Tering en Nering in de Krekeldraai

Café de Bocht, dorpscafé met orgel maar ook een verrassende historie

Ouden Zeedijk wordt Dorpsstraat

De Dorpsstraat is van oudsher een dijk. Aangelegd midden vijftiende eeuw, vormde deze dijk de verbinding tussen de Kornsedijk en de Rommegatse Dijk. De Kornsedijk werd opgeworpen tussen 1461-1465 om een barriëre te vormen tegen het buitenwater. De Rommegatse Dijk was nog een overblijfsel van de oorspronkelijke Noordelijke Maasdijk die voor het grootste deel was weggeslagen door de Sint Elisabethsvloed van 1421 en latere overstromingen.
Zoals gezegd was de dijk van de Dorpsstraat in Dussen de verbinding tussen deze twee. De Dorpsstraat werd dan ook oorspronkelijk 'Ouden Zeedijk' genoemd. De naam Dorpsstraat is pas later ontstaan toen de methode van huisnummering in de Gemeente Dussen op de schop ging. Er werd afgestapt van de de traditionele wijknummering: A en B voor Dussen en C voor Hank; deze stamde nog uit de Franse Tijd en was na de invoering van de Gemeentewet in 1851 ook in Dussen ingevoerd. Met de naoorlogse uitbreiding van het dorp was dit systeem echter niet langer meer hanteerbaar. In plaats daarvan werden huizen voortaan genummerd in combinatie met de straatnaam. Tegelijkertijd werd ook de methode van 'even nummers' aan de ene kant en 'oneven nummers' aan de andere kant van de straat ingevoerd. Daarbij werden tevens een paar oude straatnamen veranderd, waaronder de Ouden Zeedijk die voortaan Dorpsstraat heette. Tot aan De Putte dan, want vandaar tot aan het begin van De Korn, werd de Ouden Zeedijk voortaan Dussendijk genoemd. De naam Ouden Zeedijk raakte niet helemaal in het vergeetboek. De zeventiende eeuwse dijk van de Zuid-Hollandse Polder vanaf De Putte naar Keizersveer die in Dussen Hoogendijk werd genoemd, werd veranderd in Oude Zeedijk. Het zal voor de inwoners van Dussen best wennen geweest zijn, want tot op de dag van vandaag wordt de huidige Oude Zeedijk door sommige, vooral oudere inwoners, ook nog wel Hoogendijk genoemd.

De Krekeldraai

De Krekeldraai is de bekende - voor sommigen ook wel beruchte bocht of draai in de Dorpsstraat ter hoogte van de stoep naar de Zuideveldlaan. Deze bocht in de dijk is ontstaan na een dijkdoorbraak. Daarbij onstond een doorstroomgat, een zogenaamd wiel. De grond werd daarbij weggespoeld en binnendijks in een waaier afgezet: de overslaggronden. Zodoende is achter de Krekeldraai de Zandweide ontstaan waarvan de naam voortleeft in een nieuwbouwwijk. Omdat het wiel behoorlijk diep was en er veel water in bleef staan, werd de dijk gedicht door deze om het wiel heen te leggen. Die dijkdoorbraak heeft begin zeventiende eeuw of wellicht zelfs al eerder plaatsgevonden. Op een oude kaart uit 1625 is de opvallende kronkel in de dijk namelijk al te zien. Op die kaart uit 1625 zijn er zelfs twee zichtbaar, compleet met wiel: één in de Krekeldraai en één aan De Putte. De wiel bij de Krekeldraai stond zelfs in open verbinding met de Pretense (=zogenaamde of beweerde) Scheijsloot (het latere Kanaaltje). Het is echter niet bekend wanneer de naam de Krekeldraai is ontstaan, noch dat er een verklaring van deze naamkeuze is overleverd. Er mag echter veronderstelt worden dat het een gebied was waar oorspronkelijk veel krekels voorkwamen die er hun typische trirpgeluid produceerden.
Op termijn werd het buitendijkse wiel alsnog gedicht en ontstond aan beide zijden van de dijk bewoning. Vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw werd er veel gebouwd aan de dijk. De Krekeldraai werd zelfs druk bewoond. Voor de oorlog stonden er veel meer huizen dan in de huidige situatie. Daaronder veel arbeiderswoningen. Zodoende was het ook een kinderrijke buurt. En waar veel bewoners gehuisvest waren, was er natuurlijk ook behoefte aan winkels en andere neringdoenden en niet te vergeten een plek voor verpozing: een herberg of koffiehuis.

Van boeken tot orgelmuziek

De bevolkingsregisters van de Gemeente Dussen gaan slechts terug tot 1890; oudere registers zijn bij de grote dorpsbrand van 1892 waarbij ook het Raadhuis aan De Sluis compleet met het gemeentearchief in vlammen opging, verloren gegaan. In de drie registers van 1890-1910, 1910-1920 en 1920-1940 wordt het pand waarin thans café De Bocht gehuisvest is aangeduid met nummer B99, later hernummerd tot B100, respectievelijk B102 en B104. In een tijdbestek van vijftig jaar kreeg exact het zelfde pand dus vier verschillende nummers. Deze voortdurende hernummering was het gevolg van de bouw van nieuwe - en de sloop van oude panden waardoor de nummering van tijd tot tijd werd herzien.
Zeventig jaar eerder, ten tijden van de eerste kadastrale opmeting rond 1820, stond er op dezelfde plek kadastraal aangeduid met de nummer H231 en H232, ook al een woning met ten oosten daarnaast een tuinperceel, beiden eigendom van de weduwe van Dingeman Otjens, te weten Johanna Schroot. Zij was een dochter van Jan Franciscus Schroot en Cornelia Vetjens en moeder van een groot gezin van 8 kinderen plus nog 4 kinderen uit Dingemans eerder huwelijk. Schuin daar tegenover, waar veel later Simon Sagt zijn groetenwinkel had, woonde destijds de weduwe van Cornelis Sagt. Johanna Schroot overleed in 1847 en waarschijnlijk is het pand toen aangekocht door Adrianus en Francisca van Dijk, die kort daarvoor getrouwd waren. Het kleine huisje dat er oorspronkelijk stond werd afgebroken en in plaats daarvan werd een nieuw - maar vooral ook groter pand gerealiseerd dat de in de lengte op perceel H231 stond en de volledige breedte van het perceel benutte. Ook de woning van de weduwe Cornelis Sagt genummerd B102 respectievelijk B104 werd later hun eigendom. De twee panden bleven in de familie tot 1915. Toen werden deze wegens overlijden door notaris Rietra publiekelijk verkocht. Het huis B104 werd (BR 1910-1920) bewoond door het gezin van horlogemaker Cornelis van Mild en Alida Grootebroer en toen deze in april 1910 naar Dordrecht verhuisden vanaf 1911 door het gezin van schilder P.H. Scheeren en Adriana Fabrie met zijn inwonende broer schoenmaker Jacobus; de Scheerens waren oorspronkelijk afkomstig uit Limburg. Met de verkoop in 1915 zijn ze verhuisd naar de voormalige woning van de gezusters Van Beurden (thans tegenover de Trapjes). Volgens de Echo van het Zuiden van 6 januari 1917 ontstond er in de herberg van Van Dijk een twist tussen verschillende personen, welke echter weer spoedig was bijgelegd. De schade voor de kastelijn bleef beperkt tot enkele gebroken bierglazen. In 1918 werd de herberg met winkel in ieder geval gekocht door Laurentius Vermeulen en zijn vrouw Adriana die het tot 1948 bleven uitbaten. Opvolger van Louwke en Jaantje Vermeulen-de Hoogh was in eerste instantie Aart Peters maar al vrij snel, in augustus 1949, werd de zaak overgenomen door Johan Sagt en zijn echtgenote Jo Leenhouts en nadien door hun dochter Joke Sagt en haar man Wim Eijkhout tot op de dag van vandaag voortgezet.

De eerste eigenaar

Francisca van Dijk (1820-1894) werd geboren op 14 september 1820 en overleed op 24 februari 1894. Zij was een dochter van Johannes (Jan) Cornelisse van Dijk, van de rooms-katholieke Van Dijk-tak in Dussen, kleermaker van beroep en Pieternella Gerritsen Lensvelt. Haar ouders woonden in ieder geval in de Dorpsstraat waar ze omstreeks 1820 twee huizen in eigendom hadden. Eén klein binnendijks pandje een weinig ten oosten van de Krekeldraai met daar tegenover het huis van collega-kleermaker Jan Arnoldus van Dijk, daar waar later Koos Wijtvliet het postkantoor zou laten optrekken. Ook hadden ze één woning ten westen naast de Oliemolen van Willem Boor waar rond 1900 graanhandelaar en wethouder Johannis Schoenmakers in gehuisvest was; vermoedelijk woonden ze in dit laatste huis en werd het andere pandje verhuurd. Op 24 april 1846 was hun dochter Francisca in het huwelijk getreden met Adrianus van Dijk, geboren 5 juli 1817 maar al snel overleden op 11 augustus 1854. Hij was een zoon van Adriaan van Dijk en Maria Anna de Bont en afkomstig uit Tilburg. Vermoedelijk hebben Adrianus en Francisca één jaar later het pand in de Krekeldraai aangekocht om het vervolgens in te richten als woon- en winkelruimte.

Door het snelle overlijden van haar man Adrianus, werd Francisca al op 34-jarige leeftijd weduwe maar dat belette haar niet om het winkelbedrijf dat ze samen met haar man in het pand in de Krekeldraai gesticht had, tot bloei te laten komen. In het Advertentieblad Gorinchem van 29 december 1876 maakte Francisca als Weduwe Adriaan van Dijk & Zoon, reclame voor haar winkel in Manufacturen, tevens Papier- en Boekhandel te Dussen. De manufacturenwinkel was mogelijk gesticht omdat haar vader kleermaker van beroep was en zij dus van huis uit met het vak mode en kleding was opgegroeid. Wat de beweegredenen voor het jonge echtpaar waren om daarbij tevens een Papier- en Boekhandel te openen, blijft de vraag. Hoewel hij afkomstig was uit een Tilburgs arbeidersmilieu van de Oostheikant, zou het wellicht een idee van Adrianus geweest kunnen zijn. Maar, er mag toch veronderstelt worden dat er in een klein dorp als Dussen midden negentiende eeuw slechts een bescheiden vraag naar papier, boeken, drukwerk en school- en kantoorbehoeften geweest zal zijn. Ook al probeerde men die vraag wat op te krikken door flink te adverteren en door bijvoorbeeld de verkoop van abonnementen voor kranten en tijdschriften waarvan de oplages juist in die periode aan een sterke opmars begonnen. Concurentie in de regio was er van enkele verzendboekhandels uit de grote steden die ook met colporteurs werkten en de boekhandels van Antoon Tielen en P.C. Baijens in Waalwijk en al vanaf 1795 van Veerman in Heusden. Zij waren tevens de uitgevers van de regionale kranten Echo van het Zuiden en het Nieuwsblad voor het Land van Heusden en Altena en de Bommelerwaard. Het Nieuwsblad had zelfs een speciale lezersrubriek getiteld: Uit den Boekwinkel waarin nieuwe uitgaves werden aangekondigd en besproken. Daarnaast acteerde Boekhandel Van Dijk in Dussen als tussenpersoon voor het plaatsen van advertenties in alle dag- en weekbladen. Door de vermoedelijk beperkte vraag zochten ze weldra hun toevlucht in de verkoop van andere producten, zoals galanterien, drogisterijartikelen en geneesmiddelen waaronder de Urbanus-pillen die volgens de advertentie een brede heilzame werking hadden. Ze zag zelfs handel in de verkoop van aardappelen in Tilburg, de geboorteplaats van haar overleden man. Van haar man zaliger wist ze dat daar aardappelen van de zandgrond geteeld en genuttigd werden, de zogenaamde 'zandjanussen' die van beduidend mindere kwaliteit waren dan aardappelen geteeld op kleigrond. Francisca adverteerde daarom in de Tilburgsche Courant van 22 september 1878 waarbij ze puik-beste kleiaardappelen aanbood, waarvan monsterzakken konden worden aangevraagd terwijl leveringen franco thuisbezorgd werden. Ondanks de uitbreiding van het assortiment bleef de omzet kennelijk beneden de verwachtingen, want tien jaar later, in maart 1886, werd volgens het regionaal Nieuwsblad een toneeluitvoering verzorgd door de vereniging Polyhymnia bij de weduwe A. van Dijk, in het koffiehuis! Zo rond 1880 zal door Francisca in het pand in de Krekeldraai dus tevens een koffiehuis geopend zijn, al bleef men wel gewoon manufacturen en boeken verkopen en daarmee ook adverteren.
Naast advertenties in regionale dag- en weekbladen werd door Francisca en haar zoon ook aan de weg getimmerd bij speciale gelegenheden. Zo reed er een versierde wagen van de 'boekhandel en manufacturen' mee in de grote optocht die in 1890 ter ere van de inauguratie van burgemeester J.H. Stael door het dorp trok.

Francisca kwam uit een echt middenstandsgezin. Bij haar vader waren nogal wat bakkers in de familie maar zelf was hij kleermaker en zodoende waarschijnlijk ook de inspirator voor Francisca's manufacturenwinkel. Haar oudste broer, Cornelis Janse van Dijk, was uitbater van het koffiehuis De Gouden Leeuw aan de Sluis, op de plek van het latere commieshuis, dat later overgenomen werd door de oude Willem Heesels afkomstig uit Woudrichem. Een jongere zus Adriana van Dijk was dan weer getrouwd met Mathijs Schalken, winkelier in de Dorpsstraat tegenover de bakkerij van Bastiaan van Iersel. Mathijs was overigens niet alleen winkelier maar zat kennelijk ook goed in de 'slappe was' want hij fungeerde daarnaast als pseudo-bankier. Uit het notarisarchief van Dussen blijkt dat hij regelmatig geld uitleende aan medeinwoners op hypothecaire basis.

De buurtbewoners van Adrianus en Francisca van Dijk waren: Simon Sagt, boer en gehuwd met Huijberdina Hendriks, en later zijn zoon polderwerker Johannes Sagt getrouwd met Johanna van Olst, de oude Willem Berm met zijn zuster Johanna, polderwerker Marcus van Tilborg gehuwd met Hendrika Hogenkamp, klompenmaker Hendrikus Meijers gehuwd met Petronella Verbunt, winkelierster Petronella Lensvelt met haar zoon de sigarenmaker Jan Weterings en dochter Apollonia die later met Jan Eummelen trouwde, polderwerker Marinus van der Griendt, Adriana Lensvelt weduwe De Bodt met zoon en dochter, het gezin van kleermaker Petrus Goossens, polderwerker Willem van den Broek getrouwd met Lucia van Moergestel, polderwerker Waltherus Schalken gehuwd met Johanna Rijken, fabrieksarbeider Theodorus van Biesen getrouwd met Johanna van Moergestel, arbeider Willem van Deursen getrouwd met Petronella Schalken. Polderwerkers waren destijds meestal werkzaam bij het graven van de Bergsche Maas.

Opgevolgd door zoon

Ondanks dat haar man acht jaar na hun trouwen overleed, kreeg Francisca toch vier kinderen waarvan er echter twee op jonge leeftijd kwamen te overlijden. Francisca zelf werd 73 jaar. Het koffiehuis met winkel werd na Francisca's overlijden voortgezet door haar zoon Johannes Adrianus van Dijk (1854-1913), dit samen met zijn enige en inwonende zuster Johanna Petronella. De herberg kreeg toen ook een naam: Het Wapen van Noord-Brabant. Het had er lang alle schijn van Johannes ongehuwd zou blijven maar twee jaar na het overlijden van zijn moeder, koos hij alsnog eieren voor zijn geld en trouwde hij in 1896 op 23 april met de 45-jarige Margaretha Cornelia Coesel, dochter van een koekbakker uit de Oude Kennissteeg en nog later de Tweede Laurierdwarsstraat in Amsterdam; haar oudste broer had vanaf 1886 een koek- en banketbakkerij in Nieuweramstel en vanaf 1888 in Amsterdam in de Jacob van Lennepstraat nr. 13. Telg uit een bakkersgeslacht dus want zelfs haar opa van vaderskant reisde met een bakkerskraam door het land met staanplaatsen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Margaretha daarentegen was vanaf 1880 in betrekking geweest bij een kleermaker aan de Keizersgracht maar vier jaar later, in 1884, naar Gorinchem vertrokken. Het ligt dus een beetje voor de hand dat Johannes zijn geliefde in Gorinchem heeft leren kennen. Overigens richtte haar schoonzus, de weduwe van haar oudere broer Rudolf Jacobus Coesel na diens overlijden in 1894, zich volledig op de boekhandel annex drukkerij in de Kerkstraat 58 bij de Leidschegracht te Amsterdam. De vleeschhouwerij en het aandeel in het Schietschuitenveer op Utrecht werden te koop aangeboden.
Margaretha Coesel moet een opvallende verschijning geweest zijn in Dussen en dat niet louter en alleen door haar taalgebruik, modieuze kleding en stadse manieren. Afkomstig uit Amsterdam, het vak mode en kleding geleerd aan de Keizersgracht, zal zij daar ook in aanraking gekomen zijn met de betere stand van Amsterdam, wat haar mede gevormd zal hebben. Dan moet de verhuizing naar een plattelandsdorp in Brabant toch een tamelijk grote overgang voor haar geweest zijn. Net als voor de Dussenaren die haar vermoedelijk wel als 'Juffrouw Van Dijk' zullen hebben aangesproken.
Volgens het bevolkingsregister van Dussen waren er bij Johannes en Margaretha ook verschillende dienstbodes inwonend, alsmede een zuster van zijn echtgenote en zelfs voor enkele maanden een handelsreizend familielid Coesel. Men hield ook kostgangers, commensaal genoemd, waaronder belastingcommiezen maar bijvoorbeeld ook Gerhardus Ludeman, een horlogemaker afkomstig uit Hilversum.

Waarom Johannes pas op latere leeftijd de ware vond is niet bekend maar wellicht was hij meer gepassioneerd van boeken. Opgegroeid tussen de publicaties aanwezig in de boekwinkel van zijn moeder, zal hij ongetwijfeld al op jonge leeftijd met literatuur in aanraking zijn gekomen en er een speciale band mee ontwikkeld hebben. Het was de tijd van de Romantiek met op de boekenplanken onder meer: Woeste Hoogten van Emily Brontë en Van de Koele meren des doods van Frederik van Eeden of historische romans van Walter Scott en Jacob van Lennep, maar ook Max Havelaar van Multatuli, de belevenissen van ontdekkingsreiziger Stanley in Donker Afrika of de Negerhut van Oom Tom, terwijl humor in de negentiende-eeuwse letterkunde eveneens erg geliefd was. Hij zal die en andere werken met veel plezier gelezen hebben en er voldoening in gevonden hebben. Johannes werd dan ook geen arbeider of ambachtsman maar moet meer gezien worden als een intelectueel uit het middenstandsmilieu. In het bevolkingsregister liet hij optekenen dat hij boekhandelaar was en daarnaast tapper en manufacturier, in die volgorde, dat zegt voldoende. Mogelijk dat hij voor de aankoop van boeken ook door het land gereisd heeft en uitgevers bezocht.

Omdat de aanschaf van boeken niet voor iedereen was weggelegd heeft hij mogelijk ook een leesbibliotheek uitgebaat of een abonnementsboekhandel. Bij deze laatste vorm werd klanten de gelegenheid geboden om aangeschafte boeken in termijnen te betalen. Dat werd destijds door meer boekhandelaren gedaan en was voor menigeen de kurk waar het bedrijf op dreef. Daarnaast liet hij ook bidprentjes en ansichtkaarten van Dussen drukken en uitgeven onder de naam J.A. van Dijk-Coesel. Daarvan zijn tal van exemplaren overleverd. Ongetwijfeld verkocht hij in de winkel ook zogenaamde wens- of kermisbrieven. Op voorgedrukt en soms ingekleurd papier met sierranden en afbeeldingen werden meestal door kinderen wensen geschreven en persoonlijk aangeboden aan familie of bekenden. Bij gelegenheid (Nieuwjaar, verjaardag, huwelijk) werden ze ook door de kinderen voorgelezen. Voor dit fraaie werkje ontving het kind in kermistijd een (geldelijke) beloning. Ook trachtte hij een graantje mee te pikken van de publieke verkopingen en - veilingen die door de notaris werden georganiseerd. Daarbij moest hij echter concureren met de herbergen aan de Sluis maar uit krantenadvertenties uit 1897 en 1910 blijkt dat er door notaris Rietra zo nu en dan toch wel een verkoop in Het Wapen van Noord-Brabant werd gehouden.

Een reclameuiting van Pietas rechts naast de centrale ingang doet vermoeden dat Van Dijk ook in verzekeringen deed van deze in 1861 opgerichtte Utrechtse Levensverzekering Maatschappij. De manufacturen- en galanterienafdeling zal het domein van zijn echtgenote geweest zijn, die was tenslotte vier jaar bij een kleermaker aan de Keizersgracht in Amsterdam in dienst geweest. Confectiekleding bestond nog niet, men was aangewezen op de kleermaker maar veel kleding werd zelf gemaakt en versteld. De manufacturenwinkel zal vooral stoffen, wol en naaigaren en fournituren in het assortiment gehad hebben. Door de connecties van zijn echtgenote was er ook een stalendepot van Bruning & Muhren uit Amsterdam gevestigd dat bekend stond om zijn wollen japonstoffen van het merk Bruno - met een eigen linnenfabriek in Velthoven N.B. - maar ook Elzasser fantasie-katoenen, -zephyrs en -a-jours.

Johannes en zijn echtgenote overleden allebei kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Zijn inwonende zuster was al een paar jaar eerder, in 1909, overleden. Gijsbertha van Coesel, de inwonende zuster van zijn echtgenote was bij testament in 1914 (Verberne) tot enig erfgenaam benoemd. Door haar werd in april 1915 het pand B100 met de herberg Het Wapen van Noord-Brabant, de boekhandel en winkel in manufacturen en galanterien door notaris Rietra publiek verkocht. Ook het tegenovergelegen woonhuis B104 (op perceel H1150, waar thans de woning van Wim Leenhouts staat) met het achtergelegen perceel H1398 en wat destijds verhuurd werd aan schilder P.H. Scheeren was onderdeel van de verkoop. Dit laatste pand was bij de eerste kadastrale opmeting omstreeks 1820 in bezit van Peter Corstiaan van Dijk, kleermaker van beroep en getrouwd met Catharina van Dongen. Zijn tante was een Lensvelt en zijn schoonmoeder heette Maria Kaptein. Mogelijk heeft Petronella Lensvelt er later (BR 1890-1910 op nr B105) een winkel in gehad. Bij haar was ook een zekere Paula Christina Capiteins in de kost. De herberg met winkel werd ingezet door rentenier Jos van Steen voor 1.000 gulden en niet door hem verhoogd, terwijl het woonhuis aan de overkant eveneens voor 1.000 gulden werd ingezet door aannemer Ferdinandus Hendrikus van der Pluijm en vervolgens met 100 gulden verhoogd. Toch meldden zich bij de publieke verkoop met toeslag geen serieuze gegadigden die bereid waren de door Gijsberta beoogde prijs te betalen. Het te koop gestelde onroerend goed werd daarom door de eigenaresse teruggenomen. Drie jaar later in 1918 bleek er wel serieuze interesse. Zo werd het verhuurde pand met perceel verkocht aan de kinderen Van Daal voor 1.150 gulden. Hun aanschaf was puur geldbelgging want de verhuur van het huis met schuur en van het achterliggende perceel tuin, bleef gehandhaaft. De herberg met winkel werd enkele maanden later verkocht aan Laurens Vermeulen en bracht maar kieft 3250 gulden op en dat terwijl een deel van de café- en winkelinventaris uitgesloten bleef van de verkoop en deze door Gijsbertha onderhands verkocht werd. Het feit dat de herberg met winkel zoveel meer opbracht dan de oorspronkelijke inzet had vermoedelijk te maken met het feit dat de kinderen Vermeulen enkele maanden eerder het café Hartenaas aan de Korn en een pand aan de Zandpad van hun overleden ouders voor een beste prijs aan arbeider Johannes Bax Johanneszoon, respectievelijk klompenmaker Jacobus van den Oort, verkocht hadden, zal daar mede debet aan geweest zijn; Louwke had als een van de erfgenamen immers wat te besteden. Gijsberta kon dus als een redelijk gefortuneerde dame terugkeren naar haar geboorteregio. Omdat ze pas op latere leeftijd getrouwd waren, was hun huwelijk kinderloos gebleven, zodat de herberg met winkel aan de Krekeldraai na hun overlijden in bezit kwam van Margaretha's inwonende zuster Gijsbertha Coesel. Deze bleef tot september 1918 samen met haar dienstbode Elisabeth Rijken in het pand wonen en heeft waarschijnlijk ook de winkel en het koffiehuis voortgezet. Op 65-jarige leeftijd vertrok ze naar familie in Den Haag; de dienstbode ging terug naar Raamsdonk. Het pand werd toen te koop gezet en aangekocht door Louwke Vermeulen de kastelein van herberg Hartenaas aan de Korn ter hoogte van de aansluiting met de Kalversteeg. Hartenaas werd door door de erven J. Vermeulen in mei 1918 door notaris Rietra bij Hotel Van Beurden publiek verkocht.

Louwke, Jaantje en Mie

Laurentius Vermeulen (1868-1945) werd geboren op 16 mei 1868 en overleed kort na de bevrijding in 1945. Hij was een zoon van landbouwer Johannes Vermeulen en Maria Schoenmakers. Ze woonden aan de Korn waar zijn vader tevens de herberg ter hoogte van de Kalversteeg uitbaatte. Laurentius was aanvankelijk schipper van beroep, net als twee jongere broers waarvan er een in 1909 bij Gudensberg in Hessen, Duitsland in de Rijn verdronk. Laurentius heeft de herberg aan de Korn voortgezet. Hij trouwde in 1908 met Adriana de Hoogh uit Waspik, maar was vanaf 1918 herbergier in het pand B102 (BR 1920-1940) in de Krekeldraai. Toen kwam ook Adriana's vier jaar oudere zuster Maria (Mie) Adriana bij hun inwonen. Daar bleven Louwke en Jaantje dertig jaar lang de scepter zwaaien.

café Vermeulen Er bestaat een mooie oude ansichtkaart (zie afbeelding) van het café (rechts) met winkel (links). Vermoedelijk is deze gemaakt bij de verkoop van het pand in 1918 omdat de ansichtkaart nog werd uitgegeven op naam van J.A. van Dijk - Coesel, terwijl Louwke en Jaantje toch al op de foto staan. Naast enkele buurtbewoners, zoals winkelier Wout Heijmans (de lange man rechts naast Louwke), zullen ook de verkoopster Gijsbertha Coesel en haar dienstbode Elisabeth Rijken, alsmede Jaantje's zuster Mie afgebeeld zijn. De vrouw en het meisje uiterst links naast het raam zullen buren geweest zijn. Mogelijk was dit Apollonia Weterings een dochter van Petronella Lensvelt en de vrouw van Jan Eummelen met een werkmeisje. Boven de centrale toegangsdeur is nog vaag te lezen 'Manufacturen - Boek en Papier' welke tekst nog stamt uit de tijd van de oprichters Adrianus en Francisca. Op het raamluik links naast de deur een plaat waarop vermeld staat 'Stalen Depot Bruning en Muhren' en aan rechterzijde van de deur een kleiner plaatje op de gevel met de tekst 'Pietas', de tekst daarboven en -onder is onleesbaar.
Na de overname door Louwke werd de boekwinkel opgeheven en ook het assortiment manufacturen danig ingeperkt. In de winkel werd voortaan alleen nog wol, garen en sjet verkocht maar daarnaast ook speelgoed. Jaantje, het kleine vrouwke van Louwke, deed het café. Haar zus Mie, stond achter de toonbank van de winkel. De gelagkamer was ook toneel voor lezingen van de locale afdeling van de Christelijke Land-Tuin en Zuivelarbeiders (1919), of van uitvoeringen door toneelvereniging de Gezelligheid (1928) maar ook voor de jaarlijkse kermis waarbij het lokaal na het traditionele matinee van de fanfare bij de Koppelpaarden altijd bomvol liep met feestgangers die nog een dansje wilde doen en een natje of neutje wilden nuttigen. Er werden ook openbare verkopingen en publieke veilingen gehouden door de notaris waarvan de bekenste wel was die van de landerijen van de Heerlijkheid van Munsterkerk (Kasteel) in 1919.

In 1919 werden via een advertentie in het Gorinchems Nieuwsblad de landerijen van de Heerlijkheid van Munsterkerk te koop aangeboden. In totaal werden 72 percelen verkocht: 38 hectaren weiland achter het kasteel en 32 hectaren bouwland in de Zuid-Hollandse polder, terwijl ook nog 40 hectaren in het Groot-Zuideveld in de etalage werden gezet. De locale horeca profiteerde mee omdat de inzet, ophoging en afmijning eerlijk verdeeld werd over de etablissementen van: Leemans, Heessels, Van Beurden en Vermeulen. Het totaal werd ingezet voor 207.825 gulden. De uiteindelijke totale verkoopprijs is niet bekend.
Van het blok Het Bad in de Zuid-Hollandse polder weten we uit overlevering van Bastiaan Snoek dat het werd aangekocht door Govert van de Koppel uit Dussen en Adriaan Zweer Snoek uit Almkerk. De notaris die de verkoop organiseerde was J.R. Rietra. Ook de lijst met de pachters was bijgevoegd. De veiling met de inzet en ophoging werd gehouden op 13 november 1919 bij Hotel Van Beurden. De verkoop gebeurde 14 dagen later op 27 november 1919 bij Louwke Vermeulen in de Krekeldraai. De massa der kopen was gemijnd door Govert van de Koppel mede in opdracht van A.Z. Snoek uit Almkerk en wel op vier honderd gulden boven de inzet en de verhogingsprijs, zodat de massa kwam te staan op 52.155 gulden.

Het was de tijd dat er in Dussen nogal veel gebouwd werd, ook in de Krekeldraai. Zo lieten Theodorus van Biesen en Arnoldina van Moergestel omstreeks 1905 een nieuw huis optrekken tegenover Louwke Vermeulen. Daarvoor woonden zij verderop in de Dorpsstraat, even voorbij koopman Gerrit Koops - Nederveen. Theodorus en Arnoldina kenden elkaar waarschijnlijk van de papierfabriek. Theodorus werkte in de fabriek en Arnoldina was dienstbode in het gezin van een van de Engelse papiertechneuten. En ook ten oosten van Louwke kwamen nieuwe buren. Daar werd door Koos Vingerhoets, slager en schoenmaker, een nieuwe woning gerealiseerd nadat zijn gehuurde woning ter hoogte van De Putte in januari 1911 was afgebrand. Helemaal nieuw was Koos er niet want hij was een zoon van Pieter Vingerhoets, koopman en gisthandelaar, en Anna Cornelia Vermeulen, koetsiersdochter die later als weduwe het vervoersbedrijf van haar vader overnam en die ook in de Krekeldraai woonden en wel in de woning tegenover thans de stoep naar de Zuideveldlaan. Evert en Willem Vingerhoets, sigarenmaker en klompenmaker maar vooral muzikant, waren broers van Koos. Koos was gehuwd met Dingena Heijmans zijn overbuurmeisje en dochter van Johannis Heijmans van de zogenaamde Heijmans Bazar, een kruidenierswinkel. Koos en Dingena bouwden hun nieuwe huis op een gedeelte van het perceel dat voordien door zijn broers voor de klompenmakerij werd benut.

Het huishouden van Louwke en Jaantje werd verder uitgebreid met een extra gast aan tafel. Drie jaar lang, van 1926 tot 1929, hadden ze een kostganger in huis in de persoon van Laurentius Joosen, een chauffeur uit Waspik. Ze maakten de economische crises mee en de mobilisatie van 1939 en de Tweede Wereldoorlog brak uit; het waren moeilijke tijden. De winkel van Petronella Lensvelt had al eerder haar deuren gesloten. Het pand was daarna een soort kosthuis of logement tot het in 1941 door Jan Eumelen openbaar werd verkocht. Jammer genoeg niet bij Louwke Vermeulen want notaris Hollestelle uit Andel had voor Hotel Heesels gekozen waar het werd ingezet voor 1600 gulden. Daarentegen bleek het gemoedelijke dorpscafé met winkel in de Krekeldraai juist een stabiele factor te zijn en doorstond deze turbulente tijden. Net als de kruidenierswinkel Heijmans Bazar die tot 1942 werd voortgezet door Wouter Heijmans en daarna door Jos Hak uit Giessen.

Na de bevrijding in mei 1945 en de vrijgave van Dussen voor de evacuees een paar maanden later, viel er zelfs een opvallende opleving in activiteit te bespeuren in het café van Vermeulen. Hotel Heesels en café Koppelpaarden aan de Sluis lagen beiden in puin. Het pand van Vermeulen was er relatief gezien redelijk van afgekomen, zodoende kon men daar de draad redelijk snel weer oppakken. Wel werd de winkel gesloten en de ruimte bij het café getrokken dat bij de heropening tevens een nieuwe naam kreeg: Café De Bocht. Tal van vergaderingen en bijeenkomsten in het kader van de wederopbouw werden in Café De Bocht georganiseerd. Bijvoorbeeld door de Tuinbouwvereeniging Dussen e.o., de Dienst Landbouwherstel hield er zittingsdagen om geleden schade te kunnen melden en het Comité van Actie der N.C.A.B. hield er een Wederopbouw Vergadering voor alle gedupeerde huiseigenaren. Ook het afscheid van Burgemeester H.J.F. Mol uit Dussen werd georganiseerd bij Louwke Vermeulen. Dat moet een hele gebeurtenis zijn geweest omdat op zaterdag 15 december 1945 heel veel notabelen op het gebied van bestuur en geestelijkheid de scheidend burgervader de hand kwamen schudden en toespreken. Louwke, Jaantje en Mie zullen het er maar druk mee gehad hebben en ze waren tenslotte ook niet meer 'van de jongsten'. Zelfs de voetballers van Dussense Boys genoten er na de oorlog tijdelijk onderdak en toen men weer terecht kon in het oorspronkelijke clubhuis van Koos Leemans aan de Sluis werd door de leden besloten om toch bij Vermeulen te blijven, dit overigens tegen de wens van het bestuur van de club. Twee decennia lang bleef Café De Bocht toen clubhuis van de voetballers totdat ze in 1968 een eigen onderkomen bouwden op het nieuwe sportveld in Dussen Binnen.

Na de oorlog

In het Nieuwsblad van 22 maart 1948 verscheen een advertentie waarin Aart Peeters aankondigde het beheer van Café De Bocht van de weduwe L. Vermeulen-de Hoogh te hebben overgenomen. Jaantje was in januari 1948 op 73-jarige leeftijd overleden. Vermoedelijk had zij het pand al eerder overgedaan aan de brouwerij, waarvan Aart en Cor het huurden. Op Tweede Paasdag aankomend werd alvast een dansavond georganiseerd. Toch bleek het moeilijk om louter en alleen op basis van de omzet van het café de kost te verdienen en Aart moest weldra weer zijn oospronkelijk beroep van los werkman opnemen. Aart en Cor hielden het dan ook slechts zo'n anderhalf jaar vol en gaven er toen de brui aan.
In augustus 1949 werd de zaak overgenomen door Johan Sagt en zijn vrouw Jo Leenhouts; Aart en Cor verhuisden naar de huurwoning van Johan Sagt naast de slagerij van Frans Penninx. Het café werd vooral door Jo gerund, Johan hield zijn vaste baan bij het ziekenfonds gewoon aan. Naast dorpscafé werd het een gelegenheid waar het verenigingsleven gastvrij ontvangen werd. Ook de voetbalclub was een graag geziene gast en leverde de nodige klandizie op.

locatiekrekeldraai

Plan voor een nieuw voetbalveld aan de Krekeldraai zoals door gemeentebestuur geopperd in 1959

In 1959 werden er door het gemeentebestuur van Dussen zelfs plannen ontwikkeld om een nieuw voetbalveld aan te leggen aan de Krekeldraai, tegenover het clubhuis van Dussense Boys café De Bocht. Het voetbalveld in het Rommegat dat ondertussen al ruim 25 jaar dienst deed, had namelijk zijn tekortkomingen terwijl het op termijn ook niet paste in de plannen voor de ruilverkaveling en de aanleg van een nieuwe provinciale weg van Aalburg naar Hank. Op 22 november 1957 schreef voorzitter Gerrit van Bussel voort 't eerst een brandbrief aan het gemeentebestuur. Dat bleek ontvankelijk voor de noodkreet van de voetbalclub al duurde het nog tot 1959 alvorens men met de eerste plannen op de proppen kwam. Men had het idee een sportpark aan te leggen in de Krekeldraai tegenover clubhuis café De Bocht, tussen de dijk en de Vloeisloot. Een plan dat zowel door de voetbalclub als de uitbater van café De Bocht uiteraard positief ontvangen werd. Daarvoor diende echter grond te worden aangekocht van de Firma Hak uit Giessen, Fien de Joode, C. van der Pluijm aannemer te Rosmalen en schoenfabrikant Leo van Moergestel. Jammer genoeg voor De Bocht vond het plan uiteindelijk geen doorgang, vermoedelijk omdat de Provincie het afkeurde omdat die er de voorkeur aan gaven om een nieuw sportveld met uitbreidingsmogelijkheden aan te leggen buiten de bebouwde kom.

Niet alleen de voetbalclub was een graag geziene gast, want toen die in 1968 een eigen onderkomen betrokken kwam daar de caranavalsvereniging voor in de plaats; eerst De Dorstvlegels en later De Krekeldraaiers. Daarnaast was er biljartclub De Poedel thuis en later werd ook gastvrijheid geboden aan het Shantykoor Kantje Boord en het vrouwenkoor Uit Volle Borsten alsmede aan het Oranjecomité en de dartclub. Een bijzonderheid en een trekpleister voor de liefhebbers was de plaatsing van een orgel, NICO genoemd naar een broer van Jo Leenhouts die een grote voorliefde had voor orgelmuziek. Tot voor enige jaren werden er ook jaarlijks hanenkraaiwedstrijden gehouden, die landelijk bekendheid genoten. Ondertussen was de zaak op 1 september 1986 overgegaan naar hun dochter Joke Sagt en Wim Eijkhout, die het pand flink verbouwd en ook vergroot hebben naar de eissen van deze tijd. Wat bleef was het orgel, de verenigingen en de vertrouwde gastvrijheid van een dorpscafé.

Bronnen

Bevolkingsregisters Gemeente Dussen periode 1890-1940 in Streeksrachef Heusden www.salha.nl
Nieuwsblad Land van Heusden en Altena en Echo van het Zuiden in Streekarchief Heusden www.salha.nl
Krantensite Koninklijke Bibliotheek www.delpher.nl
Informatie verstrekt door Sjan Peeters en Joke Sagt.

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl
Buurtbewoners 1890-1910:

B95 brievenbesteller Martinus Sagt X Anna Jacoba van Boxel met 3 kinderen: Lucia, Huiberdina en Johannes. Het gezin verhuisde echter naar De Sluis.
B96 landbouwer Antonie Kuijpers X Maria Josepha van Dinteren. Dit was mogelijk het pand waar na de oorlog David van de Westen in woonde. Antonie is later verhuisd naar Dussen Binnen.
B97/101 Simon Sagt, boer X Huiberdina Hendriks met hun kinderen: Maria, Bastiaan en Johannes. Later hun zoon Johannes Sagt, polderwerker X Johanna van Olst met hun kinderen: Huiberdina Cornelis en Simon.
B98/102 Willem Berm en zijn zuster Johanna.
B--/103 Johannes Berm.
B98 Marcus van Tilborg X Hendrika Hogenkamp, foto beschikbaar.
B99/104 Francisca van Dijk, later haar zoon Johannes Adrianus van Dijk met echtgenote en hun beider zuster Johanna Petronella van Dijk en Gijsbertha Coesel, + dienstbodes Rijken en Van der Pluijm en kostganger de horlogemaker Gerhard Ludeman.
B100 klompenmaker Hendrikus Petrus Meijers X Johanna Petronella Verbunt.
B100/105 winkelierster Pietronella Lijnsvelt weduwe van Weterings met haar drie kinderen: Johannes Antonie Weterings, sigarenmaker en 2 dochters en 1 kostganger.
B101/106 polderwerker Marinus van der Griendt en echtgenote.
B102 Adriana Lensvelt weduwe De Bodt met haar kinderen: Cornelia en Johannes later verhuisd naar Dorpsstraat B87.
B105/107 polderwerker Willem van den Broek X Lucia van Moergestel.
B105/108 kleermaker Petrus Goossens X Huiberdina Schalken met 2 kinderen.
B106/111 polderwerker Walterus Schalken X Johanna Rijken met 2 zoons: Cornelis Bastiaan en Johannes.
B107 arbeider Wilhelmus van Deursen X Petronella Schalken, later hun zoon Andreas van Deursen X Adriana Jooren, later verhuisd naar De Zandpad.
B108 Cornelis van Dijk, zonder beroep X Huiberdina Bossers, later bakker Leonardus van Dijk X Huiberdina Maria Jansen.
B109 slager Johannes Henricus Maas en zijn zuster Hendrika plus dienstbode.
B109 landbouwer Jacobus Toten X Maria van Uijen.
B110/115 Johannis (Jan) Heijmans van Heijmans Bazar, later overgenomen door hun zoon Wouter.

Buurtbewoners 1910-1920:

Nog invullen