Binnen 20

Geschiedenis van de boerderij Binnen 20

Het pand Binnen 20 (Achterstraat) in Dussen geniet lokaal vooral bekendheid als de boerderij van Nolleke Heijmans. Deze boerderij werd in de laatste oorlogswinter verwoest. Omdat herbouw of restauratie geen enkele zin had, werd de beschadigde boerderij tijdens de wederopbouwperiode geheel gesloopt - wat er nog stond werd met een bulldozer omver geduwd - en de restanten ervan geborgen in een kuil achter de schuur van de nieuw gebouwde boerderij. Op zoek naar de oudere historie van deze boerderij werd begonnen om de betreffende kaart, minuutplan genoemd, van de eerste kadastrale opmeting in Dussen te raadplegen. Deze werd opgemaakt omstreeks 1820 - inmiddels ongeveer 200 jaar geleden - en werd daarbij tevens voorzien van de bijbehorende registraties in meerdere OAT's (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels) die van elk perceel een nauwgezette beschrijving bevatten.

De oorspronkelijke boerderij was gebouwd op de percelen H640/641 welke bij de eerste kadastrale opmeting in bezit waren van landbouwer Evert Wijtvliet.
Everardus Everde Wijtvliet (1767-1842), werd rooms-katholiek gedoopt in Dussen 7-2-1767 en overleed er op 17-9-1842, doopgetuigen waren: Petrus Chatelet en Martina Wijtvliet, zijn oom en tante. Hij ging in ondertrouw voor - opvallend genoeg - de gereformeerde kerk op 1 mei 1794 in Dussen, daarvoor werd een impost betaald op 1 mei 1794 in Dussen-Muilkerk van f 3.--. Zijn echtgenote Johanna Staal (?-1822), werd geboren in de gemeente Eethen, dochter van Jan Staal en Catharina van der Flier, en overleed op 13-8-1822.
De boerderij in Dussen Binnen was oud-familiebezit, want ook zijn ouders: Evert Wijtvliet (1737-1814) gehuwd met Cornelia Reusel, en waarschijnlijk ook zijn grootouders: Evert Wijtvliet getrouwd met Adriaantie Rombout, hadden al in de boerderij gewoond. In het Oud-Rechterlijkarchief van Munsterkerk is een akte van transport aanwezig, nummer 297 uit 1804, door Evert Wijtvliet sr., weduwnaar van Cornelia van Reuzel, van huis, erf en land aan diens zoon Evert.

Van Wijtvliet in Dussen
Eind dertiende eeuw (1296) werd heer Willem van Wijtvliet, ambachtsheer van het gebied Voornsaterwaard met nederzetting. Na de eeuwwisseling, in 1318, was zijn dochter, Geertruid van Wijtvliet, er nog in het bezit van tienden. Het gebied dat deze groot- of korentienden en smaeltienden, inclusief het patronaatsrecht (recht om pastoor te benoemen), omvatte, zal echter de naam Munsterkerk pas gekregen hebben, nadat Willem van Wijtvliet er ook een kapittel aan verbonden had (tussen 1300-1310).
De oudste gegevens van de Dussense-tak Van Wijtvliet dateren van n de Sint Elisabethsvloed. In 1465 werd een zekere Jan van Wijtvliet beleend met de hofstede van Wijtvliet met toebehoren, groot 14 morgen, gelegen aan de Dussen in Munsterkerk. Die bezitting aan de Dussen bleef ruim een eeuw lang in de familie. Het leidt nauwelijks twijfel dat de Van Wijtvliets zich naar hun Dussense bezittingen noemden en het lijkt bovendien waarschijnlijk dat de tak waarmee we hier te maken hebben op of bij hun hofstede woonde, al vermeldt het Dussense leenregister geen huis. Met de verkoop van de hofstede in 1570 lijken de Van Wijtvliets uit Dussen verdwenen te zijn; uit de volgende twintig jaar zijn geen gegevens in Dussen meer over hen bekend. Toch zijn de Wijtvliets nooit helemaal uit Dussen vertrokken of zijn daar althans weer teruggekeerd. In het rooms-katholieke doop, trouw en begraafregister dat is aangelegd vanaf 1677 dateert de oudste doopregistratie van een Wijtvliet uit 1716. Het geslacht zal nadien redelijk in aantal aanwezig blijven in Dussen.

Evert Wijtvliet, de oude

Evert Wijtvliet (1767-1842), landbouwer, gehuwd met Johanna Staal was dus in 1820 eigenaar bewoner. De boerderij bleef familiebezit totdat in 1931 Willem Wijtvliet en zijn vrouw Theodora Heijmans uit financiele noodzaak gedwongen werden tot verkoop. Behalve de boerderij met erf en tuin was Evert ook eigenaar van de percelen - voornamelijk weiland - die ten zuiden van zijn boerderij in het Groot Zuideveld gelegen waren en die begrensd werden door de loop van het Middeltje of Vlietje. Het ten westen hiervan belende perceel H614, dat eigendom was van de kasteelheer, droeg de naam Polak. Voorts was Evert eigenaar van het perceel bouwland Het Bijl in de Zuid-Hollandse polder en ook nog van een perceel bouwland en een perceel weiland, beiden gelegen in het Noordeveld tussen de Pannewetering en de Vierbanse (Kornse) boezem. Omdat die in totaal ongeveer zeven bunder land natuurlijk niet genoeg waren om economisch verantwoord op te kunnen boeren zal hij daarnaast ook nog wel land gepacht hebben. Zo weten we bijvoorbeeld dat hij in 1832 weiland pachtte van de de algemene armenzorg Grote Armen in Dussen.

In 1822 overleed Johanna Staal, Everts echtgenote en dat heeft meestal zijn weerslag op eigendomsrechten. Een testament is echter niet gevonden maar voor notaris A. Vermeulen in Waalwijk verklaarde Evert schuldig te zijn aan de erven Jan Teulings, Besoyen een som van 350 gulden waarvoor in onderpand gegeven werd een perceel land Het Bijl in de Zuid-Hollandse polder alsmede zijn boerderij met land in het Groot Zuideveld belend: oost Zeger Nederveen en west Adriaan Hompes, zuid De Middelt en noord De Dusse.
Evert op leeftijd gekomen - hij was in 1838 de 70 gepasseerd - en waarschijnlijk ook niet helemaal meer gezond van lijf en leden, trok omstreeks 1838 in bij zijn zoon Evert Jr. die in Loon op Zand in de Kerkstraat woonde en getrouwd was met Cornelia Couwenberg een winkeliersdochter uit die plaats. Evert Jr. combineerde aldaar het beroep van akkerbouwer met dat van tapper. Het perceel Het Bijl werd op 12-3-1838 door Evert Sr. en zijn zoons Evert Jr., Jacobus en Adriaan voor 1300,- verkocht aan burgemeester P.J. Stael. Het land in het Noordenveld werd twee weken later verkocht aan derden (Artikel 686). Jacobus Wijtvliet was overigens de stamvader van de latere Wijtvliet-tak van het postkantoor in Dussen.
Na het overlijden van de oude Evert, in 1842, werd de boerderij met het achterliggende land eigendom van Evert Jr. en diens oudste zoon Gerrit Wijtvliet. De overige kinderen zullen hun erfdeel ontvangen hebben uit de opbrengst van het verkochte land in de Zuid-Hollandse polder en het Noordeveld.

Evert Wijtvliet, de jonge

De boerderij zal na het vertrek in 1838 van de oude Evert naar zijn zoon in Loon op Zand waarschijnlijk verhuurd geweest zijn. Meest waarschijnlijk is dat de huurder een externe partij was en niet iemand uit de familie maar hieromtrent tasten we in het duister en blijft het speculeren. Evert Wijtvliet, de jongen (1795-1868) of zijn zoon Gerrit zullen niet terug naar Dussen gegaan zijn om er de boerderij te runnen. Zij hadden in Loon op Zand immers hun eigen boerderij gecombineerd met tapperij. Die laatste negotie zou op termijn zelfs uitgroeien tot een hotel en werd een belangrijke sociale ontmoetingsplaats waar het verenigingsleven in het dorp een gastvrij onthaal ten deel viel. Zo waren er onder meer een tweetal schuttersverenigingen en de paardenverzekering thuis, terwijl er door de notaris ook publieke verkopingen werden gehouden. Maar dan spreken we al wel over begin twintigste eeuw.
Gerardus (Gerrit) Wijtvliet (1829-1879), geb Loon op Zand 15-4-1829 (10 jr in BR LoZ 1839), ovl LoZ 15-1-1879, akkerbouwer X 1) hd 28-9-1868 Loon op Zand met Maria van Laarhoven, geb 22-3-1846, ovl 15-03-1909 LoZ. 2) Zij is na het ovl van Gerrit in 1880 hertrouwd met Jacobus Biemans uit Oosterhout. In 1906 was de weduwe Biemans-Wijtvliet uitbaatster van een hotel in Loon op Zand waar ook de handboogschutterij SalmSalm (heropgericht juni 1906) en de kruisboogschutterij Nieuw Sint Chrispijn thuis waren. Veel info in de krant Echo van het Zuiden over dit hotel!
Evert Jr. kwam in in 1868 te overlijden en zijn zoon Gerrit in 1879; de boerderij met het achterliggende weiland werd gerfd door de kinderen van Gerrit Wijvliet uit Loon op Zand. Ondertussen was het pand echter danig in verval geraakt en in 1883 werd het gesloopt en vervangen door een nieuwe boerderij die een jaar later gereed was. In 1902 werd door de erfgenamen besloten tot verkoop.

Evert Wijtvliet Adriaanszoon

Koper werd Evert Wijtvliet Adriaanzoon (1843-1921) geboren Dussen 9-11-1843, overleden Dussen 27-9-1921, gehuwd in Made 15-2-1884 met Ida Sinx (1851-1907), geboren Made 1851, overleden Dussen 29-11-1907, waarbij het overigens niet uitgesloten is dat hij voordien het pand al huurde van zijn neven en nichten uit Loon op Zand. Evert kocht nadien nog wat meer land aan rondom de boerderij; in 1903 een perceel weiland H623 ter grootte van 1,3 bunder en in 1916 een perceel weiland H606 en bouwland H1446. Het totale landbezit bedroeg toen een kleine 5 bunder wat uiteraard bij lange na niet voldoende was om een boerenbedrijf op te kunnen runnen. Hij zal dus net als zijn voorgangers ook land gepacht hebben. In het verpachtingsregister van de kasteelheer over het seizoen 1870/71 werd Wijtvliet echter niet genoemd. Wel werd daarin het belende perceel H614 De Polak verpacht aan Willem Peter Heijmans en de percelen H604-607 genaamd De Krakkert aan Jacob Rombout Verschoor; beiden buurtbewoners. In 1898 werd echter geadverteerd voor de verkoop van '44 zware Kanada bomen staande in Dussen Binnen tegenover de weide in huur bij Evert Wijtvliet'. Evert Adriaanszoon Wijtvliet genoot kennelijk ook de achting van zijn collega's want in 1907 werd hij in het bestuur van het waterschap Het Zuideveld verkozen in plaats van de overleden Adriaan Hagoort. In 1910 zat het hem even niet mee toen zijn paard dood ging maar gelukkig was het verzekerd en ging de verzekeringsmaatschappij Almelo over tot 'prompte en spoedige uitbetaling'.

In 1884 beviel Ida van een doodgeboren baby maar twee jaar later zette zij een gezonde tweeling op de wereld: Willem en Christina geheten, een jongen en een meisje. Vanaf 1894 was ook Evert's schoonvader Willem Sinx inwonend, tot aan zijn overlijden op oudjaarsdag 1902, en later ook nog een boerenknecht. Toen moeder Ida in 1907 kwam te overlijden nam de 21-jarige Christina de zorg voor het huishouden op haar schouders, terwijl haar tweelingbroer Willem zijn vader terzijde stond in de boerderij. Aan trouwen kwam de tweeling voorlopig nog niet toe. Na het overlijden (1921) van zijn vader zette Willem de boerderij voort samen met zijn zuster Christina. Uiteindelijk vond Willem Wijtvliet (1886-1966) in 1926 een huwelijkspartner in de zestien jaar jongere Theodora Johanna Heijmans (1902-?), dochter van Jacobus Heijmans en Antonia van Herp die op den Hill een boerderij in combinatie met een herberg hadden. Dora trok in bij Willem en zijn zus en weldra werden een aantal kinderen geboren, hoewel een tweeling enkele dagen na hun geboorte overleed. In 1926 werd Willem herbenoemd in het bestuur van het waterschap Het Zuideveld, een functie die eerder door zijn vader ook al werd bekleed.

Gedwongen verkoop door Willem Wijtvliet

Doch toen brak de crisistijd aan. De economische depressie deed zich ook in de landbouwsector duchtig gelden en Willem werd door zijn schuldeisers, Nicolaas en Adrianus van Mourik uit Gorinchem voor de rechtbank gedaagd en uiteindelijk gedwongen tot een executieverkoop van zijn boerderij met het achterliggende land. Door notaris Rietra werd een openbare verkoop gehouden bij Hotel De Zwaan van Adriaan Heessels. De twee kavels: nr. 1 erf en huis met stalling annex schuur en losstaande schuur en nr. 2 het achterliggende land, werden ingezet voor 2.275 gulden, recpectievelijk 1.000 gulden. Bij de definitieve verkoop, twee weken later, werd de massa van de kopen gemijnd door een stroman, Johannes Hubertus Jongbloets bakker aan de Putten in Dussen, voor een totaalbedrag van 4.325 gulden. Zijn opdrachtgever was Arnoldus Johannes Heijmans die zodoende in bezit kwam van de boerderij met weiland. Voor Willem en zijn gezin - Dora was een maand eerder bevallen van hun zoon Evert - zat er niets anders op dan bij zijn schoonvader op den Hill onderdak te zoeken. Uiteindelijk zouden ze in de oorlog, in 1943, naar Besoijen verhuizen om daar een boerdenbedrijf te gaan runnen. Willems tweelingzuster Christina verhuisde medio 1932 naar Rotterdam naar de Provenierssingel 45B. Ze werd daar ook ingeschreven in het bevolkingsregister maar nadien zijn van haar geen verdere details meer bekend.

Nolleke Heijmans

De boerderij werd in 1931 aangekocht door Arnoldus (Nolleke) Heijmans (1894-?), geboren in Dussen in 1894 en zoon van Leendert Cornelis Heijmans en Maria van Nunen. Nolleke was in 1923 getrouwd met Lucia van Dortmont (1897- ), de oudste zus van Jan de Kapper, die dienstbode bij notaris Rietra was. Omdat de notaris tevens rentmeester (beheerder) was van de eigendommen van de kasteelheer konden zij via hem twee kamers huren in het bastion aan het riviertje De Dusse, het kasteel, dat op dat moment, na het vertrek van de nonnen naar Frankrijk, leeg stond. Een jaar later was het echter gedaan met hun vrijheid want het kasteel was verkocht aan een zekere Suringar die het aangeschaft had om er zijn excentrieke zuster in onder te brengen. Daarmee begonnen voor Nolleke en Luus een paar vreemde jaren want de nieuwe bewoonster, een dik en gezet mens van ongeveer 56 jaar jaar, had zo haar eigenaardigheden. Nolleke was destijds ook een van de wakers/slapers bij Juffrouw Rolina (Lien) Suringar de toenmalige eigenaresse (1925-1931) van het kasteel. Hij deed dat samen met onder meer zijn broer Johan en een zwager maar ook met de broers Huib en Jan van Tilborg uit de Achterste Hoek (Muilkerk) en de broers Pruissen en nog enkele andere jongens uit het dorp. Het verdiende goed, ze kregen ieder n gulden voor een nacht waken al werd er meer geslapen dan gewaakt. Dat kon je in die tijd met een hele dag werken niet eens verdienen.
Na een jaar of drie hielden ze het echter voor gezien en zijn naar een huisje in de Achterstraat van het Binnen verhuisd waar Nolleke aarzelend is beginnen te boeren met wat land en kleinvee. Toen de boerderij van Willem Wijtvliet te koop kwam, hebben ze de stap gewaagd en hebben ze het pand aangekocht. Hun eigen bescheiden woning met schuur, stal en tuin, perceelnummer H1448 groot 4.50 aren, werd door notaris Rietra publiek verkocht (aan Artikel 3022).

Gedurende de laatste oorlogswinter raakte de boerderij zwaar beschadigd door beschietingen van de geallieerden vanaf de zuidkant van de Bergse Maas die het vermoeden hadden dat de Duitsers zich in Dussen Binnen ophielden. Dat bleek echter een jammerlijke misvatting want de Duitsers waren meer noordelijk in Almkerk gelegerd. Zodoende ging echter wel veel bebouwing in Dussen Binnen verloren. Na de bevrijding werd als tijdelijke woonvoorziening een noodwoning op het erf geplaatst; het vee werd in een noodstal van metalen platen ondergebracht.

Wederopbouw

In 1950 vond wederopbouw van de boerderij plaats. Zie Databank Wederopbouw boerderijen in Nederland bij het Meertens Instituut. De databank is gebaseerd op het archief van het Bureau Wederopbouw Boerderijen, een overheidsinstelling die vanaf juli 1940 verantwoordelijke was voor de wederopbouw van de verwoeste boerderijen. Het archief bevat duizenden schadeformulieren, reconstructieschetsen en bouwtekeningen van wederopbouwboerderijen en ligt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort.
Dussen Binnen A 72, Dussen, Architect: De Jong en Oostlander, Datum tekening: 15-02-1950, Naam eigenaar: A.J. Heijmans.

Voorts zijn in het Streekarchief te Heusden (ver)bouwvergunningen beschikbaar van de boerderij:
In 1961 bouwvergunning voor een hangar op percelen H640/1 voor Arnoldus Heijmans. Dat was op de plaats waar in 1820 de boerderij van Evert Wijtvliet stond;
In 1965 vergunning voor de bouw van een douchecel op perceel H641 voor Wilhelmus Heijmans;
In 1983 vergunning voor het uitbreiden van het woonhuis voor Wilhelmus Heijmans.
Omstreeks midden jaren zestig van de vorige eeuw is de boerderij overgenomen door hun zoon Wim Heijmans die inmiddels getrouwd was met zijn overbuurmeisje Joke van Schendel. Nol en Lucia zijn toen verhuisd naar een houten woning in de Voorstraat van het Binnen nummer 29, daar waar oorspronkelijk de Ponsenhoeve (afgebrand in 1962) heeft gestaan. Nadat Lucia was overleden is Nol gaan inwonen bij zijn zoon en schoondochter waarvoor de boerderij in 1983 van een aanbouw werd voorzien.

De buren

Buurvrouw ten oosten van Evert Wijtvliet was de weduwe Zeger Nederveen, meer in het bijzonder Arnolda Verkuijl, dochter van Jan Verkuijl en Laurina Doedijns, in 1791 getrouwd met Zeger, zoon van Michiel Nederveen en Artje Vissers. Zes maanden later werd hun eerste kind geboren, een zoon Machiel. Zeger en Arnolda hebben daarna vermoedelijk korte tijd in Meeuwen gewoond maar zijn later weer terggekeerd naar Dussen. Uit het huwelijk werden tenminste 7 kinderen geboren. Het feit dat Zeger buurman was van de bestuurlijke elite van Dussen: Verschoor en Stael, betekende dat hij nogal eens werd opgetrommeld om als getuige op te treden bij een geboorteaangifte of een trouwerij. Zeger overleed in 1820 omstreeks 63 jaar oud. De twee oudste zoons Machiel en Jan kwamen op relatief jonge leeftijd te overlijden. Zijn echtgenote Arnolda stierf in 1858; kort daarvoor was hun dochter Ardina overleden terwijl haar zoons Leendert en Zeger junior eveneens in 1858 ten grave gedrage werden. Dochter Stijntje huwde Arie van Anrooij uit Almkerk en zoon Joost vond een partner in Geertrui Sprangers uit Meeuwen. Joost overleed in 1873, Stijntje een jaar later.

De bevolkingsregisters van Dussen gaan slechts terug tot 1890. Bij de grote dorpsbrand van 1892 waarbij het nieuwe raadhuis aan de Sluis in vlammen opging wist gemeentesecretaris Leonardus Schneiders slechts een klein deel (enkele zakken) van de gemeenteadministratie en -archief te redden.
In 1890 woonde op nummer A69 ten oosten naast de boerderij van Wijtvliet, Cornelis Roubos die getrouwd was met Zegerina Nederveen (1839-1917). Zegerina was een dochter van Joost Nederveen en Geertrui Sprangers dus ligt het een beetje voor de hand dat zij op een zeker moment de woning of boerderijtje van haar oma heeft overgenomen. Zij was in 1862 in het huwelijksbootje gestapt met Cornelis Roubos (1835-1913), veldarbeider van beroep en zoon van Wouter Roubos en Willemke van Mastrigt. Het bleek een bijzonder vruchtbare verbintenis want er werden maar liefst 14 kinderen geboren. Echter, in die tijd van hoge kindersterfte overleed de helft daarvan op zeer jonge leeftijd.
Ook werden tussen 1890-1910 Eimert Peter van Dijk, getrouwd met Anneke Verschoor, en hun 4 kinderen als bewoners van het pand geregistreerd. Nadere details ontbreken maar omstreeks 1906 werd het pand bewoond door Willem van den Assem die dat jaar getrouwd was met Pieternella van der Beek uit Meeuwen. Zij bewoonden het pand met hun twee kinderen Teunis en Adriana.

Blijkens het register 1910-1920 was Cornelis Roubos met Zegerina Nederveen en zijn gezin tijdelijk verhuisd naar nummer A78. Toen door de verhuizing van Willem van den Assem naar de Baan - zijn gezin was ondertussen behoorlijk uitgebreid - hun oude pand weer beschikbaar kwam zijn ze daar weer opnieuw ingetrokken. Nadat hun vader (1913), broer Justinus (1916) en moeder (1917) overleden waren, bleven drie kinderen: Arie, Huberdina en Adriana in het pand wonen. Om het gezinsbudget wat op te krikken werd een commensaal (kostganger) in huis genomen. Adriana stierf in 1924 en Huberdina in 1938. De alleen achterblijvende Arie ging toen bij zijn neef Cornelis Roubos, zoon van zijn oudste broer Wouter, inwonen maar overleed aldaar enkele maanden later.

Het kleine pandje aan de westzijde naast de boerderij van Wijtvliet was oorspronkelijk van Adriaan Hompes, overleden in 1823, en Anna Pennings, overleden in 1828, maar ten tijde van de eerste kadastrale opmeting eigendom van schoenmaker Johannis (Arien? naar zijn moeder?) Vermeulen, geboren 1781, zoon van Johannes Vermeulen en Adriana van Dongen. De Hompes of Hompus waren een geslacht met nogal wat schippers in de familie en ook verwant aan Vermeulen uit Dussen.
Johannes Vermeulen, ged. Dussen 09-11-1781, ovl Dussen 17-08-1852 X gehuwd Dussen R.K. 28-11-1805 met Cornelia Kipping, ovl Dussen 15-03-1868. Of hij er ook zelf gewoond heeft, is twijfelachtig, hij had namelijk meerdere panden in Dussen in bezit. Johannis wordt talloze malen vernoemd als als getuige in allerlei aktes van de burgelijke stand. Tot op hoge leeftijd bleef hij dit doen, voor het laatst n maand voor zijn overlijden. Later werd hij ook rijtuigverhuurder. Het gezin telde tenminste 7 kinderen waarvan de oudste, ook Johannis geheten, later zijn zaak als rijtuigverhuurder voortzette. Een andere zoon, Jacobus, werd zadelmaker en trouwde met Dora Toethuijs die naast het kasteel woonde (deze boerderij is thans verdwenen). Zij waren de uitbaters van herberg De Posthoorn aan de Putte.

In 1890 waren landbouwer en klompenmaker Johannes Roubos die getrouwd was met Jenneke de Rooij de buren aan de westkant. Hun gezin telde tenminste 8 kinderen. De jongste Adriaan Roubos zou later onderwijzer worden aan de openbare lagere school in Dussen Binnen die bij de hervormde kerk stond. Jenneke overleed in hetzelfde jaar 1907 als haar buurvrouw Ida Sinx. Vader Roubos stierf in 1913. Adriaan, de onderwijzer, was een jaar eerder al naar Werkendam vertrokken. Ook de andere kinderen zijn na het overlijden van hun vader verhuisd.
Tussen 1920-1940 is de bewoningsgeschiedenis niet goed meer te traceren omdat bij de nummering niet langer vermeld wordt of het om de voor- of achterstraat gaat. Mogelijk dat Frans van Dortmont, arbeider bij de papierfabriek en getrouwd met Johanna Cornelia Meijers, naast Wijvliet (A72) gewoond heeft, en later Frans Leeggangers, die ook bij de papierfabriek werkte en zijn vrouw Dina Schalken met hun zoon Ankie. Dat zou dan gezien de nummering 72b in een apart gedeelte van een woning geweest zijn of mogelijk in een tot woning verbouwde schuur. Maar het is ook mogelijk dat de ongehuwde gezusters Adriana en Gerdina Heijmans of Wouter Heijstek Roubos, allen woonachtig op nummer A73, destijds hun buren waren.

Bronnen

Kadastergegevens bij het BHIC in Den Bosch
DTB data en digitale krantenarchief bij Streekarchief Heusden

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl