Goey Poort en Hoecxkens aan de Nieuwesteeg

detail van kaart ZHPolder vóór de omdijking circa 1669

Op deze uitsnede van een kaart uit circa 1669 van de Zuidhollandsche Polder nog voordat deze midden zeventiende omdijkt werd is linksonder de Nieuwesteeg afgebeeld vanaf de Putten richting Hank. Het gebied links van de Nieuwesteeg tot aan de Scheijsloot werd Goey Poort genoemd en het gebied rechts tot aan de Oudestraat heette Hoecxkens. Beide blokpercelen werden begrensd door Kornsedijk enerzijds en de (oude) Pleunesteeg - die vroeger doodliep op de Scheijsloot - anderzijds. Het wiel dat in het gebied Hoecxkens lag stond in open verbinding met de Scheijsloot.
Rechts van Oudestraat lag het reeds omkaade poldertje De Laer, min of meer tussen de Oudestraat en de Kalversteeg. Dwars door De Laer stroomde het riviertje De Dusse dat te zien is rechts naast de Oudestraat.In de zestiende eeuw was in de Kornsedijk de zogenaamde Nieuwe Sluis aangelegd die de binnendijkse afvoer van het water van De Dusse reguleerde. Later, toen de De Dusse werd afgedamd en de sluis in de Kornsedijk geruimd was, werd de naam van deze buitendijkse tak van De Dusse gewijzigd in Laersloot.

Goey Poort

Goey Poort, ook wel genoemd: Goede of Goe - Poorte of Poerte wordt regelmatig vernoemd in verklaringen over de eigendomsrechten in de Verdronken Waard van Zuid-Holland zoals beschreven in de "Informatie roerende den Verdronken Waert in Zuijhollant anno 1521". Dit is een in het Nationaal Archief te Den Haag aanwezig, uit de zestiende eeuw stammend, handschrift dat een schat aan gegevens bevat over het gebied dat tot de Sint Elisabethsvloed van 1421 bekend stond als de Groote Waard van Zuid-Holland. Ook van het gebied rond Dussen zijn een flink aantal verklaringen opgetekend, ook over Goey Poort.

Het buitendijks de Kornsedijk gelegen gebied van omstreeks 18 morgen tussen het Eellant en De Laer, werd in 1521 beheerd door de erfgenamen van Emont Mathijszoen uit Almkerk en Jan Maeszoen uit Dussen; zij lieten er een vijftal paarden op grazen . Daaronder rekenden zij al het land vanaf de Kornse Dijk, vanaf het huis van Claes Maessen [aan de Putten] tot aan de Scheijsloot, zijnde de grens met Waspik. Overigens beweerden de weduwe van Adriaen Eemonts en Pieter Mathijssen, beiden uit Almkerck, ook voor een deel gerechtigd te zijn in die Goede Poerte. Hun aanspraken werden gestaafd door een schepenbrief van Dordrecht uit 1374 [dus van ruim vóór de Sint Elisabethsvloed] waarbij Wouter van den Dijcke en Claes Oom zijn broer aan Gerardt Gillissen 'verkopen 6 hont lant in Monsterkerck, genaamd Cleijne Kijervliet tussen het land van Jan Westvalincx aan de westzijde en van heer Pieterslandt van den Steenwege aan de oostzijde'. Dit perceel Cleijne Kijervliet zou dus oorspronkelijk deel uitgemaakt hebben van het gebied Goey Poort in 1521.

Goey Poort dateert uit het Middelnederlands (1200-1500) en heeft mogelijk de betekenis van een landstreek (goe, goij = gouw) waar specifieke rechten (poort, poerte) op van toepassing waren.

Begin zestiende eeuw heette dit gebied tussen de Kornsedijk en de meest oostelijke opwassen Foochswerf en Den Peerenboom dat midden zeventiende eeuw later is omdijkt: De Goepoort ook wel omschreven als Goepoerte, Goijpoort e.a. Als bijlage stuur ik een digitale kopie van een kaart waarop linksonder het gebied als De Goeypoort staat aangegeven. Een verwijzing naar deze gebiedsnaam in de vorm van Goepoortsesteeg lijkt mij daarom meer voor de hand liggend. Deze benaming is ook consistent met andere gebruikte straatnamen in het landelijk gebied van de Zuidhollantse polder zoals: Kortveldsesteeg, Peerenboomsesteeg, Voogdwerfsesteeg en Jachtlaan die allen verwijzen naar gebiedsnamen in de polder. De overig gebruikte straatnamen in de polder zoals Oudestraat. Pleunesteeg, Nieuwesteeg en Kalversteeg zijn al heel oud en dateren van voor of kort na de aanleg van de Kornsedijk in 1461. Goepoort dateert uit het Middelnederlands (1200-1500) en heeft mogelijk de betekenis van een landstreek (goe, goij = gouw) waar specifieke rechten (poort, poerte) op van toepassing waren. Ik hoop dat je hier iets aan hebt. Mocht je behoefte hebben aan meer/andere straatnaamsuggesties in deze, dan hoor ik dat graag. Mvrgr,

Hoexckens

Tussen Goey Poort en De Laer stond ook het landhuis De Muggenburcht, dus in het latere Hoecxkens. Een belangrijk figuur in Dussen was Adriaen Aertszoen (geboren ą 1441 te Sliedrecht) alias de Bruedere (Broer) die op 't Eelandt (ook wel Hoech- of Hoogland genoemd) woonde ,"voor ande Dussen upte kant van den water" (daar waar het buitenwater ophield en Dussen begon), buitendijks (Kornsedijk) tussen Goepoorte en De Laer, in een landhuis genaamd Muggenburcht. Daarvoor, omstreeks 1505, woonde hij op de Grooten Brasser. Hij was gehuwd met Adriana en had tenminste 3 zonen: Dirick Adriaenszoen in 1521 (12-13 jaar) schout van Dussen Munsterkerk. Jan Bruins (Adriaenszoen) en Pieter Adriaen Aertszoen. Geachte Heer Stoop, Bijgaand een kadasterkaart uit ± 1830. Het wiel waar u belangstelling naar uit gaat, staat vermoedelijk op deze kaart aangegeven onder kadastraal nummer Sectie F 02, nr. 203, groot 2,50 are. Het water, maar ook de omliggende percelen 202 en 204 waren in die tijd eigendom van T. van de Kasteele uit ’s-Gravenhage. Van oudsher werd het gebied daar aangeduid als Hoeckxens. In die tijd (1830) bestond het wiel dus al. Het ontstaan ervan zal te wijten zijn geweest aan een dijkdoorbraak in de Kornsche Dijk. Ook op een kaart van Joris de Roij en Matheus van Nispen, getekend in 1669 (Hingman collectie Nationaal Archief Den Haag nr. VTH-1413), staat het betreffend wiel afgebeeld. Het is in die tijd overigens beduidend kleiner dan het wiel waar de bekende Krekeldraai in Dussen zijn naam aan te danken heeft. Een precieze datering van het wiel is mij niet bekend, maar moet m.i. ruim voor de aanleg van de Zuidhollandsche Polder liggen, toen het water in de wintermaanden nog opdrong tot aan de Kornsche Dijk. Een ruwe inschatting zou daarom kunnen zijn tussen 1450 en 1550. Het wiel stond middels een sloot in verbinding met de zuidelijker gelegen Scheijsloot. Dit water liep dwars door het Hoeckxens en het tegenover gelegen Goeijpoort aan de andere (zuid)kant van de Nieuwe Steeg. Ook binnendijks ligt in die buurt nog (steeds) een wiel. Door de aanwezigheid van deze wielen heeft de aansluiting van de Nieuwe Steeg met de Kornsche Dijk de naam De Putten gekregen. Het was van oudsher een verzamelplaats voor werknemers van de papierfabriek om vandaar gezamenlijk, eerst te voet, later per fiets naar het werk aan Keizersveer te vertrekken. Het was ook vanouds een plaats waar tol werd geheven. Op de hoek stond tot voor enige tientallen jaren geleden het café De Posthoorn wat duidt op een postiljonfunctie of -plaats, hetgeen ook de aanwezigheid van een van Dussens’ brievenbussen aldaar zou kunnen verklaren. Kortom De Putten was van oudsher een trefpunt voor reizigers en bewoners. Het dempen van het wiel heeft in de vorige eeuw plaatsgevonden, vermoedelijk tijdens de ruilverkaveling. Ik zal mijn licht eens opsteken of er hieromtrent nog meer gegevens te achterhalen zijn. Ik zal u hierover nog nader berichten. Een rectificatie en aanvulling op mijn e-mail van gisteravond. Het wiel achter de Nieuwe Steeg is niet tijdens de ruilverkaveling gedempt maar al eerder. Na de oorlog, begin jaar vijftig, werd er voor het eerst in Dussen een vuilnisophaaldienst in het leven geroepen. Burgers zetten het huisvuil in een oude wasteil of kookketel, maar ook in zakken aan de straatkant waar het dan met paard en wagen werd opgehaald door David van de Westen (vader van Jan van de Westen de huidige eigenaar van De Koppelpaarden te Dussen). David had ook een knecht in dienst, namelijk Mark van Tilburg uit de Wilhelminastraat die veelal de bok bemande. Nogal wat kinderen uit Dussen maakten in die tijd graag van de gelegenheid gebruik om een ritje te maken met de vuilniswagen onderwijl Mark of David een handje toestekend. Als de wagen vol was, werd naar de Nieuwe Steeg gereden. Daar was een pad ter hoogte van de woning van Kobus van de Broek (thans bewoond door diens zoon Ad van de Broek) dat naar het wiel voerde. Het huisvuil werd in het wiel gedeponeerd. Dit is zo doorgegaan tot het wiel geheel gedempt was, waarna het is afgedekt met aarde. Er bestaat dus een gerede kans dat er nog behoorlijk wat verontreiniging ter plekke aanwezig is. Natuurlijk heb ik iets aan de informatie gehad. Zo’n wiel begint gewoon weer te leven. Echter ik moet eerlijk zijn dat ik zeer huiverig ben om het wiel als poel te gaan herstellen. Op bepaalde lagen komt wat puin boven en in hoeverre het grondpakket nu een soort ‘prop’ vormt voor het onderliggende vuil is voor mij nog een vraag. Arjen Stoop, Brabants Landschap, 076 – 5024517 (doorgeschakeld naar mobiel, altijd te bereiken)

Bronnen

Valentine Wikaart e.a., Nijet dan water ende wolcken. Verslag onderzoekscommissie naar aanwassen in Verdronken Waard (1521-1523). Kaart Zuidhollandsche polder vóór de bedijking in tweede helft zeventiende eeuw, archief Walter van Dortmont, Hank.

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl
(1521 nr 43) Dirick Adriaens[zoen], schout van Munsterkerck en Jan Godscalcx[zoen], schout van Muijlkerck, verklaarden dat oostwaarts van de Laer de aanwas Goede Poerte lag die beheerd werd door de erfgenamen van Emont Mathijs[zoen] en Jan Maes[zoen]. Deze aanwas strekt tot aan dat Eellant groot omtrent 14 morgen, toebehorende aan juffrouw Katherina van der Dussen. (1521 nr 94)het huis van Claes Maessen aan de dijk bij de Goe Poorte [=Putten] (1521 nr 191) Verder westwaarts gaande toonde beide schouten ons een cleijn eijlandeken van omtrent 4 hont boven water genaamd die Goede Poerte terwijl het andere deel slijk en water is dat ten zuiden van de dijk ligt en ten noorden van de Maas, zodat de Maas aldaar verlant is en zuidwaarts vanaf de Goede Poort naar sVoechs Werf loopt en beheert wordt door de erfgenamen van Eemont Mathijssen te Almkerck en Jan Maeszoen erfgenamen aanden Dussen, waarbij zij al het land nemen liggende aan de dijk tot aan Claes Maessen sloot en verklaren dat die Goede Poorte 18 morgen land zou zijn. (1521 nr 104) Jan Mens zegt dat Hubert Herperszoen gehuwd met de weduwe Adriaen Eemonts en Pieter Mathijssen, allen uit Almkerck, gerechtigd zijn in die Goede Poerte conform een brief die hij toonde. De commissie gelast de gerechtigden zich te melden bij haar. (1521 nr 124) Hubert Hubertszoen uit Almkerk gehuwd met de weduwe van Adriaen Emontssen verklaart dat zijn vrouw en haar kinderen de helft van Goede Poerte toebehoord, zijnde 34 of 35 morgen alwaar 0,5 hont land is aangewassen, maar waarvan zij nog nooit profijt van hebben genoten. Zijn aanspraken worden gestaafd door een schepenbrief van Dordrecht van 1374 waarbij Wpouter vanden Dijcke en Claes Oom zijn broer aan Gerardt Gillissen verkopen 6 hont lant in Monsterkerck, genaamd Cleijne Kijervliet tussen het land van Jan Westvalincx aan de westzijde en van heer Pieterslandt vanden Steenwege aan de oostzijde. (1521 nr 212) Jan Maessen wonende in den Dussen verklaart dat mij met zijn broers een vierde deel heeft in de helft van Goede Poerte. Hubert Herperssen, Thijs Eemanssenn en Pieter Mathijssen, allen uit Almkerck, zijn daar ook ingelanden. Hij heeft er mijn broers nooit meer dan 2 beesten op kunnen schaeren. De commissie heeft Hubert Herperssen gelast zijn aanspraken in te trekken, waarop hij uitstel gevraagd heeft voor zijn besluit. Jan Maessen zal inzake zijn rechten met het besluit van Hubert Herperssen meegaan. Het document (nr.94) besluit met de bewering dat "die Middelt is een vliet mit een strate geweest ende loopt van binnen sdijcx van Monsterkerk ontrent die Goe Poerte, ende loept deur den dijck westwaert van die Goepoert". Net als langs de Dussen liep langs de oever van het water het Middeltje in het Groot- en Klein Zuideveld oorspronkelijk dus ook een weg. Deze weg liep door tot in de Goe Poerte (het gebied gelegen tussen huidige Oude Zeedijk en Nieuwesteeg) in de Zuidhollandse polder. Oostwaarts van de Laer lag een aanwas, die Goede Poorte, bewijd met vijf paarden, een werf die beheerd werd door de erfgenamen van Emont Mathijszoen en Jan Maeszoen. Deze aanwas van 14 morgen strekt tot op 't Eland van jouffrouwe Katherina van der Dussen. 't Eland lag buitendijks, en over de Maas (vanuit Geertruidenberg bezien).