men nog oude struiken staan waardoor de Middelt heeft gelopen. Voorts is men gegaan ten noorden van meester Everaerts Laere Steeg langs de dijk van Dussen waar volgens de beide schouten die Corren ligt, die er 10 of 12 jaar geleden nog niet was want toen was het nog water en slijk. Boije Staessen verklaarde dat niet al te lang geleden hij maar 3 boskes duijl in het water zag waar men nu veel groenten snijdt, terwijl het ook al jaren hoger en beter land wordt. De Corren strekt tot over de Cornsche Sluis die in Muilkerk ligt, en daardoor erg verland, tot voorbij het huijs waar Heijndrick Corneliszoen in woont. De beide schouten en enige inwoners verklaarden dat de rentmeester van het Land van Althena wil dat Heijndrick Corneliszoen met die van Almkerk schot en lot zou betalen, hoewel zijn huis in Muijlkerck staat. Immers dijkgraven en heemraden van Dussen schouwen jaarlijks tot wel 15 roeden noordelijk van dat huijs. Nog verder noordwaarts, ten zuiden van Roelof Willemsen huijs toonden genoemde personen ons een kade, lopende van de dijk voorbij het genoemde huis oostwaarts naar de 4de molen die daar stond. Aan de zuidzijde van deze kade ligt de boezem waar die van Muilkerk door uitwateren, zodat zij menen dat het ambacht van Muijlkerck tot die kade strekt en dat genoemd ambacht buitenlangs de dijk tot Ganswijk - wat een gehucht onder Emmichoven placht te zijn - loopt nog boven Ganswijk tot de rivier de Alm toe, thans de Almkersche Sluis. Zodoende ligt geheel die Corren en een deel van Heijloert in Muijlkerk en een ander deel van Heijloert in Ganswijk. Vandaar is men gevaren naar de werven en aanwassen die naast de rivier de Alm liggen. Ten noorden van Broeders huijs is men eerst gekomen aan Claes Aertszoen Grient, Loij Ockerszoen Werff, Boijen Grient en het Oude Veer, welke werven in vroeger tijden gescheiden van elkaar lagen maar sinds kort aan elkaar zijn gewassen zodat men te voet van de eene werf naar de andere kan gaan. Claes Aertszoen Grient wast flink aan net duijl en riet aan de zuidwestkant en was hard land met daarin een grient van omtrent 1 morgen. Daardoor noordoost ongeveer 2 roeden na de hoge willigen ligt land van Cornelis Heijndricxsen Non Vales welke weeren lopen vanuit hoog zuiden tot laag noorden. Daaraan grenstLoij Ockersen Werff en daar weer aan Boijen Grient die zacht onder de voeten is en niet zo hard land als het andere land. De voornoemde werven zijn al met riet en duijl begroeid. Daaraan grenst Samels Werff dat een grote werf is met riet begroeid. Noordoostelijk daaraan grenst het Oude Veer, waar een grote gesnoeide boom staat en waarop beesten werden geweid. Het gezelschap is er echter niet op gegaan omdat de ondergrond van slijk te zacht en moerassig was. Bovendien vertelde Boijen Staessen die zich bij het gezelschap gevoegd had dat het tussen de Boijen Grient en het Oude Veer zo diep was geweest dat hij daar zelfs met hoge laarzen niet doorheen kon waden, maar dat het aan de andere kant sterk aanwast met veel slijk rondomm zodat het hen dunkt dat het wel 3 morgen groot is met riet en ruigte en waarvan ongeveer 1,5 morgen hard land is. Met de oostkant grenst het aan Heiloert en met de zuidkant aan de Corren. (199) Adriaen Pieterszoen te Berge verklaart geen land in Dussen te hebben. Maar hij is voogd over Jan Willem Marhijszoen uit den Berg die er wel 4 gaarden heeft. Tien en een halve gaard liggen in het Eelant aan die Dussen aan de zuidzijde van de Maas in Cleijn Waspik, het grotere Eelandt, waarin geerft zijn Geerit de Vos en de erfgenamen van Jan Geerit Segerszoen, Andries Janszoen met zijn zoon, Merten Pieterszoen, allen uit Waspick. Verklaart niet te weten wat bescheijt Jan Willem c.s. heeft van dat Eelandt dan dat zijn overgrootvader hem verteld heeft dat het land bij staande lande [voor de vloed] in zijn bezit was. Heel het Eelandt wordt gebruikt door Pieter Broer uit Dussen. Het wast aan aan de zuidkant en hij betaald voor de ene gaard 3 stuivers en voor de andere 4 stuivers, conform de breedte en het aanwassen van het land. Het land was 25 jaar geleden beter, vooral aan de westkant. (200) Heijndrick Janssen van Gils uit Oisterhoudt verklaart dat jouffrouwe Katherijne van den Dussen het Groote Elandt liggende aan die Dussen aan de westkant van de sluis verkocht heeft, hetgeen hij Heijndrick genaast heeft. Het wordt in leen gehouden van de heer van Nassau als heer van den huijse te Oisterhoudt en ligt onder Cleijn Waspik, groot 13 of 14 morgen, genaamd Groot Eelandt. Hij toonde ons een copie van een oude brief beginnende met: Heijndrick vander Lecke, 14 september 1413. Het land doet 20 schilt per jaar, maar comparant heeft het tegenwoordig met beesten beslegen en weet niet hoe groot het land nu boven water is. (201) Jan vanden Dussen, kastelijn van Sinte Geertruiden Berge verklaart dat zijn ouders de visserij van Heel beheert hebben. (206)Cornelis de Mandemakere verklaart dat zijn vader van Jan vanden Dussen huurde de visserij ten zuiden van Eemskerck om 24 stuivers per jaar en dat hij viste tot de halve Alm. Die van Heel zette noordwaartser in en zijn vader zette noordwaarder in van de Alm tot de Mase in Haertswaert, dat Jan vanden Dussen toebehoorde en waarvan zijn vader huurder was. Verklaart dat Hoeckenisse in Haertswaert ligt en 80 morgen land bevat. Het ligt daar waar de Mase naar zuiden en noorden loopt. De visserij van Kouckenisse had in vroeger tijden Pieter van Slingelandt van Jan vanden Dussen de Oude gehuurd voor 3 gouden gulden en een rijd zwaert, die hij zou betalen als het land koren droeg. (208) Willem Huijgezoen uit Hardincxvelt, oud omtrent 46 jaar, geboren in Hardincxvelt maar 5 of 6 jaren in Waspik gewoond heeft vanaf zijn 12 de jaar, verklaart dat die Mase komende van Heusden bij Douveren in het breede water loopt. De westelijke tak van die Mase is zo hem heugt altijd verland geweest. In Haechoirt, achter dInlage, langs Meeuwen en Dussen is die Mase niet meer dan een duijlsloot geweest. Verklaart dat aan die Dussen ten zuiden van Broeders huis het altijd hard land is geweest zodat dit ingezaaid kon worden. Maar het wordt nog altijd hoger. Verklaart dat noordwaarts van Broeder huis tot aan de dijk van Dussen er vlack water was en geen aanwas, terwijl het thans zo zeer is aangewassen dat men de sluissloot aldaar lopend wel meer dan 100 roeden ver uitdiepen moest omdat die ook verlandde. Verklaart dat hij daar altijd enige werfkens gezien heeft, de een groot de ander klein waar het water destijds tussendoor liep, die thans echter aangewassen verbreed zijn. Willem Huijgezoen en c.s. verklaren daar ook land te hebben op een werf daar de willigen bomen staan. (209) Barbara van Bochem, jouffrouwe vander Dussen, weduwe van wijlen Floris vanden Dussen, verklaart dat in vroeger tijden jouffrouwe Odelie vander Merwede te leen heeft gegeven die uuijterwaert alias tEelandt strekkende langs die Oude Mase en aan die zuitzijde van der Mase. Dit leen is later kwijtgescholden en in leen gehouden van de graaf van Hollant en zodoende aan haar man gekomen, wat gestaafd werd door brieven in haar bezit en aan ons getoond. Verklaart dat dit uuijterlandt sinds zekere tijd zichtbaar is afgeslagen wel 4 of 5 morgen omdat het altijd wat groter was en meer boven water uitstak dan nu. Verklaart dat haar verleijt houdt van de visserij van Hairtswaert maar zij weet de grenzen niet. Ze liet ons een certificatie zien dat Cornelis Verduijn met de visserij van Heel steeds hoger en nader gekomen is. Verklaart dat zij van de visserij van Munsterkerk weinig of geen profijt genoten heeft. Zij liet ook een certifi9catie van Geertruijdenberg zien die onlangs was opgesteld en inhield wat de grenzen van de visserij van Hairtswaert waren, die de oude Cornelis de Mandemakere 50 jaar geleden gehuurd had. Verklaart dat de verdroogde Mase nog geen 2 morgen draagt en zij maakt geen bezwaar tegen het feit dat zijn daarin niet gerechtigd is. Verklaart dat tSandt dat over het water ligt haar niet toebehoort naar dat zij het moet huren van Philips Boijezoen uit Waspik c.s. omdat die beweren dat dat land aan haar uuijterdijk grenst en het daardoor bederft. De huur bedraagt 30 stuivers per jaar en haar man placht het te huren voor 4 of 5 ganzen per jaar. Zij pretendeert er geen visserij te hebben. Verklaart dat zij met haar broer nog 6 morgen water en land heeft bij Broeders huijs die de oude Jan vander Dussen, haar mans vader, aangekocht heeft. De brieven daarvan zal zij binnen 3 weken aan de commissie voorleggen. Verklaart dat die hofstede van Wijffliet met toebehoren in leen gehouden wordt van het huijs van Dussen. Jouffrouwe van Wijffliet vertelde haar dat haar brieven hiervan verloren zijn gegaan en heeft haar verzocht om nieuwe brieven net het verzoek daarin meer op te nemen dan dat de schout heeft gedaan. Later heeft jouffrouwe van Wijffliet haar verzocht om haar brieven nog breder op te stellen, wat zij geweigerd heeft. In plaats daarvan presenteert zij haar oude register of een kopie daarvan. (210) Jan Pieterssen wonende aan de Dussen verklaart dat hij buitendijks land heeft aan de Corne maar niet weet hoe groot het is. Het land ligt aan die Laer Stoop of Laer Steech en meester Everaert ligt ten westen van hem. Alsoo hij aanvaart het land dat de kerk van Munsterkerk toebehoort. Verklaart dat ten oosten van zijn land ligt Jan met tien honden kinderen. Daar vandaan ligt land van Adriaen uit Worchum die dat land gekocht heeft van Heijndrick Jan Laems en de andere voogden van de kinderen van Dirick Heijmanssen voor 4,5 morgen binnendijks. Dit volgens de brieven van 1510 Sint Mathijsdag. Hij verklaarde dat dit land werd uitgestoken omdat men daarmede de dijk maakte en heeft van het land dan ook geen profijt gehad tot verleden jaar toen hij er 2 voeder kwaad lies en hooi van heeft gemaaid. Hij weet niet hoe groot het land buitendijks is. De brief spreekt van 3,5 morgen binnen en buitendijks in zoverre dat als de verkopers daar in gerechtigd waren. Hij heeft op het land ongeveer 150 tot 200 poten gezet zo', 2 of 3 jaar geleden, maar heeft er nog geen profijt van genoten. Hij kocht het binnenste land omdat het buitenste land als hij het kocht zich liet aanzien snel goed land te worden. De commissie vind dat het land aan de keizer behoort. (212) Jan Maessen wonende in den Dussen verklaart dat mij met zijn broers een vierde deel heeft in de helft van Goede Poerte. Hubert Herperssen, Thijs Eemanssenn en Pieter Mathijssen, allen uit Almkerck, zijn daar ook ingelanden. Hij heeft er mijn broers nooit meer dan 2 beesten op kunnen schaeren. De commissie heeft Hubert Herperssen gelast zijn aanspraken in te trekken, waarop hij uitstel gevraagd heeft voor zijn besluit. Jan Maessen zal inzake zijn rechten met het besluit van Hubert Herperssen meegaan. (213) Jan Boije Willemssen uit Almkerk en Jan Adriaenssen uit Worchum zeggen dat de Boijen Grient hun toebehoort. Die grient is 1 tot 1,5 morgen groot en loopt van de rivier de Alm tot aan de Laer toe. De brieven hiervan zijn verloren gegaan bij de inname van Worchum maar bij staande lande is dit land een hofstadt geweest en sindsdien altijd land. In het bijzonde de hoogte waar nu de grient op ligt, zo groot of groter als die nu is en zij onderwinden hem de vogelarij of visserij niet. Zij hebben van dit land soms 5 of 6 stuivers per jaar gehad en hebben thans profijt van gehele grient die al 4 jaar lang 1 pont Vlaams opbrengt. Verklaart Jan Adriaenssen voorts dat zijn huijsvrouw met Aert Janssen uit Almkerk toebehoort t Ouwe Veer, waar hun ouders op hebben gewoond ten staende lande en dat een ver placht te zijn daar men mee over de Alm voer, die placht te lopen tussen Boijen Grient en het Oude Veer. Boijen Grient blijft aan de zuidzijde en het Ouwe Veer aan de noordzijde. Volgens Jan Boijen lag tussen beiden een diepte waarin niet geboomt kon worden. Jan Adriaenssen zou daar 13 morgen hebben waarvan 7 morgente leen worden gehouden van de heer van Brederoede. Hij weet niet in welke heerlijkheid Oude Veer ligt. Verklaart dat hij niet weet hoeveel land Aert Janssen daar heeft. Jan Adriaenszoenn heeft ook geen brieven van het land in Oude Veer omdat die in Worchom zijn ingenomen. Hij is geweest om de 7 morgen van de heer van Brederoede te verheffen maar men wilde hem geen brieven geven alvorens hij opgave deed in welke heerlijkheid het land lag. Verklaart dat Aert Janssen het land ten zuiden van hem gebruikt. Zijn land ligt dus ten noorden hiervan en ook aan de noordkant van de willigen boom die daar staat. Hij weet niet wie er oost of west naast hem ligt. Verklaart dat de geheele werf van het Oude Veer boven water omtrent 8 morgen land groot is (214) Aert Janssen uit Almkerk verklaart 12 morgen land te hebeen op het Ouwe Veer aan de zuidzijde van de wilg die daar staat. Onbekend is de groote van het land boven water. Hij gelooft dat het land in Muijlkerk ligt. Jan Adriaenssen ligt naast zijn land maar meer naar de dijk toe. Aert verhuurt zijn land aan Adriaen Florissen om te bevogelen en ontvangt al 24 jaar huur voor de eendvogelarij. Toen op het land gehooid werd vloeide het hooi van 2 of 3 werven weg. Zijn brieven zijn minder dan een jaar geleden verbrand in Almkerk. Hij is van mening dat ook het reeds aangewassen land alsmede het nog aan te wassen deel van hem zal zijn tot het perceel zijn oorspronkelijke grootte terug heeft. Hij kan zijn rechten komen verdedigen maandag over 3 weken. Tot die uitspraak blijft het goed in bezit van de keizer. (215) Adriaen Janssen uit Worchom verklaart dat hij met de weduwe Cornelis Jan Diricszoen metten honden, zijn moeder, zeker land heeft liggen in den Dussen binnendijks strekkende buitendijks groot 6 morgen en 1 hont. Zijn vader heeft dit land gekocht van Dirick Heijmanszoen blijkens de brieven van 10-10-1501 die hij toonde. Belent zijn aan de westzijde Dirick Heijmanszoen en aan de oostzijde Roeloff Willemszoen Hoeffken, strekkende vanaf de watering noordwaarts tot het Land van Altena. Het land is binnendijks 2 morgen en 1 hont en buitendijks omtrent 4 morgen en is gelegen in de Corn in het ambacht Muijlkerk. Van het buitendijkse land heeft hij niet profijt genoten; hij kan er soms een kalf op laten lopen. Men gaat er op veel plaatsen tot aan de knieën door het water. Het is buitendijks al bijna helemaal boven water en er groeit lijst op, zodat men er beesten op kan weiden. Voor het buitendijkse land mag hij zijn rechten komen verdedigen dinsdag over 6 weken. Tot die tijd blijft het in handen van de keizer. (216) Floris Diricszoen uit Ganswijck, Almkerk verklaart geen buitendijks land te hebben aan den Dussen (217) 17 mei 1523, Ocker Loije uit Meeuwen is gerechtigd een weer genaamd Heijman de Mommersweer. Ten oosten hiervan Jan Boijen Grient en ten westen een werf die Non Vales gebruikt. Op het land groeit riet en duijl en het deel land is omtrent 3 hont groot. Hij heeft geen brieven en weet niet of het onder Muijlkerk dan wel onder Monsterkerk valt. Hij heeft 14 of 15 stuivers per jaar aan huur ontvangen. Verklaart dat Jan Gieliszoen, zijn stiefvader, de helft van dit land bezit en hij en zijn broers de andere helft. De commissie heeft hem gelast zijn rechten in te trekken, waarin hij kon meegaan. (219) Cornelis Thoniszoen, kerkmeester in Geertruidenberg, gehuwd met de dochter van Jan Buijs uit Raamsdonk en de weduwe Machtelt Jan Buissen, de broers Jan, Geerit en Jacob Buijs allen uit Raamsdonk, verklaren zeker land te hebben in Monsterkerk bij Broeders huijs die dat van hen huurt. Hij weet niet voor hoeveel hij het verhuurt noch waar het land eindigd of scheid en of het al helemaal boven water ligt. Zij schaeren er 2 beesten op. Cornelis toonde de commissie brieven waarvan een brief gedateerd smaandags na Beloken Pasen 1406 stelt dat Willem die Woent een vierde deel van 11 hont land in Monsterkerk gelegen tussen Everdeijs Wouterssen land van Gheenderen en Pieter de Raedt Janszoen land, strekkende van de halve Middelt tot der Dussen toe, verkocht heeft aan Jacob Buis Geeritszoen tot behoefte van Alijden, zijn moeder en Gerrit Buijssen weduwe. In de andere brief gedateerd smaandags na Sinte Mertens 1371, verlijt Willem van Wendelnisse Giliszoen tot eenen onsterflijken leen 3,5 morgen land met een huijs, hoeveningen en toebehoren, waar Jan de Raede Janszoen nu in woent, alsoo groot en cleijne gelegen in Monsterkerk, strekkende van de Dussen ter halve Middelt toe, oostwaart gelegen Jan de Raet Pieterszoen en westwaarts Jan de Raet selve. Of dit land land sinsdien verheven is weet hij echter niet. Verklaart dat hij gehoord heeft dat zijn huijsvrouw Heerken ook land heeft in Raamsdonk tot aan de Mase dat tegenover het voorschreven land in Dussen ligt, zonder dat hij daar echter meer van weet. (225) 19 mei 1523, Jan van Herdincxvelt poorter te Dordrecht verklaart dat hij een vierde deel van 28 morgen land in de Groote en Cleijne Brasser bezit maar niet weet of die in een stuk liggen of niet. it land heeft hij geerfd met het overlijden van de grootvader van zijn vrouw genaamd Pieter Frane alias Pieter Janssen van Veen. Hiervan krijgt Eewout Wouterszoen Stierman uit Rotterdam de helft en de vrouw van Reijer Corneliszoen, schout te Grootebrouck, het resterende vierde deel. Verklaart dat een deel van dit land boven water en een deel onder water ligt. Broeder huurt dit land voor 9,5 lichte guldens en verteld hem dat er slechts 2 of 3 morgen boven water liggen. Hij weet geen grenzen anders dan die genoemd in de brieven die hij de commissie toonde. De ene brief gedateerd zonder dag of maand in 1510, omschreef 9 morgen land die Pieter Franen gekocht heeft van Claes Pullen en die buitendijks liggen met Pieter Franen geem en aan de oostzijde Belie Weer strekkende vanaf voornoemde tot de Alm Middelt toe. De andere brief, gedateerd als de eerste brief, houdt in dat Kerstiaen Jan die Voechts weduwe met Jan Vermoelen, haar voogd, en Janneken Heijlwich en Adriaen Jans Voecht dochteren, verkocht hebben aan Pieter Janssen van Veen [Frane], zo groot en cleijn als zij daarin gerechtigd zijn, de helft van 2 weer land gelegen in den Brasser, elke weer van 9 morgen, gelegen met Govaert IJpelaer en zijn nede-erven gemeen en onverdeeld en aan de oostzijde een weer genoemd Beelenweer, waarvan men niet weet aan wie deze toebehoort, strekkende van de halve Dussen tot de halve Middelt toe. Verklaart dat hij binnendijks geen land heeft. Verklaart dat hij ook nog zeker land heeft in Wijffliet waarvan hij de grootte niet weet, maar dat zou Wouter Joosten aandie Dussen wel kunnen zeggen. Pieter Frane die een maand geleden is gestorven heeft van dit land wat ontvangen maar comparant niet. Een brief, gedateerd als voorgaande 2 brieven, die stelt: "Ick Gerijt Govaertszoen" als die 2 voorschreven brieven en inhoudende dat Adriaen Jan de Voechts dochtere overgegevan heeft Pieter Janssen van Veen al sulcke goet en erfnisse met zijnen toebehoren als Jan die Voecht aanbestorven is bij dode van zijn vader, gelegen in Wijffliet buitendijks. Verklaart dat hij niet weet dat Pieter Frane in dit quartier land heeft gehad, wel dat hij in Raamsdonk 12 gaarden had die meestal binnen liggen en verhuurd zijn aan Segers voor 14 Rijns gulden en 8 of 12 stuivers per jaar. (227) 20 mei 1523, Jan Willem Reijerszoen poorter te Dordrecht verklaart dat zijn moeder lant heeft aan den Dussen met Boeckelaer gemeene tot een zesde deel hetgeen 2 Rijns gulden per jaar geldt maar dat zij niet ontvangt. (229) Pieter Janssen van Breen, deken, en Zeverijn Janszoen, oud-deken, van Sint Huberts en Sint Dingne gilden in de Groote Kerk van Dordrecht, verklaren dat die gilden of outaer land hebben aan den Dussen in den Brasser omtrent 8 of 9 morgen, zowel water als land maar onbekend hoeveel land buiten water is, genaamd Belie Weer dat 2 Rijns gulden per jaar geldt en dat voornoemde gildes gegeven is door Cristine om baet en boete te hebben van haer kint. Pieter Frane ligt aan ene zijde en onbekend is wie aan de andere kant ligt. De brieven hiervan zijn eens bij Willem van Velthuijsen in den Haag getoond maar zijn daarna zoekgeraakt zodat hen andere brieven ter hand zijn gesteld van het zelfde land die gepasseert zijn voor de zoon van voornoemde Cristine die de ziekte had bij tijden en somwijlen was zijn passie over. (232) Pieter Schoeck, baljuw van Zuijhollant verklaart dat hij vorig jaar 10 of 12 zwanen heeft laten ophalen aenden Dussen, maar hij prentendeert er geen swanerie of swanedrift te hebben (91) 20 april 1523

(91)

(91)

(91)

(91)

(91)

(91)

(91)

(91)

(91)

(91)

(91)

Interpretatie en samenvatting van opgenomen verklaringen onder Dussen.

De naam Juffrouwe Weide (het oostelijk deel van het huidige industrieterrein Loswal ter hoogte van Van Andel/Schellevis) valt toe te schrijven aan Cornelia (roepnaam: Katharina) van der Dussen, juffrouwe van de Dussen, die het land deels in eigendom had maar het meest zuidelijke deel tot aan de Oude Maas in huur had van “die vander Capelle”. Juffrouw Katherijne van der Dussen was een zuster van kasteelheer Jan VI van der Dussen en gehuwd met Govert van Brecht. Na het overlijden van haar broer, in 1540, kwam zij in het bezit van het kasteel.

’t Eelandt (alias Hoechland), twee percelen westelijk van de Juffrouwe Weide gelegen (het westelijk deel van het industrieterrein Loswal met onder meer het benzinepompstation De Sluis), was ook in haar bezit.
Oostelijk van de Juffouwe Weide lag de zogenaamde Segerswerf (ongeveer ter hoogte van machinehandel Cees van de Water). Deze naam is waarschijnlijk een afgeleide van de eigenaar Jan Geeritszoon Segersen uit Waspik. Het nog verder westelijk gelegen Meijerswerf wordt in de stukken niet vernoemd, wat er op duidt dat die perceelsnaam waarschijnlijk pas van later datum dateert.

Voorts wordt over de aanwassen en landerijen aan de Oude Maas gesproken over "die Mase tot aen Rondegat" welke oorspronkelijk als afwatering functioneerde voor 't Zuideveld. Dit is vermoedelijk een verwijzing naar een wiel als gevolg van een dijkdoorbraak, die gezien de beschrijving "opt eijnt Munsterkerck ende coempt tlandt van Meeuwen" ergens in het Rommegat gesitueerd moet worden. De naam Rommegat wordt in deze stukken overigens nog nergens genoemd.

Het document (nr.94) besluit met de bewering dat "die Middelt is een vliet mit een strate geweest ende loopt van binnen sdijcx van Monsterkerk ontrent die Goe Poerte, ende loept deur den dijck westwaert van die Goepoert". Het is mogelijk dat hier het riviertje De Dusse wordt aangeduid als 'die Middelt', maar mocht men hier het water het Middeltje of het Vlietje in het Groot- en Klein Zuideveld bedoelen, dan liep langs de oever hiervan oorspronkelijk dus ook een weg. Deze weg liep door tot in de Goe Poerte (het gebied gelegen tussen huidige Oude Zeedijk en Nieuwesteeg) in de Zuidhollandse polder.

Een belangrijk figuur in Dussen was Adriaen Aertszoen (geboren ± 1441 te Sliedrecht) alias de Bruedere (Broer) die op 't Eelandt (ook wel Hoech- of Hoogland genoemd) woonde ,"voor ande Dussen upte kant van den water" (daar waar het buitenwater ophield en Dussen begon), buitendijks (Kornsedijk) tussen Goepoorte en De Laer, in een landhuis genaamd Muggenburcht. Daarvoor, omstreeks 1505, woonde hij op de Grooten Brasser. Hij was gehuwd met Adriana en had tenminste 3 zonen: Dirick Adriaenszoen in 1521 (12-13 jaar) schout van Dussen Munsterkerk. Jan Bruins (Adriaenszoen) en Pieter Adriaen Aertszoen.
Het land waar hij op woonde was zo'n 50 jaar geleden (1471) al land, terwijl het land tussen Broer en de (Kornse)dijk naar Almkerk zo'n 25 jaar geleden nog "nyet dan water ende wolcken" was. 't Eland droeg dus niet voor niets die naam.
Zie ook 43!
Hij had veel drooggevallen land in gebruik.
- 1/3de morgen westwaarts van de Roode Camer oorspronkelijk in huur door de Kartuizers werd door hem in 1515 voor de heemraden van Dussen aangekocht;
- 9 morgen op de Brassert dat oorspronkelijk eigendom was van Willem van der Eem, die het 60 jaar geleden (1461) in bruikleen gaf aan Claes Pullen. Omdat het land niet meer werd opgeeist door de erven van Willem van der Eem, vermaakte Claes Pullen het aan de Heilige Geest (armen) van Dussen, die het thans (1521) aan Broer in gebruik hebben gegeven.

Mr. Everaert de Veer had op 't Eland ook land in bezit evenals op de Grote en Cleijne Laer.
Oostelijk van het huis van Broeder stond het huis van Willem van der Duijn, 'tHof van Dalen of 'tHoffweer genaamd.
Ten noorden van de Muggenburcht lag 't Kerkhof en noordwestelijk een aanwas die samengevoegd werd met 't Eland.
De Middelt is gelegen bij de Laer, boven Broeders huis, tussen Almkerk en Dussen.
Tussen de heuvels waar Broeder, Evert de Veer en Willem van de Duin op woonden liepen oorspronkelijk twee diepe uitwateringsgantels, waar schuiten doorvoeren.
Oostwaarts van de Laer lag een aanwas, die Goede Poorte, bewijd met vijf paarden, een werf die beheerd werd door de erfgenamen van Emont Mathijszoen en Jan Maeszoen. Deze aanwas van 14 morgen strekt tot op 't Eland van jouffrouwe Katherina van der Dussen. 't Eland lag buitendijks, en over de Maas (vanuit Geertruidenberg bezien)
Bilwijk lag aan de Peerenboom (33)

Bronnen

Nijet dan water ende wolcken door Valentine Wikaart e.a., 2009
Het Noorderkwartier door A.M. van der Woude, 1983

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl