Familiewapen van het geslacht Lensvelt, Anno 1739

Het geslacht Lensvelt kent ook een familiewapen. In 1739 werd in opdracht van, of wellicht opgedragen aan Aart Lensvelt, een familiewapen geschilderd. Het betreft een origineel, achtiende-eeuws geschilderd familiewapen, dat vermoedelijk onderdeel is geweest van een groter paneel. In de Armorial Generale (register van opgetekende famliewapens) komt het wapen echter niet voor.

wapenlensvelt.jpg

Het familiewapen, 6 eikels met een naar onder wijzend steeltje en voorzien van twee blaadjes, geplaatst: 2 boven, 3 midden en 1 op de onderste rij, met als onderschrift op de banderol:
Aart Lensvelt - Anno 1739.

Het betreft een origineel, achttiende-eeuws geschilderd familiewapen, op een eikenhouten paneel, formaat 37 x 20 cm, dat mogelijk deel heeft uitgemaakt van een groter geheel (waarop misschien meerdere familiewapens waren afgebeeld).
In de 19e of 20e eeuw is de tekst op de banderol onder het wapen overgeschilderd in moderne gecalligrafeerde letters, waaronder de oude letters nog zichtbaar zijn (zelfde tekst!).
Het gehele schilderijtje heeft bij die gelegenheid een nieuwe vernislaag gekregen. De beide zijkanten van het paneel zijn recht afgezaagd om het geheel passend te maken voor het lijstje dat er om heen zit.

Het origineel geschilderde paneel met familiewapen is in bezit van Marcel Lensvelt, welke het aangeworven heeft via Antiquariaat A.G. van der Steur, Haarlem

Veel meer dan tegenwoordig was er vroeger sprake van een kleurensymboliek. Hedentendage kennen wij nauwelijks nog de betekenis van kleuren, ook al kleden we ons nog steeds in stemmige kleuren voor 'n begrafenis en trouwen velen nog in 't wit.
Het wapenschild heeft 'n achtergrondkleur van zilver of ar(gent), hetgeen in de heraldiek de symbolische waarde heeft van "onschuld, kuisheid, vreugde".
Het gebruik van plantendelen of vruchten, zoals in dit geval eikels die in natuurlijke kleuren zijn uitgevoerd, komt in de heraldiek reeds in 'n vroegtijdig stadium voor. Het symboliseert onder meer "vruchtbaarheid". Zo zou het aantal afgebeelde eikels een verwijzing kunnen zijn naar het aantal kinderen van degene die zich het wapen liet ontwerpen.

Pama schrijft dat bij de beschrijving van de eikel steeds aangegeven moet worden of het steeltje naar boven of onder wijst. Hij heeft twee kleine blaadjes, die vermeld moeten worden. Hetzelfde als de dop anders gekleurd is (hij verwijst naar de families van Eeckelen, Eijgels, van Akeren). In de symboliek (is niet helemaal hetzelfde als heraldiek!) komt de eikel uiteraard voor als mannelijk seksueel symbool en wordt daarom ook wel als amulet gedragen. De druiden aten eikels naar het schijnt voor het waarzeggen. Op geestelijk vlak wijst de eikel op de sterkte van de geest en de voedzame deugd van de waarheid, voortkomend uit twee bronnen: de natuur en de openbaring (Dictionaire des symboles).
[Bron: E-mail Johan Roelstraete 21 augustus 2000]

De schilddekking - alle stukken die boven het eigelijke schild zijn geplaatst - bevat zoals te doen gebruikelijk: de helm met dekkleed. Dit laatste, van oorsprong kleine kleedje, groeide binnen de heraldiek uit tot een zwierig versiersel. De wapenschilder heeft ook in dit geval grote lobvormige, van de helm uitgaande doeken, geschilderd, die enkel als versiering dienst doen.

In de genealogie van Lensvelt is twee maal sprake van Aart Lensvelt uit de periode rond 1739:

  • Aart Lensvelt uit Gorinchem, derde zoon van Simon Lensvelt (Generatie 01), welke in 1739 een leeftijd had van 53 jaar. Aart kreeg in totaal 8 kinderen.
  • Aart Lensvelt (Generatie 04) uit Dussen, de oudste zoon van Gerardi Arnoldi Lensvelt, waarvan we weten dat hij vermogend was en aanzien genoot. Uit 't overlijdensbericht van Aart (1770) kunnen we opmaken dat Aart zelf ook een bevoorrecht man was. Zijn begrafenis was haast twee maal zo duur als andere begrafenissen en er werd vier maal, in plaats van drie maal, geluid!. In 1739 was Aart 41 jaar oud. Aart kreeg in totaal 6 kinderen

    De oorsprong van het schildje is niet bepaald kunnen worden. Het familiewapen zou bijgeschilderd kunnen zijn bij het toetreden van Aart Lensvelt tot een officieel orgaan als een waterschap of schepenbank, waarbij de mogelijkheid bestaat dat het wapen al meerdere generaties in de familie was.

    Het zou ook deel uitgemaakt kunnen hebben van een zogenaamde rouwkas, maar in dat geval valt Aart Lensvelt uit Dussen af, omdat die pas in 1770 kwam te overlijden, tenzij het onderdeel is geweest van een rouwkas van een nazaat van Aart uit Dussen waarvan hij 'n directe voorouder was.

    Het aantal op het familiewapen afgebeelde eikels pleit in 't voordeel van Aart Lensvelt uit Dussen, omdat hij een vergelijkbaar aantal kinderen kreeg. Als er echter inderdaad sprake is van een verwijzing naar het aantal kinderen van degene die zich het wapen heeft laten ontwerpen en schilderen, dan impliceert dat automatisch dat het wapen - althans in deze vorm - nog niet eerder als familiewapen gevoerd werd.

    Rouw- en wapenborden en rouwkassen.

    Wanneer men schilderijen van oude kerkinterieuren bekijkt valt meestal meteen de enorme hoeveelheid rouwborden op die in de kerken hingen. Dit zijn meestal ruitvormige, in een lijst gevatte borden, uitgevoerd in hout of op linnen, die in de kerk werden opgehangen ter nagedachtenis aan een overledene.
    Oorspronkelijk werden deze borden opgehangen boven de voordeur van het sterfhuis en in de begrafenisstoet meegevoerd naar de kerk, om aldaar zolang een plaats aan de muur boven het graf te krijgen, totdat de grafsteen klaar was. Daarna bleven ze echter in veel gevallen in de kerk hangen. Naast de naam van de overledene en zijn sterfdatum bevatte en rouwbord meestal zijn of haar wapen en de wapens van de directe voorouders.
    De zogenaamde rouwkassen waren een stuk groter dan de wapenborden en bevatten zelfs 16 of 32 kwartierwapens. Zo liet de rentmeester van kasteel Dussen voor zijn heer Jean Louis van der Schueren van Hagoort in 1726 door de vaste schilder, Simon Colthoff, een rouwkas schilderen met zestien kwartieren, dat vanwege Van der Schueren's verdiensten voor het behoud van het rooms-katholieke geloof in Dussen, een bijzondere plaats kreeg in het "kerckhuijs" aan de sluis

    Wanneer men met het gebruik van wapenborden is begonnen, is niet precies bekend, doch in het begin van de zeventiende eeuw is dit gebruik al zeer algemeen. In 1900 verscheen in het tijdschrift 'De Nederlandsche Leeuw' het artikel 'Het amoveeren der wapenborden in de Grote, Nieuwe en Kloosterkerk te 's-Gravenhage' door C.F. Gijsberti Hodenpijl.
    In dit artikel vertelt de schrijver dat er alleen in de Grote Kerk te 's-Gravenhage al zo'n 500 wapenborden moeten hebben gehangen. Eeuwenlang hebben ze onze kerken gesierd en hun aantal groeide gestaag, tot er aan het einde van de achttiende eeuw verandering in kwam.

    De ideen van de Franse revolutie gingen ook aan onze streken niet voorbij. Lees daarvoor hetgeen beschreven is onder Revolutie en Franse tijd in gemeente Dussen 1780-1795 De leuze Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap drong zelfs tot binnen de kerkmuren door. Niet alleen de in de zerken gehouwen wapens moesten het ontgelden, maar ook de rouwborden. Alle sporen van de aristocratische tijden dienden volgens de aanhangers der revolutie te worden uitgewist. Hiertoe werd door de Provisionele Representanten van het Volk van Holland een plakkaat uitgevaardigd, dat op 8 juni 1795 in de openbaarheid werd gebracht. De geiste maatregelen, die al vroeg na de Franse inval - door sommigen in die tijd ook wel de Bataafse vrijheid genoemd - werden doorgevoerd, waren niet voor tweerlei uitleg vatbaar.

    De belangrijkste artikelen luiden als volgt.

  • Volgens artikel 5 moesten de grafzerken weliswaar ongemoeid worden gelaten, doch moesten de daarop afgebeelde wapens worden uitgehakt Gelukkig waren de bestuurders niet overal in het land even fanatiek en vooral op de plaatsen waar in die tijd de kerkbanken stonden, zijn de meeste zerken bewaard gebleven.
  • Artikel 6 bepaalde dat vr 1 september 1795 alle wapens, rouwkassen en rouwborden door de eigenaars of hun vertegenwoordigers te hunnen koste en onder toezicht van de kerkmeesters uit de kerken dienden te worden verwijderd. Was dit vr begin oktober van dat jaar niet gebeurd, dan zouden ze van overheidswege worden weggehaald en ten behoeve van de armen of de kerken worden verkocht.
  • Volgens artikel 7 was dit niet van toepassing voor tombes, gedenkstenen en dergelijke, en diende men deze monumenten, herinnerend aan Nederlandse staatslieden, helden of kunstenaars ongemoeid te laten.
  • Ook wapens die zich bevonden op huizen gebouwen, rijtuigen of vaartuigen dienden volgens artikel 11 door de respectieve eigenaars te worden weggenomen of uitgehouwen. Verzuimde men dit, dan zou bet karwei op kosten van de eigenaar ten uitvoer worden gebracht.
  • Artikel 12 tenslotte bepaalde dat vr 1 september van het genoemde jaar alle gedistingeerde gestoelten in de kerken zoveel mogelijk legaal gemaakt moesten worden, zonder tekenen van onderscheid, zodat er geen verschil zou bestaan tussen de kerkgangers.

    We moeten maar niet denken aan de enorme aantallen heraldische gegevens dat door deze maatregelen voor het nageslacht verloren is gegaan, ingegeven onder het mom van de gedachte gelijkheid voor iedereen.

    [Bron: Roelof Vennik, Familiewapens, oorsprong en betekenis.]


    © Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl