Genealogie van de familie Kalkman

De Lekkerkerkse tak

[pagina 11]

Homepage

Achtergrond

Het rode Boek

Takken

Naamindex

Onze naam

Nieuw

eMail

English

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[pagina 12]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[pagina 13]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[pagina 14]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[pagina 15]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[pagina 16]

 

Van de boom die stamvader Gillis heeft geplant, zijn al spoedig twee zware takken gegroeid in de richting van onderscheidenlijk Lekkerkerk en Capelle a.d. IJssel.

Gillis' zoon Floris stichtte een gezin in Lekkerkerk. Hij heeft daar emplooi gezocht in de landbouw, hetgeen o.a. kan blijken uit het feit dat hij zich omstreeks 1700 eigenaar kon noemen van ťťn morgen land in Jan Goverts-weer en een kleiner stuk grond (1/6 kond) in Huygen weer. Dat onroerende goed vertegenwoordigde een waarde van f 800. Vermoedelijk heeft Floris zich met dit bezit in Lekkerkerk ingekocht na van elders - ic. Ouderkerk a.d. IJssel - gekomen te zijn. Hierbij kan worden aangetekend dat onder een weer - in het Lekkerkerkse een veel gebruikt woord - een deel van een polder moet worden verstaan. 7)

Veel Kalkmannen van de Lekkerkerkse tak hebben de voetsporen van hun illustere voorganger Floris gedrukt, tot in de jongste tijd toe. Veel, niet allen. Ik ben onder "de Lekkerkerkers" ook touwslagers tegengekomen, zelfstandig werkend dan wel opererend in loondienst. Scheepsbouwers zijn er eveneens onder hen geweest, ook een enkele schipper. En menigeen heeft het dagelijks brood verdiend met werken in de steenbakkerijen. Maar wat ze ook deden: documentatie in de notariŽle archieven leert dat althans bij menigeen zijn boerenafkomst zich nooit geheel heeft verloochend. Herhaaldelijk valt uit de stukken op te maken dat Kalkmannen er een stuk(je) grond op na hielden om er - los van hun eigenlijke dagelijkse besognes - in hun vrije uren agrarische activiteiten te ontplooien.

Bij dit alles moeten we de dingen natuurlijk wel in hun ware proporties proberen te zien. De voorliefde van de Lekkerkerkse Kalkmannen ging weliswaar uit naar de boerenstiel, maar de benaming bouwman 5)was slechts weggelegd voor betrekkelijk weinigen. En dan mochten die weinigen zich nog geenszins tot de grootgrondbezitters rekenen. Kleine boeren dus. De meesten waren echter eenvoudige boerenarbeiders.

Het heeft er iets van dat het landbouwbedrijf in het Lekkerkerkse op een gegeven ogenblik niet maar bij machte was om voldoende Kalkmannen emplooi te verschaffen. In de tweede helft van de achttiende eeuw zijn namelijk enige stamgenoten hun geluk gaan beproeven in Sluipwijk, waar zij domicilie kozen in buurtschappen als Broek, Vrijehoef en Kalverenbroek.

Sluipwijk is in 1870 verenigd met Reeuwijk, waar ook nu nog een flink aantal Kalkmannen kunnen worden aangetroffen, zij het dat die lang niet allemaal meer in de agrarische sector werkzaam zijn. Broek is in hetzelfde jaar gedeeltelijk samengevoegd met Waddinxveen en gedeeltelijk met Gouda.

Uit de Lekkerkerkse migranten naar Sluipwijk is een groep overgegaan naar Waddinxveen. Zij zijn de voorlopers geweest van aan geslacht van kooplieden en winkeliers. Kalkmannen die zich als zodanig verdienstelijk maken kunnen vandaag de dag nog in ruimen getale worden gevonden in het nabij gelegen Bodegraven. In Waddinxveen werden onder de Kalkmannen ook de boomkwekerij en het tuindervak geÔntroduceerd, maar ook deze naamgenoten hebben na verloop van tijd hun arbeidsterrein verplaatst. De boomkwekers zijn naar Boskoop gegaan, de tuinders naar het Westland. Met name in het Westland hebben de Kalkmannen gezorgd voor een sterke concentratie naamgenoten.

Deel van een notariŽle akte betreffende een geldening die Floris Kalkman Bzn. heeft afgesloten bij Cornelis Kalkman.

Tegen het einde van de achttiende eeuw hebben de Lekkerkerkse Kalkmannen hun arbeidsterrein ook wel verlegd naar plaatsen als Gouderak en Ouderkerk a.d. IJssel, waar de steenbakkerijen meer nog dan de landbouw werkgelegenheid boden. Bij de overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw valt het voorts op hoe menigeen verhuist naar Alblasserdam of IJsselmonde. Daar oefenden de scheepswerven kennelijk een magneetachtige werking uit. Maar reeds op dat ogenblik waren tekenen merkbaar dat in de twintigste eeuw van Rotterdam de grootste zuigkracht zou uitgaan.

Hoe staat het Intussen met de andere zonen van Gillis? Zij hebben een ietwat andere koers gekozen dan Floris: hun vestigingsplaats werd Capelle a.d. IJssel.

Hendric en Cornelis hebben daar geen sporen achtergelaten die de eeuwen konden trotseren. Zij hebben kinderen - meisjes en jongens - gehad, maar die hebben aan deze stamboom geen bijdrage kunnen te leveren. Het merendeel van hen is waarschijnlijk jong gestorven. Ik heb ten minste van hen niets terug kunnen vinden dat in de richting van een nageslacht wijst. Pieter Gillisz. daarentegen heeft vier zonen in het doopregister van de plaatselijke kerk laten inschrijven die op hun beurt deugdelijk gezorgd hebben voor het voortbestaan van het geslacht.

Onzekerheden

De "burgerlijke stand" van onze verre voorvaderen vertoont nogal wat hiaten; hij geeft in bepaalde opzichten reden tot enige onzekerheid. Men dient hierbij te bedenken dat drie, vier eeuwen geleden de bevolkingsadministratie nog niet zo perfect was als tegenwoordig. Tot 1812, toen de wettelijke basis werd gelegd voor een goed functionerende bevolkingsboekhouding, werden geboorten, huwelijken en overlijden in de desbetreffende kerkelijke registers opgetekend. Daar heeft echt wel eens iets aan gehaperd, vandaar dat de hedendaagse onderzoeker zeer tot zijn leedwezen al te vaak op een lacune stuit die hem voor raadselen plaatst. Door combineren en deduceren moet hij dan proberen de zaken op hun plaats te krijgen.

De hiaten kunnen zijn ontstaan door verschillende oorzaken. De boeken kunnen zijn vernield of ernstig beschadigd door brand of watersnood. Zij kunnen gewoon bij verhuizingen zijn zoek geraakt. Het minste is wel dat niet iedere scriba ze met de meeste zorg heeft bijgehouden.

Ik geneer me niet te erkennen dat ik enkele probleempjes niet tot een oplossing heb kunnen brengen. Noem het geval van Pieter Gillisse Kalkman (IVI). De man komt in de kerkelijke doop- en trouwregisters van zijn dagen niet voor. Dat hij wel degelijk heeft geŽxisteerd blijkt pas bij zijn overlijden op 13 maart 1808. In het Gaardersboek van Capelle a.d. IJssel wordt zijn leeftijd dan vermeld als: 94 jaar 8 maanden en 28 dagen. Ook wordt er bijgeschreven dat hij getrouwd is geweest en dat hij een kind achterlaat. Door terug te rekenen kunnen we zijn geboortedatum op 19 juni 1713 of daaromtrent bepalen. Maar hoe staat het met vrouw en kind?

Daarover valt iets te lezen in een attestatie van 20 maart 1809, opgemaakt door notaris Dirk Kleij te Capelle ad. IJssel. Dat stuk luidt als volgt:

"Heden den 13e Maart 1809 compareerden voor mij Dirk Kleij, koninklijk notaris te Capelle op d’IJssel en voor de nagenoemde getuigen Pieter Verhagen, oud circa 67 jaar, en Arij van Capellen, oud 64 jaren, wonende alhier, mij notaris bekend

Dewelke verklaarden om te dienen, daar zulks behooren zal, waar en waarachtig te zijn:

Dat Pieter Jillisse Kalkman, weduwnaar van Maartje van Dam, heeft gehad een kind in huwelijk verwekt aan de voornoemde Maartje van Dam en dat op het overlijden van de voornoemde Pieter Jillisse Kalkman, voorgevallen binnen dezen Ambagt op den 13e Maart 1808, geen andere of verdere decedent of decedenten van gemelde Pieter Jillisse Kalkman in leven zijn geweest dan het voornoemde kind met name Aaltje Kalkman, huisvrouw van Cornelis van der Sluijs, gevende de deposanten voor reden van wetenschap, dat zij de voornoemde personen veele jaren hebben gekend en bereid zijnde hunne gedeponeerde met Ede te bevestigen, gepasseerd ter praesentatie van Leenden van Dijk en Otto Hoogendijk als getuigen".

Een merkwaardig stuk, deze attestatie. Zij regardeert vermoedelijk de afwikkeling van Pieter Gillisses nalatenschap en zij is merkwaardig om drie redenen:

  1. Pieter zou getrouwd zijn geweest met Maartje van Dam;
  2. uit het huwelijk zou een dochter, Aaltje genaamd, zijn geboren;
  3. dat laatste moet door twee getuigen uitdrukkelijk worden bevestigd.

Naar aanleiding van deze punten vaIt het volgende op te merken:

Ad a. Medegedeeld is reeds dat over Pieter Gillisses huwelijk geen enkele documentatie bestaat. Die bestaat er wel over het huwelijk van zijn neef Pieter Crijnen Kalkman. En met wie treedt deze Pieter Crijnen op 4 april 1745 te Capelle a.d. IJssel in het huwelijk? Juist, met Maertje (Maartje) van Dam. (Trouwboek Ned. Gereformeerde Gemeente, Capelle a.d. IJssel). Ad b. Pieter Crijnen Kalkman en Meertje van Dam houden 4 september 1746 een kind van het vrouwelijk geslacht ten doop, Aaltje (Aaltje) geheten. (Doopboek Ned. Ger. Gemeente, Capelle a.d. IJssel). Dit feit hoeft natuurlijk niet a priori te betekenen dat Pieter Gillisse niet ook een dochter met de naam Aaltje kan hebben gehad. Maar ...

Ad c. ...dat maakt de verklaring van de twee getuigen zeker niet begrijpelijker.

Het grootste raadsel is belichaamd in Maertje van Dam. Met de dochter van Pieter Gillisse kan de onderzoeker nog wel uit de voeten. Ook in andere notariŽle documentatie heeft zij blijken van haar bestaan achtergelaten. De moeilijkheid is dan wel dat de Aaltje van Pieter Crijnen na haar geboorte niets meer van zich heeft laten horen. Maar deze Meertje van Dam, hoe heeft zij, als ik het zo mag uitdrukken, twee heren kunnen dienen?

Twee Maartjes? Gelove wie het geloven wil.

Een ander probleem.

Op 25 november 1810 maakt notaris J. Nozeman te Rotterdam een inventarisatie van de boedel en de goederen in de nalatenschap van Huijbert van Eck te Rotterdam.9)In de opsomming onder de paragraaf "Hofsteden, boerderijen en landerijen onder Reeuwijk, Swammerdam en Kalverenbroek" komen o.a. voor: een hofstede met meer dan tien morgen grond, gelegen  onder de heerlijkheid van Kalverenbroek aan de Rheede, stukken land in de Vrije Hoeff, benevens een stuk land gelegen in de Vrije Hoeff en de Kalverenbroek. Het hele areaal was groot ruim 21 morgen en het was volgens de notities van de notaris in huur bij Krijn Kalkman voor f 340,- en Jan Neefs voor f 35.

Wie is deze Krijn Kalkman?

Deze vraag heb ik niet kunnen beantwoorden. Onder de Kalkmannen die in het laatste kwart van de achttiende en het eerste kwart van de negentiende eeuw op de Vrije Hoeff en de Kalverenbroek gewoond en in het agrarische bedrijf gewerkt hebben, was bij mijn weten geen Krijn. Die Kalkmannen waren trouwens afkomstig uit de Lekkerkerkse tak en daarin komt de naam Krijn niet voor. Het is typisch een voornaam die in het verleden bij de Capelse Kalkmannen opgeld heeft gedaan.

En dan het laatste probleem, eigenlijk meer een curiositeit. In het geding is ditmaal Jaepje Cornelisse Kalkman (IVb), wier naam voorkomt in het testament dat zij op 26 augustus 1755 laat opstellen door notaris I. Vroombrouck te Rotterdam. Jaepje is op dat ogenblik twaalf jaar (al laat zij de notaris dertien jaar opschrijven), Ooit gehoord van iemand die op zo'n jeugdige leeftijd en zonder begeleid te zijn door een gekwalificeerde meerderjarige, zijn testament laat maken? Ik niet.

Het is zo'n merkwaardige geschiedenis dat ik u hierbij een reproductie van de desbetreffende akte aanbied. Voor wie het schrift moeilijk leesbaar vindt, volgt hier een "vertaling" van het eerste, belangrijkste gedeelte

"Op Heden, den 26 Augustus 1755, compareerden voor mij Isaak Vroombrouck, notaris te Rotterdam, en worden nagenoemd Jaepje Cornelisse Kalkman, jongedochter, oud soo sij verklaert omtrent de dertien jaren, wonende te Lekkerkerk dog sijnde binnen dese stad, dewelke verklaerde tot hare eenige en algeheele Erfgenaam te noemen en te stellen haer vader Cornelis Barendsz. Kalkman en dat in alle ‘t gene sij Comparante sal nalaten met volkomen regt van erfstelling".

De akte vermeldt dat de testatrice een persoon is "beneden f 2.000,- gegoed". Voor een kind van twaalf jaar niet gek, zeker niet in die tijd.

Het testament dat de twaalfjarige Jaepje Kalkman heeft laten opmaken ten gunste van haar vader Cornelis Kalkman Bzn.

 

[vorige]

[inhoud]

[volgende]

 

 

© 2000-2016 Theo J.F. Schalke, Zoetermeer/Netherlands. Het auteursrecht van de tekst van het boek berust bij de erfgenamen van P.N. Kalkman. De hier vermelde genealogische gegevens zijn nadrukkelijk uitsluitend bedoeld voor niet-commercieŽl en persoonlijk gebruik om tot een uitwisseling van gegevens te komen bij eventuele gezamenlijke voorouders. Alhoewel afzonderlijke feiten niet onder het auteursrecht vallen, is integrale overname van deze genealogische gegevens ten behoeve van publicatiedoeleinden door middel van druk, fotokopie, microfilm, CD-rom, BBS, database of Internet is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. 

Bij gebruik van de gegevens van deze website wordt verwacht dat bij de bronvermelding verwezen wordt naar de website "Genealogie en Historie van de Familie KALKMAN" van Theo J.F. Schalke en/of de andere auteurs en bewerkers zoals deze vermeld  zijn op de diverse pagina's.