Aert Adriaensz Brandwijck, Braynkenaar ca 1530 -1593

Handelaar, sjacheraar en stichter van een dynastie van rijke en invloedrijke Brandwijkers

o.a.bijeengesprokkeld uit een illuster prive-periodiekje dat de heer J.E. Heijns een poosje heeft uitgegeven. (Heijns cd, uitgave Historische vereniging West Alblasserwaard)

Terug naar het overzicht

Dordr ORA 6-2-1561 Aert Adriaensz kaescooper stelt zich borg voor Jan Jans Pieck, Backer.

Dordr ORA 26-5-1562 Aert Adriaensz (door)verkoopt aan Cors Symensz een losrente

Dordr OAR 9-9-1564 Aert Adriaensz heeft een geschil met Adriaen Symonsz van Schiedam.

1567 is Aert in Rotterdam zie onder

ORA 19-1-1572 Aert Adriaensz Breynckenaer geschil over de coepe (koop) van zeeckere kennipsaet.

Dordr ORA 26-4-1572 wederom heeft Aert Adriaensz Caescoeper een geschil, over een partij van 20 halve vaten boeters (boter) welke door de Spanjaarden is onderschept. Aert zou de gedupeerde kopers een tegemoetkoming hebben beloofd.

Dordr ORA 28-3-1573 Aert Adriaensz Caescoeper speelt een rol (vendidorunt!?) bij de transactie van een deel van een huis genaemt ‘de Backhoven’.

Barent Gerritsz kaaskoper te Dordrecht, geb.ca 1550/55 en begraven april 1627 in de Augustijnenkerk Dordrecht, huwt NN. Treedt anno 1577 of 1578 zelfstandig op met zwager Aart Adriaansz Brantwijck.

30-9-1579 Gildenarchieven Dordrecht: ontvangen als gildebroeder van het Houtkopersgilde(!?) Aert Aertsz Brankennaer, heeft vier kinderen genaamd Arien Aerts, Willem Aertsz, Frans Aertsz en Ariaantgen Aertsdr en betaalt 15 gl. (kon een Caescooper lid worden van een houtkopersgilde?? (met dank aan Andre den Haan))

Aert Adriaansz Brantwijck en Jenniken Gerrits bezitten anno 1580 een huis naast de Waag van Dordrecht, aangeslagen voor 11 gld voor de 50e penning, als ook een tweede huis aan de andere kant van de Waag. Zij hebben op dat moment al zeker drie kinderen.

ORA Dordr.1608: Jenniken Geerits weduwe van  Aert Adriaensz Brantwijck koop een losrente op zijn huis en brouwerij op de Vismerct.

ONA Dordr 11-3-1614: De schoonfamilie van Aert Adriaensz Brantwijck zo’n 20 jaar na zijn dood:  ten huize van Baerent Gerrits  binnen Dordt vergadert :Baerent Geeritsz Caeskoper, Janneken Gerritsdr met haar zoon Pieter Aerts Brantwijck  (ca 35), Claes Pauwelsz. Cramerheyn als man en voogd van Barbara Dircxdr, Willem Jansz.Paes, als man en voogd van Elisabeth Dircxdr allen kinderen van wijlen Maritgen Gerritsdr; Pieterte Gerritsdr. Met Abraham Jansz, haar zoon, Huygh Gerritsz en Nelleken Gerritsdr (woont 1628 te Streefkerk) geassisteerd door Aert Jansz (= Verleck) als gekozen voogd en Pieter Gerritsz. Allen tesamen erfgenamen van wijlen Gerrit Barentsz hun resp. vader en grootvader, enz. transporteren Pieter Gerritsz. De helft van een weer land in Streefkerk, zijnde een vrij grafelijksleen waarop hij woont met alle opstallen. Hij zal betalen 500 Kgulden aan de boedel en ziet al van verdere aanspraken. Huych Gerrits is beldeeld vlgs zijn huwelijksvoorwaarden van april 1594 t.w. de helft van 5 morgen land in leckerlant in het weer Schoonenburg en het geld daarbij. Hij ziet al van verdere aanspraken op de andere helft tegen ontvangst van 1100 gld uit de boedel. De andere helft komt aan Pieter Gerritsz evenals nog 3 morgen land in Cortenbroeck te Streefkerk en nog 5 hont land aldaar. 1/3 part van een lijfrente van 6 kgld per jaar ten lijve van Berent Gerritsz, sprekende op de stad Dordrecht, een aandaal in de riviervissersschuit ter bevissing in de Leck, genaemt die Naeltwijck. De onverdeelde helft van het huisweer blijft gemeen bezit. Nelleken Gerritsdr krijgt kwijtgescholden een schuld van 446 gld aan de boedel. 

Verder komt Jenniken Gerrits nog voor in de verponding van 1626 voor ’t huis ín’t 2e quartier van de Waechsteigert tottet groote hooft” /1000e penning 1626 wed van Aert Adriaensz Brantwijck 40 ponden.

Verderop: Aert Adriaensz Breynckenaer…geb tussen 1530 en 1532 (O.S.5/8: in 1568 38 jaar oud)  (RDd 729/90: in 1572 omtrent 40 jaar) was uit Brantwijck afkomstig. Hij had daar land (in 1557: 4m 1h in weer zeven.)

Zodra hij mondig was vertrok hij naar Dordrecht. Begaf zich in de handel, had een fijne neus voor waar zijn voordeel lag, met enige vrienden uit Brantwijck en zwagers regelt hij de verkoop in Dordrecht van wat ’t land en ’t vee in zijn geboortestreek voortbrengt. Men noemt hem zeer vaak Aert Adriaensz Caeskoper. In de vele acten over zijn zaken in Dordrecht zien wij dat hij niet alleen in kaas handelde, maar ook in rentebrieven, huizen, visschersgaren en ook (1573) in aanwezigheid van Symon Gerritsz, monnick, gewoont hebbende op de Donck (bij Brantwijck), in kennipsaet (hennepzaad) den saeck tot 23 ½ stuivers.

In koopmanszaken uitgekookt, in gewetenszaken verstandig-voorzichtig. Altijd blijft hij zich gebonden voelen aan zijn geboorteplaats en noemt zich ernaar: Brantwijcker, Braincker, Brainckenaer, Brantwijck.

Begin 1567 ontmoet hij in Rotterdam enkele oude dorpsgenoten:  Bastiaan Goverts zijn schoonbroeder, Lauris Dircx ende Cornelis Aerts (Heemraad van Brantwijck) .en raadt hen sterk af om zich in te laten met de “Nieuwe Leer”. (let op het is een kommakwestie of Bastiaan Goverts of Lauris Dircx zijn schoonbroeder is!!)

In deze moeilijke tijden neemt zijn rijkdom gestadig toe. Hij is (dan nog) goed Rooms, wat kan hem gebeuren?

Als Jan van Drenckwaert, de jonge schout van Dordrecht in maart 1572 de schilder van Cuyck en Adriaentgen Jans heeft laten verbranden en in hem de duivel helemaal los is, wordt de benauwdheid voor de burgers van de stad steeds knellender. Om een enkel gebaar of woord kan men verdacht worden en opgehaald.  (in sept 1566 alreeds, brak in Brantwijck de pleuris uit toen de pastoor verklaarde voortaan uitsluitend in eigen burgerkleding de dienst voor te gaan)

Verschillende poorters van Dordrecht verzekeren zich op zulke wijze, dat zij voor het gerecht van de stad door respectabele kennisen een getuigenis laten vastleggen dat ze onberispelijk rooms zijn.

Zo doet ook de buurman van Aerts Adriaensz Caeskoeper. (RDd 129/90 26-4-1572) op bede van Frans Jansz in den Both, onsen medepoerter, verklaren Aerdt Adriaensz Caescoeper, out  omtrent 40 jaar ende Ruth Cornelisz oudt omtr 37 jaar, beyde inwonende poerters deeser stad……..dat zij gebuyren (buren) zijn van voornoemde Frans Jansz, wesende en ingeboren poerter deser stede, een backer van syn Ambocht, staende ter goeder name, fame en conduite, sonder dat hij oyt geachterhaelt ofte gediffameert is geweest van eenige delicten, forrefaicten, mesusen (!?) ofte andere geprobeerde secten, maar dat hy altyt van hen (Aert en Ruth) ende andere kennisse gehouden is voer een oprecht jongegeselle van goeden en catholycken geloeve. Frans is misschien verklikt wegens een niet-catholieke uitlating, loopt gevaar, en wordt nu door zijn buren gedekt. Deze mensen willen niet ook verbrand worden.

Echter, 2 maanden later, toen de Geuzen er waren, legden velen hun catholieke kleedjes af.

Mijn bron vervolgt elders: Symon, die met andere Brantwijckers al jaren in handelsbetrekking stond met de gewezen dorpsgenoot Aert Adriaensz die in Dordt hun goederen aan de man bracht, kon na de onderwaterzetting van de Alblasserwaard (wegens de oorlog tegen Spanje) niets meer leveren, en zal om armoede te voorkomen, ook de handel ingegaan zijn in Dordrecht. Aert Adriaensz zal zijn vroegere dorpsgenoten op allerlei wijzen hebben willen helpen. Misschien ook door een slecht geweten, omdat hij door zijn getuigenis in maart 1568 voor de Inquisitie zich ook schuldig voelde aan het doodvonnis over 6 Brandwijckers, (die kwestie met die pastoor) inzonderheid aan dat van (zijn zwager?) Bastiaan Govertsz die in november 1569 in Dordrecht werd terechtgesteld.

Zou Aert dat gezien hebben?