Van Beurden

Van Beurden, een ondernemingsgeslacht in Dussen

Hotel van Beurden

Rechts Hotel van Beurden met IJzerhandel, links de StallingDe rol welke thans de Koppelpaarden en het Middelpunt voor het sociale leven van Dussen vervullen was in de negentiende eeuw weggelegd voor Hotel van Beurden. Het stond op de plaats waar nu de fietsenzaak van Mario Verhoeven gevestigd is. Behalve dat men er voor zijn natje en droogje aan de toog terecht kon, vormde de gelagkamer ook het toneel voor optredens van Liedertafel Dussen's Mannenkoor (sinds 1883 maar waarvan de statuten verboden dat dames kwamen luisteren) of uitvoeringen van Fanfare Wilhelmina (sinds 1898). Er werden feestelijkheden georganiseerd ter gelegenheid van Koningsdag. Notaris Verberne en later Rietra hielden er openbare verkopingen, verpachtingen en aanbestedingen. Elke dinsdag (sinds 1865) werd er de zogenaamde "botermijn" gehouden. Er was een agentschap gevestigd van de Maatschappij der Brandverzekering, en in de naastgelegen IJzerhandel werden toen al fietsen verkocht van het revolutionaire merk De Rover, de Koning der Rijwielen de eerste fiets met kettingaandrijving; er werden dus meer dan een eeuw geleden (vanaf 1890) al fietsen verkocht op deze plaats. In dat licht bekeken was het niet zo vreemd dat Hotel van Beurden ook een halteplaats was voor regionale fietstochten van vélocipèdisten (wielrijders) en dat de Brabantsche Wielrijderskring er lezingen hield om hun sport te promoten. Tevens werden er lezingen georganiseerd over ontwikkelingen in de landbouw of vergaderingen van het onderwijzend personeel. De bodedienst Heusden-Genderen-Eethen-Meeuwen-Dussen op dinsdag en vrijdag voor het vervoer van vracht- en bestelgoederen maar ook voor de incassering van wissels had in Dussen haar halteplaats bij Van Beurden. De organisatie van de wederopbouw van de Sluis na de dorpsbrand van 1892 startte vanuit het gespaard gebleven Hotel van Beurden. In dat licht bekeken was het wrang dat de nieuwbouw van Koffiehuis W. Garsten (Koppelpaarden) en Hotel de Zwaan van W.Heessels, Hotel van Beurden dusdanig concurrentie opleverde dat het etablissement uiteindelijk zijn deuren moest sluiten en alleen nog als ijzerhandel verder ging. Mede-eigenaar Jord. van Beurden werd in 1933 kassier van de Boerenleenbank, waarmee via de botermijn connecties waren gelegd.

Botermijn

Elke donderdag (vanaf 20 sep. 1866) werd er in Hotel van Beurden de zogenaamde "botermijn" gehouden, waarbij wekelijks zo'n 250 kg roomboter en ook eieren werden aangevoerd, geadministreert door gemeente-secretaris L.Schneider die vermoedelijk ook als afslager fungeerde. Die laatste taak werd in 1905 overgenomen door gemeentebode Meijer, de omzet was toen 12.000 kg per jaar. De boterprijs wisselde nogal maar lag zo'n beetje tussen ƒ 1,00 - ƒ 1,75 per kilogram. Ook werden eieren verhandeld tegen een prijs van ƒ 0,85 per 26 stuks.
De botermijn vervulde een regionale functie want zelfs boerinnen uit Capelle kwamen per hondenkar naar naar Dussen om hun boter en andere producten aan te bieden. In 1905 kwamen er initiatieven op gang om een boterfabriek op te richten. Een landbouwconsulent uit Eindhoven hield een betoog over deze nieuwe wijze van zuivelbereiding, waar de locale boeren flink van zouden kunnen profiteren. Na een paar verkennende bijeenkomsten bij koffiehuis Kamp bleek dat in Wijk A en B van Dussen een aantal boeren bereid was de melk van hun ± 150 koeien bij deze nieuwe melkfabriek aan te bieden.
Onder leiding van de Noord-Brantsche Maatschappij tot bevordering van de Landbouw werd in 1906 bij Hotel Heessels een oprichtingsvergadering gehouden voor een Stoom-Roomboterfabriek, waarbij ook het reglement voorlag. De bijeenkomst ontaarde echter in grote onenigheid tussen de boeren uit Dussen - die de fabriek aan de Sluis in Dussen wensten - en die van Almkerk die een vestigingsplaats voorstonden halverwege Dussen en Almkerk. Het initiatief werd daardoor uiteindelijk afgeblazen en de fabriek werd uiteindelijk enkele jaren later in Nieuwendijk gerealiseerd.

Smederij Dorpsstraat en Kolenhandel aan de Sluis

Behalve hotel en ijzerhandel exploiteerde de van Beurdens ook de tegenover gelegen stalling. August hield bovendien toezicht op de brandspuit en was lid van de gemeenteraad. Oorspronkelijk werkte hij samen met zijn broer in de wagen- of rijtuigmakerij annex smederij van hun vader Jordanus. Na de dood van hun vader liet deze oudere broer Hieronymus in 1891 naast de stalling een nieuwe smidse optrekken. Een eeuw lang bleef de werkplaats in bezit van de familie. De smederij werd na het overlijden van Hieronymus in 1914 verhuurd aan knecht Hubertus van Gorp en na de dood van August, die zich vooral met de kolenhandel bemoeide, vanaf juni 1925 aan Adriaan Lensvelt uit Kaatsheuvel. Diens kleinzoon Kees Lensvelt nam in 1990 de inmiddels historische smederij over van Van Beurden, daarbij er voor wakend gebouw en interieur in oorspronkelijke staat te bewaren.
Maar de Van Beurdens hadden oog voor nog meer andere zaken. Zo zag men brood in de sterk stijgende vraag naar kolen toen rond de eeuwwisseling de kolenwinning in Zuid-Limburg tot bloei kwam en terecht want hun kolenhandel aan de Sluis bleek uiterst lucratief. Ze hadden in 1881 daar al een kolenschuur want in oktober van dat jaar werd daar brand door kolenbroei geconstateerd. Het ergste werd gevreest omdat de schuur naast het aanbouw zijnde raadhuis stond en in de buurt van de r.k.-kerk. Echter, door adequaat ingrijpen kon erger worden voorkomen.

Van Beurden, ondernemers in Dussen

De Van Beurdens stammen oorspronkelijk uit Ammerzoden, maar omdat Jordanus van Beurden (1809-1890) uit Ammerzoden in 1840 met een Dussens meisje, Pietronella Toethuijs, trouwde vestigde hij zich in Dussen. Hij volgde daarin zijn oudere broer Nicolaas van Beurden (1800-1846) die al eerder, in 1829, met Catharina Dirks uit Dussen huwde en er zich ook vestigde. Volgens het kadaster van 1820 was deze Nicolaas wagenmaker van beroep en bezat hij nogal wat land in het Groot Zuideveld. Waar zijn wagenmakerij gevestigd was, is niet bekend. Nicolaas had echter in 1831 (Notarieel archief Dussen, D. Middelkoop, nr. 18, 13-05-1831) het ouderlijk huis van smid Huibertus van Es-Ida van Dusseldorp gekocht met schuur, smederij en hoefstal (met laatstelijk als smid hun zoon Piet van Es-Adriana Clercks), inclusief gereedschappen en verdere inventaris en met binnen- en buitendijkse kaveling, gelegen aan de Ouden Zeedijk (thans Dorpsstraat/Dussendijk). Dit was op de hoek van de Dussendijk met de Oudestraat, waar later de winkel van Daniël van Luxemburg gevestigd was. Verkopers waren de gebroeders Jan (Herpt)en Pieter van Es en de kinderen van hun overleden zus Anna Maria van Es gehuwd met Willem van Dongen te weten: Cornelis, Peter,(uit Raamsdonk) Leendert en Anna van Dongen. Er was een bedrag mee gemoeid van ƒ 2.150,-.
In 1833 plaatste hij als meester-wagenmaker een advertentie in de Bredasche Courant voor een gekwalificeerde wagenmakersknecht van katholieke huize, de dienstplicht vervuld hebbende en in bezit van de vereiste papieren. Of die knecht werd aangenomen weten we niet, wel dat zijn broer Jordanus emplooi vond in de wagenmakerij. Toen Nicolaas in 1846 overleed, heeft Jordanus het bedrijf in eerste instantie voortgezet - de oudste zoon van Nicolaas, Franciscus, was nog maar zestien jaar oud -, doch vermoedelijk in 1850 overgenomen. In 1853 kocht Jordanus voor 1.200 gulden het huis en overige opstallen in de Dorpsstraat van de oom en tante van zijn vrouw Arnoldus Stael en Johanna Toethuijs. De smederij aan de Dussendijk/Oudestraat werd enkele jaren later verkocht aan Pieter Hollanders. Het is echter twijfelachtig of die verkoop doorgang heeft gevonden want in 1868 werd de betreffende smederij met hoefstal door Jordanus opnieuw verkocht, deze keer aan Garsten.

Hoe dan ook, omstreeks 1853 zal hij zijn bedrijf hebben voortgezet in de Dorpsstraat. Daarbij bleek hij best ondernemend en vernieuwend, want in 1855 presenteerde Jordanus op het 10de Landbouw-Huishoudkundig Congres in 's-Hertogenbosch zijn nieuwe tweediepsploeg en won daarmee de eerste prijs en een geldbedrag van twintig gulden. Enkele jaren later, in 1860, opende hij zelfs een appeldrogerij, in 1865 gevolgd door het houden van de wekelijkse botermijn.
Jordanus en zijn vrouw Pietronella waren ook de eerste uitbaters van Hotel van Beurden, waarschijnlijk dus vanaf 1853. Op 5-4-1853 hadden Jordanus en Pietronella een huis met erf (H288-H289, H292-H293) gekocht van Johanna Toethuis echtgenote van Arnoldus Stael - een tante van zijn vrouw - voor ƒ 1200,- (Notarieel archief Dussen, D. Middelkoop, nr. 38, 05-04-1853). In dit pand hebben zij het hotel gesticht. Mogelijk op initiatief van Pietronella. Haar vader, Heijmen Toethuijs, was bijvoorbeeld ook eigenaar van een pand aan De Putten waarin herberg de Posthoorn gevestigd was. Maar het is ook mogelijk dat Arnoldus Stael en Johanna Toethuijs hier al een herberg in uitbaatte met een stalling aan de overkant van de straat.
De overige bezittingen van Jordanus van Beurden in de Dorpsstraat waren overigens gerealiseerd op percelen (H294-H297 met panden) die in 1820 eigendom waren van Dirks c.s. een geslacht waarvan ook zijn schoonzuster Catharina Dirks de echtgenote van Nicolaas van Beurden deel uitmaakte.

Indeling en interieur van Hotel Van Beurden in 1890

Uit een boedelbeschrijving, in 1890 opgesteld door taxateur Johannis van Mierlo naar aanleiding van het overlijden van vader Jordanus - zijn echtgenote was al eerder (24 mei 1873) overleden -, krijgen we een aardige indruk van het hotel in de Dorpstraat. Het mocht met recht een hotel genoemd worden. Zo waren er maar liefst 7 logeerkamers met in totaal 15 bedden, waarvan 6 op de eerste verdieping: boven de winkel (2 bedden), boven de keuken (2 bedden), onder het dak (2 bedden), een vóórlogeerkamer (2 bedden), een logeerkamer met alkoof (2 bedden) en nog een dakkamertje (1 bed). Voorst was er boven een open zolder en een opslagkamertje waar de sigarenvoorraad lag opgeslagen. Beneden in de achterlogeerkamer stonden 4 bedden en in de eetkamer behalve 2 eettafels met 9 stoelen en een servieskast met porcelein, glas- en aardewerk tevens een piano en bureau en ook nog eens 2 bedden. In de gelagkamer konden de gasten zich verpozen aan het buffet of met het billiard en was er plaats ingeruimd voor 5 tafels met in totaal 2 banken en 20 stoelen. Het interieur van het gastenverblijf was verluchtigd met schilderijen, spiegel, schrijfborden, klok, landkaart, vogelkooi met vogel en de nodige lampen. In het woonvertrek een tafel met stoelen en een kabinet waarin serviesgoed, bestek en linnengoed werd opgeborgen. In de keuken een kookkachel met toebehoren en in de achterkeuken een petroleumtrommel en andere gerei. In de kelder lag de drankvoorraad opgeslagen. Het 'wachtgemak' bevond zich in het achterhuis.

Jordanus en Petronella kregen 5 kinderen: De oudste zoon Joannes emigreerde naar Portland, Oregon, Amerika alwaar hij op 9 februari 1882 kwam te overlijden. Hij liet een vrouw, Anna Catharine Richard, en drie dochters na, te weten: Petronella, Maria en Agatha van Beurden. De andere 4 kinderen van Jordanus en Petronella waren: Hieronymus, Agustustinus Leonardus, Anna en Agatha. Toen Jordanus Sr. in 1890 kwam te overlijden werden hotel, stalling, ijzerwinkel en kolenkandel eigendom van de Erven of Kinderen van Van Beurden; het pand van het hotel werd toen gerestaureerd en ook flink vergroot. De kolenhandel aan de Sluis was al door hun vader Jordanus gesticht. Bovendien kwamen de kinderen in 1914 ook in bezit van de nieuwe smederij die een van hen, de ongehuwde Hieronymus van Beurden (1843-1914, in het BR Dussen 1890-1910 ingeschreven als koopman), in 1891 naast de stalling (op perceel H293, in 1820 eigendom van weduwe Adriaan Strijp-Meijers wiens zoon met een Van Beurden getrouwd was) had laten optrekken.
De twee ongehuwde dochters Anna en Agatha lieten een woning bouwen ten oosten naast de Oliemolen (thans het pand tegenover De Trapjes). Hun broer Augustinus Leonardus van Beurden (1851-1925, zie foto links) trouwde pas op latere leeftijd, in 1902, met Maria Verschure uit Waspik. Aardje naar zijn vaartje was August eveneens een ondernemend man. Hij bracht de kolenhandel tot grote bloei, hoewel het hotel behoorlijk concurentie te duchten kreeg van nieuwe etablissementen aan de Sluis. August werd in 1901 in de gemeenteraad gekozen en hij ontpopte zich daar als een eigenzinnig man met een duidelijke mening. Soms werd daarbij het gemeenschappelijk belang verward met eigen belang. Zoals in 1907 toen de provincie de Sluis wilde opwaarderen met een gedeeltelijke demping van de Dussensche Gantel en waarbij Van Beurden behoorlijk dwars lag "omdat hij een stukje extra bedrijfsruimte aan collega-kasteleins misgunde" aldus een verongelijkte gemeentesecretaris Schneider in zijn verslag. Zelfs de CdK was het gedrag van van Beurden opgevallen bij zijn bezoek aan Dussen blijkens het visitatieverslag. Niettemin zette August van Beurden zich wel in voor de gemeenschap want ook in kerk- en armbestuur was hij actief en hij was lid van het kerkkoor en de H.Familie. In 1906 werd hij met algemene stemmen verkozen om de aftredende burgemeester Snijders als president van Fanfare Wilhelmina op te volgen.
August overleed in 1924 maar zijn zoon Jordanus was voorbestemd in zijn voetsporen te treden, alhoewel hij zich niet bepaald aangetrokken voelde tot het vak van smid. De smederij werd verhuurd en stalling en hotel gesloten. Jordanus Jr. breidde zijn activiteiten uit als kassier van de Boerenleenbank, voorzitter van het polderbestuur Zuideveld, lid van de Vincentiusvereniging en bestuurslid Fanfare Wilhelmina. Groot was dan ook de onsteltenis toen Jordanus bij de ontploffing van het Raadhuis in mei 1945 het leven liet. Maar het was tekenend voor de ondernemingsgeest van de Van Beurdens dat in maart 1950 op de plaats van het hotel en ijzerwinkel in een gloednieuw pand (gebouwd door Piet van Mierlo voor ƒ 23.900,-) IJzerhandel Van Beurden geopend werd, die door Jord's zusters Pietje en Dientje tot in lengte van jaren gedreven werd. Na het overlijden van Pietje van Beurden in 1962 werd door haar zuster Dientje de zaak in 1963 verkocht aan Anton Verhoeven die er naast ijzerwaren ook weer fietsen ging verkopen.

Tuinderij Spiering

Reeds in 1898 bezat Van Beurden 1.28.00 ha. grond in de Zijlmanspolder dat in dat jaar voor 'hooien en weiden' publiek verpacht werd door notaris Rietra. De grond en enkele (±4) serrekassen met druiven, perziken en pruimen werden verpacht aan de familie Spiering. Later heeft Spierings sr. daar nog een rolkas en een andere kas bijgezet. Omstreeks 1973/74 werd de tuinderij gesaneerd. Tot die tijd pachtten zij een deel van de grond van Dientje van Beurden, die samen met haa ongehuwde zuster Pietje een bungalow in de d' Ursselstraat had laten bouwen.

Bronnen:

Kadastrale gegevens Gemeente Dussen uit 1820
Bidprentjesarchief van Walter van Dortmont uit Hank
Website genealogie Van Beurden door Bert Meijs
Gemeenteverslagen Dussen 1851-18.. in BHIC 's-Hertogenbosch

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl