De Brabantse tak

Twaalf Generatiebeschrijvingen Brabantse-tak

Dit monnikenwerk is nog verre van voltooid. Er is reeds een schat aan materiaal uit de archieven opgediept in de vorm van: oude aktes, kaarten van de streek, DTB gegevens, informatie uit bevolkingsregisters, foto's, bidprentjes, en nog veel meer. Doch zoiets uitputtend, verantwoord maar toch prettig leesbaar te beschrijven, behoeft de nodige tijd. Het materiaal loopt echter niet weg en met het nodige geduld zullen we zeker in staat blijken te zijn om een en andere te zijner tijd te completeren. Een speciale opleverdatum is niet ten doel gesteld.

Het gedeelte dat inmiddels beschreven is kunt hieronder raadplegen. Echter, wees u bewust van het feit dat deze beschrijvingen voortdurend aan bewerking onderhevig zijn.


GENERATIE 00:

Le(e)nsvelt, Jan Geritszn van

Van Jan Geritszn van Le(e)nsvelt is voor het eerst sprake in de notarieele archieven van Nederhemert (Streekarchief Zaltbommel 1559 t/m 1586, 7 vermeldingen). De oudst bekende akte dateert van 1559, maar ook in 1578, 1583 en 1586 zijn zaken op of uit zijn naam vastgelegd. Mogelijk is hij er ook woonachtig geweest. Echter, uit Heusdense schepenaktes blijkt dat hij in 1576 in het aan de overzijde van de Maas gelegen Wijk bij Aalburg woonde en er in 1597 ook over eigendommen beschikte.

De geslachtsnaam werd destijds zowel geschreven als Van Lensvelt als Van Leensvelt, waarbij met name de eerste vermelding duidt op een verband met soortgelijke (Van Lensvelt) naamsvermeldingen in Den Bosch eind vijftiende - begin zestiende eeuw. Mogelijk is hij verwant aan de Van Lenxvelt-tak uit Berlicum-Middelrode en dan met name aan de nazaten van Henrick Everartss van den Loke de eerste echtgenote van Jut (Jutta) Gerrit Heijnmans Graet waarvan latere generaties de geslachtnaam Van Lenxvelt hebben aangenomen, naar de tweede echtgenote van Jut. Lees hiervoor hetgeen beschreven is onder Het geslacht Van Lenxvelt

Jan Geritzn van Leensvelt wordt ook als belend eigenaar vermeld in het repertorium op de lenen van de hofstede Nederhemert (1389-1792). Onder nummer 2. staat beschreven: 6 morgen land in Aalst in de Bommelerwaard, genaamd Tien roeden, (1619: genaamd Ermnikhovens zes morgen), boven (1619: zuid): Berend Jordens (1744: de wetering), beneden (1619: noord): Jan Gerardsz. Lensveld en naast de dijk (1619: west): Zeger Jansz. Ruers, oost (1619: Anton Govertsz.). De exacte datum van de beschreven situatie is niet bekend maar deze dateert in ieder geval van vůůr 1619. Toen werd het perceel namelijk in tweeŽn gesplitst en werd Jan Gerardsz. niet langer vermeld.

Jan Geritszoons geboortedatum kan worden ingeschat omstreeks 1530-1540. Uit de stamboom Bax blijkt dat zijn echtgenote circa 1542 geboren werd. Zie e-mail van A. de Jong van 20 april 2006 inzake Bax.

janleensvelt.jpg

Hier een fragment van een Heusdense schepenakte (R 430, fol. 14v) van 25 april 1597 waarin Jan Geritszn van Leensvelt wordt vernoemd (beschikbaar gesteld door Dave Pol).

Uit deze akte blijkt dat Jan Geritszn van Leensvelt gehuwd was met Margrieta Adriaenszn Bax en bij haar meerdere kinderen verwekt heeft. In 1597 is Jan Geritszn inmiddels overleden. De volledige tekst van akte luidt als volgt:

Dat Margrieta Adriaenszn, naegelaten weduwe van Jan Geritszn van Leensvelt met haeren gecozen voocht ende momboir Jan Adriaenszn tot Wijck die haer metten recht gemeen waert zoo voor haer selven als mede voor haer kijnderen verwect bij den voors Jan Geritszn van Leensvelt met consent den heer ende weesmeester verteech op haere gedeelte portie gerechtichteijt die sij heeft in den stuck hoplants zoo groot ende cleijn, tselve gelegen is inden banne van Wijck opt Spijck de weduwe Claes Bruijstenszn oostwaerts, de gemeene straet westwaerts streckende vander kercken erve tot Jan Hessslszn erve toe, metten dijck thuijn, sloot, mase weteringe die daer metten recht toebehoren ende op alle alsulcke brieven ende voorwaerden als daer aff zijn tot behoeff van Cornelis Sijmonszn als haer egeen recht daer metten als te behouden ende geloofden hadde zijn eenigen commer op gemact met hande ofte met monde hij dien commer sal aff doen.

Actum voor schepen in Heusden opten XXV en dach in April 1597
Om aansluiting te vinden met de Lijnsvelt-tak op de Veluwe zou er een familieband aanwezig moeten zijn tussen Jan Geritszn en Margrieta Adriaensdr met een zekere Cornelis Reijersen, de stamvader van de Lijnsvelt-tak, doch hiervoor zijn totnutoe geen feitelijke bewijzen gevonden. Bovendien is de naamstelling, Cornelis Reijers, geheel anders dan gebruikelijk en lag de Veluwe - voor die tijd - ook nog eens behoorlijk ver weg. Lees hiervoor hetgeen beschreven is onder De Veluwe tak

De kans dat er wel familiebanden bestaan tussen Jan Geritszn en de Van Lenxvelt/Leijnsvelt de oudere vermeldingen in de regio Berlicum-Middelrode is aanzienlijk groter. De gebruikte voornamen wijzen in die richting en Nederhemert ligt slechts zo'n vijf ŗ zes uur gaans (Ī30 km) noordelijk van dit gebied. Lees hiervoor hetgeen beschreven is onder Geslacht Van Lenxvelt in Berlicum e.o..

Begin zeventiende eeuw is er te Leyden sprake van een Van Leensvelt-tak welke bovendien het patroniem Jansz voert. Het patroniem Jansz betreft een zekere Jan Corneliszn van Leensvelt. Nader onderzoek van een locaal heemkundige heeft echter aangetoond dat het hier de geslachtsnaam Van Leeusvelt betreft. Lees hiervoor hetgeen beschreven is onder Geslachtsnaam.

Terug naar plaats in Stamboom

Terug naar inhoud


GENERATIE 01:

Lensvelt/Liesvelt Gerrit Janssen (Jansz),

In de archieven van Heusden R 258, fol. 15, dated November 15, 1617 Compareerde Thoentgen, weduwe wijlen Jan Rijken, woonende tot Genderen ende verclaerde op huijden binnin deser stede gecomen te sijn voorden middach omme schepenen appt. te voldoen ende te compareeren ten huijse van Jan Claessen Camerwaerder al waer sij eenigen langen tijt verwacht hebbende haere partije namentelijck Gerit Jansen van Hemert, derselve aldaer met eii is gecompareert protesterende oversulcx van costen. Actum desen xv November, 1617.
Uit deze informatie beschikbaar gesteld door Dave Pol/Eimert van der Beek, email 24-8-2014, blijkt dat een Gerit Jansen [Lensvelt] van Hemert in de herfst van 1617 in Heusden was voor een overeenkomst met de weduwe van Jan Rijken uit Genderen. Zijn voornaam, gevoerd patroniem en plaats van herkomst doet vermoeden dat hij de oudste zoon (vernoemd naar zijn opa) was van de kinderen uit het huwelijk van Jan Gerritszn van Leensvelt en Magrieta Adriaensdochter Bax, maar echt bewijs hiervoor is vooralsnog niet gevonden.

gerritjans1620.jpg

De huwelijksbevestiging van Gerrit Jansz uit 1620 waaruit blijkt dat hij afkomstig is uit Hemert (DTB BabyloniŽnbroek, beschikbaar gesteld door Bram de Jong).

Door collega-genealoog Bram de Jong (e-mail 1-5-2005) werd informatie toegespeeld omtrent een zekere Gerrit Janszn van Liesvelt, weduwnaar van Lijske Ariens, afkomstig van Hemert maar in 1620 wonende te Den Hill, beroep schepen van Dussen in 1636. De schrijfwijze Van Liesvelt berust vermoedelijk op een schrijffout omdat de naam er lokaal niet bekend was.
Gerrit Janszn. van Liesvelt trouwde op 2-2-1620 met Goolken Theunis Pallingh, geboren te Den Hill en dochter van Anthonij Corneliszn van Doorn Pallingh en Neelke Ariens. De naam van haar vader duidt op een Almkerkse (Den Doorn) herkomst.
Op 18-04-1621 werd het eerste kind van Gerrit Jans en Goolken in Broek gedoopt. Een naam werd niet vermeld maar als doopgetuigen fungeerden: Dirck Wouters van Wijck, Theunis Lenarts en Elke Theunis, beiden uit Dussen. Op 04-12-1622 werd wederom in Broek een tweede kind ten doop gehouden, opnieuw werd echter geen naam vermeld.
Goolken overleed in de herfst van 1625 en werd op 29-10-1625 begraven. Volgens de aantekening in het begraafboek van BabyloniŽnbroek stierf Goolke aan de pest, evenals haar vader en haar moeder. In de jaren 1625 en 1626 maakte de pest veel slachtoffers in de streek.

gerritjans1626.jpg

Attestatie voor Gerrit Jansz uit 1626 voor zijn huwelijk met Bastiaenke Wouterse uit Dussen (DTB BabyloniŽbroek, beschikbaar gesteld door Bram de Jong).

Gerrit Janszn. bleef echter gespaard en hertrouwde in 1626 te Dussen (met attestatie) met Bastiaentje Wouterse. Bastiaentje was de weduwe van Simon Wouterse wonende te Dussen. Op 18-7-1626 was het paar in ondertrouw gegaan te BabyloniŽnbroek. Hun eerste kind was Simon Gerritszn van Liesvelt (Lensvelt), gedoopt op 29-6-1631 te Dongen (R.K.) waarbij Jan Schalken en Adriaenke Gerits samen met Gerrit Janszn getuigen waren. Gerrit en Bastiaentje hebben hun oudste zoon mogelijk vernoemd naar de overleden eerste man van Bastiaentje die zelf ook al het patroniem van haar man had aangenomen. Het vermoeden bestaat dat Gerrit Janszn door zijn huwelijk met Bastiaentje een zogenaamd "goede partij" huwde en dat zijn veronderstelde bezittingen vooral daaraan te danken zijn.

Marcel Kemp, een collega genealoog, stuitte op Lensvelt-vermeldingingen in het Archief van de Grafelijke Rekenkamer,ARA - Den Haag. Op 29 juli 1634 werd Gerrit Janssen (Jansz) Lensvelt als Heemraad van Dussen Munsterkerk genoemd. (Bron: 749 [M]2).

In deze oorkonde, afgelegd ten overstaan van Schout en Heemraden (waaronder Gerrit Janssen) van Dussen Munsterkerk, verklaren een aantal, qua leeftijd gevorderde, en ter goede naam en faam bekent staande ingezetenen van Dussen Munsterkerk, dat de heerlijkheid in het zuiden van oudsher begrenst werd door de Oude Maas en dat een aantal stukken land (werven) - welke zich thans het best laten omschrijven als: ter hoogte van de Keizersveersebrug liggende - zover hun memorie strekkende altijd tot Munsterkerk hebben behoort. En passant verklaren zij ook: "dat buijten dijcks gestaen heefft de parochiekercke van munsterkerk ende dat soo wij altijd gehoort hebben, op seeker stuk lands tegenwoordelijk sijnde wijland genaemt het kerkckhof".

Wat opvalt in deze oorkonde is dat de personen welke erin vernoemd worden veelal slechts een patroniem voerden. In tegenstelling tot de Schout en Heemraden, die wel een familienaam voerden.
Gerrit Janssen Lensvelt was dus met het dragen van een familienaam binnen de populatie van Dussen Munsterkerk nog een uitzondering. Dit gevoegd bij het feit dat heemraden - zeker in die tijd - belangrijke grondeigenaren geweest zullen zijn, is een aanwijzing dat Gerrit Janssen Lensvelt binnen het Dussense als een aanzienlijk ingezetene werd beschouwd.

Op 30 augustus 1636 werd Gerrit Jansz Lensvelt als Schepen van Dussen genoemd (Bron: 736,D24-1, Idem).

Ook in dit stuk draait het weer om territoriale aanspraken, waarbij Schout en Schepenen verklaren dat naar hun beste weten en kennis het ambacht Munsterkerk 2.400 morgen (1 morgen is ongeveer 1 hectare) groot is, waarvan op dat moment slechts 257 morgen bedijkt, de rest lag dus buitendijks.

Tevens bevindt zich in dit zelfde inventarisnummer een verklaring van ca. 1649/50 over Gerrit Jansz Lensvelt en Joost Aertsz Wildeman: in haer leven gewesene schepenen van Munsterkerk ter goede naam en faam bekend. Gerrit zal dus voor die tijd zijn overleden.

gerrit1.jpg (33036 bytes)

gerrit2.jpg (44434 bytes)

Hier ziet u 'n tweetal fragmenten van het eerste stuk uit 1634. In het eerste fragment wordt de naam vermeld, terwijl in het tweede fragment de datum van het stuk genoemd wordt.

De reden dat deze stukken in het Archief van de Grafelijkheidsrekenkamer zitten is, dat de "aanwas" van landerijen bij Dussen, rechtens aan de graaf en diens rechtsopvolgers toekwamen. Sommige bewoners van Dussen dachten daar anders over. Deze kwestie is de hele 16e eeuw aanleiding geweest voor forse heibel. Met name in de Biesbosch/Dordtsche waard waren veel "verdronken" landen; maar ook aanwas dus. Veel bewoners achtten dat een aardige compensatie, maar de grafelijkheid - later, Staten van Holland - dachten daar dus anders over. (Mededeling Marcel Kemp d.d. 19-3-1998).

Er is nog 'n oudere vermelding van Gerrit Jansz bekend in het Repertorium op de Lenen van de Hofstede Dussen 1356-1671, door J.C. Kort [Bron: Ons Voorgeslacht nr. 33 1978] Op 17-04-1627 werden namelijk "twee morgen in Munsterkerk gemeen, strekkend van de Rogkamp tot de halve Dussen, zuidoost: de weduwe en erven van Leendert Matthijsz., noord: Gerard Leeuwsveld Jansz.", gelijkelijk verdeeld tussen Anton Everden en Pieter Everden "bij overdracht door de weeskinderen van Hugeman Bolle Pietersz. en Maaike Hendriksd. [R fo. 33 en 33v].
Volgens de deskundigen van het Meertensinstituut een regelmatig voorkomende verschrijving veroorzaakt door het feit dat de betreffende naam bij de opmaker van de akte niet vertrouwd is.

In het Heerlijksarchief van Eethen en Meeuwen (BHIC: Toegangsnummer 295, Inventarisnummer 59) zijn stukken aanwezig van een proces dat in 1771 gevoerd werd voor het Hof van Holland tussen eisser, de stadhouder van de lenen van Eethen en Meeuwen, en gedaagde, Michiel Willemse de Bruijn uit Dussen Munsterkerk, over de eigendomsrechten van een perceel land in het Suijdervelt te Dussen, ter plekke ook wel aangeduid als Schueringe, meer in het bijzonder 11 hont land in De Molenkamp, gelegen ten zuiden van de Dusse langs de Achterstraat van de Baan of Diebracht in de bocht van de Baan. Gedaagde beweert dat hij het land in 1708 heeft aangekocht en dat uit onderzoek in de registers van Dussen Munsterkerk het navolgende is gebleken:

  • Vůůr 1661 zijn geen stukken meer beschikbaar omdat deze door oorlogsgeweld of brand verloren zijn gegaan;
  • Doch bekend is dat het land belast is geweest met een rente van fl. 70 per jaar ten behoeve van het St. Catharina convent Dalem tot Geertruidenberg;
  • Dat vanaf 1616 tot 1631 deze rente betaald is geworden door Gerrit Janse Lensvelt als eigenaar;
  • Dat tussen 1637 en 1649 de pacht werd betaald door Dirck Pieterse Both, waarschijnlijk als pachter van Gerrit Jansz;
  • Dat in 1661 het perceel is opgesplitst in 2/3de deel voor Symen en Aarts Gerritse Lensvelt en 1/3de deel voor Jan Gerritse Lensvelt;
  • Waarbij Symen en Aart hun deel op 15 nov. 1661 hebben verkocht aan Arije Claasse Leeuwarden als vrij goed om vrij geld;

    Uit het gaarboek van de binnenlandse omslag over de landen onder Dussen Munsterkerk wordt bevestigd dat Gerrit Janse Lensvelt in 1634 eigenaar was van genoemde 11 hont land. Uit dit register zou volgens gedaagde De Bruijn ook blijken dat Gerrit Janse Lensvelt slechts deze 11 hont "in eigendom beseten heeft en geen ander landt in Dussen Munsterkerk". Deze laatste bewering wagen we in twijfel te trekken, gezien het feit dat Gerrit Jansz in die tijd functies bekleedde als schepen en heemraad, wat duidt op een zekere mate van landbezit in het Dussense.

    In ieder geval had hij ook land in eigendom in Muilkerk. In het Repertorium op de lenen van de hofstede Van Riede te Werkendam (1354-1683) werd zijn weduwe - Gerrit was toen (in 1639) kennelijk overleden - als belend genoemd onder nummer 7. 7 hont in het ambacht Muilkerk aan de Dussen, strekkend van weduwe Willem Cornelis Witkens en kinderen tot Melser Gerardsz., oost: weduwe Gerard Jansz. Lensveld c.s. (in 1639), west: weduwe Bastiaan Hendriksz. c.s.

    Zoals eerder aangegeven huwde Gerrit driemaal, met: Sijke Ariens, Goolke Pallingh en Bastiaentje Wouters. Ten aanzien van zijn de derde vrouw Bastiaentje berust in Regionaal Archief Tilburg, (2605 Schepenbank van Geertruidenberg, 1554-1811, 1706 april 23-R.38, fol. 202r/v) "een akte van machtiging van Dominicus Hoogewerff, oud schepen te Geertruidenberg, als man van Anna Christina van Son, kind en erfgename van Johan van Son en Francina Gruijters, te Geertruidenberg, van Jan Wouterssen Oldenburgh te Dussen-Muilkerk, om voor de schout en het gerecht van Dussen-Munsterkerk aan Adriaen Stam, secretaris te BabyloniŽnbroek, een hypotheekbrief d.d. 11 oktober 1652 van 200 gulden en 80 gulden intrest, staande ten laste van Bastiaentie Wouters en thans van Anneken Crijnen, weduwe van Huijbert Bastiaenss. t' Kindt, staande op land, vanouds genaamd den hoogenwerff, gelegen onder Dussen-Munsterkerk, over te dragen". (De overleden schoonmoeder van Dominicus Hoogewerff bij transport d.d. 11 juli 1686 aangekomen van Gerard Kelck (?), executeur-testamentair van Adriaentie Backers, weduwe van Cornelis van Ercom).

    Het betreffende perceel Hoogenwerf was gelegen aan de Oude Straat, twee percelen voor de latere begraafplaats. Op de kadasterkaart van 1832 kadastraal aangeduid als E222, groot 3.34.40 hectare en destijds eigendom van schout P.J. Stael.

    Of zijn eerste vrouw Sijke hem kinderen schonk is niet bekend. Zijn huwelijk met Goolke bracht twee kinderen voort, waarvan echter noch de namen, noch verdere lotgevallen bekend zijn. Uit zijn derde verbintenis, met Bastiaentje, werden tenminste drie zonen geboren. Dat valt af te leiden uit de naamsvoering van drie andere Lensvelten, te weten Simon, Jan en Aart, welke nader beschreven worden onder Generatie 02. Deze drie Lensvelten hadden allen het patroniem Geerts(en) en/of Gerritsen, wat zoveel wil zeggen als "zoon van" Gerrit.

    In dit geval rijst de vraag: waarom dit patroniem? Zoals uit voorgaande stukken blijkt, voerde hun vader al de familienaam Lensvelt. Waarom werden zijn kinderen dan Geerts(en)/Gerritsen genoemd? Was op dat moment de familienaam Lensvelt misschien niet uniek in het Dussense, waardoor een nadere aanduiding als voornoemd noodzakelijk was? Dit zou er op kunnen duiden dat de oerstamvader Jan, nog meerdere kinderen (zonen) met dezelfde familienaam had (Cornelis Reijersen wellicht?, zie boven). Echter, in de archieven is hieromtrent geen enkele aanwijzing te vinden. Meest voor de hand liggend is dat het toentertijd nog gebruikelijk was om een patroniem te gebruiken, zelfs als men in officiŽle stukken al een oorspronkelijke familienaam bezigde.

    Ten tijden van Gerrit Janssen (Jansz) (begin 1600), begon het gebruik van een familienaam een beetje in zwang te raken, maar was zeker op het platteland noch geenszins usance. Steekproeven in Noord Brabantse steden en plattelandsnederzettingen duiden erop dat aldaar in de vijftiende - en zestiende eeuw in een agrarische omgeving nog de patronymica overheersen. In de stedelijke samenlevingen was het achternamenpatroon zeer veel gedifferentieerder, doordat het een groot aantal oorspronkelijke beroepsaanduidingen en omschrijvingen van de geografische herkomst en het adres als toegevoegde naam bevatte.

    Uit de stukken van het Archief van de Grafelijke Rekenkamer blijkt dat Gerrit Janssen (Jansz) - in ieder geval in officiŽle stukken - een achternaam gecombineerd met patroniem voerde. Daarmee lijkt het aannemelijk dat door Gerrit Janssen (Jansz), of wellicht zelfs door diens vader al, de overschakeling van het voeren van een patroniem naar een familienaam in gang is gezet, maar dat het gebruik hiervan nog niet algemeen was ingeburgerd. Daarmee is de gecombineerde naamsvoering (patroniem + familienaam) van de kinderen van Gerrit Janssen (Jansz), en ook door Gerrit Janssen (Jansz) zelf, nog het best te beargumenteren.

    De doop van Sijmon, de vermoedelijk oudste zoon van Gerrit, vinden we terug in het R.K. Doopboek van Dongen [I-26, Gemeentearchief Tilburg].

    gdsimon.jpg (33036 bytes)

    Den 29 Junij (1631) is gedoopt Sijmon, soon van Gerit Janssen ende Bastiaenke Wouters, wonende te Dussen. Getuigen: Jan Schalken van de Dussen en Adriaenke Gerits van de Dussen.

    Hieruit blijkt dat op de doopdatum 29-06-1631, Gerrit gehuwd was met Bastiaenke Wouters. Deze doop in Dongen duidt er tevens op dat er in die tijd in Dussen geen pastoor voorhanden was. Ook later, in 1663 en 1669, werden enkelen van zijn kleinkinderen - van zijn zoon Jan Geertsn - in Geertruidenberg, respectievelijk Dongen gedoopt. Het is dus zeer wel mogelijk dat er later nog meer kinderen (Jan, Aert, ....) van Gerrit en Bastiaenke in Dongen gedoopt zijn geworden. Helaas valt er echter net in de periode 1633-1648 een hiaat van 15 jaar in de doopgegevens van de parochie Dongen.
    Ook de relatie van de beide doopgetuigen Jan Schalken en Adriaenke Gerits, met Gerrit Jansz. blijft in het ongewisse.

    Ondanks dat er in die periode in Dussen dus geen pastoor aanwezig was, bleven de Dussense katholieken niet geheel van zielzorg verstoken. Rondtrekkende jezuÔeten bleven in de westelijke Langstraat en het Land van Heusden en Altena actief. In 1645 stichtten de jezuÔeten een permanente statie in Geertruidenberg, die door betaling van een jaarlijkse recognitie, door de magistraat van de stad ongemoeid werd gelaten. Vanaf 1648 trok vanuit deze jezuÔetenstatie Wijnand Schordey overmoeibaar door de streek, waarbij hij vooral werkzaam was in Raamsdonk, Waspik en Dussen. In de kerstnacht van 1653 werd hij in Dussen echter gearresteerd en in Dordrecht een jaar lang opgesloten, waarna hij tegen een hoog losgeld werd vrijgelaten. Tijdens zijn gevangenschap werd hij vanuit Geertruidenberg vervangen door Antonius Kindt. Schordey opereerde na zijn vrijlating van 1655 tot 1672 vanuit Dongen als kapelaan van pastoor Dooms.
    Bron: Overleven buiten de Hollandse Tuin, door Han Verschure, blz. 398, 2004

    Terug naar plaats in Stamboom

    Terug naar inhoud


    GENERATIE 02:

    Lensfelt Arnold (Aart)Geerts,

    Met betrekking tot voorvader Aart is de oogst tot nu toe zeer mager. Zijn geboorte, zijn huwelijk, de kinderen, zijn overlijden, het blijft allemaal in het duister gehuld. Het bestaan van Aart valt slechts af te leiden uit een register van Dussen Munsterkerk R.A. 1668-1678, echter doorlopend tot 28-03-1682.
    Dit register ( Uitgave: Terneuzen: Antiquariaat - Boekhandel L.Louter, 1990) troffen we aan in de Brabantia Collectie KUB Tilburg. De originele stukken (Bron R.A. Dussen Munsterkerk, 9001 Algemeen, Protocollen 77 1655-1668, 78 1668-1682, 79 1682-1706) berusten in het Streekarchief Heusden, maar zijn vanwege de slechte kwaliteit niet ter inzage.In dit register wordt melding gemaakt van het volgende:

    Op 20-10-1668, Aert Geerts Lensfelt verkoopt een huijs aan Jan Geerts Lensfelt. Belent zijn: weeskinderen van Crijn Sijmons, wed. en erfgenaam van Pieter van Dinteren.
    En op 24-11-1672, Eers. Jan Pr. Remmen, Leendert, Arien, Wouter Pr. Remmen, gebroeders, kinderen van Peeter Jans Remmen ende Cornelisken Ariens zal. Boedelscheiding. Bel.: Aert Geerts Lensfelt, Leenaert van Benschop.

    Een tweede aanwijzing van het bestaan van Aart wordt geleverd door zijn zoon Gerrit, welke beschreven wordt onder Generatie 03. Het patroniem Arnoldi wat deze Gerrit in zijn naam voert, kan haast niet anders betekenen dan dat hij een (enige?) zoon is van Arnold (Aart) Lensfelt.

    Het blijft een raadsel waarom dat er van deze Aart zo weinig overgeleverd is. Van zijn beide broers Simon en Jan is namelijk wel wat meer bekend. Of heeft zijn nageslacht zich wellicht (gedeeltelijk) voortgezet onder 'n patroniem. In het R.K.-doopregister van Dussen (editie Gouverneur) komen namelijk wel een aantal vermeldingen voor onder Aerts, Aertse (van Aert).
    Het betreft - in chronologische volgorde vanaf de geboorte van het eerste kind- Joannis, Adrianus, Adriani, Sebastiani, Judoci en Gerardi Aertse.
    Gezien het tijdstip van deze vermeldingen en de gebezigde voornamen is het niet uitgesloten dat het hier inderdaad om kinderen van Aert gaat.

    Hoewel niet met zekerheid vastgesteld, is Simon (gedoopt te Dongen 29-6-1631) waarschijnlijk de oudste van de drie broers. Volgens de registers van de Nederduits Gereformeerde Gemeente trouwde Sijmen Gerrits Lantsvelt met Judith Janssen van Dijck; de trouwdatum blijft onbekend. In dezelfde registers zijn ook de geboortes opgetekend van twee kinderen: Cornelia 29-12-1658, doopgetuigen Pieter Gerritsen Ga..en en Adriaentjis Anthonisen Stael, en Wouter 19-10-1662 waarbij Cornelia Petersen de Gast als doopgetuige fungeert.

    Uit het Trouwregister van Waspik (editie Gouverneur-1984) blijkt dat Simon Geeritse Lensvelt op 14-06-1675 voor de tweede maal in het huwelijk treed met Jenneke Mateuse.

    Het RK repertorium van Dopen en Huwelijken (editie Gouverneur 1984) vangt v.w.b. Lensvelten aan met een aantal andere vermeldingen welke allen het patroniem Sijmonis of Sijmense (van Simon) in hun naamstelling voeren. Vreemd genoeg komt Cornelia niet in dit RK-register voor, terwijl Wouter er als Walterij Simonis in vermeld wordt. Van deze Wouter zijn nogal wat vermeldingen teruggevonden in de jaarlijkse dijkrekeningen van de Zuid Hollandse Polder. Duidelijk is dat hij inieder geval aan de Buitendijk in Hank woonde en land pachtte of in eigendom had in de nieuwe polder. Zijn oudste broer Gerrit Sijmense wordt ook in deze polderrekeningen vermeld maar dan vooral als aannemer van werkzaamheden verricht in opdracht van het bestuur van de polder. Zie hiervoor het bestand van Seesink inzake de rekeningen van de ZHP over de periode 1679-1723.

    De kinderen van Simon en dan met name z'n vier zonen, trouwen en schenken hem in ieder geval minstens dertien! kleinzonen; dit aantal is overigens exclusief de kleinzonen welke kort na de geboorte komen te overlijden. Dit betekent dat het geslacht Lensvelt in Dussen Munsterkerk nummeriek in aantal aanzienlijk toeneemt.

    Vast staat dat een van de kleinzonen van Simon, te weten Arnoldus, roepnaam Aart, derde kind van de oudste zoon van Simon, zijnde Gerardi Simonis die gehuwd was met Anna Cornelis Werde, de stamvader is van de Zuidhollandse Lensvelt-tak; lees hiervoor hetgeen beschreven is onder De Zuidhollandse tak

    Verder voert de stamlijn van de Lensvelt populatie in Kaatsheuvel/ Loon op Zand terug naar een ander kleinkind van Simon, eveneens Simon genaamd, maar geboren 3-2-1710. Deze laatste Simon is 'n kind uit het vierde! huwelijk van Joannis Simonis met Corneliae Verhoeven. Joannis Sijmonis was de jongste telg uit Simons eerste huwelijk met Judith Janssen van Dijck.
    Op 18-05-1805 werd te Dussen Jacobus Lensvelt geboren. Jacobus was de derde zoon uit het huwelijk van Gerardus Geertse Lensvelt met Maria Baas. Gerardus Geertse werd op 10-03-1773 te Dussen geboren en was 'n zoon van Joannis Sijmonse en dus 'n kleinzoon van Simon. Zijn zoon Jacobus vestigde zich als broodbakker te Loon op Zand en zorgde aldaar in de regio voor de nodige Lensvelt-nakomelingen.

    Een ander kind uit het huwelijk van Joannis Simonis en Corneliae Verhoeven, Cornelius Janse genaamd, trouwde te Waspik met Christina van Gennip. Twee van hun kinderen, Jan en Cornelia - ook wel Lijnsvelt genoemd - vestigden zich in Roosendaal en vormden daarmee de eerste Roosendaalse Lensvelt-tak. Jan Lensvelt trouwde er met Helena Hoogemoed en na diens overlijden met Maria van Asvelt. Uit Jans eerste huwelijk werden in ieder geval twee zonen geboren: Cornelius en Joannes. Jans zuster Cornelia huwde met Martinus Paulus. Ook van deze eerste Roosendaalse Lensvelt-tak voert de stamlijn dus terug naar Simon. Later zal er in Roosendaal nog een tweede Lensvelt-tak ontstaan, waarvan de oorsprong echter terugvoert op Aart Geerts Lensvelt, de broer van Simon.

    Een groot aantal nakomelingen resulteert meestal ook in de nodige documenten, zo ook in het O.R.A. van Dussen Munsterkerk. Met name Judith Lensvelt, een van de dochters van eerdergenoemde Gerardi Simonis - uit z'n voornaam leiden we af dat hij de oudste van de kinderen van Simon was -, was aanleiding voor menige akte. Een familiedrama in een notendop:

    In de zomer van 1716, beviel Judith - ten huize van Adriaan Straff, Dussen Muijlkerk - van een dochter Antonetta (g.d. 02-08-1716). In barensnood verkerend, verklaarde Judith dat Antonii van Honswijck de vader was.
    Antonii (g.d. 17-04-1698) was de oudste zoon uit het gezin van Joannis Anthonij van Honswijck (g.d. 07-09-1678) en Joannae Hendricksen Kivits (let op het gezamelijk gebruik van patroniem + familienaam, en hetgeen hierover geschreven is bij [Generatie 01] Gerrit Jansz Lensvelt). Antonii bleek echter niet van zins het vaderschap te erkennen en dus kwam het tot een Cas Matrimoneel (vaderschapsproces).

    Judith en haar broer Jan - voogd van zijn minderjarige zuster, haar vader Gerardi Simonis was toen dus reeds overleden - namen een adviseur in de arm (Bron R.A. Munsterkerk 659) in de persoon van procureur Jacobus Kroeskop uit Drongelen. Op zijn advies werden een aantal intaragatoria (officiŽle lijst van vraagpunten, al dan niet onder ede afgelegd) opgesteld (Bron R.A. Munsterkerk 29) die Judiths verklaring moesten ondersteunen. Onder meer van vroedvrouw: Bastijaentije Lensvelt, huisvrouw van Simon Botermaet en haar hulpen: Steijnke van Deldene, huisvrouw van Antony van der Pluijm en Seijke Goverde van der Pijll, huisvrouw van Dirk Ouwitse de Bruijn (Bron R.A. Munsterkerk 658). Saillant detail hierbij was dat de vroedvrouw haar verklaringen niet onder ede wilde bevestigen omdat men niet het haar toegezegde volledige daggeld ad. 5 gulden wilde vergoeden, maar men haar slechts "een gulden en tien stuijvers van den procureur Kroeskop in blancho heeft gepresenteert"

    Tamelijk belastend voor Antonii van Honsewijck waren ook de beweringen van Arijen Schalcken, oud omtrent 25 jaren, en Eijmerden van Dalen, oud omtrent 21 jaren (Bron R.A. Munsterkerk 660), als zij zeggen: "Gij hebt haer in den Bergh (Geertruidenberg) verscheijden maalen tot .....wil gehadt en vleeselijck met haer geconverseert." Antonii ontkende eerst ten stelligste maar zou later, tot twee keer toe, aan hun hebben toegegeven: "Bij mijn siel ick hebben maar eens vleeselijck met haer geconserveert en te doen gehadt in het schuertijd."

    Ondertussen zat Antonii en met name diens vader, Jan van Honswijck, ook niet stil (Bron R.A. Munsterkerk 657). Het kwam tot een ontmoeting in een lokale herberg....

    "Reijer Artsen van Sintenmaertensdijck met Jan Antonissen van Honswijck te samen hebben geweest ten huijse van Willem Geertsen Sacht herbergier woonende aen de Kornsse Sluijs den voornoemde Jan van Honswijck als dan bescheijd wijsen seer minnelijck aen den voornoemde Reijen heeft versocht gij kont mij dienstdag geeft mij verclarin dat gij vlesselijck met Judick Geertsen Lensvelt hebt geconverseert en weerelse wellusten van haer gehadt ick sal U van treffelijke somme gelt geven en alteijt sorge dragen dat gij eerlijck leven kont verclaren noch verder dat den voornoemde Jan van Honswijck na dat sijnde nuchter en welgepassert sonderden precisen dach te onthouden ten hebben op den dijck aen de huijsinge van Jan Aerde Koechoeck de selve jnstantien wederom heft versocht met belofte van mij rijkelijck te beloonen."

    Wat het vonnis uiteindelijk luidde is in de aanwezige stukken helaas niet terug te vinden. Wellicht werden de plichten op de een of andere manier afgekocht. De van Honswijcks bezaten tenslotte vele bunders land en waren zeer welgesteld. Bovendien bleek vader Jan al meer met dit bijltje gehakt te hebben, want hij had zelf ook een buitenechtelijk kind verwekt bij Maria Walterij van der Eijck, Maria geheten (g.d. 13-03-1700).
    Zeker is dat het bewuste kind bij geboorte in het RK DTB register ingeschreven werd als Antonetta - met de vermelding "nat !" - als zijnde de dochter van Antonii van Honswijck en Judith Geertsen Leijnsvelt. Echter, tot een huwelijk tussen Antonii en Judith kwam het niet. Zij trouwde uiteindelijk op 28-01-1725 (ze was toen inmiddels weer in verwachting) met Arien de Gouw, die zij in totaal vier kinderen baarde.

    Een ander familiedrama voltrok zich over een zoon van Simon, Waltherij of Wouter (g.d. ?-11-1689), broer van Gerardi Simonis.
    Wouter was in leven gehuwd met Lijbeth Boereweert (weduwe van Heijmen Toethuijs). In 1722 nog, blijkt Wouter een behoorlijk pachter; in de Verkoopcondities en voorwaarden van landverkoop door de Staten van Holland etc., verkoopdata 12-17 jan. 1722, werd hij namelijk vernoemd als gebruiker van maar liefst tien kavels (Bron R.A. Munsterkerk, Oud 32).
    Vermoedelijk begon de ellende voor Wouter in 1726, toen een kind uit het eerste huwelijk van Lijsbeth, zijnde Wouter Heijmense Toethuijs, zijn deel kwam opeisen (Bron R.A. Munsterkerk Oud 2). Hoe dan ook, op 30 aug. 1737 bleek hij zich behoorlijk in de schulden te hebben gewerkt. Hij zag dan ook geen andere uitweg dan "den selven boedel te Repudieeren (af te staan)" ten gunste van zijn crediteuren.

    Na zijn overlijden kwam het tot een openbare verkoop en werd op 23 mei 1740 "Staat ende Inventaris van goederen" opgemaakt door Grietje Castelijn en Wouter Wijtvliet op verzoek van Martinus van Barnevelt, Raat en Out Borgemeester der stadt Gorinchem.
    Gezien het feit dat er meer schulden dan bezittingen waren, deden op 24 mei 1740 de erfgenamen, te weten de nog in leven zijnde kinderen van Wouter: Jan, Bastjaantje (weduwe Dingeman Wijtvliet) en Maria (gehuwd met Arien Peterse van der Pluijm), alsmede het Weeskint van Sijmen Wouterse Lensvelt, eveneens afstand van de boedel.(Bron R.A. Munsterkerk 189, 190, 192).

    Een andere, waarschijnlijk oudere, broer van Aart betreft Jan Geertsn Lensvelt die getrouwd was met Emmeken Jans Roubos. Via deze Jan Geertsn lijkt de Lensvelt familie niet verder te worden voortgezet omdat zijn gezin blijkens de beschikbare stukken geen zonen omvatte.
    Jan Geertsn zal geboren zijn omstreeks 1630-1635 en is vermoedelijk rond 1655-1665 met Emmeken Jans in het huwelijk getreden. Uit het huwelijk werden in ieder geval drie dochters geboren.

    In navolging van zijn vader was ook deze Jan Geeritssen Lensvelt schepen van Dussense Munsterkerk. Dat blijkt althans uit een akte van 28 juli 1669 , opgemaakt door 'n notaris te Gorinchem.

    jangeerts1.jpg

    jangeerts2.jpg

    Hier ziet u 'n tweetal fragmenten van de verklaring welke Jan Geeritssen Lensvelt op 28 Julij 1669 bij een notaris te Gorinchem aflegd. In het eerste fragment wordt de datum, naam en functie vermeld, terwijl in het tweede fragment de handtekening is weergegeven. Dit stuk is enige totnutoe bekende originele document van Jan Geertsn Lensvelt.

    Transcriptie van een gedeelte van bovenstaande verklaring afgelegd door o.m. Jan Geertse Lensvelt.
    Den 28 Julij 1669 Compareerden Willem Joosten van Oversteegh, president, Anthonij Cornelisse Hollander en Jan Geertse Lensvelt, alle schepene van Dussen Munsterkerk, dewelcke attesteerden en verklaerden bijden eedt amptshalve gedaen ten requisitie en versoecke van wel eed. heere Jonck.n Maerten Jacot van Axelen heere van Dussen Munsterkerk, heer Aertswaert etc, waerachtige te wesen dat sij opden 23 deser maent opt versoeck van heere reqt. sijn gecome opt sijn ..... ende slot staende opde Dussen voorscr., etc.

    Voor het overige blijft de informatie omtrent Jan Geertsn voornamelijk beperkt tot datgene dat is opgetekend in de zelfde protocollen als waarin ook zijn broer Aert wordt vernoemd. Uitgave: Terneuzen: Antiquariaat - Boekhandel L.Louter, 1990 in de Brabantia Collectie KUB Tilburg. De originele stukken (Bron R.A. Dussen Munsterkerk, 9001 Algemeen, Protocollen 77 1655-1668, 78 1668-1682, 79 1682-1706) berusten in het Streekarchief Heusden, maar zijn vanwege de slechte kwaliteit niet ter inzage.

    [ORA, Dussen Munsterkerk, 9001 Algemeen, 77,78,79]. Het register op deze protocollen bevat de navolgende vermeldingen:
    20-10-1668 Aert Geerts Lensfelt verkoopt een huijs aan Jan Geerts Lensfelt. Belent: weeskinderen van Crijn Sijmons, wed. en erfgen. van Pieter van Dinteren.

    13-06-1669, Jan Jans Roubos, Willem Jans Roubos, Tonis Jans Roubos, Evert Corn. Boerewaert x Maijcken Roubos, Jan Gerts Lensfelt x Enneken Roubos, Corn. Jans van Nederveen x Leentien Jans Roubos, erfgen. van Jan Jans Roubos den oudste zal. Boedelscheidng. bel. Bastiaen Kint, Dingeman Peters Arien Ariens, Jan Goverts, Crijn Sijmons, erfgen. van Joost Willems.

    10-08-1671, Cappetein Francois Bredenhoff, Jacob Sperrewer zal. landmeter van de Hove van Hollant, Dirck Spruijt, joffr. Agatha van Valkenburg wed. van zal. Beerent Copplegh. Bel. Hr.Baljuw Nispen, Jan Goijarts, Jan Geerts Lengvelt, Herman van Eijk, weduweArien Pr. Staell, Leendert Peeters., Lamdmeters Mateus van Nispen ende Joois de Roij.

    24-11-1672, Eers.Jan Pr. Remmen, Leendert, Arien en Wouter Pr. Remmen, gebroeders, kinderen van Peeter Jans Remmen ende Cornelisken Ariens zal. Boedelscheiding. Bel.: Aerts Geerts Lensfelt, Leenaert van Benschop.

    07-04-1673, Jan Sijmons, voogt van de minderj. kinderen van Crijn Sijmons zijn broederzal. met namen Eeltien, Cornelis, Sijmon ende Kuijnder Bastiaens x Annelen Crijnen Sijmons. Schuldbekentenis aan Monsr. Willem van den Bos tot Gorcum x joffr Geertruidis Staell, Johan Staell is vader van Geertruidis. Bel.: Wed. en erfgen. van Cuijnder Ariens Legganger, erfgen. van Joost Aarts Wilderman, Mr. Adr. Stael advocaat, Jan Geertsen Lensfelt.

    07-04-1673, Jan Sijmons als voogt van de weeskinderen van Crijn Sijmons en Lijntien Corn. Buij met namen Eeltien, Cornelis, Sijmon ende Kuijnder Bastiaen Kint x AnnekenCrijnen. Bel.: erfgen. van Arien Pr. Staell, wed. en erfgen. van Cuijnder Ariens Legganger, Willem Joosten van Overstege, kinderen van Goosen Boomers, Joncker Miessenborch, Jan Geerts Lensfelt, erfgen. van Joost Aerts Wildeman, secr. Steall, Jan Pr. Camp.

    09-06-1673, Monsr. Johan Goijarts wonende te Dongen heeft schuld aan Joncker Huijbertis de Roij. Belent: Jan Geerts Lensfelt, Tonnis Spruijt, Jacob Gijberts.

    28-03-1678 Pleuntien Jans Baes wed. van Cornelis Ariens Rijcken zal. met Dirck Jans jhaar voogt ende Arien Arien Rijcken als bloetvoogt ende Roeloff Jan Spirinck alstoesiender van de onmondige weeskinderen met name Willem, Arien en Lijsbeth, voorkinderen van Cornelis Rijcken zal. ende de voorn. Arien Ariens Rijcken als bloetvoogt ende DirckJans Baes als toesiender van het nakint van Corn. Rijcken zal. bij de voorn. Pleuntien Jans Baes verwekt met name Jenneken. Bel. Arien Ariens Legganger, Jan Huijberts, Jan Geerts Lensfelt, de erfgenamen van Cuijnder Ariens Legganger, Kuijnder Bastiaens, Aert Cappeteins en Lennaert Willem Miggielsen.

    04-05-1678 De vader en regenten van het armenweeshuijs verkopen aan Jan Geerts Lensfelt bel. Arien Ariens Legganger en de wed. Arien Jans Vink.

    26-04-1681 Dirck Jans Baes en Jan Jans Baes, Willem Jans Kint secretaris van BabiloniŽnbroek x Pleuntien Jans Baes, Arien Aertse Cappeteijn x Cruijtien Jans Baes, Tonis Ariens Visser x Leentien Jans Baes, alle kinderen van Jan Leenders Baes x Sijcken Ariens Legganger zal. verkopen aan Arien Ariens Legganger. Belent: Jan Huijberts, Jan Geerts Lensfelt, wed. en erfgen. van Cuijnder Ariens Legganger.

    Terug naar plaats in Stamboom

    Terug naar inhoud


    GENERATIE 03:

    Lensfelt/Leijnsvelt Gerardi Arnoldi,

    Omtrent deze tweede Gerrit, waarschijnlijk vernoemd naar zijn grootvader, is naar verhouding tamelijk veel overleverd. Met name door de stukken welke in het ORA (Oud Rechterlijk Archief) van Dussen Munsterkerk bewaard zijn gebleven.

    Gerardi Arnoldi oftewel Gerardus Arnoldus, ook wel genoemd Gerrit Aartszoon, was twee keer getrouwd: de eerste keer met Adrianae Richardi Stael, bij haar kreeg hij vier kinderen. Zijn tweede huwelijk was met Agathae Antony van Honswijck. Dit was helemaal een vruchtbare verbintenis, ze kregen maar liefst tien kinderen. Helaas kwamen in die tijd nogal veel kinderen op jonge leeftijd te overlijden. Uit latere testamenten blijkt dat van de vier kinderen uit het eerste huwelijk er twee vroegtijdig overleden. Van de tien nakomelingen uit het tweede huwelijk stierven zelfs vijf kinderen een meer of minder vroegtijdige dood.

    Zeer waarschijnlijk waren beide echtgenotes van Gerrit, telgen van gerespecteerde Dussense geslachten. Zo komt het geslacht Stael veelvuldig voor in de lijst van bestuurders van Dussen Muilkerk en/of Munsterkerk. Een kleine opsomming:

    Het jaartal genoemd voorafgaand aan de naam is het eerste jaar dat de naam van de bestuurder voorkomt in de officiŽle stukken.

    Ook in Dussen Munsterkerk had het geslacht Stael het nodige "in de pap te brokken".

    De bestuurlijke aanwezigheid van het geslacht Van Honswijck is minder nadrukkelijk. Toch bevindt zich in de familiepapieren van de ambachtsheer van Dussen Muilkerk, Jhr. W.E.J. Berg te Baarn , een gedrukt fragment (Informacie uit 1514) waaruit blijkt dat reeds in 1514 een Jan Willemszoon van Honswijck als schepen te Dussen fungeerde. Hij bleek in 1481 te Dussen geboren, als telg van een geslacht dat reeds meer dan vier eeuwen in Dussen werd aangetroffen.

    Verder vinden we nog als Schepen van Dussen Muilkerk: 1634 Jan Cornelisse van Honswijck, 1675 Cornelis van Honswijck en later in 1800 Hendrick van Honswijck.

    Als Burgemeester van Dussen Muilkerk wordt genoemd 1894 A.H. van Honsewijck, dewelke tevens als Wethouder fungeerde in 1890, 1904 en 1912, en als collecteur der verpondingen: 1733 Jan van Honsewijck en 1761 Hendrik van Honsewijck.

    De Van Honswijcks stammen oorspronkelijk uit het woonoord Honswijck gelegen tussen Uitwijk en Woudrichem. Over de geschiedenis van het geslacht Van Honsewijk is in 2012 een publicatie verschenen; zie hiervoor hetgeen onder Van Honsewijk, bestuurdersgeslacht te Dussen is beschreven.

    De gegoedheid van Gerrit Aarts blijkt niet louter uit de geslachtsnaam van zijn beide echtgenotes, maar ook uit de diverse testamenten en aktes van andere aard. Met name uit stukken die Gerrit en Aagtje lieten opmaken blijkt dat ze nogal wat grond en andere eigendommen in bezit hadden. Het wordt niet duidelijk of deze eigendommen door Gerrit of door zijn echtgenote(s) ingebracht zijn, maar ik houd het erop dat hij met name bij z'n tweede huwelijk een "goede partij" gekozen heeft.

    Dit leid ik af uit het feit dat er geen testamenten zijn van z'n eerste huwelijk, maar meer nog uit het gezamelijk testament dat Gerrit en Aagtje op 22 juni 1720, ten gevolge van de ziekte van Gerrit, lieten opmaken. Hierin werd vastgelegd dat alle bezittingen aan de langstlevende zouden komen, met de aantekening dat bij hertrouw de helft van de goederen ter beschikking van hun gezamelijke kinderen kwam.

    Daarbij is het opvallend dat slechts een klein deel werd nagelaten (vijftig gulden ieder) aan de nog in leven zijnde twee kinderen uit Gerrits eerste huwelijk met Adrianae Richardi Stael. Gezien hun geringe erfdeel ligt het voor de hand dat de gezamelijke bezittingen van Gerrit en Aagtje voor het grootse gedeelte door Aagtje werden ingebracht. Dat die bezittingen redelijk omvangrijk waren blijkt uit latere testamenten, c.q. aktes van transport en openbare verkoping.

    Op 24 april 1723 werd een transportakte opgemaakt van een grondruil tussen Aghtje van Honswijck, de weduwe van Gerrit Aartsen Lensvelt (Gerrit was toen dus overleden) en Corstiaan van Haffel. Het betrof een stuk grond in de Zuijdhollandschen polder, ter hoogte van de Kalversteegh.

    Een paar maanden later, 4 dec 1723, lijkt het alsof Aeghtje het boerenbedrijf niet langer aktief meer voortzette. Toen werden namelijk een groot aantal roerende zaken zoals werktuigen en beesten verkocht. Het kan echter ook zijn dat Aeghtje ergens geld voor nodig had. Was de oogst van het voorbije jaar misschien erg slecht geweest (wateroverlast?) of stond zij anderszins voor hoge kosten. Het blijft voor ons slechts gissen.

    Dat geldt niet voor de opbrengst van onderstaande verkoop die bedroeg in totaal 240 gulden en agt stuijvers. Wat werd er zoal verkocht:

    een ploegh met een swing, bij Eijmert Vermeijs, 4-0-0
    nog een ploegh bij Sijmen van der Stelt, 5-10-0
    twee eghden bij Sijmen Lensvelt, 4-10-0
    den onderwagen bij Corn. den Hollander opgehouden, 4-0-0
    een kalve, drie jarige merie bij dhr procureur van Brandwijk om, 50-0-0
    een twee jarigen halve ruijn bij Jan Antonie van Honswijk om, 44-0-0
    een kalve twee jarige merie bij Cornelis den Hollander om, 46-0-0
    een grauw aft-tantse merie bij Corn. Schalken om, 17-8-0
    een vier jarige kalve merie bij Nichiel,
    een hengst vullen bij Tuenis Nieuwenhuijssen om, 27-0-0
    een grijsse koeij bij Jan Lamberden Vos om, 37-0-0
    een zwaarte koeij bij Schout Donkersloet om, 37-0-0
    een grijsse kalffveers bij Antonie Tuelingh om, 15-0-0
    een ossje bij Bastiaen Koeccoek om, 8-0-0
    een wit kalff bij Jan Willemsen Wijtvliet, 6-0-0
    nog een kalff bij Jacob,

    De verkoop werd afgesloten met de navolgende tekst:

    Dese koop zeel bedraagt int geheel de somme van twee hondert veertigh gulden agt stuijvers behalven de posten die opgehouden zijn en van een ander bijgebragt welke voorsn som bij mijn ondergetekende zijn ontffangen opt heden den 4 December 1723.

    Op 28 oktober 1729 liet Aghtje testament maken met als begunstigden "haare vijff kinderen verweckt bij Gerrit Aartsen Lensvelt met name Aart Lensvelt, Antonie Lensvelt, Seijmen Lensvelt, Tuenis Lensvelt en Jan Lensvelt" waarbij zij echter bepaalt dat al haar eigendommen "int gemeen moeten blijve sonder eenige schifftinge ofte scheijdinge te maaken met dien verstande soo langh tot der tijt en weijlen dat het minderjaarige kint met naame Jan Lensvelt sal weesen gecomen tot ouderdom van vijentwintigh jaare ofte anderen geaprobeerden (aprobeeren=goedkeuren) staat".

    Opmerkelijk aan deze wilsbeschikking was dat haar nog in leven zijnde zoon Jacob niet in het testament voorkwam. Zou dit wellicht verband houden met de enkele jaren eerder (noodgedwongen) gedane openbare verkoping, waarbij Jacob wellicht werd afgekocht. Het zijn maar wat speculaties, want uit de nog toe gevonden documenten kan iets dergelijks niet worden opgemaakt.

    Het laatste testament van Aagtie van Honswijk dateert van 10 mei 1741. Hierbij kregen Aart en Anthony samen twee en een halve morgen bouwland in de Dussense Polder. Sijmen kreeg vier honden (1 hond is 165 m2, ongeveer 10 roeden) bouwland aldaar, annex de Kalversteegh, met nog vier honden weiland in het Klijn Suijdevelt. Teunis erfde het huijs met dijkkaveling en boomgaart. Uit dit erfdeel moest hij Sijmen 100 gulden betalen en 300 gulden in de gezamelijke boedel storten die vervolgens onder hun vieren gelijkelijk verdeeld werd.

    Aagtje hield wel van bijzondere bepalingen in haar testamenten want ook in dit stuk werd een bepaling opgenomen dat "indien ijmant van hare kinderen tegens dese bij uijtertste wille gedane verdeeling quame te opposeeren (bezwaar maken) ofte querelleere (klagen) in eeniger maniere, dat het geene hier hiervoren is gemaakt en aanbedeele sal komen aan die geenen die deze inhout deses volkomelijk geacquiesseert (berusten) ende naar gekomen sal hebben, maar desulke inplaatse van dese te institieeren in de blote legitieme portie".

    In dit laatste testament kwam Jan Lensvelt niet meer voor. Het kan zijn dat hij inmiddels was overleden, maar onterfing, gelijk bij Jacob wellicht het geval is geweest, zou ook tot de mogelijkheden kunnen behoren.

    Terug naar plaats in Stamboom

    Terug naar inhoud


    GENERATIE 04:

    Lensvelt Arnoldus (Aart) of Lijnsvelt Arnoldi,

    Op 20-03-1732 werd door Arie en Reijer van der Pluijm, Aart en Jan Lensvelt, en Jan Willemsen Wijtvliet "allen van competenten ouderdom en woonagtigh aan den dijk en in den Dussense Zuijdhollandse Polder" een verklaring afgelegd voor Schout Cornelis van Brandwijk en Schepenen Wouter de Bodt en Wouter Rombouts van Dussen Munsterkerk.

    Zij verklaarden: "dat op dingsdag den 25e desember des Jaars 1731: Zijnde kersdag sijn geweest op en ontzent den Zeedijk van den Dussense Polder ende als doen hebben gesien, dat daar den zwaaren storm en hoogen watervloedt, het water boven op den dijk van den voorsc polder stond maar ook dat het selve soo danig daar over sloeg datter het uijtterste gevaar was om geinnundeert te worden, sonder dat den Dijkgraaff nog ijmandt van de heemraden vanden voorsc gevaar naarden zeedijk vanden selven polder hebben uijtgesien, daar in tegendeel de naburige Dijkgraven en Heemraden tot indden nagt op en naar hunne dijken hebben gesien en de nodige .......conties tot consenvatien vandeselve tegens het water hebben gebruijkt"

    Van Aart Lensvelt zijn twee testamenten bekend. Een van z'n eerste huwelijk met Grietje Jansse van der Pluijm op 30-10-1736 en een, ruim 20 jaar later, van z'n tweede huwelijk met Hijltje Schippers op 16-12-1756. Beide testamenten werden opgemaakt voor de Schepen van Dussen Munsterkerk.

    Het laatste testament werd opgemaakt toen Aart "siekelijk van Lighame te bedde leggende" was, maar blijkbaar herstelde de zieke, want op 19-04-1767 vinden we Aart Lensvelt terug in een transportakte van "bouw- en wijlant".

    Aart kocht toen voor het bedrag van 3.300 gulden:"ses morgen en ses en seventig roeden sijnde bouw en wijlant ofte soo groot en klijn als het selve aan malkanderen gelegen sijt in den Dussen Munterkerkschen Polder (In de marge: nog sijn bij voornoemde ses morgen lant gehoorende 110 roeden binnen...... in de kavel m:no 31 in recognitie van de ingelanden van de Dussen Munsterkerkschen Polder jaarlijks voor eene (?) gulden). Belent ten oosten de Heer Barnevelt ten westen de Heer van den Brandelaar, ten zuijden den Buitendijk en ten noorden Gerit Timmers ofte alle andere die met Regt daar naast gelant ofte geŽrft mogte wesen",
    Het perceel werd overgedragen door "Cornelis de Bodt, Nikolaas Thijsen als in huwelijk hebbende Lena de Bodt, mitsgaders Hendrik van Honsewijk in qualitijt als testamentaire Voogt over de minderjarige kinderen met name Dirk en Cornelia de Bodt, sijnde all te samen kinderen en erfgenamen van Wouter de Bodt en Maria de Hoogh in haar leven egteluijden, gewoont en overleden tot Dussen Munsterkerk"

    Aart was vermoedelijk ook de persoon van het familiewapen.

    Terug naar plaats in Stamboom

    Terug naar inhoud


    WORDT VERVOLGD

    GENERATIE 10B:

    Lensvelt Ad en Paul

    Made en Drimmelen in oorlogstijd, Dr. Jan Buitkamp, ISBN 90-73705-05-3 geb., bladzijde 156-157

    Eind 1944. Zuid Nederland wordt langzaam bevrijd. De kring rond de Moerdijkbrug begint zich te verkleinen. De Duitsers verdedigen zich heldhaftig om een bruggehoofd te behouden en hun troepen terug te trekken achter de rivieren.
    Jan Buitkamp verhaalt het uitgebreidde verslag van Janus van den Bogaard over de bevrijding van en de spanning in Made van 31 oktober tot 4 november 1944. Vooral het menselijke karakter, ondanks de omstandigheden en de tegenstrijdigheden, komt hierin duidelijk en aangrijpend boven:

    "3 november.... Inmiddels nam de beschieting in hevigheid toe. Intussen trokken steeds meer Duiters terug richting Wagenberg. Ik ging even buiten kijken. Er stonden een Duitse officier en een Rode Kruis soldaat. Toen ik naar binnen ging kwamen ze achter mij aan. Ze wilden even bij ons in de kelder schuilen. De officier sprak goed Nederlands. De soldaat speelde met het kind van de buurvrouw. Hij had een kind van diezelfde leeftijd. Die soldaat was erg stil. Na een praatje te hebben gemaakt met de officier gingen de 2 Duitsers weer naar buiten. Een paar minuten later kwam de officier terug, schreeuwend: 'de kelder'. Hij dook voorover de kelder in en zei: 'Mijn kameraad, die hier juist ook was, is dood!' Hij vroeg wat te drinken. We gaven hem melk. Met een kruiwagen ging hij zijn kameraad ophalen en legde hem op de tuinbank. Hij zei; 'Als het donker is gaan we hem begraven.' Toen vroeg hij een paar latten, een hamer en een bijteltje. In een lat beitelde hij de naam van zijn kameraad. Om een uur of 5 die middag kreeg ik een oproep om mij te melden op de Rode Kruis post. Die post was gevestigd in het klooster bij de Zusters. Later heb ik gehoord dat de officier met de 2 broers Lensvelt [red.: Ad en Paul] , toen het donker geworden was, een graf hebben gegraven in de tuin van de buurman. Daar hebben ze de gesneuvelde soldaat in gelegd en vervolgens het graf dicht gemaakt. De broers wilden daarna direct naar binnen lopen, maar de officier riep hen terug, plaatste het kruis met de naam op het graf en zei: 'Eerst bidden!'"

    Terug naar plaats in Stamboom

    Terug naar inhoud


    GENERATIE 11:

    Lensvelt Ton

    Publicatie op 8 mei 2002 van een historische boekwerk over 75 jaar geschiedenis van de Dussense voetbalclub, getiteld: Van Buiten naar Binnen, Ton Lensvelt, ISBN 90-9015610-0 geb., 233 bladzijdes.

    Naast de geschiedenis van het voetbal in Dussen, biedt dit historisch document ook een heleboel informatie omtrent het geslacht Lensvelt in Dussen. Traditiegetrouw zijn de Lensvelten namelijk vanaf vrij kort nŠ de oprichting (1927) van de voetbalclub tot heden, sterk verweven met de plaatselijke voetbalvereniging.
    De integrale tekst van het boekwerk, inclusief alle afbeeldingen e.d., is ook te raadplegen via internet en wel via de website www.dussenseboys.nl onder de knop "historie".

    Terug naar plaats in Stamboom

    Terug naar inhoud


    © Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl