Boedelacte Gerrit Ariens van Brantwijck x Grietje Corstiaens 18-12-1632

Weeskamer Delft inv.nr 3060 (zie ook de boedelrekening 28-1-1633 die er achter geschreven is in het weesboek)

Gerrit Arijens Brandwijk is overleden in 1630 en zoals gebruikelijk moest de boedel worden geinven-

tariseerd, ook voor de weeskamer ivm de voordijregeling van de twee kinderen.

Zij wonen dan zoals we lezen, te Delft aan de westzijde van het Oosteinde in een huis genaamd “de Veersack”.

(ter hoogte van nu 213, inmiddels afgebroken)

Weet u meer?  brandwijk©defamilie.nl

Terug naar het overzicht

Inventaris

Gerrit Ariens van Brantwijck

libro 6, fol(io) 49

 

voor de kantlijn:

voogden

Dirck Arienss Brantwijck

Gerrit Arienss Cruijshouck

Pieter Corstiaen

twee kinderen:

Corstiaen 3 jaren

Gerritgen 2 jaer.

Elcx 100 gul(den) te betaelen op

voorts mondich indien sij

binnen den tijt van .. jaren

comt te sterven voort (tevens)

voorder grootmaken noch

600 gul(den) met sijn beijden.

actun? voor alle de weesm(eesters)

den 28e januarij 1633 (deze tekst is dus later toegevoegd)

 

Inventaris van alle de

goederen, roerende ende

onroerende actien ende

crediten, mistgaders(bovendien)

de lasten vanden bij Gerrit

Ariens van Brantwijck timmer-

man sa(liger) naegelaten ende

bij Grietgen Corstiaens des

selfte weduwe besittende.

Gemaeckt ten versouckev

vanden voogden van haere

Grietge Corstiaens twee

kinderen, gewonnen

voorn(voornoemde) Gerrit

Adriaenss ende dat op haer-

selfss te kennen 

geven.

 

Eerst een huijs ende erve, staende

aende westseijde van oosteijnde

genaemt de Veersack alrenaest

Pieter Pieterss naert? aende sujitsijde

ende alrenaest………………… (hier staan puntjes in het orgineel)

aende noortsijde streckende voor vander

strate tot achter aende dubbelde

schenckan (oude langedijk?) bijde Voorn(oemde)Gerrit Arijens

gecocht int jaer van XVj(honderd) vijff ende

twintich. (1625)

 

int voorhuijs

eerst de winckel ende neringhe

van haeren mutsen ende ander goet de-

welcke bijde voor(schreven) weduwe wort

geestimeert (geschat) alsoose in cleijne partije

is bestaende, met waerd… om te

specificeren op de somme van vijf honder

gulden.

 

Een geweer bras?

een musquet ende r..etock (geweer)

een degen

een stormhoet ende halff pack

een marct kist

noch een drie stalle stoel

 

inde keucken:

een preeckstoel

een cleijne spiegel

twee printe borretgens

drie coopere gegoten ronde borretgens

een bijbel

een beuckspaen

vijff stoelen cleijn ende groot

een wageschotte ……

een kaerslae

een schilderie vant samaritaense

vroutgen

een bedde met een peuluwe

vier oorcussens

drie deckens

twee roode gardijnen me een  ..ravath

een schoorsteen cleet

twee doosen om kragen in te leggen

een cleetge voor glasen met het ijsere

rotge?

Een buijre tursskisge?

Vijf sitkussens goet ende quaat (goed&kwaad)

 

Inde achterkamer:

Een bedde ende peuluwe

Twee oorkussens

Een deecken

Ses tapijte sitkussens

Een parijs banckge

Een vuittreckende tafel

Twee witte stoelen

Een wageschotte kas met bogen

Een schilderie daer christus den blinde

siende maeckt

Vier postoleijne schoteltgens ende

vier copgens.

Twee vergulde pulletgens

Een ebbe spiegel

Een schilderie van een bagijntge

…. fruijt borretgen met een gulde

lijst.

Een cleijn lantschapge met een gulde

lijst.

Noch een …telijck lantschap met een wage-

Schotte lijst.

Een slach van breote?

Een bancketge

Noch een cleijn lantschapge

Noch een schilderie vanden oust (Indie oid?)

Een geschreve borretgen

Twee borstels

 

Cooperwerck

Een beddepan

Een aecker ende een lantaren, een coopere

plaet.

Een ringen

Twee armen

Ses kandelaers

Twee kleijne coopere keteltgens

Twee schoorsteen blaeckers

Twee ….ters

Een passer

Een blicke spijcker doos

Een coopere ……poth

Noch een cleijne ende groote coopere

ketel

ses coopere hantblaeckers

 

ijserwerck

twee roosters

twee ijsere potten

een vouthengel?

Een ijseren hengel ende een ijseren bout

Twee tangen

Een treeft?

 

Tinnewerck

Seve tinne platielen?

Twee ……

Een dosijn tastelborden?

Ses tinne kommetgen

Twee soutvaten

Een waterpoth

Twee tinne kroesen

Een tuijt

Een trechtertge

Twee leepels

Een olij poth met een tinne lith

Noch drie aerde kommetgens met tinne leden

een tinne beckentgen

 

linde

vijff paer slaeplaeckens van anderhalf ver-

scheel?

Seve manshemden

Ses mans kragen

Ses beffen

Vier slaepmutsen

Acht vrouwen hemden

Twee ……. doucken

Twee vrouwe befken

ses douckhuijsken

ses taeffellaeckens soo groot als cleijn

twee dosijn servetten

ses hantdoucken

acht bo….. doucken

drie witte schortecleen

 

vrouwgoet ende kinderen goet tot

tselve behoorende als twee beste

luijren swachtels met een roosteneth?

de….eutge

een slecht deckentge root

twaalft kinder hemden

voorts luijen? feijtels borsthemmetgens

hulletgens slepsgens ende anders van

cleijnder importantie

 

clederen tsijnen rugge

een swart laecken beste pack met

een swarte mantel

een grau pack met een mantel

noch een swart laecken cleet dat hij

sounenaechse(’s zondags) drouch.

Noch een wercken daechse cleet

Een out pack grauwe cleeren

Twee hoen, een swarte en grauwe

Drie paer gebreijde hoosen

Een geborduijrden riem van gout en sij

een swart rockgen

vier paer schoenen

 

cleeren tharen lijven

behoorende

een laecke vlierger met gebeelde slippen?

Een heeresaije vlieger mede sijde gebeelde slippen

Twee swarte fluwele borsten

Een swarte laeckenseborst

Een borat manteltge (bepaalde geweven stof zijde en wol)

Een boratte keurs met twee ingeslagen banden. (nauwsluitend lijfje)

Een groff greijve? keurs met een lijff

Een faceste? keurs met een lijff

Een blaeuwen rock met een lijff

Twee bonte mantels

Voorts haer clederen die sij dagelijcx is dragende

 

Alle des overledens gereetschappen die naer sijn doot op

boelhuijs recht sijn vercocht ende daer van gemaackt de somme van

 

inde gang

Een baecker mat (langwerpige houten bak waarin een babij werd verzorgd) ende vier cantebenne

Drie witte tobbetgens

Een wastobbe

Een kinderwagen, een wit banktge, een honder-koij, een blicke lantaren, een kapstock

Een spinnewiel, een coopere pet-cetel

Een coopere panne, ende een rout taeffelte

Noch een marct kist

Noch eenige aerde potten, pannen ende rommeluig niet waerdich om te specificeren

 

Juwelen ende silverwerck

Ses goude ringen

Een silveren onderriem

Een sleutelraecx

Twee kettingen in een koker ende hartge

Een kettinge in een tas

Een bel

Een portefraes (metalen constructie ter ondersteuning vd kraag, voor meisjes)

Een beecker

Een fluijtge

Twee lepels

Een beste heuijck

Noch een sonnedaechse heuijck

Een versilverde degen

Een haerijser

Twee schoortecleen een sijde en een borooth

 

Inschulden den boel comende

Den boel compt eert de somme van vijffendertich gulden ter saecke

Van arbeijtsloon ende gelevert van van Santen dus hier   xxxv gulden

Compt noch van wackpoth? tersaecke als vooren  xlv gulden

Van Jan Harmenss de somme van dertich gulden, dus xxx gulden

Van Cornelis de speelman ij gulden xviij st.

Int huijs vande Rijael? Iiij gulden

Cornelis Willemsz de Loos de somme van tweeensestich gulden, dus lxij gulden

 

Lasten des boel

Een boel is schuldich ter saecke van winckelwaren tot dordrecht aen eene Beatris

de somme van hondert vijftich gulden, dus CL gulden

Noch aen Lambart Heijndricx tot Dordrecht ter saecke als vooren

de somme van tweeenvijftich gulden, dus Lij gulden.

Noch aen Heijndrick van (hier staan puntjes) tot Dordrecht ter saecke als vooren de somme

van tachtich gulden, dus Lxxx gulden.

Noch aan Willem (hier staan puntjes) ter saecke als vooren de somme

Van vijfftich gulden, dus L gulden

Noch aen Pieter Bouwersz ter saecke als vooren iij-honderd gulden

Noch aen Tomas de Vogel tot Leijden ter saecke als vooren t’somme vant sestich gulden, dus Lx gulden

Noch aen …. Blasius van een halff beest de somme van negenenveertich gulden..xlix gulden.

Noch aen … Doenss ter saecke van hout de somme van hondertsesentwintich

gulden iiij st(uivers) dus i(honderd) xxvj gulden iiij st.

Jan ende Willem Cornelisz vande Wiele moeten hebben ter saecke als vooren xj gulden

Noch aen Harmen Pietersz van Ruijven ter saecke als vooren d’somme van vierentnegentich

gulden seventien st. dus xciiij gulden xvij st.

Aen den scheepmaecker buijten de Rotterdamsche poort ter saecke als vooren, achtien gulden, dus xviij gulden.

Den doctor ende apteecker inde siecke, de somme van veertich gulden, dus XL gulden.

 

 

Alhier geinventariseert ende beschreven

ten overstaen van Pieter Corstiaenss

een vande selve voochden op’t aengeven

van voorn(oemde) weduwe de welcke verclaerde

Den voorss inventaris te wesen deuchdel(ijck)

en oprecht ende haers wetens daer vuijt

niet gehouden ofte verswegen te hebben

ende bij aldien? namaels ijts tot haere

kennisse compt tsij tot voordeel ofte

nadeel dat sij tselve op desen inventaris

sal doen ampliceren naer behooren, Actum

den achtienden  decemb(er) XVj(honderd) tweeendertich.(18-12-1632) ende

ten oirconde geteijckent

bij mij gijegen (Grietgen) Coesteijes (Corstiaens)

bij mij Pieter Corstijaense

……….n ….sant

Jan de Jong.