Vermeldingen onder Dussen in diverse archieven in het Brabants Historisch Informatie Centrum in 's-Hertogenbosch

350 Philips en Rogier van Leefdael, 1172 - 1686
Regest
(begin 17e eeuw). Uittreksel uit een inventaris van de bezittingen van Beatrix van Assendelft, vrouwe van Waalwijk, Eethen en Meeuwen, betreffende grond gelegen aan de Dussen (nabij het kasteel van Meeuwen),
Folionummer:364
Bekijk archieftoegang:Philips en Rogier van Leefdael, 1172 - 1686
Zie ook: Toegang 350, Inv.nr. 7

1614. Akte waarbij de landmeter van Zuid-Holland Jan Laurissen de maten vaststelt van drie percelen, geheten De Capelcamp, De Keuckencamp en Het Scherp, alle gelegen aan de dussen achter het kasteel van Meeuwen.
NB: In tweevoud.
Folionummer:369-371
Bekijk archieftoegang:Philips en Rogier van Leefdael, 1172 - 1686
Zie ook: Toegang 350, Inv.nr. 7

240 Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, 1266 - 1593
Regest 160 1373-08-29.
1373 augustus 29, Albrecht, ruwaard van Holland, oorkondt dat hij verkoop van de Groten Polder door Arnt van der Dussen aan kartuizers, bevestigt.
KopieŽn inventarisnr 1, folio 119-119v, n inventarisnr 2, 1e deel, folio 44v, G 67
Zie ook: Toegang 240, Inv.nr. 1

Index schepenprotocol Sint-Michielsgestel (5121.43) 584 Wij Henrick van Beeck en Peter Schuermans, schepenen verklaren plechtig dat voor ons is verschenen j..., 06-11-1561 Beschrijving: Wij Henrick van Beeck en Peter Schuermans, schepenen verklaren plechtig dat voor ons is verschenen jonker Arnt van Raveschoth en joffrouw Anna dochter van Johan Scellaert die nu met haar huidige man aanwezig is en stemt erin toe dat haar man jonker Arnt het vruchtgebruik krijgt zolang hij leeft inzake het volgende leenbezit dat hem en zijn huidige vrouw bij de huwelijkse voorwaardes daarin was toegezegd en middels testament door haar ouders was vermaakt en door Antonia van Houwelingen. Dat betreft een waard van 5 morgens gelegen in Emmickhoven in het land van Altena op Dal...[den Alm], nog een uiterwaard genoemd de Groot Eelant, gelegen aan de Dussense Ga..tele [Gantel] samen leengoed zijnde van de Prins van Oranje als graaf van Nassau en heer van Breda, ..-.foirt (?), Polanen en van der Leecke etc. Nog betreft het 11 kleine morgens in het ambacht van Muijlkerke op de Binnen of Hoochdonck, leenbezit van het huis van Dussen. Haar man moet daarvoor het *heergeweijden* betalen en alles in acht nemen volgens de bepalingen van de leenhoven en alles daarin doen hetgeen ze zelf ook gedaan zou hebben. Ze verzoekt aan de genoemde leenheren dit vruchtgebruik te accepteren. Als jonker Aernt van Raveschot na haar dood enige kinderen bij haar verwekt zou hebben in dit huwelijk en als hij na enige tijd weer zou hetrouwen, zal dat vruchtgebruik niet meer geldig zijn en zal het bezit versterven volgens de huwelijkse voorwaardes die tussen hen zijn gemaakt d.d. 15 oktober 1559. Akte is voorzien van het schependomszegel van Gestel en deze machtiging is eigenhandig door joffrouw Anna ondertekend. Datum 6 november 1561. Datering: 06-11-1561 Pagina: 232r Soort akte: Overdracht vruchtgebruik van leenbezit Plaats: Sint-Michielsgestel Toegangsnummer: 5121 Inventarisnummer: 43 Scan: Register inzien Index notarieel protocol Veghel (7701.18) 96 Openbare verkoop van vlas op verzoek van Jan Jansen van Dijk, bouwman te Dussen...., 02-12-1819 Beschrijving: Openbare verkoop van vlas op verzoek van Jan Jansen van Dijk, bouwman te Dussen. Datering: 02-12-1819 Soort akte: Verkoop Plaats: Veghel Toegangsnummer: 7701 Inventarisnummer: 18

BHIC - Toegangsnummer: 286
Archieftitel: Heerlijkheid Oijen, 1550 - 1899

13. Regesten

Heerlijkheid Oijen, 1550 - 1899

14 1620 augustus 1 (juli 22 oude stijl)
Kanselier en raden vorstendom Gelre en graafschap Zutphen oorkonden, dat zij Walraven van Gent, heer van Oijen en Dussen, overste met opdracht van koninklijke Majesteit in Frankrijk, op diens verzoek toestemming hebben gegeven om heerlijkheid Oijen te verkopen aan Johan van Ketler, vrijheer van Manjoij, stadhouder van het vorstendom Kleef Onder papieren ruit opgedrukt zegel van Gelre en Zutphen
Inventarisnr 1
Datering 1620-08-01

Zie ook: Toegangsnr. 286 , inventarisnr. 1


BHIC - Toegangsnummer: 240
Archieftitel: Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, 1266 - 1593

Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, 1266 - 1593

4 1316 juli 12
Jan van der Zijdewijnde, pastoor van Tolloysen / Jan van der Dussen, ridder / Dirk de Borchgreve, oorkonden dat Jan, Liesbeth en Robbrecht van Drongelen afstand gedaan hebben van: 1/2 veer in Tetedonk aan kant van Veen
Kopie inventarisnr 2, 1e deel, folio 21, C 10
Gedrukt in Taxandria XLVI (1939), pagina 300
Datering 1316-07-12
Vindplaats Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

171 Akte van overdracht, door Willem van Wendelsnesse Gieliszn, aan Gielis Robbrechtszn, voor kartuizers, van erfcijns in Munsterkerk, 1368
details...

172 Akte van verklaring, door rechter en heemraden van Munsterkerk, van overdracht, door Jan Giisbrechtszn, aan kartuizers, van land in Munsterkerk, 1393
details...

173 Akte van overdracht, door Jorden Godschalkszn, aan Bie Heinrikszn, voor kartuizers, van land in Munsterkerk, 1411
details...

110 1365-09-17
1365 september 17
Rechter en heemraden van Munsterkerk in Voernsaterwaard oorkonden dat Willem van Weindelnesse Gilliszn overdroeg, aan Gillis Robbrechtszn, voor kartuizers: erfcijns uit perceel land
KopieŽn inventarisnr 1, folio 116, a inventarisnr 2, 2e deel, folio 67v, M 48
details...

129 1368-07-25
1368 juli 25
Rechter en heemraden van Munsterkerk in Voernsaterwaart oorkonden dat Willem van Weindelsnisse Gilliszn overdroeg, aan Gillis Robbrechtszn, voor kartuizers: erfcijns uit perceel land
Origineel inventarisnr 171
KopieŽn inventarisnr 1, folio 116, a en inventarisnr 2, 2e deel, folio 67v, M 48
details...

265 1383-02-14
1383 februari 14
Schepenen van Dordrecht oorkonden dat Bruistijn van Herwijnen verkocht heeft aan kartuizers: land de Hoek in Munsterkerk
KopieŽn inventarisnr 1, folio 116-116v, c inventarisnr 2, 1e deel, folio 84v, M 41
Zie ook regestnr 273a
details...

356 1393-02-10
1393 februari 10
Schepenen van Geertruidenberg oorkonden dat rechter en heemraden van Munsterkerk verklaarden, dat Jan Gijsbrechtszn overdroeg aan kartuizers: land en hofstad ( = bouwkavel) in polder van Jan van Wijfliet
Origineel inventarisnr 172
KopieŽn inventarisnr 1, folio 116v -117, e inventarisnr 2, 1e deel, folio 85, M 43
details...

588 1411-10-29
1411 oktober 29
Rechter en heemraden van Munsterkerk oorkonden dat Jorden Godsckalkszn overdroeg, aan Bie Henrikszn, voor kartuizers: land in weer de Elve Margen in Voernsaterwaard, op voorwaarde dat Jorden het in erfpacht houdt
Origineel inventarisnr 173
KopieŽn inventarisnr 1, folio 117v, h inventarisnr 2, 2e deel, folio 67v, M 50
details...

624 1413-03-19
1413 maart 19
Rechter en heemraden van Munsterkerk oorkonden dat Klaas Wijtgank Klaanzn overdroeg aan procurator: deel kamp de Schenkel in Munsterkerk KopieŽn inventarisnr 1, folio 117v -118, i inventarisnr 2, 1e deel, folio 85v, M 46
Inventarisnr 1 geeft Klaaszn
details...

641 1413-11-19
1413 november 19
Rechter en heemraden van Munsterkerk oorkonden dat Henrik de Bie, rentmeester van kartuizers, overdroeg aan Bouden Jan Moelnaar Arntsznszn: land in Munsterkerk, in ruil voor erfcijns daaruit aan kartuizers / aan Heilige Geest van Munsterkerk / aan kerk van Munsterkerk / aan kerk van Muilkerk
KopieŽn inventarisnr 1, folio 118, k inventarisnr 2, 2e deel, folio 67v -68, M 51
details...

656 1414-11-03
1414 november 3
Rechter en heemraden van Munsterkerk oorkonden dat Henrik de Bie, rentmeester van kartuizers, overgedragen heeft aan Klaas Voet Pieter Voetszn: deel kamp, in ruil voor erfcijns eruit
KopieŽn inventarisnr 1, folio 118 - 118v, l inventarisnr 2, 2e deel, folio 68, M 52
details...

714 1419-08-10
1419 augustus 10
Rechter en heemraden van Munsterkerk oorkonden dat Godschalk Jordenszn overdroeg aan Henrik den Bien, rentmeester van kartuizers: deel kamp de Schenkel in Munsterkerk
KopieŽn inventarisnr 1, folio 118v, i inventarisnr 2, 1e deel, folio 85v, M 46
details...

18 Lijst van pachten en cijnzen in Leiden, Delft, Den Haag, Wateringen, Rijswijk, Dussen, Muilkerk, Doeveren en Meeuwen, circa 1553
details...

170 Vidimus van akte van overdracht uit 1463, door Heinrik Dirkzn, aan Heinrik van Oersoy, procurator, van land in Muilkerk, 1536
Tevens akte van vercijnzing van dat land, door procurator Heinrik, aan Heinrik Dirkzn, 1536
details...

97 1464-04-06
1464 april 6
Rechter en heemraden van Muilkerk oorkonden dat Henrik Dirkszn overgedragen heeft aan broeder Henrik van Orsoy, procurator: erfcijns uit land in Muilkerk in Willem Arntszns hove op de Ooster Wal
Kopie inventarisnr 2, 2e deel, folio 68v, M 55
details...

108 1365-06-24
1365 juni 24
Rechter en heemraden van Muilkerk oorkonden dat Willem van der Marweden, ridder, ambachtsheer van Muilkerk, overgedragen heeft aan Michiel, prior, voor kartuizers: land in Muilkerk
KopieŽn inventarisnr 1, folio 112, a inventarisnr 2, 1e deel, folio 87, M 43
details...

125 1367-08-03
1367 augustus 3
Rechter van Willem van de Merwede, ridder / rechter van Arnt van der Dussen, ridder, in Muilkerk / heemraden van Muilkerk, oorkonden dat Henrik van Drongelen overdroeg aan Michiel, prior: land, gedeeltelijk in de Berntse Hove in de Oterdijk aan het Broek, dat laatstgenoemde daarna in erfcijns teruggaf aan Henrik
KopieŽn inventarisnr 1, folio 112v -113, c inventarisnr 2, 2e deel, folio 68v - 69, M 57
details...

164 1374-01-13
1374 januari 13
Rechter en heemraden van Muilkerk oorkonden dat Henrik van Drongelen overdroeg aan kartuizers: land in de Berntse Hoeve in Muilkerk en dat hij land als onderpand voor cijns stelde
Kopie inventarisnr 1, folio 112-112v, b
details...

304 1387-06-16
1387 juni 16
Rechter en heemraden van Muilkerk oorkonden dat Klaas van der Voern en Willem Aart Noudenzn, beloven kamp naast de Bernse Hoeve te bedijken
Kopie inventarisnr 1, folio 113, e
details...

641 1413-11-19
1413 november 19
Rechter en heemraden van Munsterkerk oorkonden dat Henrik de Bie, rentmeester van kartuizers, overdroeg aan Bouden Jan Moelnaar Arntsznszn: land in Munsterkerk, in ruil voor erfcijns daaruit aan kartuizers / aan Heilige Geest van Munsterkerk / aan kerk van Munsterkerk / aan kerk van Muilkerk
KopieŽn inventarisnr 1, folio 118, k inventarisnr 2, 2e deel, folio 67v -68, M 51
details...

1062 1463-03-27
1463 maart 27
Jan van Lekkerkerk, pastoor kerk van Breda, en Jan Aalbrechtszn, deken Onze Lieve Vrouwe kerk in Dordrecht, namens kartuizers / Huge Willemszn en Arnt Henrikszn, namens Henrik Dirkszn, doen uitspraak in geschil tussen genoemde partijen over: lossing pacht uit grond in Muilkerk
Kopie inventarisnr 2, 1e deel, folio 87 - 87v, M 54
details...

1066 1463-11-15
1463 november 15
Rechter en heemraden van Muilkerk oorkonden dat Henrik Dirkszn overgedragen heeft aan broeder Henrik van Orsoy, procurator: land in Muilkerk, dat laatstgenoemde daarna in erfcijns teruggaf aan Hendrik
Gevidimeerd in inventarisnr 170
Kopie inventarisnr 2, 2e deel, folio 68v, M 56
Zie ook regestnr 1359
details...

1133 1478-05-14
1478 mei 14
Rechter en heemraden van Muilkerk oorkonden dat Gerit Janszn in erfcijns genomen heeft van prior: land in Muilkerk
Kopie inventarisnr 2, 2e deel, folio 35, D 13
details...

1359 1536-08-06
1536 augustus 6
Rechter en heemraden van Muilkerk geven vidimus van akte van 1463 november 15 (regestnr 1066)
Origineel inventarisnr 170
details...

18 Lijst van pachten en cijnzen in Leiden, Delft, Den Haag, Wateringen, Rijswijk, Dussen, Muilkerk, Doeveren en Meeuwen, circa 1553
details...

29 Akte van verkoop, door Arnd van der Dussen, ridder, aan kartuizers, van Groeten Polre in Aartswaart, 1373
details...

4 1316-07-12
1316 juli 12
Jan van der Zijdewijnde, pastoor van Tolloysen / Jan van der Dussen, ridder / Dirk de Borchgreve, oorkonden dat Jan, Liesbeth en Robbrecht van Drongelen afstand gedaan hebben van: 1/2 veer in Tetedonk aan kant van Veen
Kopie inventarisnr 2, 1e deel, folio 21, C 10
Gedrukt in Taxandria XLVI (1939), pagina 300
details...

125 1367-08-03
1367 augustus 3
Rechter van Willem van de Merwede, ridder / rechter van Arnt van der Dussen, ridder, in Muilkerk / heemraden van Muilkerk, oorkonden dat Henrik van Drongelen overdroeg aan Michiel, prior: land, gedeeltelijk in de Berntse Hove in de Oterdijk aan het Broek, dat laatstgenoemde daarna in erfcijns teruggaf aan Henrik
KopieŽn inventarisnr 1, folio 112v -113, c inventarisnr 2, 2e deel, folio 68v - 69, M 57
details...

160 1373-08-29
1373 augustus 29
Albrecht, ruwaard van Holland, oorkondt dat hij verkoop van de Groten Polder door Arnt van der Dussen aan kartuizers, bevestigt
KopieŽn inventarisnr 1, folio 119-119v, n inventarisnr 2, 1e deel, folio 44v, G 67
details...

161 1373-09-21
1373 september 21
Willem, heer van Raamsdonk / Arnt van Wijk / Willem van Eemkerke / Jan de Brouwer oorkonden dat ze getuigen waren geweest bij aankoop van polder van Aartswaart, door prior kartuizers, van Arnt van der Dussen
KopieŽn inventarisnr 2, 1e deel, folio 45, G 67 en inventarisnr 30
details...

162 1373-10-08
1373 oktober 8
Willem van Drongelen, ridder, heer van Eethen en Meeuwen, oorkondt dat hij aan zijn neef Arnt van der Dussen en diens erfgenamen kwijtscheldt: hun lasten voor land buiten dijk van de Grote Polder in Aartswaart
KopieŽn inventarisnr 1, folio 119v, n inventarisnr 2, 1e deel, folio 44v, G 67
details...

163 1373-11-12
1373 november 12
Arnt van der Dussen, ridder, heer van Hagoort, oorkondt dat hij verkocht heeft aan kartuizers: Grote Polder, met erbij behorende tiende in Aartswaart Origineel inventarisnr 29
KopieŽn inventarisnr 1, folio 119, n inventarisnr 2, 1e deel, folio 44v, G 67
details...

171 1374-08-26
1374 augustus 26
Notaris ... instrumenteert dat Jan Brouwer en Willem van Eemkerke verklaren, akte van verkoop door Arnt van der Dussen aan Lambert, prior kartuizers, van tiende uit land Oort of Grote Polder in Aartswaart, gezien te hebben
KopieŽn inventarisnr 1, folio 119v -120, n inventarisnr 2, 1e deel, folio 44v -45, G 67
details...

732 1420-09-12
1420 september 12
Klaas van der Dussen, heer van Hagoord, oorkondt dat hij overgegeven heeft aan Hugo, prior: land in BabyloniŽnbroek in de Liesslagen
Authentieke kopie inventarisnr 2, 1e deel, folio 9, B 3
Kopie inventarisnr 1, folio 111v, z
details...


BHIC - Toegangsnummer:
Archieftitel: Kloosters MariŽnkroon en MariŽndonk in Heusden, 1245 - 1631

1765 1516 november 6 (op sinte Benartsdach)
Richter en heemraden in Dussen in Muilkerk, Ariaan Corneliszn / Klaas van Camp Corneliszn / Willem Scalkenzn / Jan van Honswijk Willemszn / Ariaan van den Eik Aartszn / Aart Janszn / Rolof Euwoutszn / Michael Janszn, oorkonden, dat Jan Spierink Janszn heeft overgedragen aan Gijsbrecht Antonis: 13 hond in Dussen, waarna Gijsbrecht dit land weer aan Jan heeft overgedragen voor rente van 5 schild, welke rente destijds gevestigd was door Tonis Doeyenzn voor mis, elke donderdag te houden in kapel op de Hil
Authentieke kopie van notaris Rembout Ketelaar met handtekening (inventarisnr 443)
Origineel was gezegeld door schout en 2 eerstgenoemde heemraden
Op rugzijde: 'Jan Rutten woenende binnen Besoeyen'

Datering: 1516-11-06
Vindplaats: Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)


BHIC - Toegangsnummer: 339
Archieftitel: Aanwinsten, 1280 - 1981

427 Akte van machtiging, voor Jan van Dusseldorp, bakker in Waspik, om koopsom voor korenmolen te vinden onder meer in verkoop landerijen onder Dussen-Munsterkerk en onder Almkerk, 1798 januari 17
details...


BHIC - Toegangsnummer: 295
Archieftitel: Heerlijkheid Eethen en Meeuwen, 1334 - 1865

Inleiding
Historisch overzicht
De heerlijkheid Eethen en Meeuwen, gelegen in het land van Heusden en Altena, maakte eertijds deel uit van de grotere heerlijkheid Heusden. Door schenkingen en verdeling van de heerlijkheid onder de zonen van de heren van Heusden, verbrokkelde deze in kleinere eenheden. In de jaren rond 1300 ontstond er een conflict tussen de graaf van Holland en de hertog van Brabant omtrent de leenroerigheid van Heusden. Het conflict eindigde, voorlopig, in 1318 met de arbitrale uitspraak van de hertog van Gulik, die uitsprak dat Heusden in leen gehouden werd van Kleef, dat weer een Brabants leen was. 1 Volgens graaf Willem III van Holland had toen ene Jan van Drongelen recht op de heerlijkheid van Eethen en Meeuwen, waar de van Drongelens reeds vroeger bezittingen hadden. 2
Voetnoot 1 Avonds P. en Brokken H.M., Heusden tussen Brabant en Holland. Analyse van een grensconflict (1317-1357), in: Varia Historica Brabantica IV (1975), 1-95.
2 In het Holland leenregister Patet Libro E.L. 24 fo. 10v wordt vermeld dat Robbrecht van Drongelen sijn hofstadt ende huysen, dat gelegen is tot Eten, mit twe mergen lants opdraagt aan de graaf van Holland, anno MCCC agtien.

In 1322 werd de jurisdictie over Eethen en Meeuwen aan Jan van Drongelen ontzegd; hertog Jan III zou daar zelf over mogen beschikken.

In datzelfde jaar beleende hij Jan van Heusden met de heerlijkheid. Doch, een nieuw geschil rees en had uiteindelijk tot gevolg dat hertog Jan III in 1334 Jan van Drongelen beleende met de lage rechtsmacht van Eethen, Meeuwen en Drongelen en de hoge rechtsmacht van Eethen en Meeuwen. * De Brabantse successie-oorlog, na het overlijden van Jan III, maakte een voorlopig eind aan de Brabantse aanspraken in het land van Heusden. Het gebied kwam in 1355/56 onder de graven van Holland. Deze, en sinds 1581 de staten van Holland, traden als leenheer van de heerlijkheid op. Bij Koninklijk Besluit van 10 februari 1815 ging het Land van Heusden en Altena over naar Braband, waarmee de Hollandse aanspraken vervielen. *
Voetnoot 1 Inventarisnummer 1.
2 De archieven in Noord-Brabant, samengesteld door de Kring van Archivarissen in Noord-Brabant (Alphen aan de Rijn 1980) XXVII

Volgens de leenakte van 1334 was de hoge heerlijkheid Eethen en Meeuwen verbonden met de lage heerlijkheid Drongelen. Pas later, in 1567, werd Drongelen een zelfstandige heerlijkheid. *
Voetnoot 1 Sprong P.W., Het kasteel van Meeuwen (Gemert 1966) 8. zie ook: van Bleyswijk A., Beschrijving van de heerlycheid Eethen en Meeuwen (Meeuwen 1767) 1.

Ook BabiloniŽnbroek was vanaf 1435 verenigd met Eethen en Meeuwen, hoewel dit aanvankelijk niet meer dan de titel betrof. Sinds 1724 kon de heer van Eethen en Meeuwen daar enige rechten laten gelden, onder andere het recht van aanstelling van bestuurders. Tevoren waren die rechten uitgeoefend door de drost van Heusden. De heerlijke rechten bleven in handen van de rentmeester van de Hollandse domeinen. * In 1832 werd BabiloniŽnbroek door verkoop afgescheiden.
Voetnoot 1 Inventarisnummer 8.

Omstreeks het midden der 14e eeuw was men begonnen met de bouw van het kasteel te Meeuwen op de samenvloeiing van een zijtak van het Oude Maasje en de rivier de Dusse. In 1355 droeg heer Jan van Drongelen dit kasteel op aan de graaf van Holland, van wie hij het als een onversterfelijk erfleen terugkreeg. * De 32 morgen hofland, in de nabijheid van het kasteel, bleef als allodiaal bezit in handen van de van Drongelens. Vele honderden jaren was het kasteel de residentie van de heren en vrouwen der heerlijkheid.
Voetnoot 1 Van Bleyswijk A.W., 4; Sprong A.W. 2-5.

Na een eeuw in het bezit geweest te zijn van de familie van Drongelen, werd de heerlijkheid in 1434 verkocht aan ridder Dirk van de Merwede. Vervolgens kwam de heerlijkheid via de families van Ranst, Millinck en van Assendelft in 1608 in het bezit van het geslacht van Leefdael. Hier ging een proces voor het hof van Holland tussen Philips van Leefdael en Jan van Wittenhorst, als erfgenaam van Aleid van Assendelt, aan vooraf. Uit de processtukken blijkt onder meer dat het kasteel in een ernstige staat van verval was geraakt. *
Voetnoot 1 Inventarisnummer 36.

In 1701 werd de toenmalige heer, Philips van Leefdael, failliet verklaard en gemeld wordt dat hij, uit angst voor zijn schuldeisers, op de vlucht sloeg. Als curator over de failliete boedel werd daarop Cornelis van Brandwijk aangesteld. In een openbare verkoop verkocht deze de heerlijkheid voor de som van 34.000 gulden in 1702 aan Diderik van Hemert, burgemeester van Heusden. *
Voetnoot 1 Inventarisnummer 5.

Diderik werd op 23 maart 1702 door de staten van Holland met de heerlijkheid beleend.

Vervolgens ging de heerlijkheid in 1754 over op de familie van Bleyswijk. In 1832 kocht de heer Gerrit Vermeulen uit Waspik de heerlijkheid, waardoor een eind was gekomen aan 5 eeuwen adellijke heren. Zijn erfgenamen verkochten in 1844 de heerlijkheid aan de Bossche fabrikant Hendrik Willem Bosch. Deze liet in 1846 het kasteel afbreken. Volgende verervingen en verkopen betroffen niet meer dan het landgoed en enkele overgebleven rechten, onder andere het jachtrecht. De eigenlijke heerlijkheid was toen al opgehouden te bestaan.

Het plaatselijk bestuur van Eethen en Meeuwen stond onder leiding van een drossaard. Hij fungeerd in de eerste plaats als voorzitter van het plaatselijk gerecht. Bij de behandeling van criminele zaken vormde de drossaard, samen met de 7 schepenen van elk der beide dorpen, een zogenaamde vierschaar. Plaats van rechtshandeling was het rechthuys te Meeuwen. Het vonnis werd gewezen ten overstaan van de heer of, bij diens absentie, in zijn naam. In civiele zaken traden de schepenbanken van elk dorp apart als rechtbank op.

Daarnaast bekleedde de drossaard, zeker in 1754, het ambt van rentmeester. Voor de uitoefening van die functie genoot hij jaarlijks een traktement van 50 gulden. Bovendien had hij recht op regten, emolumenten, boeten, profijten, tractementen, peenen en breucken als daertoe van outs sijn staende. * De helft van de boetes, confiscaties en gewin op dobbelgelt moest hij aan de heer afstaan. Samen met schepenen en heemraden verrichtte de drossaard de schouwen; inspecties van overheidswege van dijken, land- en waterwegen. Dit schouwcollege diende toezicht te houden op naleving van de plaatselijke en landelijke keuren.
Voetnoot 1 Inventarisnummer 77.

Centrale figuur binnen de administratie van de heerlijkheid was de secretaris. Alle akten, behalve de leenakten, werden door hem opgemaakt en afgeschreven. Tot zijn takenpakket behoorde verder het aanwezig zijn in de vierschaar en het geven van advies aan de heer bij beheers- en bestuurlijke aangelegenheden. * Waarschijnlijk was dat het gevolg van het feit dat, terwijl de heer vaak van elders afkomstig, de secretaris inheems was. Uit de briefwisseling tussen hem en de heer kunnen we opmaken dat hij in een vertrouwelijke relatie met de heer stond.
Voetnoot 1 Inventarisnummer 82.

Hoofd van de leenkamer was de stadhouder van de lenen. Hij was rechter bij leenzaken, stelde de leenakten op en droeg zorg voor de bezegeling. Helaas is de neerslag van zijn handelen als zodanig niet in het archief bewaard gebleven. Zijn administratief assistent bij leenzaken was de griffier, die de leenmannen opriep voor leenverheffing, de leenakten schreef en de leenregisters bijhield.

Dijkgraaf en heemraden tesamen vormden het dijkcollege. Zij had toezicht op en het beheer van de dijken, waterwegen en polders. Eethen en Meeuwen kenden tot 1822 elk twee dijkcolleges, ťťn voor de Drongelense, Meeuwense en Hagoortse dijk en ťťn voor de Zuidbroekse dijk. Na 1822 werden deze colleges samengevoegd in het Dijkbestuur van de Eethense en Meeuwense zeedijk, bestaande uit een dijkgraaf en 4 heemraden. De polders van Eethen en Meeuwen hadden elk een eigen bestuur. De heer had, tot 1848, het recht van benoeming van de leden van het polderbestuur.

Drossaard, dijkgraaf, rentmeester en stadhouder van de lenen, ambten verenigd in ťťn persoon, en secretaris werden bij vacature door de heer aangesteld. De leden der verschillende bestuursorganen droegen jaarlijks uit hun midden nieuwe kandidaten voor, die vervolgens door de heer konden worden benoemd. Voor de uitoefening van hun ambten betaalden de bestuurlijke functionarissen zogenaamde recognitiegelden aan de heer. Het valt te begrijpen dat men in 1795 gebruik heeft gemaakt van de omstandigheden en van tijd tot tijd verzuimd heeft de verschuldigde recognitiegelden te voldoen.

Aanwijzingen voor het gebruik
Verwijzing naar archiefstukken uit dit archief geschiedt door (volledig): Brabants Historisch Informatie Centrum, archief van de heerlijkheid Eethen en Meeuwen, inv.nr . . ., of (verkort): BHIC, heerlijkheid Eethen en Meeuwen, inv.nr . . .
N.B. De oude inventaris met een index op persoons- en aardrijkskundige namen is te verkrijgen bij het hoofd van de studiezaal.

Bijlage
1. 1334-13??. Jan van Drongelen, met de heerlijkheid beleend door hertog Jan III van Brabant. Gehuwd met n.n.
2. 13??-1366. Erfopvolging door Willem van Drongelen. Gehuwd met Hadewig van der Merwede.
3. 1366-1406 Jan van Drongelen, Willem's zoon. Gehuwd met Christina van Boxtel.
4. 1406-1434. Catharina van Drongelen, dochter van Jan. Gehuwd met Reinier van den Berg.
5. 1434-1453. Dirk van der Merwede, ridder, koopt de heerlijkheid. Gehuwd met Catharina van Ranst.
6. 1453-14??. Godelieve van der Merwede, Dirk's dochter. Gehuwd met Robbrecht van Drongelen.
7. 14??-1478. Erfopvolging door Adriaan van Drongelen. Gehuwd met n.n.
8. 1478-1480. Philips van Ranst, na opdracht van Adriaan van Drongelen. Gehuwd met Odilia van Drongelen, dochter van Robbrecht.
9. 1480-1485. DaniŽl van Ranst, Philips' zoon. Ongehuwd.
10. 1485-1502. Johan Millinck, zwager van Philips van Ranst. Gehuwd met Adriana van Ranst.
11. 1502-1557. Erfopvolging door Lambert Millinck. Gehuwd met Beatrix van Assendelft.
12. 1557-1567. Beatrix van Assendelft, na overlijden van haar man.
13. 1567-1571. Aleid van Assendelft, zuster van Beatrix. Gehuwd met Herman van Wittenhorst, heer van Sonsfelt.
14. 1571-1608. Herman van Wittenhorst, als man en voogd van Aleid van Assendelft.
15. 1608-1649. Philips van Leefdael, na een proces voor het Hof van Holland contra Jan van Wittenhorst (inv. nr. 36). Gehuwd met Agnes van Gavrť.
16. 1649-1678. Erfopvolging door Philips van Leefdael. Gehuwd met Margaretha van Boshuysen.
17. 1678-1682. Margaretha van Boshuysen, na overlijden van haar man.
18. 1682-1701. Philips van Leefdael, Philips' zoon. Gehuwd met Anna Ymans.
19. 1702-1709. Diderik van Hemert, burgemeester van Heusden, koopt de heerlijkheid. Gehuwd met Suzanna van Hurck, die na zijn dood (1707) de rechten uitoefent.
20. 1709-1754. Johan Maurits van Hemert. Tot 1724 beheert zijn moeder, Suzanna van Hurck, wegens zijn minderjarigheid, de heerlijke rechten. Gehuwd met Anthonia van Doorn.
21. 1754-1763. Diderik van Bleyswijk, raad en burgemeester van Gorinchem. Hij was een neef van Johan Maurits. Gehuwd met Cornelia van Schuylenburg.
22. 1763-1792. Erfopvolging door Abraham van Bleyswijk, raad en vroedschap van Delft. Tussen 1763 en 1776. beheert zijn moeder de heerlijke rechten. Gehuwd met Cecilia Geertruida Hagoort.
23. 1792-1832. Cornelia van Bleyswijk, dochter van Abraham. Haar moeder blijft vruchtgebruikster. Gehuwd met Hendrik Andrť Parvť.
24. 1832-1844. Gerrit Vermeulen koopt de heerlijkheid. Gehuwd met Cornelia Johanna van Heusden.
25. 1844-18??. Hendrik Willem Bosch koopt de heerlijkheid. Gehuwd met Wilhelmina Vermeulen. Hij is de laatste heer die in het archief voorkomt.

Stukken met vermelding van Dussen in de tekst:
Heerlijkheid Eethen en Meeuwen, 1334 - 1865

3 Akte van verklaring, door bestuur van Dussen, Muilkerk, Hill en BabyloniŽnbroek, voor Philips van Leefdael, dat Eethen en Meeuwen altijd vrije heerlijkheid is geweest, 1639
18 Akte van verkoop, verleden voor schout en heemraden van Dussen en Muilkerk, door Aart Willemszn Roggen, aan Philips van Leefdael, van 9Ĺ hond land in Meeuwen 'De Durencoop', 1666
54 Beleningen, door heer van Eethen en Meeuwen, van percelen grond in Dussen, circa 1636
59 Proces voor Hof van Holland, tussen FranÁois van Hurk, stadhouder lenen Eethen en Meeuwen, en Michiel de Bruin, over perceel land 'De Molenkamp' in Dussen, 1711 - 1719
94 Betaling door Philips van Leefdael, aan gerechten van Dussen en Muilkerk, van achterstallige verpondingen en omslagen over 'Keukenkamp', 1622 - 1648
96 Geschil tussen Philips van Leefdael, en bestuur van Dussen, Muilkerk en Munsterkerk, over verpondingen van 12Ĺ morgen land 'De Meeuwense Kamp', 1645 - 1646
200 Akte van overdracht, verleden voor bestuur van Dussen en Muilkerk, door DaniŽl Adriaanszn Potten, aan zijn zuster Aartje, van 7Ĺ morgen land in Dussen, 1651
213 Aantekening over leengoederen heer van Dussen, 18e eeuw
N.B.: zie ook Memorien van Mr. Diderik van Bleijswijk 1734-1755 (Utreht 1887), Theod. Jorissen


BHIC - Toegangsnummer: 221
Archieftitel: Charters Provinciaal Genootschap van K & W, 1303 - 1845

13 Akte van verdeling, verleden voor Jan van Oetelaar en Jan Rutger Jansen, schepenen van Schijndel, door Niclaas, zoon wijlen Jan van Berkel, en Marten, zoon wijlen Pauwel Pauwelszn van Boxtel, als man van Margriet (hij was haar 2e man), van kampen land onder Schijndel, kopieŽn, 1552 mei 17
details...

111 Akte van verkoop, verleden voor Dirk Rover, Johannes van Dussen en Johannes Dicbier, schepenen van 's-Hertogenbosch, door Willelmus van Laarvenne, als procurator Tafel van de Heilige Geest in 's-Hertogenbosch, aan Walterus van Os, van huis met erf in Hinthamerstraat, naast erfJacob Avenzn en zich uitstrekkende tot aan de Dieze, welk huis met erf Godefridus Sceyvel Johanneszn aan genoemde Tafel vermaakt had, onder bepaling dat zij daarvan in het bezit zou kunnen treden na dood Aleid, weduwe Ywan van Gravia, 26 november 1411
details...

125 1367 augustus 3
Rechter van Willem van de Merwede, ridder / rechter van Arnt van der Dussen, ridder, in Muilkerk / heemraden van Muilkerk, oorkonden dat Henrik van Drongelen overdroeg aan Michiel, prior: land, gedeeltelijk in de Berntse Hove in de Oterdijk aan het Broek, dat laatstgenoemde daarna in erfcijns teruggaf aan Henrik
KopieŽn inventarisnr 1, folio 112v -113, c inventarisnr 2, 2e deel, folio 68v - 69, M 57

273 Akte van overdracht in eigendom, verleden voor Aart Aartszn, richter in ambacht Muilkerk en Munsterkerk en voor heemraden in hetzelfde ambacht, zijnde Ariaan Janszn, Laurens Janszn, Scale van der Eyk Wouterszn, Claas Aartszn, Cornelis Janszn, Gielis Reijerszn en Melis Geritszn, door Lismoet, dochter van Dirk, aan Aart van der Dussen en Jan Henrixzoon, als kerkmeesters van Muilkerk, van perceel land in Munsterkerk over de Dibborcht "Sisekampje", terwijl Lismoet daarop van de kerkmeesters het voornoemd perceel in erfpacht aanneemt, tegen jaarlijkse cijns van 5 ponden was, te betalen op Sint-Peter in Syl.., waarbij kerkmeesters zich verbinden genoemd land te vrijwaren van alle kosten en lasten, behalve dat zij de dijk tot meergenoemd land behorende nog zal opmaken, 4 december 1470
details...

1030 Akte van verkoop, verleden voor Jacobus Focanus en Mathijs Brull, schepenen van 's-Hertogenbosch, door Nicolaas Reijnders de Visschere en Gerard Rijken als voogden, en Dierik van der Dussen als curator over Peter Roelofs Wijnandszn, aan Dierike, dochter wijlen Coenraad Salomons en weduwe Nicolaas Janssen van Berkel, van jaarlijkse cijns groot 18 gulden uit huis in Hinthamerstraat "Het Zwart Leeuwke", 31 juli 1652
details...

1188 Akte van overdracht, verleden voor Adriaan Pieters als schout van Dussen, richter in ambacht van Munsterkerk, en Aart Joestens, Pieter Adriaans, Jan Slijpts en Cornelis Dirks als heemraden, door Gerrit Melchiors, secretaris van Dussen, en Dirk Joestens aan Jan Leendert van Clootwijk van land gelegen aldaar in ambacht van Munsterkerk, 20 april 1697
details...

1189 Akte van overdracht, verleden voor Adriaan Pieters als schout van Dussen, richter in ambacht van Munsterkerk, en Aart Joesten, Pieter Adriaans, Jan Slijpts, Cornelis Dirks, Jacob Ploeys, Joest Aarts Goessens en Aart Goessens als heemraden, door Willem Willems van Oversteghen en Pieter Arts de Smijdt, als kerkmeesters van Dussen, aan Jan Leenderts van Clootwijk van land gelegen aldaar in ambacht van Munsterkerk, 29 november 1697
details...

1388 Akte van verlening, door Lismaat Dirkdr, aan Aart Aartszn, richter in Muilkerk en Munsterkerk, en aan kerkmeesters van Munsterkerk en Dussen, van grondrente van 5 pond was, elk jaar te leveren van kamp land in Munsterkerk over de Dibbercht genaamd 'Sijne Kampje', kopie uit 16e eeuw, 30 januari 1470
details...

1402 Akte van verkoop, verleden voor Henrik Raimeker / Willem Lambrechtszn / Henrik van den Bogaart / Gerink van Houthem / Jan Librechts / Jan Rijkartszn / Gerit van der Hauthart, schepenen van Schijndel, door Roelof Dirkszn van Gent, aan Jan van Berkel, van kamp land 'De Knottenkamp' in Schijndel in 'Dinterse kampen' / kamp land 'De Nieuwe kamp' aan Landweer, welke kampen voornoemde Van Gent verkregen had van Jan van Zochel, priester, 1511 november 7
Akte van verdeling, verleden voor Ard van Zochel en Peter Reijnders, schepenen van Schijndel, door Klaas / Adriaan / Hugo / Anna / Sofia / Margriet, wettige kinderen wijlen Jan, bastaardzoon wijlen Klaas van Berkel, en diens vrouw Marike, van goederen van wijlen Jan en Klaas van Berkel en Jan van der Dussen, 1541 november

1765 1516 november 6 (op sinte Benartsdach)
Richter en heemraden in Dussen in Muilkerk, Ariaan Corneliszn / Klaas van Camp Corneliszn / Willem Scalkenzn / Jan van Honswijk Willemszn / Ariaan van den Eik Aartszn / Aart Janszn / Rolof Euwoutszn / Michael Janszn, oorkonden, dat Jan Spierink Janszn heeft overgedragen aan Gijsbrecht Antonis:
13 hond in Dussen, waarna Gijsbrecht dit land weer aan Jan heeft overgedragen voor rente van 5 schild, welke rente destijds gevestigd was door Tonis Doeyenzn voor mis, elke donderdag te houden in kapel op de Hil
Authentieke kopie van notaris Rembout Ketelaar met handtekening (inventarisnr 443)
Origineel was gezegeld door schout en 2 eerstgenoemde heemraden
Op rugzijde: 'Jan Rutten woenende binnen Besoeyen'


BHIC - Inventarisnummer: 42
Archief: Schepenbank Eethen en Meeuwen 1452-1649 Omschrijving: Staat van beleningen heerlijkheid Eethen en Meeuwen 1608-1649

[001]
1. Dussen 41
2. Ick Philips van Leeffdael heere van Ethen ende Meeuwen etcetera doe con eenen
3. ijegelijck dat voor mij ende mijne leenmannen naer genoempt gecomen ende gecompareert is
4. Adriaen Peeterssen Pellicaen als man ende momboir van Dingen Jan Spirincksdochter ende bekende
5. wel ende deuchdelijck vercocht te hebben aen Samuel Adriaensen Potter tweilff te half
6. hont lants leen erich aen mij mijnen huijse ende heerlijcheijt van Ethen ende Meeuwen
7. gelegen in den ambachte van Muijlkerck aen de Dussen , daer oost waert naest gelandet
8. is Jan Peeterssen van Gelder , westwaert Cornelis Cornelissen de Reer , ende Adriaen
9. Aertsen Suermont d'een teijnden d'ander, streckende van der halver Weteringe aff
10. noortwaerts op tot Aert Gerritssen erve toe, ende den voorseijt Adriaen Peeterssen
11. Pellicaen in der voorseijt qualiteijt verteech daerop, ende op alle brieven ende voor-
12. waerden daer van zijnde als geen recht meer daer aen te behouden tot behoeff
13. van den voorseijt Samuel Adriaenssen Potter, welcken volgende Ick Philips van
14. Leeffdael voornoemt de voorseijt twaelff te halve hont lants gelegen ende bepaelt
15. als boven, (die hier bevoorens in twee parceelen sijn vergeven geweest) staens
16. voets verlijt ende verleent hebbe, verlije ende verleene mits desen den voorseijt
17. Samuel Adriaenssen Potter van mij te houden tot eenen rechten erffleen in alder ma-
18. nieren alsmen de voorseijt twaelff te halve hont lants schuldich is, van mij, mijnen huijse
19. ende heerlijcheijt van Ethen ende Meeuwen te leen te houden, behoudelijck mij ende
20. eenen ijegelijcken sijns rechts ende hiervan heeft mij den voorseijt Samuel Adriaenssen
21. Potter huldt eedt ende manschap van trouwen gedaen ter presentie van mijne
22. leenmannen Cornelis Egbertssen ende Franchoijs van Geele , Oirconde der
23. waerheijt hebbe Ick leenheer voornoemt dese brieff met eijgender hant
24. onderteeckent ende mijnen segel hier onder aen doen hangen op den 27sten maij XVI honderd
25. ende acht ende viertich [27 mei 1648]
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (e) Ė pag. 3

[002]
1. Dussen 42
2. Anno 1507 Beleent
3. Claes Cleijen met
4. twee mergen lants gelegen aen de Dussen etcetera

[003]
1. Dussen
2. Ick Philips van Leefdael heere van Ethenende Meeuwen etcetera Doe Cont
3. eenenijegelijck dat ick verlijt ende verleent hebbe midts desen Melchior Gerritsen negen hont lants gelegen aen de
4. Dussen Munsterkerck binnendijcx oostwaert d'erffgenaemen van Aert Folpaerts, Geerit Janssen van Waspijck westwaert
5. streckende van des voorseijt Geerit Janssen erve aff suijtwaert op tot Aert Folpaerts erve toe. Nae welcke aldus
6. gedaene beleeninge als recht was, heeft Melchior Geeritsen mij als leenheer de voorseijt negen hont lants bepaelt
7. als boven opgedraegen ende in mijne handen gestelt sonder eenich recht daeraen te behouden als mannen
8. wijsden dat recht was. Soo heb ick leenheer voorseijt voorts staens voets verlijt ende verleent verlije ende
9. verleene midts desen Anthonij Sebastiaensen Stael met de voorseijt negen hont lants gelegen ende bepaelt als
10. boven te houden van mij tot eenen rechten erffleen in alder manieren alsmen die schuldich is te leen te
11. houden van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt van Ethen ende Meeuwen Behoudelijck mij ende eenenijegelijck
12. sijns rechts, hiervan heeft mij die voorseijt Anthonij Sebastiaensen Stael hult, eedt ende manschap van trouwen gedaen
13. in presentie mijnder mannen van leen Jan Roeloffsen ende Hendrick Janssen Arikens, des ter oirconde hebbe ick
14. leenheer desen met eijgender hant onderteeckent ende mijnen segel beneden [?] aen doen hangen den 24sten januarij 1639
[24-1-1639]

[004]
1. Dussen 43
2. Ick Philips van Leefdael tho Baeck heere van Ethen ende Meeuwen etcetera Doe Cont
3. eenenijegelijck dat voor mij ende mannen van leen naer beschreven gecomen ende erschenen is Rob vande Leur als man ende momboir
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (e) Ė pag. 4
van Aeltien
4. Sebastiaensdochter Stael ende heeft in alsulcke qualiteijt in mijne handen gestelt als mannen wijsden dat recht was, ander-
5. halven mergen lants gelegen aen de Dussen in den ambachte van Muijlkercke daer oostwaert naest gelegen Achken Janssen
6. met haere kinderen , westwaert Cornelis Cornelissen van Heijst alias de Veer, streckene van den lande van Althena aft totten halven
7. gat toe. Nae welck gedaen transport ick leenheer voorseijt , hebbe staensvoets verlijt ende verleent, verlije ende verleene midts
8. desen Cornelis Joosten aen de Dussen metten voorseijt anderhalven mergen lants, gelegen ende bepaelt als boven ,te houden van
9. mij tot eenen rechten erffleen , in aller manieren alsmen die schuldich is van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt van
10. Ethen ende Meeuwen te leen te houden. Behoudelijck mij ende eenenijegelijck sijns rechts, hiervan heeft mij die voorseijt
11. Cornelis Joosten, hult, eedt, ende manschap van trouwen gedaen in presentie mijnder mannen van leen Huijbert van
12. Hedickhuijsen mijnen stadthouder van de leenen ende Hendrick Janssen Braber, den 15 augustij 1634 [15 augustus 1634]

BHIC - Inventarisnummer: 42
Archief: Schepenbank Eethen en Meeuwen 1452-1649 Omschrijving: Staat van beleningen heerlijkheid Eethen en Meeuwen 1608-1649

[003]
1. Dussen 32
2. Anno 1592 22 julij Beleent
3. Jonckheer Jacop van Brecht heer aende Dussen met
4. Die thiende, metter smalre thiende met allen haeren toebehooren gelegen inden ambochte van Munsterkerck
5. aende Dussen alsoo groot ende cleijn alsse aldaer gelegen sijn. Ende die Corenthiende tussen die Dussen
6. ende die straete

[004]
1. Dussen
2. Anno 1561 12 julij Beleent
3. Elisabeth weduwe Aert Sijmonsen met
4. halff die thiende in. Ende van Munsterkerck buijtendijcx ende binnendijcx met
5. allen heuren toebehooren die gelegen is tusschen den Polredijck, ende die Kerckthiende
6. van Munsterkerck aende suijtsijde van der Middelt

[005]
1. Dussen 33
2. Anno 1522 2 meert Belleent
3. Eijmbert Hermansen met
4. De thiende van Floris polre van Wijsfliet te wesen placht gelegen in Munsterkerck aende Dussen
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 4

[006]
1. Dussen
2. Anno 1592 22 julij Beleent
3. Jonckheer Jacop van Brecht heer van der Dussen met
4. Die thiende vande Haeckstege tot des Conincxhoeken toe tusschen die Middelt ende die Dussen
5. Ende noch twee polre die Heeren Jans polre heeten beijde buijtendijcx ende binnendijcx gelegen
6. ende die visscherije van Betschaerswerne te Dussenmonde toe die noortsijde van der Masen
7. Noch devisscherije van der Dussen die suijtsijde daer Gillis polre affgaet ter Zijewijn toe

[007]
1. Dussen 31
2. Anno 1602 22 decembris Beleent
3. Jonckheer Jacop van Brecht ambachts heer aende Dussen met
4. Een stuck lants eertijts geweest sijnde eenen rosmolenwerff, daer west naest geerft is
5. den molenwerff daer die Dussense corenmolen op staet, oost den Otterdijck, noorden die
6. Dussen, ende suijden s'Heeren straete

[008]
1. Dussen
2. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeuwen etcetera
3. Doe Cont eenenijegelijck dat ick behoudelijck mij ende eenen ijeder sijns rechts verlijt ende verleent
4. hebbe verlije ende verleene midts desen Jan Claessen Coenen , als man ende momboir van Anneken
5. Lenaertsdochter een stuck lants groot ontrent eenen mergen in den ambacht van Munsterkerck
6. aen de Dussen gelegen , genaemt den Otterdijck de straete suijtwaert, ende die Dussen noortwaert
7. exempt seecker werffken off plaetsken lants, daeraff eermael vercocht aende ambachtsheer
8. van der Dussen om eenen rosmolen daerop te mogen setten (welcken mergen lants soo groot ende
9. cleijn als hij daer gelegen is, Lenaert Matthijssen met huijsvrouwe staende houwelijck gecocht hadden
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 5
10. van Huijbert Dircxen woonende tot Gorckum) te houden van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt
11. van Ethen ende Meeuwen tot eenen rechten erffleen in alder manieren als men dat vanouts
12. schuldich is t'ontfangen , Ende hiervan heeft mij den voorseijt Jan Claessen Coenen hult, eedt ende
13. manschap van trouwen gedaen , in presentie mijnder leenmannen Huijbert van Hedick-
14. huijsen Drossart der heerlijckheijt van Ethen end Meeuwen , ende Jan Roeloffsen Des ter
15. oirconde hebbe Ick heer voorseijt desen onderteeckent ende mijnen segel aen de selven doen hangen Int
16. Jaer ons heeren 1642 deijn 20sten novembris [20 november 1642]

[009]
1. Dussen 35
2. Anno 1608 19 martij Beleent folio ...... L S
3. Adriaen Cornelissen Potter bij opdrachte van Goosen Janssen
4. die helft van de thiende inde Ballencampen gelegen in dn ambachte van Munster
5. kerck aen de Dussen daer noortwaert naest gelandet is Luijcas Peetersen ,Lambert Gielen
6. ende Heindrick Heijndrickssen, ende wederom den voorseijt Luijcas Peetersen d'een beneven
7. den anderen , suijtwaert Jacob Adriaensen , ende d'erffgenamen van Willem van der
8. Weteringe d'een beneven den anderen , streckende van der heerlijcheijt van Meeuwen
9. aff westwaert op totter halver Dussen toe, onverscheijden ende onverdeijlt metter
10. weder helfte van de voorseijt thiende

[010]
1. Dussen
2. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeuwen etcetera
3. Doe Cont eenen ijegelijck dat ick verlijt ende verleent hebbe, verlije ende verleene mits
4. desen Aert Janssen Verstelt twee mergen lants alsoo groot ende alsoo cleijn als die gelegen
5. zijn in den ambachte van Munsterkerck aen de Dussen op Schueringen in eenen camp
6. van outs genaemt den Garstencamp ende nu den Molencamp, daer suijtwaert naest
7. gelegen sijn die twee mrgen lants die men van den huijse ter Dussen te leen houdende is
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 6
8. noortwaert 't leen van Jan Claessen Coenen als man ende momboir van Anneken
9. Leenaertsdochter genaemt den Oeterdijck streckende van ter halver Dussen tot den naesten
10. dwerssloot toe, hem aangecomen naer doode van Mariken Aert Joostendochter sijne moeder
11. die tselve hadde behooren te verheffen naer doode van Aert Joosten haeren vader
12. die den voorseijt twee merghen lants becomen hadde van Cornelis Jan Potterssen soo hij ...
13. die deselve anno 1562 te leen heeft ontfangen, ende heeft mij van alle wanversoecken
14. ende verssuijmen gecontenteert, van mij te houden tot eenen rechten erffleen, in al-
15. der manieren alsmen de voorseijt twee merghen lants gelegen ende bepaelt als boven
16. van outs schuldich ende gehouden is van mij, mijnen huijse, ende heerlijcheijt van Ethen
17. ende Meeuwen te leen te houden, behoudelijck aen mij, ende een ijegelijck sijns rechts
18. ende hier van heeft mij de voorseijt Aert Janssen Verstelt huldt, eedt ende manschap
19. van trouwen gedaen in presentie van mijne leenmannen Melchior de
20. Grauwe Secretaris van Ethen ende Meeuwen ende Cornelis Egbertssen
21 des tot waerder oircondt hebbe Ick heere voornoemt desen brieff met eijgender
22. hant onderteeckent ende mijnen segel hier onder aen doen hangen op den XXIIIIsten dach
23. in maij XVI honderd vijffenviertich [24 mei 1645]

[011]
1. Dussen 36
2. Anno 1550 19 februari Beleent
3. Joost Janssen
4. Die belts van de thiende in die Ballencampen gelegen ende bepaelt als die
5. ander helft hier vooren verhaelt folio 35

[012]
1. Dussen
2. Anno 1562 8 martij Beleent
3. Cornelis Jan Potterssoon bij opdracht van Lenaert Peeterssen met sijn mede broeders
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 7
4. ende susters met
5. Thien mergen lants metter timmeringe daerop staende gelegen in den ambachte van Muns-
6. terkerck aen de Dussen Aert Janssen erve gelegen noortwaert ende die twee mergen
7. lants die men van den huijse ter Dussen te leen houdende is suijtwaert, streckende
8. van der halver Dussen tot Aert van der Dussens erffgenamen schueringe toe. Dese 10
9. mergen worden gespleten in 3 mergen, 1 mergen, 2 mergen, 1 1/2 hont 4 1/2 hont
10. 10 1/2 hont, met noch de helft van 3 1/2 mergen sijnde ses hiernaer volgende parceelen
1. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeuwen etcetera
2. Doe Cont eenenijegelijck dat ick verlijt ende verleent hebbe verlije ende verleene midts
3. desen Jan Claessen Coenen als man ende momboir van Anneken Lenaertsdochter , drije mergen
4. lants, soo groot ende cleijn die gelegen sijn aende Dussen Munsterkerckin thien
5. mergen lants, mette timmeringe ende bepootinge van boomen daerop staende waer
6. suijtwaert naest gelegen is Cornelis Bastiaenssen Pellicaen, noortwaert vijftehalff
7. hont lants oock leenruerich aen desen huijse ende slothe van Meeuwen, haer aenge-
8. comen bij doode ende overlijden van Mariken Adriaensdochter haere moeder, te houden van mij
9. tot eenen rechten erffleen, in aller manieren alsmen die van mij mijne huijse ende
10. heerlijckheijt van Ethen ende Meeuwen schuldich is te leen te houden. Behoudelijck
11. mij ende eenenijegelijck sijns rechts, ende hiervan heeft mij Jan Claessen voorseijt hult
12. eedt ende manschap van trouwen gedaen, present mijne mannen van leen Huijbert
13. van Hedickhuijsen Drossaert tot Ethen ende Meeuwen ende Jan Roeloffsen Des
14. tot waerder oirconde sooh heb ick heere voorseijt desen met eijgender hant onderteeckent ende mijne
15. segel aen desen brieff doen hangen int jaer ons heeren 1642 den 20sten novembris [20-11-1642]
1. splissinge van voorseijt 10 mergen [verticaal geschreven in kantlijn voor tekst 2]
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 8

[013]
1. splissinge van voorseijt 10 mergen
2. Dussen 37
3. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeuwen etcetera Doe
4. Cont eenen ijegelijck dat Ick verlijt ende verleent hebbe, verlije ende verleene mits
5. desen Jan Claessen Coenen als man ende momboir van Anneken Lenaertsdochter eenen
6. mergen lants (gecomen van oudts bij splissinge van thien mergen gelegen aende Dussen
7. op Schueringen In den ambachte van Munsterkerck welcke thien mergen men
8. van oudts plagt te verhergewaeden met achthalft pont onder swarten offe
9. met eenen goeden gouden Ceurvorster gulden voor ijeder pont swarten voorseijt , maer
10. nu met consent van mij Leenheer voornoemt is van beijde sijden geaccordeert dat tselve
11. lant voortaen eeuwelijck sal worden verhergewaeijt volgens de Leenrechten
12. van Hollant te weeten als een groet [groot] leen) Daer oost naest gelandet is
13. Corst Govaerden leen, west den dwarssloot, suijden den voorseijt Jan Claessen
14. Coenen, ende noorden de twee mergen lants die men van de huijse ter
15. Dussen te leen is houdende, haer aengecomen naer doode van haere moeder
16. Mariken Adriaensdochter, van mij te houden tot eenen rechten erffleen In
17. alder manieren alsmen die schuldich is van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt
18. van Ethen ende Meeuwen te leen te houden, behoudelijck mij ende een ijegelijck
19. sijns rechts, ende hiervan heeft mij den voorseijt Jan Claessen Coenen in der
20. voorseijt qualiteijt hult eedt ende manschap van trouwen gedaen, in presentie
21. van mijne mannen van leen Huijbert van Hedickhuijsen mijnen Drossaert
22. van Ethen ende Meeuwen, ende Stadthouder vande Leenen, ende Melchior
23. de Grauwe secretaris van Ethen ende Meeuwen voorseijt , Oircondt der
24. waerheijt, heb ick leenheer voornoemt desen Brieff met eijgender hant onderteeckent
25. ende mijnen segel hier onder doen aenhangen op den 12 maij 1646 [12 mei 1646]
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 9

[014]
1. splissinge vande voorseijt 10 mergen [geschreven boven oirconde]
2. Dussen
3. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeuwen
4. etcetera Doe Cont eenen ijegelijck dat ick verlijt ende verleent hebbe, verleije ende
5. verleene mits desen, Hendrick Corsten twee mergen ende anderhalff hont lants
6. gelegen aen de Dussen op Schueringen in Munsterkerck , gecomen van oudts bij
7. splissinge van thien merghen lants die men van outs schuldich is te verhergewaeijt
8. in de achtehalff pont ouder swarten , offe met eenen goeden gouden Ceurvorster
9. gulden voor elck pont swarten voorseijt, maer nu is met consent van mij leenheer ende
10. aggreatie van den affael geconditioneert, dat het voorseijt lant nu voortaen in
11. plaetse van de voorseijt achtehalff pont ouder zwerten, off gouden Cheurvorsten
12. guldens, zal verhergewaijt werden naer de rechten ende ordonnantie van
13. leenhove van Hollant, welcke voorseijt twee mergen anderhalff hont lants gelegen
14. zijn, suijden ende noorden Jan Claessen Coenen, streckende van der halver
15. Dussen aff westwaert op totten dwarssloot toe, hem aengecomen bij aflijvicheijt van
16. Mariken Heijndricx zijne moedere, van mij te houden tot eenen rechten erffleen
17. in alder manieren alsmen die schuldich is van mij, mijne huijse ende heerlijcheijt
18. van Ethen ende Meeuwen te leen te houden, behoudelijck ende eenen ijegelijck
19. zijns rechts , ende hiervan heeft mij Corst Goverden mits de minderjaricheijt
20. van sijne voornoemde soon tot sijne mundige jaeren toe, huldt, eedt ende manschap van
21. trouwen gedaen, in presentie van mijnen leenmannen Jan Claessen Coenen
22. ende Cornelis Adriaen Jacobssen. In oirconde der waerheijt heb ick leenheer
23. voornoemt desen Brieff met mijn eijgen handt onderteeckent ende mijnen segel hier
24. onder aen doen hangen op den XVIIIden junij 1696 [18 juni 1696]
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 10

[015]
1. splissinge vande voorseijt 10 mergen [geschreven boven oirconde]
2. Dussen 38
3. Ick Philips van Leefdael heer van Ethen ende Meeuwen etcetera
4. Doe Cont Eenenijegelijck dat ick verlijt ende verleent hebbe, verlije ende verleene midts desen Jan
5. Claessen Coenen als man ende momboir van Anneken Lenaertsdochter vijffehalff hont lants gelegen
6. aende Dussen op Schueringen , haer aengecomen bij het overlijden van Mariken Adriaensdochter haere
7. moeder daer oost naest gelegen is de voorseijt Anneken Lenaertsdochter, met haer geseet, westwaert
8. Jacop Pleunen , ende suijtwaerts de voornoemde Anneken Lenaertsen, ende Mariken Heijndricxen noortwaert
9. te houden van mij tot eenen rechten erffleen , in alder manieren alsmen die schuldich is te leen te
10. houden van mij mijnen huijse ende heerlijcheden van Ethen ende Meeuwen . Behoudelijck mij ende
11. eenenijegelijck sijns rechts Ende hiervan heeft mij de voorseijt Jan Claessen Coenen hult eedt ende
12. manschap van trouwen gedaen in presentie mijnder leenmannen Huijbert van Hedickhuijsen
13. Drossaert tot Ethen ende Meeuwen ende Jan Roeloffsen ende in kennisse der waerheijt
14. heb ick desen brieff met eijgender hant onderteeckent ende met mijnen segel bevestiget int
15. jaer ons heeren 1642 den 20sten november [20 november 1642]

[016]
1. splissinge vande voorseijt 10 mergen [geschreven boven de oirconde]
2. Dussen
3. Ick Philips van Leefdael tho Baeck heere tot Ethen ende Meeuwen etcetera
4. Doe Cont Eenenijegelijck dat ick verlijt ende verleent hebbe, verlije ende verleene midts desen
5. Cornelis Joosten elfftehalf hont lants gelegen aen die Dussen in den ban van Munsterkerck
6. daer suijtwaert naest gelandet is het gasthuijs hont van Geertruijenberch noortwaert
7. Joost Aertssen, streckende van Dierick Claessen erffgenooten erve aff oostwaert op totter halver
8. Dussen toe, van mij te houden tot eenen rechten erffleen in alder manieren alsmen die
9. schuldich is te leen te houden van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt van Ethen ende
10. Meeuwen Behoudelijck mij ende eenenijegelijck sijns rechts Ende hiervan heeft mij die voorseijt
11. Cornelis Joosten hult eedt ende manschap van trouwen gedaen in presentie mijner
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 11
12. leenmannen Adriaen Cornelissen Potter ende Anthonis Philipssen Des tot waerder oirconde
13. soo heb ich Philips van Leefdael voorseijt mijnen segel beneden aen desen brieff gehangen int
14. jaer ons heeren 1608 den 9 dach in november [9 november1608]

[017]
1. splissinge vande voorseijt 10 mergen [tekst geschreven boven oirconde]
2. Dussen 39
3. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeuwen etcetera
4. Doe Cont Eenenijegelijck dat voor mij ende leenmannen naer beschreven , gecomen ende gecompareert is
5. Theunis Jacopsen Plennen als man ende momboir van Teuntjen Theunissen Verdooren sijne huijsvrouwe
6. ende heeft mij opgedraegen ende in mijne handen gestelt als mannenwijsden dat recht was,
7. de gerechte helft van vier de halve mergen lants, waervan de wederhelft is competerende
8. Cornelis Joosten gelegen aen de Dussen op Schueringen oock leen sijnde daer oostwaert
9. naest gelegen is die Dussen, westwaert Theunis Pleunen , ende suijden die voorseijt
10. Cornelis Joosten , ende noorden Mariken Adriaensen , Ende de voorseijt Theunis Jacopsen verteech
11. daerop ende op alle brieven ende voorwaerder daer van sijnde, sonder eenig recht daeraen te
12. behouden tot behoeff van Cornelis Bastiaensen Pellicaen , welcke voorseijt gerechte helft van
13. vierde halve mergen lants gelegen ende bepaelt als voorseijt staet Ick Philips van Leefdael
14. voorts staensvoets, verlijt ende verleent hebbe, verlije ende verleene midts desen den voorseijt
15. Cornelis Bastiaensen Pellicaen van mij te houden tot eenen rechten erffleen in alder manieren
16. alsmen die schuldich is van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt van Ethen ende Meeuwen
17. te leen te houden Behoudelijck mij ende eenenijegelijck sijns rechts, Ende hiervan heeft mij den
18. den voorseijt Cornelis Bastiaensen Pellicaen , hult, eedt, ende manschap van trouwen gedaen
19. in presentie van Cornelis Egbertsen ende Hendrick Jan Ariensen als leenmannen Des tot
20. waerder oirconde heb ick leenheer voorseijt desen brieff met eijgender hant onderteeckent ende mijnen
21. segel hier beneden aen doen hangen den 17den februarij 1639 [17 februari 1639]
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 12

[018]
1. Dussen
2. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeu-
3. wen etcetera Doe Cont eenen ijegelijcken dat voor mij ende mijne leenmannen naerge-
4. noemt gecomen ende gecompareert is Adriaen Peeterssen Pellicaen , als man ende
5. momboir van Dingen Jan Spiringsdochter , ende bekende wel ende deuchdelijck
6. vercocht te hebben aen Samuel Adriaenssen Potter de gerechte helfte van vier
7. de halve mergen lants mette timmeringe daer op staende, leenruerich aen mij
8. mijnen huijse ende heerlijckheijt van Ethen ende Meeuwen, gelegen in de ambacht
9. van Muijlkerck aen de Dussen . daer oostwaert naest gelandet is de weder
10. helft van de voorseijt vierde halve mergen lants, westwaert Cornelis Cornelissen de Neer
11. streckende van der halver Dussen totter halver dwersweteringe toe, ende
12. den voorseijt Adriaen Peeterssen Pellicaen in den voorseijt qualiteijt verteech daer
13. op ende op alle brievenende voorwaerden daervan sijnde, als hem geen recht
14. meer daeraen te behouden , tot behoere van Samuel Adriaenssen Potter
15. voorseijt , welcken volgende ick Philips van Leefdael voornoemt, den voorseijt helft
16. van de voornoemde vierdehalve mergen lants van stonden aen verlijt ende verleendt
17. hebbe, verlije ende verleene mits desen den selven Samuel Adriaenssen
18. Potter van mij te houden tot eenen rechten erffleen , in alder manieren als
19. men deselve schuldich is, van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt van Ethen ende
20. Meeuwen te leen te houden, behoudelijck mij ende een ijegelijken sijns rechts ende
21. hiervan heeft mij de voorseijt Samuel Adriaenssen Potter, huldt, eedt, ende
22. manschap van trouwen gedaen, ter presentie van mijnen leenmannen Cornelis
23. Egbertssen ende Franchoijs van Gheele Oircondt der waerheijt heb
24. ick leenheer voornoemt desen brieff met eijgender hant onderteeckent ende mijnder
25. segel hier onderaen gehangen op den 27 maij 1648 [27 mei 1648]
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 13

[019]
1. Dussen 40
2. Ick Philips van Leefdael heere van Ethen ende Meeuwen
3. etcetera Doe Cont eenen ijegelijck dat voor mij ende mijne leenmannen naergenoempt
4. gecomen ende gecompareert is, Adriaen Peeterssen Pellecaen, als man ende momboir
5. van Dingen Jan Spirings dochter ende heeft in dien qualiteijt in mijne handen gestelt
6. als mannen wijsden dat recht was de gerechte helft onverscheijden ende onver-
7. deijlt van vierdehalve mergen lants metter timmeringe op staende , gelegen
8. in den ambachte van Muijlkerck aen de Dussen, daer ten naesten gelegen is oostwaert
9. Jan Pieterssen van Gelder, westwaert de wederhelfte vande voorseijt vierdehalve mergen
10. streckende van der halver Dussen totter halver dwersweteringe toe, haer
11. Dingen Janssen aengecomen sijnde naer doode van haere moedere Neeltge van
12. Hedichuijsen , ende den voorseijt Adriaen Peeterssen Pellicaen in der voorseijt qualiteijt
13. verteech daerop , ende op alle brieven ende voorwaerden daer van sijnde, tot
14. behoeft van Samuel Arienssen Potter, welcke voorseijt vierdehalve mergen
15. lants (te weeten de helfte) gelegen ende bepaelt als voorseijt staet Ick Philips
16. van Leeffdael voornoemt van stonden aen verlijt ende verleent hebbe, verlije
17. ende verleene bij desen den voorseijt Samuel Adriaenssen Potter van mij te houden
18. tot eenen rechten erffleen, in alder manieren alsmen deselve schuldich is van
19. mij mijnen huijse ende heerlijcheijt van Ethen ende Meeuwen te leen te houden be-
20. houdelijck mij ende een ijegelijck sijns rechts, ende hiervan heeft mij den voorseijt Samuel
21. Adriaenssen Potter, hult, eedt , ende manschap van trouwen gedaen ter
22. presentie van Cornelis Egbertssen ende Francoijs van Gheele als mijne getrouwe
23. mannen van leene, oircondt der waerheijt , heb ick leenheer voornoempt
24. desen brieff met eigender hant onderteeckent ende mijnen segel hier onder aen
25. doen hangen op den XXVIIsten dach maij 1648 [27 mei 1648]
Eethen en Meeuwen Ė staat van beleningen 1608-1649 (d) Ė pag. 14

[020]
1. Dussen
2. Anno 1537 24 februari Beleent
3. Jan van Hedickhuijsen bij opdracht van Schrevel Adriaenssen met
4. Achtthien honts lants gelegen in den ambacht van Muijlkerck aende Dussen Jan van Hedickhuijsen
5. gelegen oostwaerts, ende die Jonckheer van Drunen, ende Jan Joosten westwaert streckende van de weteringe
6. aff noortwaert op totten lande van Altena toe . wort hier naer gespleten in de helft van 14 hont
1. Ick Philips van Leefdael tho Baeck heere tot Ethen ende Meeuwen etcetera
2. Doe Cont Eenen ijegelijcken dat voor mij ende mannen van leen gecomen ende gecompareert is Adriaen Corsten
3. ende heeft mij opgedraegen ende in mijne handen gestelt als mannen wijsden dat recht was die helft van
4. van vier thien hont lants gelegen in den ambacht van Muijlkerck aen de Dussen, te weten den oostencant
5. van de voorseijt vierthien hont, daer oostwaert naest gelandet is Luijcas Peeterssen, westwaert Thonis Cornelissen
6. Palinck , suijtwaert Coendert Janssen van Hedickhuijsen , streckende van den voorseijt Coendert Janssen erve aff
7. noortwaert op totten lande van Althena toe. Ende die voorseijt Adriaen Corsten verteech daerop, ende op
8. alle brieven ende vorwaerden daer van sijnde als hem geen recht meer daeraen te behouden tot behoeft van
9. Aert Geeritssen van Hagoort. Welcke voorseijt helfte van vierthien hont lants gelegen en bepaelt als voorseijt staet
10. ick Philips van Leefdael voorseijt op den staenden voet verlijt ende verleent hebbe, verlije ende verleene midts
11. desen Aert Geeritssen van Hagoort van mij te houden tot eenen rechten erffleen in alder manieren alsmen
12. die schuldich is te leen te houden van mij mijnen huijse ende heerlijckheijt van Ethen ende Meeuwen
13. behoudelijck mij ende eenen ijegelijcken sijns rechts. Ende hiervan heeft mij die voorseijt Aert Geeritssen van Hagort
14. hult eedt ende manschap van trouwen gedaen in presentie mijnder leenmannen Hendrick Govertssen
15. van de Weteringe ende Thonis Philipssen Des tot waerder oirconde soo heb ick Philips van Leefdael
16. voorseijt mijnen segel beneden aen desen brieff gehangen den 23 sten november 1610 [23 november 1610]
1. splissinge vande voorseijt 18 hont [verticaal geschreven in kantlijn tekst 2]

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl