Branker/Brantwijck erfgenamen (legetarissen) van een legaat van Claes Jacobse de Haaij,

 laatst weduwnaar van Aaltje Willemse Brantwijk, gewoont hebbende en overleden te Maassluis.

testament 20-1-1728  voor notaris Vollevens te Maassluis.

 

terug naar het overzicht

Claas Jacobse de Haaij legateert aan de vrienden van zijn overleden vrouw vier obligaties, totaal 3000-0-0  gulden.

Aangezien hij begraven werd op 28-12-1744 was het toen feest voor de legetarissen en hun erfgenamen.

in een vijftal vrijwel identieke akten lezen we hoe die obligaties worden verdeeld en verkocht.

de spoeling werd wel wat dun door zoveel namen. Sommigen laten zich vertegenwoordigen door anderen, evenals de minderjarigen.

 

 

op huijden den zeven en twintigsten

maart zeventien hondert vijf en veer-

tig, compareerde voor mij Daniel Volle-

vens, openbaar, ende bij den ed(ele) Hove

van Hollant geadmitteert not(aris)s  op Maas-

sluijs, residerende, present de nagenoem-

de getuijgen: Cornelis Jacobse van der

Gaag, wonende alhier, als in huijwelijk

hebbende Geertje Cornelis de Man, ge-

zegt Coning, zijnde een nagelate dog-

ter van Jannetje Willemse Branker,

gezegt Brantwijk, in egt verwekt

met Cornelis de Man gezegt Coning,

mede-legetaris voor een-vijfde deel

in sekere vier obligatien te samen

mouterende? een capitale somma

van drie duisent gulden door wijlen

Claas Jacobse de Haaij laast wedr

van Aaltje Willemse Brantwijk ge-

woont hebbende en overleden alhier

op Maassluijs, bij zijn testamentaire

dispositie op den 20e januarij 1728

voor mij not’s en zekere getuijgen

op Maassluijs voorsz(eid) verleden en-

de gepasseert aan de aldaar genoemde

vrinden van de voormelte zijne over-

lede huijsvrouwe gemaakt ende gele-

gateert ende also voor zijn privé, mits-

gaders Louwerens van de Swaluw, mede

wonende alhier, als in huwelijk heb-

bende Sara Pieterse Branker, gezegt

Brantwijck nagelaten dogter van

Pieter Willemse Branker, gezegt

Brantwijk, en alsoo mede legetaris

voor een vierde part in een vijfde

part in deselve capitalen. Item nog

de heer Pieter van Heinsberg rege-

rent burgerm(eester) en coopman alhier

en de voorn(oemde) Cornelis Jacobse van der

Gaag te samen in qualiteit als

last en procuratie hebbende van

Arij Pieterse Branker, gesegt Brant-

wijk en Lauwerens Pieterse Branker

gezegt Brantwijk, meerderjarige na-

gelate zoonen van den voorn(oemde) Pieter

Willemse Branker gezegt Brant-

wijk, als met en benevens Claas

Pieterse Branker, gezegt Brantwijk

mede een nagelate van den

selven hunnen overledenen vader

voor de resterende drie-vierde parten

in dan vijfde part. Item van Arij

Teunisse Branker, gezegt Brantwijk

meerderjarige zoon van Theunis Willemse

Branker, gezegt Brantwijk, mitsgaders (bovendien)   

van Gerrit Roskam, Theunis Roskam,

Jacob Rootnat als in huwelijk hebbende

Lijsbeth Roskam en Neeltje Roskam

alle vier merderjarige kinderen nage-

late bij wijlen Neeltje Theunisse Bran-

ker gezegt Brantwijk, overledene dogter

van deselve Theunis Willemse Branker

gezegt Brantwijk, bij haar in huwelijk

verwekt met Cornelis Roskam en

Theunis van de Werke meerderjarig

jongman als benevens zijn nog min-

derjarige suster Woutrina van de

Werken, de enige nagelatene kinde-

ren van wijlen Arijaantje Theunisse

Branker gezegt Brantwijk mede

overledene dogter van den voorsz.

Theunis Willemse Branker, gezegt

Brantwijk, bij haar in egte verwekt

met Theunis van de Werken den

Ouden en dus te samen voor gelijk

een vijfde part. Wijders (voorts) van Willem

Janse Branker, gezegt Brantwijk, Pleun

Janse Branker, gezegt Brantwijk, Cor-

nelis Verloop als in huwelijk hebben-

de Niesje Jansz Branker gezegt

Brantwijk, en Dirk Hardam als in

huijwelijk hebbende Jannetje Janse Bran-

ker gezegt Brantwijk met hun vieren

nagelatene kinderen van wijlen Jan Wil-

lemse Branker gezegt Brantwijk, te-

samen insgelijk voor een-vijfde part

ende dan nog van Sijtje Leendertse Soet,

nu wed(uwe) van Heijliger? de Gans ende

bevorens getrouwt geweest met Wijlen

Jan Cornelisse de Man, gezegt de Coning

die benevens (naast) de voorgenoemde Geertje

Cornelisse de Man, gezegt d Coning,

zijn de twee nagelatene kinderen van

Jannetje Willemse Branker gezegt

Brantwijk, in egt verwekt met Cor-

nelis de Man, gezegt Coning voor het

resterende een-vijfde part mede

legetaris in de voorgemelte capitalen

zijnde dselve proccuratie verleden

ende gepasseert voor Cornelis Pijl Not(aris)s

en sekere getuijgen tot Alblasser-

dam op den elfden februarij zeventien

hondert en vijf en veertig, ende op

het passeeren deser geexhibeert (vertoond) mits-

gaders nog de heer Jacob Schim,

vevangende de heer Jacobus van

der Cade, benevens de heer Simon

van der Meer, als testamentaire voog-

den gestelt bij den voorn(oemde) Claas Ja-

cobsen de Haaij, over de minder-

jarige erfgenamen en legatarissen

die in zijne nalatenschap geraakt

mogten zijn, ingevolge den voorsz(eide)

testamente ende mitsdien in qua-

liteijt als voogden over de voorgemel-

te Woutrina van der Werken als

enige minderjarige legataris en-

de dan laatstelijk nog den voorge-

melten Pieter van Heinsberg,

Cornelis Jacobsen van der Gaag en

Louwerens van der Swaluw als

inne staande huw. sterkmaken-

de vervangende ende de rato ca-

verende voor de voorn(oemde) Claas

Branker gezegt Brantwijk zijn

de alsoo te samen alle de geinte-

resseerden ende geregtigden op

der selver representanten tot  het voor-

schreve gelegateerde capitaal, ende

verclaarden zij comparanten, soo

in privé als in qualite voormelt ver-

kocht te heben ende bij deze te cede-

ren, transporteren ende in vollen en

vrijen eijgendom over te dragen aan

en ten behoeven van Leendert Pie-

terse  de Haaij, wonende mede alhier

op Maassluis voorsz. ofte desselfs regt

verkrijgende.

 

Een obligatie ten lasten het (al)gemene

lant van Hollandt ende Westvries-

landt, ende ten comptoire der gemene

middelen binnen Delft, groot in ca-

pitaal een somma van een duij-

zend gulden, staande te name

van Gerrit  Jansen in dato den 26

september 1672 in margine gete-

kent Littra D. fol. 227 no 1, ge-

aggregeert den 18 april 1673 no

2377.         

 

Bekennende de comparanten soo in

privé als in qualite voormelt  van

de coop, cessie ende transporte deses te

wesen voldaan ende betaalt den eersten

penning en den laatsten, met de ver-

lopene en onbetaalde intresse(rente) van dien

den coper derhalven quiteerende bij dese.

Belovende de comparanten soo

in prive als in qualite voormelt het

verkogte te zullen vrijen en waren als

regt is, op en jegens eenen ijgelijk

onder verbant van hun comparanten

persoonen en goederen die in prive

komen ende die in qualiteit komen-

de personen en goederen die in desen

werden gerepresenteerdt, roerende en

onroerende, gene uijtgesondert subject

als naar regten. Aldus gedaan

verleden ende gepasseert voor Jaco-

bus van der Hart en Pieter Braat

als getuijgen ten dese versogt

 

kornelis Jacobse van der Gaag

Lauwerens van der Swaluw

Pieter van Heinsberg

Jacob Schim    1745