|
Toelichting Mattheus Brantwijck ca 1630 Telg
uit het Dordtse regentengeslacht Later Luytenant van een compagnie van de heer Capteyn Valck |
|
|
ONA Dordrecht 12-7-1632 (transcriptie hr Heijns): De heeren Willem Brantwijck Coorencoper, ende Pieter Brantwijck vrijheere van Blocklant, out schepen van Dordrecht verclaren ten versoecke van Cornelis Brantwijck, wonende in de polder van Namen, hunne neve dat sy noch seer wel weten dat sy op 29-5-1632 als goede mannen aanwezig en medewerkende syn geweest bij de vertichtinge tusschen Gillis Rees als last hebbende van Matheus Rees, zijn vader ende Neeltgen Fransen, zijne moeder, beyde grootvader en grootmoeder van van Matheus Brantwijck out ontrent 2 jaren daer moeder af (?) was Elisabeth Rees zuster van voornoemde Gillis Rees ter eenre.. en de voornoemde Cornelis Brantwijck verzoeker, als vader van voornoemde Matheus Brantwijck ter andere zijde, nopende ’t bewijs vande des voors weeskints moederlycke goederen, verclaren wijders ten selven stonde aanwezig geweest te zijn en meegemaakt te hebben dat de voorn.Gillis Rees in overeenkomst met Cornelis Brantwijck het kint besteedt heeft by syn voors schoon(?)vader en –moeder die hij voor jaerlijcks onderhoud en cleederen zal betalen 42,- ‘sjaers, en vorlopig vor 8 of 9 jaren. Verclaren ook (W+P) dat zij Gillis Rees vele malen hebben horen seggen ende verhaelen dat zijn ouders de beloofde somme van 42,- jaerlijcks by hen bedongen niet en begeerden te genieten, maer beloofden deselve t’elcken voor, en ten behoeve van’t weeskindt te sullen wtsetten (rentebrieven) ende beleggen omme schier ende merck bij ‘t voorss weeskint, ten mondigen dage ofte houwelijcken state gecomen wesende, voor sijn houwelycx goet genoten ende ontfangen te werden. |
|