Ballekampen, Diebracht en Rommegat

Verklaringen voor gehanteerde toponiemen in het zuidoostelijk gebied van Dussen

Het zuidoostelijk gebied van Dussen wordt gekenmerkt door een drietal opmerkelijke toponiemen: Ballekampen, Diebracht en Rommegat. Gezien de ontginningsgeschiedenis van Dussen, dienen we de verklaring voor deze toponiemen te zoeken in het Middelnederlands (ook wel Diets genoemd). Het Middelnederlands is een voorloper van de moderne Nederlandse taal die tussen 1150 en 1500 in het huidige Nederlandse taalgebied gesproken en geschreven werd; daarvoor werd Oudnederlands gesproken ( vanaf circa 500 tot 1150).

Ballekampen

Dussen 35 Anno 1608 19 martij. Beleent folio ...... L S Adriaen Cornelissen Potter bij opdrachte van Goosen Janssen die helft van de thiende inde Ballencampen gelegen in dn ambachte van Munsterkerck aen de Dussen daer noortwaert naest gelandet is Luijcas Peetersen, Lambert Gielen ende Heindrick Heijndrickssen, ende wederom den voorseijt Luijcas Peetersen d'een beneven den anderen, suijtwaert Jacob Adriaensen, ende d'erffgenamen van Willem van der Weteringe d'een beneven den anderen, streckende van der heerlijcheijt van Meeuwen aff westwaert op totter halver Dussen toe, onverscheijden ende onverdeijlt metter weder helfte van de voorseijt thiende.
Dussen 36 Anno 1550 19 februari. Beleent Joost Janssen. Die belts van de thiende in die Ballencampen gelegen ende bepaelt als die ander helft hier vooren verhaelt folio 35.

Ten oosten van de Diebracht, aan de grens met Meeuwen, lag het gebied de Ballekampen. Dit was oorspronkelijk een slagenlandschap van kleine langwerpige perceeltjes met veel grippen, sloten en slootjes. Waarschijnlijk was er ook de nodige begroeiing aanwezig in de vorm van struikgewas en hakhout. Het is aannemelijk dat het gebied verwildert was en daardoor een wat rommelige aanblik bood.

Kennelijk was er oorspronkelijk ook een eendenkooi gevestigd, want in juli 1904 werd er een perceel griendland (kad.nr Dussen H-535) van ruim 1 hectare genaamd Het Kooike en in eigendom van de familie Van Turnhout uit Meeuwen door notaris Rietra openbaar verkocht in het Rechthuis van Meeuwen in de herberg van de Gebroeders de Graaff.

In 1932 verkocht de Waalwijkse notabel D.J.H. van Tussenbroek wegens verhuizing onder meer twee percelen weiland kadastraal aangeduid met de nummer H537 en H538 en groot ruim twee hectaren welke nader werden omschreven als de Grooten Ballenkamp. Vermoedelijk zal de Kleinen Ballenkamp ook wel in de buurt hiervan gelegen hebben. Zowel de voormalige eendenkooi als de Grote en Kleine Ballenkamp lagen allen in het grotere Zuidbroek maar dan in het deel ten oosten van de Diebracht dat onder de gemeente Dussen resorteerde. Dat was ongeveer halverwege de Diebracht tussen de Rommegatschedijk en de aansluiting met de achterstraat van de Baan.

De naam Ballekampen heeft wellicht te maken met de typische (grens)ligging van het gebied: oostelijk van de Diebracht, op de grens met Meeuwen. In dat geval zou de naamgeving afgeleid kunnen zijn van het woord “balling” wat zoveel wil zeggen “als uit het land gebannen”.

Een andere mogelijkheid is dat de naam zijn oorsprong vindt in het aanvankelijke eigendomsrecht na ontginning. Dan zou Ballekampen afgeleid kunnen zijn van het Middelnederlandsche woord Balmondich. Dit heeft als betekenis dat het eigendomsrecht na de dood van de oorspronkelijke eigenaar aan de “den heer” vervalt. Met andere woorden de ontginner had het betreffende perceel in vruchtgebruik, maar dat ging niet over op zijn erfgenamen.

Een derde mogelijkheid is dat het gebied van kleine natte perceeltjes slechts een geringe landbouwwaarde had. In het Middelnederlands werden voorwerpen van weinig waarde aangeduid met het woord Bal.

Bas van Andel (van den Hill) kwam met de suggestie dat ballekampen verwant is aan ballegooyen. Dat zijn enigszins verhoogd liggende weilanden. Kampen zijn weilanden die door struiken of hakhout omzoomd werden. Ballekampen zou dan dus de betekenis hebben van enigszins verhoogd liggende weilanden omzoomd door struikgewas of hakhout.

Diebracht

De Diebracht liep vroeger vanaf de Rommegatschedijk tot aan de Achterstraat van het Binnen en was samen met de Dussensche Steeg en de Hillschestraat onderdeel van de provinciale grindweg Capelle - Andel. Oudere schrijfwijzes van Diebracht zijn die Bragt of Bragtsche Straat. In het Middelnederlands is Brachs gelijk aan Bras in de betekenis van rommel, waarmee Diebracht verklaard kan worden als een weg die door een rommelig gebied voerde.
In de vijftiende eeuw aktes werd ook wel Dibborcht of Dibbercht gebruikt. Borch en berch hebben in het Middelnederlands dezelfde betekenis: berg. Maar het zou ook een verbastering kunnen zijn, want zelfs in ons huidige dialect wordt de benaming Diebracht ook wel uitgesproken als "Tiebrecht" of "Tiebrucht".

Rommegat

De betekenis van Diebracht zou tevens de naam Rommegatschedijk kunnen verklaren, omdat deze dijk vanuit Dussen naar Die Bracht voerde, oftewel naar het kennelijk rommelige slagengebied van de Ballekampen.

Maar ook een andere verklaring van Rommegat is mogelijk. In 1523 was er "opt eijnt Munsterkerck ende coempt tlandt van Meeuwen" sprake van het Ronde Gat (mogelijk een wiel) welke oorspronkelijk als afwatering functioneerde voor 't Zuideveld. Mogelijk heeft het Ronde Gat in verbasterde vorm model gestaan voor de naam Rommegat.

Bronnen

Glossarium zeventiende-eeuws Nederlands van dr. P.J.G. van Sterkenburg (1977)
Middelnederlandsch handwoordenboek van J. Verdam (1932)
Charters Provinciaal Genootschap van K & W, 1303 - 1845 bij BHIC s-Bosch
BHIC Archief: Schepenbank Eethen en Meeuwen 1452-1649. Inventarisnummer: 42. Omschrijving: Staat van beleningen heerlijkheid Eethen en Meeuwen 1608-1649.
Nijet dan water ende wolcken, verklaring nr. 94 (2009)

Terug naar Streekhistorie


© Ton Lensvelt, e-mail adres: tonlensvelt@ziggo.nl