|
Willem
Aerts Brantwijck 1561 Telg uit de Dordtse regentenfamilie |
|||
|
1613. Dordrecht Notarieel Archief 1613 (transcriptie Heijns) Willem Aerts Brantwijck met Geertruijt Pieters, zijn huysvrouw maken laatste wilsbeschikking. Herroepende alle vorige. Uit bijzondere huwelijksliefde maken zij de een de ander, de langstlevende tot erfgenaam. Die moet dan de kinderen onderhouden en opbrengen ter schoole zetten en ambacht laten leren. De kinderen krijgen elcx tot houwelijck goet 3000 kar.guldens aan gelt, waardebrieven of lant, maar zij hebben niet het recht zich met de boedelstaat te bemoeien. Als de langstlevende hertrouwt krijgt elk kind nog 600,-.Voogden over de minderjarige kinderen zullen zijn: Pieter Aerts Brantwijck (broer) en Rogier Crijnen, beiden kooplieden te Dordrecht. Weeskamer uitgesloten.
1631. Dordrecht Notarieel Archief 21-7-1631(transcriptie Heijnst: Willem Brantwijck, borger deser stede, sieckelyck te bedde leggende (hij zou nog langer leven) maakt uyterste wille: Aan de huijsarmen 400 carolusguldens, daervan 100 ter distributie van zijn 2 ongehoûde dochters, de andere 300 uyt te reyken door de diaconye der Duytse kercke, de andere helft voor de diac. Der Franse Kercke. Zijn kindskinderen elcx een lyfrente van 50 Car.guld. jaerlycx, haer leven lanck tot een gedachtenisse van hare grootvader, onder voorwaarde dat eerst zn oudste sone Ocker Brantwijck en na zyn overlijden syn jongste sone Pieter Brantwijck de jaerlyckse lyfrenten sal beuren en ten behoeve van de kintskinderen alle jaers aenleggen (beleggen) tot sy tot mondigen dage sullen gecomen syn ofte houwelijcken state, en dan door henzelf mettet verloop (rente) ervan sedert de sterfdag van hem testateur, ontvangen zullen worden. Aan zijn neve Arendt van Geldere, sone van syne eenige suster Adriana van Brantwijck tot bevorderingen van syne studie (die hij testateur mede mogelyk maakte) 600 car.guld. uit te keren met 100,- jaerlycks, ingaende 1 jaer na zijn, Willems overlijden. Zou Arendt sterven of met zijn studie ophouden, dan komt wat nog rest aan zijn testateurs zuster op bij haar overlijden op de neve en syn suster Ida van Geldere elcx halff. Syne 2 ongehoude dochteren Petronella en Magdalena Brantwijck zullen hebben tot vergelyckinge van de wtsettinge (=huw uitzet) ende moederlijcke goederen so hij testateur aen syne andere gehoude kinderen namelijck Yda, Maria en Ocker Brantwijck ten tijde van haer houwelijck voldaen ende wtgereijckt heeft t.w. elcx 7500 Car.Guldens, dat hoch boven de 1000 car.guld. Soo hij testateur seyne beyde ongehoude dochteren in febr.j.l. gegeven heeft , gezien ‘d selve hem testateur so lange jaren hebben bij gebleven ende zijne huijshoudinge opgehouden. Ende aangaende syn jongste sone Pieter Brantwijck oock noch ongehouwt zijnde, hem heeft hy test. Voor syne wtsettinge ende moederlycke goederen al voor 3 of 4 jaeren voldaen met de overgifte van de helft van een hoeve lants (groot int geheel 145 gemeten) leggende in de parochie van Ossenisse in Hulsterambacht, by hem testateur gecocht van ‘d heeren Berck, waarmede hy tevreden moet zijn. Stelt zijne gezamentlijcke ses kinderen, als met namen Ida, Petronella, Maria, ocker, Magdalena ende Pieter Brantwijk, elck voor 1/6 weffgenaem in de overblijvende boedel. En mocht er een misverstand rijzen of kwestie ontstaan over de verdeling dan stelt hij test. Tot scheidsrechter met beslissende stem: zijn broer Pieter Brantwijck, here van Blocklant.
|
|||