|
Transcriptie boedelbeschrijving van Gerritgen Gerritsdr
van Brandwijk 14-10-1647 |
|
|
Gerritgen is 16 jaar en 7 maanden als zij overlijdt op 9-7-1647. Haar eerste en enige kind is een week eerder begraven op 2-7-1647. Enkele maanden na haar dood komt de boedelverdeling op gang. Bron van deze inventaris is een notariele acte op
microfiche (N.A. 1671 Delft fo 358vo-388
14-10-1647) Deze acte oogt als een kladversie, met veel doorhalingen en is incompleet. Tweede bron is een weeskameracte ( Weeskamer Delft inv.nr.3717) gefotografeerd van het orgineel gepasseerd bij notaris Jo(h)an van Beest. Deze is veel beter te lezen. Ten derde beschik ik over een finale afrekening (1648) dit wordt later een aparte transcriptie. Eén gulden = 20 stuivers. Een stuiver is 16 penningen. Omwille van de leesbaarheid heb ik hier en daar hoofdletters, punten en komma’s toegevoegd. Wie weet meer? brandwijk©defamilie.nl |
|
|
Inventaris vanden boedel ende Goederen, actien, in- ende uijtschulden naergelaeten bij Sa(liger) Gerrittgen Gerritsdr van Brantwijck in haer leven huijsvrouwe van Philps Cornelis(zn) van der Bilt, sulcx hij den selffden boedel met den voorschreven haeren man in’t gemeen heeft gepossideert(verkregen) ende beseten. De voorss Gerritgen Gerritsdr is overleden aande westsijde van ‘t oosteijnde der stadt Delft op den VI julij 16(honderd) sevenenveertich Naerlaetend tot haer gerechte erffgenaemen ab.intestato(zonder testament) Geertgen Adriaensdr van Brantwijck weduwe van Sa(liger) Theunis Jans(zn) van Nerum voorde eene helfte mitsgaders (bovendien) de twee weeskinderen van sa(liger) Eli- sabeth Adriaensdr van Brantwijc gewonnen aan Cornelis Joosten vant Wout voorde wederhelfte.
Voor de kantlijn: Overgelevert op Den 22 octob. 1647 Bij Cornelis Joosten Van ’t Wout, vader, medevoogt over de voorss Cornelis Joosten twee kinderen gewonnen bij Elisabeth Adriaens Van Brantwijck seg- gende de voorss kinderen tsamen voor ren vierde part daer inne erfgenaem te sijn actua voorDirck van Schilpe- Oort ende Dirck Meerman, weesmeesters.
Imboel ende huijsraet
een groote waegeschotte kas(t) met ebben hout. (zie onderaan) ingele(legd) gewaerdeert op XC gulden. een waegeschotte trecktaefel mede met ebben hout ingeleit getaxeert op XX gulden. een waegeschotte pors ingeleit als vooren, op XXXiiij gulden. een waegeschot kraemkasken mede met ebben- hout ingeleit getaxeert op XXiiij gulden. een paer groene saeije gardinen(gordijnen) met frangie(franje) getaxeert op X gulden. Een paer pruijme boome ende een paer gemarmorde matte stoelen gewaerdiert t’eene paer op Vj (=6 gulden) en t’andere paer op ij gulden X stuijvers
een koopere beddepanne met een kopere steel doorgestreept doorgestreept…………waeterke…op ij gulden x st(uijvers). een blompotken getaxeert op XXiiij st(uijvers) een bataliken op XX..gulden (zie onderaan) een gesteecken borreken (bordje?) op iiij gulden een geschilderijken daerinne een kreeft op XXX st(uijvers). vijer(vier) cleene printkens met ebben lijstkens XX.st(uijvers). drije printken met rollekens op Xij st. vijer albaste bornckens(bordjes) op iij gulden twee slechte schilderijkens sijnde een joncker..XX st. zes porceleijne boote(r)plaeteelkens op Vj gulden zes aerde plateelen op ii gulden een groote be…gewaerdeert op XXiiij st. een luijerbenne ii gulden. een tralijt mandeken op XX st. twee kleene beeckers op Viij st. een groene ende een witte spaense deekens X gulden. een bedde met een peuluwe gewaardeert op XXXVJ gulden twee oorkussens op X gulden een dosijn tinne taefelborden op Vj gulden Xij st. twee schilpkommen gewaardeerd op Viij st. twee kleerborstele ende twee haerborstele op XXXst. doorgestreept
vrouwenklederen een paer (vrouwen) muijlen van root laeken, getaxeert op XXst. Een paer leere schoenen gewaardeert op Xxiij st. een paer leere hantschoenen op Vj st. een kafta mantel met paer mouwen op XVij gulden een kafta mantel met een paer mouwen op XVj gulden onleesbaar tussenzinnetje voor de kantlijn een gecoleurden armosijnen rock gewaerdeert op XX gulden
een goude naelde ende een gout kettingsken opden/omden de kap. (weecht Xviij engelsen (één Engelse is 1,538 gram) tot XXXvj gulden d’ons) een dubbelen hoopring weecht xij Engelsen Xiiij aesen XXiiij gulden XXij st. een roosring weecht drie engelsen(1.538 gram) XxiX onsen een klaev/klaeu-ringetgen weecht Ij engelsen Xj asen V gulden Xvij st. een silvere naelde op X
stuijvers een brantsteene ketting
getaxeert op iij gulden een corale kettinchen op
iij gulden een silveren onderricken, weegt negen onsen tot x
stuijvers, dus Xxij gulden x stuijvers. Een silveren slootelraecx
ende haeck(en), wegen ses onsen Xvij engelsen.
Xvij gulden ij st(uijvers) Drie silvere kettingskens
een haeck ende twee aecherkens op ix gulden x st. een sij damasten borstrock
gewaerdeert op Viij gulden een vrouwe borstkens op x
gulden. Een turxsen vlieger getaxeert op XL gulden een floretten vlieger op
xxx gulden een floret schortecleet gepriseert op Vij gulden een roo stametten rock
getaxeert op Xlij gulden een laecken rou rock gewaerdeert op IX
gulden een gecoleurden floretten
rock op XXiiij gulden een tarsenijlgie rock,
gewaerdeert op XXX gulden een paer laecken ende een paer florette mouwen op X
gulden een roo stametten borst
rock op Viij gulden. Twee amsterdamse
laecken heuijcken, gewaerdeert d’een op veertich gulden
ende d’ander op acht gulden XLViij gulden twee tilpe/silpe kapkens op
Vj gulden een paers schoorsteenkleet
getaxeert op iij gulden een heresaeije schort
gewaerdeert op Vj gulden een heremijne saeije schort
op ij gulden x st. Een gebeelt manteltgen
gepriseert op Vj gulden Een kaffa bonte mantel op
vj gulden Twee blaeuwe laecken rocken
gewaerdeert d’ een op acht gulden, ende d’andere op
vijff gulden, beloopende Xiij gulden Een moff met sluwijn?
Gewaerdeert op Vij gulden Een keurslijff gepriseert
op XX st(uijvers) Drije paer mouwen,
getaxeert op iij gulden Twee blaeuwe katoene schortecleen XX st. Een paer vrouwe kousen, op
XX st. Een bont voersel van een manteltgen van vissen? getaxeert op XX gulden Een kabasken op
iij gulden Twee paer gebreide
hantschoenen, getaxeert op XX st. Een vergult bijbeltgen met
silver beslach, op Xviij gulden Vijer katoene ende Een
linde schortecleen op Vij gulden. Vijff nacht halsdoecken
gewaerdeert op Viij gulden Twee vrouwe kraegen op Vj gulden Negen vrouwe hemden getaxeert op XXVij gulden Een vrouwen witten borstrock met nopkens, op Xxiiij st. Ses gesteecken vouwe mutsen gewaerdeert op iiij gulden. Een sloerse? spaense kap, op XX st. Acht neerstuckgens gepriseert op ij gulden Viij st. Vijer hooftdouckgens op XX st. Vijff santeen op X st. Vijer slaepmutsen, getaxeert op XXX st. Vijer paer mansietten XX st. Vijff bandekens op ij gulden (hir estaal 622 gulden en 12 stuivers, maar dat zal
wel niet het totaal zijn) Mans klederenTwee mans hemtrocken getaxeert op Vj gulden Een graeuwe laecken man tel op Xiiij gulden Twee swarte laecke mantels, de beste is gewaerdeert op sesendertich gulden, ende de tweede op Xiiij gulden, beloopt L gulden Een turcx groffgreijnen? mantel, op Xij gulden Een gecoleurde laecken rijrock op Xj gulden Een turcx pack mans klederen, gewaerdeert op X gulden Een sij kamelotte pack mans kleeren op XVj gulden. Een swart laecken pack mans kleeren, gewaerdeert op Xviij. Vijer paer sijde manskousen, gewaerdeert op Xxiij gulden Vijer paer saeije mans kousen gewaerdeert op iiij gulden. Twee paer roosen op Xxiiij st. Een paer gebreide hantschoenen op Xxiiij st. Een mans pack gecoleurde kleeren op XXX gulden. Een leere wambais gepriseert op V gulden Een out pack laecken manskleeren, op Vj gulden. Een bombasijn overtreksel over den broeck, op XX st. Twee mans hoeden gewaerdeert op V gulden. Drije veeren op iij gulden. Een deegen op XLVj gulden. Een houwer op iij gulden. Een stormhoet, een mosket, een verketstock, een bande- lier ende een draechbandt te saemen getaxeert op XL gulden. Een roumantel getaxeert op XLViij gulden. Een pack daegelijcxe mans roukleeren op X gulden. Een testament met silvere slootkens op iiij gulden. Twee mans kraegen op X gulden. Een dosijn mans hemden gewaerdeert op XXXVj gulden. Drije mans gesteecken mutsen gepriseert op iiij gulden X st. Twaelff linde ende tien kaemericxe mans beffen op XXVj gulden. Dertien onderbeffkens gepriseert op ij gulden XVj st. (hier staat 447 gulden 14 stuijvers) LinderaetVijff slaeplaeckens van
anderhalff scheel op Xvij gulden X st. Vijffenveertich servietten
daer van XXiij van’t uijterse waepen, is getaxeert op
veertich gulden thien stuijvers, beloopende XXXiij
gulden X st. Twee taesselaeckens
getaxeert op iij gulden. Twaelff sloopen soo kleen als groot op X gulden. Achtien neusdoecken getaxeert op Vj gulden. Twee linde ende drie dundoeckte neusdoecken van den hals, gewaerdeert op X gulden. Een speldewercx kussen op Vj st. (hier staat 80 gulden en 5 st.) KraemgoetEen root stamette kinder
deeckentgen, getaxeert op Vij gulden. Een wit karsaij ende een
wit tierentaije luijers met twee swachtels, op iiij gulden. Drije geele karsaeije luijers
ende drije geele swachtels ge-estimeert op iiij
gulden X st. Een groen gevoert kinder
deeckentgen op iij gulden. Een katoene doopluijer op
iij gulden. Veertich linde witte
luijeren gewaerdeert op Vij gulden. Dertien witte seijtels op V
gulden. Acht borsthemdekens
op XXXij st. Drije nopkens
kindermutskens met een kinder borstrochgen, op XXiiij st. Een gesteecken kinder mutsken ende twee moutgens
XXX st. Twee kapdoecken,
gewaerdeert op XXiiij st. Sestien slepkens, getaxeert
op ij gulden Viij st. Seven hullekens, op iij
gulden. Seven borstdoeckgens, op X
st. Sestien navelbandekens, X
st. Acht naveldouckgens op Vj
st. Twee kinder santeekens, een geteecken mutsken ende een nopte borstrockgen XXiiij
st. Ses kinder neusdoeckgens om
den hals iiij gulden. Een paer kinder gebreide
kouskens, op Vj st. Een speldekussen, op XX st. De
boovengeschreeve goederen zijn te prijse als
booven getaxeert bij Geertgen Cornelisdr
Buijten? En Geertgen Cor- Nelisdr in’t
St.Annen straet, geordon- neerde
waerdeersters t’oir- conden de
minute van desen bij haer onder- tekent opden
ix september cvj(honderd)
sevenenveertich. Somma vande
voorss getaxeerde Goederen
beloopt XV(honderd)
XXViij gulden
iiij st(uivers)
(1628 gulden 4
stuijvers) Winckel ende winc-
kelwaeren getaxeert
bij Dirck van Oijen ende Jan Gerritszn Vermeulen IJserkraemers Een vuijere(vuren) toonbanck met een solderken, de werck- banck, met alle de plancken
ende doosen vande winckel gewaerdeert op achtien
gulden booven t’gunt Grietgen
Corstiaensdr daer op pretendeert, dus
xviij gulden. Seven blicke groene
lantaernkens met glaesen getaxeert op vij gulden. Drije blicke geschilderde
emmerken ’t stuck tot xxiiij st(uivers) comt iij
gulden xij st. Twee blicke lavoorkens
t’stuck xviij st. xxxvj st. (lavoir/wasvat) ses blicke lantaerens t’stuck xix st. v gulden xiiij st. Twee groote trommels
t’stuck xx st. ij gulden Vijff trommels ‘t stuck xv
st. iij gulden xv st. Seven trommels t’stuck
negen stuijvers. iij gulden iij st. Ses groote raspen ’t stuck
vijff stuijvers xxx st. Drije raspen t’stuck iij st. ix st. Ses blicke schuijmspaenen
t’ stuck vijff stuijvers xxx st. Twee blicke schuijmspaenen
t’stuck seven stuijvers xiiij st. drie blicke olijpotten op
xvj st. Negentien stooff hengelen x
st. Twee kleene
suijckerblickgens geestimeert op xj st. Twaelff blicke dompers op
vij st.(kaarsendover) Ses raspkens, op viij st. Negen blicke tabacx
dooskens, op xiij st. Tien koopere tabacxdooskens
op xxvij st. Vijer vierslaechkens op iij
st. (vier-deurtjes?) Drije blicke lampen op xij
st. Acht hondekettincxkens op
xxvj st. Drije tangen t’stuck vij
st. xxj st. Veertien ijsere lampen ende
twee groene blocken, xvj st. Negentien ijsere kandelaers
ende vijer oude. iij gulden. Twee blicke vuijluis
backen, op xvj st. Een bosken met sleutelkens
op xij st. Vijffendertich vengster
haeckens op xv st. (vensterhaken) Een bosken haeckgens op vj
st. Thien slickspooren op viij
st. (puntige ijzers tegen uitglijden) Seven ijsere klouwen op ij
gulden xiiij st. Seven paer hangelessen tot
veertien stuijvers t’paer beloopt iiij gulden xviij st. (scharnieren?) Negen paer hangelessen
t’paer elff stuijvers iiij gulden xix st. Acht paer hangelessen
t’paer acht stuijvers. iij gulden iiij st. Seven paer hangelessen
t’paer seven stuijvers ij gulden ix st. Acht paer hangelessen ’t
paer ses stuijvers ij gulden viij st. Ses paer hangelessen t’paer
vijff stuijvers, xxx st. Ses paer hangelessen t’paer
vijer stuijvers acht penningen.xxvij st. Seven paer hangelessen
t’paer vijer stuijvers. xxviij st. Acht paer hangelessen
t’paer drije stuijvers acht penningen.xxviij st.
Negen paer hangelessen
t’paer drije stuijvers. xxvij st. Negen paer hangelessen
t’paer twee stuijvers vijer penningen. xx st, iiij penningen. Negen ijsere confoorten t’stuck
vier stuijvers acht penningen.ij gulden viij penningen. Lv ponden duijmhangelessen
t’pont drije stuijvers.viij gulden v st. Vijff ijsere schoppen
t’stuck vijff st. acht penningen. xxvij st viij penningen. Acht ijsere schoppen
t’stuck vijff stuijvers.ij gulden. Vijer ijsere schoppen
t’stuck drie st. acht penningen. Elff ijsere lepelen ofte
schuimspaenen te saemen op xxv st. Negen duijsent sluijpers
(?) ses ponden, tot xviij suijvers t’duijsent. Viij gulden ij st. Negentien duijsent ende een
halff sluijpers vier ponden tot xiij stuijvers t’duijsent. Xij gulden xiij st
viij penningen. Ses duijsent sluijpers drie
ponden tot elff stuijvers t’duijsent. iij gulden vj st. Seven duijsen ronthooffden
(?) nege quaerten t’duijsent elff stuijvers. iij gulden xvij st. Acht duijsent ronthooffden
seve quaerten, t’duijsent negen stuijvers. iij gulden xij st. Ses duijsent slijpers twee
ponden tot negen stuijvers t’duijsent. ij gulden xiiij st. Vijff duijsent sluijpers
anderhalff ponden, tot acht stuijvers t’duijsent. ij gulden. Sestien duijsent ende een
half naegels twee ponden tot acht stuijvers t’duijsent. vj gulden xij st.viij
penningen. Eenentwintig duijsent
sluijpers een pont t’duijsent tot vij st viij penningen.. vij
gulden xvij st. viij penningen Twaalf duijsent sluijpers
halff ponden, tot ses stuijvers acht penningen t’duijsent. iij gulden xviij
st. Een son gron? tot iij
gulden. Drije duijsent vertinde
nagels quaerten tot dertien stuijvers t’duijsent. xxxix st Een duijsent vertinde seven
quaerten tot xj st. Een duijsent vertinde drije
ponden tot xv st. Ses kistslooten t’stuck
acht stuijvers. ij gulden viij st. Vijf fijne kastslooten
t’stuck veertien stuijvers. iij gulden x st Twee paer vertinde
krickhangelessen tot xvi st.t’paer tien stuijvers. Ij gulden. Vijer paer vande selffde
t’paer tien stuijvers. ij gulden. Vijff paer vande selffde
t’paer negen stuijvers. ij gulden v st. Vijff paer vande selffde
t’paer seve stuijvers. xxxv st. Ses paer vande selffde
t’paer ses stuijvers. xxxvj st. Drije paer vande selfde
t’paer vijer stuijvers acht penn. Xiij st. viij penn. Elff dosijn suijtou tot
seventien stuijvers t’dosijn. ix gulden vij st Tien vertinde schroeffkens
tot v st. Twintich schaeffbeiteltgens
ij gulden Vijer duijsent ses hondert
staele pennen xxxij stuijvers t’duijsent. vij gulden vij st. Twee duijsent koopere
hooffden anderhalf ponden tot xxvij st t’duijsent. Ij gulden xiiij st. Veertien hondert kooperen
hooffden een pont. xxv st. Vijer spiegelkens tot v st. Een dosijn knipschaaerkens
op xxxij st. Veertien knipschaerkens op
xxx st. viij st. Een halff dosijn
knipschaerkens xxj V(hondert)??
Lxxiij elsen tot xxxij stuijvers t’hondert. Ix gulden iij st. iiij penn. Twee dosijn vertinde
hangeleskens? tot xxx st. Dertien paer kleene
vertinde vijffgaeten (?) tot twee stuijvers viij penn, t’paer. ij gulden.
Vijftien paer inlantse
rouwe vijffgaeten, tot drije stuijvers t’paer ij gulden v st. Een dosijn paer vertinde
luijckse vijffgaeten, tot xij st. Vijftien paer rouwe
driegaeten, t’dosijn xxxij st. ij gulden. Cxxxv schoemackers naeldens
tot xxxij st t’hondert ij gulden iij st. Ses paer vertinde
drijegaeten tot xiij st. Vierentwintich schaeren op
vij gulden xvj st. Een dosijn schaerkens tot
xxxvj st Drije kleene schaerkens tot
xij st. Tien schaeren t’stuck vier
st. ij gulden. Acht schaeren t’stuck vijff
st. ij gulden. Twee passers seven duijm.
xxxij st. Een ses duijm. xiij st. Twee vijff duijmen tot xix
st. Vijer paer vertinde
vijffgaeten, t’paer vijer stuijvers acht penningen. xviij st. Nege paer luijcxse
driegaeten t’dosijn xxviij st. xxj st. Tien paer inlantse vertinde
drijegaeten t’paer drie stuijvers acht penn. Xxxv st. Lix luijcxse pennen tot xv
st.iij(honderd) Lxxv boorijsers tot drie
gulden tien stuijvers t’hondert. Xiij gulden ij st viij penn. CXLV slechte boorijsers tot
xxx stuijvers t’hondert. ij gulden iij st viij penn. Eenige hondebellen op xxxv
st. Xxj koopere ringen op xiiij
st. Xxvij paer kistknieren
t’paer twee st. acht penn. iij guldn vij st. viij penn. (houten scharnier) Xxvj paer knieren, t’paer
drije st. acht penn. iiij gulden xj st. Vijer paer knieren t’paer
vijff stuijvers. xx st. Twaelff paer kleene
raemkuierkens tot xxiiij st. Seve tonne kraenen tot tien
stuijvers t’stuck iij gulden x st. Ses kraenen t’stuck acht
st. ij gulden viij st. Een dosijn kleene ijsere
passerkens tot ix st. Dertich staele pennen,
tegen vijer gulden t’hondert. xxiiij st. Hondert koopere ringen tot
xiij st. Twee hondert koopere ringen
xx st. Twee hondert vande selffde.
Xvj st CLXXV vande selffde tot
seven stuijvers t’hondert. xij st iiij penn. Een deel pont ringen tot
xvij st. Eenentwintich schee
kettingskens t’dosijn tot veertien stuijvers. xxiiij st viij penn. Vier schaemaeckers messen
tot xj st. Drije puthaecken tot viij
st. Elff ponden ende een halff
nastelingmaeckers latoen tot veertien stuijvers t’pont. viij gulden i st. (nasteling=veter/latoen=messing) Ses saechheften tot xv st. Vijff palme saechheften,
het stuck vijer stuijvers acht penningen. xxij st viij penn. Twee ponden vertinde
ringen, tot tien stuijvers t’pont. xx st. Acht koopere priemen tot
vij st. Een dosijn koopere taback
dooskens tot ij gulden ij st. Ses slootkens tot xxvij st. Ses lessenaers slootkens
tot xxxix st. Vijerentwintich paer speenen
tot twee stuijvers t’paer ij gulden viij st. Twee dubbelde sloten het
stuck tot twee gulden achttien stuijvers. v gulden xvj st. Twee enckele slooten,
t’stuck twe gulden twee st. iiij gulden iiij st. Ses hackmessen tot xxvij
st. Een dosijn tabackdooskens
tot xiij st. Ses hangende slooten tot ij
gulden xiiij st. Vijff grendel slooten tot
ij gulden v st. Ses schoenmaeckers tangen
xxx st. Nege fretten tot xiij st.
viij penn. Ses staele houpijpen? Tot
xv st. Een dosijn steuijtvormen?
tot xxij st Ses slechte buijchtangen
tot xj st. Xlvij gegoten koopere
naegels viij st. Vijer ijsere passers tot
xij st. Seve vijerslachkens tot
xvij st viij penn. (vierslagjes) Drije dosijn ronde
maelslootkens tot xvj st. t’dosijn ij gulden viij st. Ses springslooten tot xxiiij
st. Vijff ronde maelslooten tot
xij st. viij penn. Negen riskens? Tot xviij
st. Seven dosijn ende een halff
beijtelhechten tot thien stuijvers t’dosijn, iij gulden xv st. Achtien slachlijnen met
rollekens? xv st. Ses klopscheenen? t’stuck
vier st. viij penn. Xxvij st. Vijer astijche? t’stuck ij st. viij st. Vijer borstels t’stuck drie
stuijvers, xij st. Ses slechte saechheften tot
vij st. Eenentwintich grendels het
dosijn dertich stuijvers. Ij gulden xij st. viij penn. XL naelden iiij st
viij penn. Xxxix santloopers t’dosijn
xxxiiij st. v gulden x st en viij penn. Twee boorhouten t’stuck
seve stuijvers. Xiiij st. Tien boorhouten t’stuck
vijff stuijvers ij guden x st. Tien boorhouten t’stuck
twee stujivers acht penn. xxv st. Vijff boorhouten ’t stuck
vijer stuijvers xx st. Vijff raspkens tot x st. Eenendertich ponden ende
een half strijckijsers het pont vijff stuijvers, vij gulden xvij st. viij
penn. Acht ijsere blaeckers ’t
stuck drije stuijvers. Xxiiij st. Negen brabantse blaeckerkens
xiij st viij penn. Acht schuijmspaen steelkens
tot xiiij st. Een deel vijlen ende een
lardeerpriem xxx st.(om vlees te
larderen) Een tang tot vij st. Iijj(honderd)
xxxix enckel kruijsblick tot veertien gulden tien stuijvers ’t hondert. Lxij gulden
iiij st. Achtenseventich dubbelt
blick, tot tweenedertich gulden t’hondert. Xxiiij gulden xix st. Sesensestich swert enckel
blick, tot acht gulden t’hondert. V gulden v st. viij penn. Twee nieuwe gieters t’stuck
twee gulden twee stuijvers. Iiij gulden iiij st. Drieenseventich raem ringen
tot drije gulden vijfftien stuijvers t’hondert ij gulden xv st. Xxiij ringen t’stuck ij st.
ij gulden vj st. Seve klincken met sijn
toebehooren, t’stuck vij st. ij gulden ix st. Vijer ende een half pondt
hanghaeken t’pont xvj st. iij gulden xij st. Vijff pont hanghaeken
t’pont veertien stuijvers. Iij gulden x st. Ses rouwe klincken tot
xxxvj st. Drije paer snuijters xv st. Thien priemen. Xij st. viij
penn. Vijer schaeren t’stuck
veertien stuijvers. Ij gulden xvj st. Seve schaeren t’stuck acht
stuijvers ij gulden xvj st. Drije schaeren t’stuck
vijer stuijvers acht penningen. Xiij st. viij penn. Twee koopere snuijters. Xij
st. Drie paer ijsere snuijters
xxj st. Drije tabackdaeskens ix st. Een pack vijlen van xx stucken
iij gulden Twee dosijn rotte staerten,
het dosijn vijftien stuijvers. Xxx st.
(ronde vijlen?) L vertinde pothaecken ix
st. Xxx grendel-oogen viij st. Een deel klawieren? Tot xv
st. Vijftien winckelhaecken tot
ix st. Een deel root aerde viij
st. Drijendertich elst-hechten
tot xxxiij st. Een deel potloot tot xviij
st. Elff pont kooperdraet tot
xiiij st t’pont. Vij gulden xiij st. Lxxxv kulchenpennen? Tot
xxij st. t’hondert. Xviij st. viij penn. …. sleutelringen v
st. Een koockertgen iij st. Seventien ende een halff
ponden kooperdraet t’pont dertien stuijvers. Xj gulden vij st. viij penn. Vijff stucken ijserdraet
t’stuck twee gulden twaelff st. xiij gulden. Een halff pondt
leg-penningen tot xij st. Twintich ponden ende een
halff ijserdraet tot vijff stuijvers t’pont. V gulden ij st. viij penn. Ses bos rinckels t’bos nege
stuijvers. Ij gulden xiiij st. (metalen
belletjes) Twee ende drie quaert
ponden rochgaeren t’pont negen stuijvers. Xxiiij st. xij penn. Vijff truweelen t’stuck ix st. ij gulden v st. (troffels) Twee slooten, tot ij
gulden. Een deel ronnieling?
gewaerdeert op viij gulden. Vijff slae-emmers t’stuck
vertien stuijvers iij gulden x st. Twintich blicke trechters
tot ij gulden xiiij st. Twee lampbackgens ende
ander goet. ij gulden xiij st. Vijer hangijsers tot xxxvj
st. Een blicke trommelken, om
xj st. Een blicke suijckerblick,
tot iij gulden. Twee kruijtdoosen. iij
gulden. Een deel breijnaeldens op
xvj st. Een ijsere balans met een
paer koopere schaelen, getaxeert op v gulden. Wat houte voetkens xij st. Een blicke glaese
lantaernken op iij gulden v st. Een gelijck lantaernken
gewaerdeert op xxxvj st. Drie hondert drieenveertich
ponden ijsere potten tot ses gulden tien stuijvers t’hondert, beloopt xxij
gulden xij st. Vijer hondert
tweeenvijftich ponden haertplaeten tot vijff gulden t’hondert. Xxij gulden
xij st. Honthoofden? nege quaerten
tot elff stuijvers t’duijsent, wegen tweenenveertich ponden. Beloopende x
gulden v st. iiij penn. Leijnaegels vijer ponden
tot dertien stuijvers t’duijsent, wegen Lxx ponden, bedragen xi gulden vij
st. viij penn. (voor dakleien) Leijnaegels drie ponden tot
elff stuijvers t’duijsent, wegen tweeendertich ponden ende een halff, wesende
v gulden xix st. Pompnaegels? Vijer ponden
tot veertien stuijvers t’duijsent, wegen drieenveertich ponden ende een
halff. Comt vij gulden xij st. Inlantse dubbelde ende
enckele middelnaegels, dubbelde ende enckele anckernaegels, dubbelde sestich
ponden, dertich ponden anders het hondert vijftien, vijff
stuijvers, wegende te saemen twee hondert seventich ponden. Bedragende te
saemen xlj gulden iij st. iij penn. Luijckse enckele, dubbelde
ende vijftien ponden, tot elff gulden tien stuijvers t’hondert, wegen Clxiiij
ponden, beloopende Xviij gulden xvij st. iiij penn. De halve schotspijckers,
drije ponden t’duijsent elff stuijvers wegen vertien ponden, beloopende ij
gulden xj st. iiij penn. De naegels tien ponden tot
xxvj stuijvers het duijsent wegen eenenveertich ponden, bedraegende v gulden
vj st. viij penn. De naegels ses ponden tot
achtien stuijvers het duijsent wegen sevenensestich ponden. Comt x gulden j
st. De gengen? tot twaelff
gulden vijff stuijvers het hondert pont, wegen drijensestich ponden
beloopende vij gulden xiij st. iiij penn. Een tonneken met stucken
bick op xxx st. Een groote met een kleene
speerhaecken met een block te saemen geestimeert op xiiij gulden. Een aenbeelt(aambeeld)
met het block iiij gulden Drije voorijsers iiij
gulden x st. Acht haemers iij gulden Het kleen gereetschap op v
gulden x st. Twee stucken loot op iij
gulden Een krammen xxxvj st. Ende vijer koopere
kettingskens op xij st. Soma(somma)
vande voorss getaxeerde winckelwaeren viij(honderd) viij gulden v st. xij
penn. 808 gulden 5 stuijvers 12 penningen ca 808.33 Boeckschulden (debiteuren) Jannetgen inde swarte henne
is schuldich xxxj st. Cornelis Joosten vant
Wout xxxvij st. Grietgen Lenersdr. inden
Vam is schuldich xxxj gulden Den apoteecker Bijllant xxv
st. viij penn. Cornelis Jansz van Warmont,
timmerman tot Pijnacker v gulden xv st. Jan Eduaertsz
glaesenmaecker ix gulden xviij st. Vranck vander Bilt vj st. Klaere moer(moeder van Klaartje) iij st. Adolff den timmerman xxj
st. xij penn. Willem Willemszn Juijst xj
st. viij penn. Lenert Sanderszn timmeman
xiiij st. Keut bijde koockelaen iij
st. Jan de Laeckewercker sijnde
quaede schult iij gulden iij st. Grietgen Draeijers iiij st.
x penn. Henrick Kleimenszn ij
gulden v st. viij penn. Marcus de stoofmaecker iij
gulden xvj st. Lijsbeth Jacobsdr inden
Breetsteech ij gulden j st. Pieter Wouterszn van
Kaetersvelt ij gulden ij gulden j st. Joris Joriszn tot Delffgaeu
ij gulden viij st. Sara Gillisdr inden
Koockelaen v gulden v st. viij penn. Adriaen Spronck xv st. xiiij penn. Cornelis Janszn leerwercker
is schuldich cj gulden iiij st. x penn. Guilliaem tot Rotterdam
schrijnwercker xxxj gulden xviij st. Dirckgen bijde Oostpoort xv
gulden vj st. Claes Janszn hier over
xviij st. xij penn. Abraham Huijbrechtszn v st.
vj penn. Cornelis Pijl xxvj st. Jan Stevenszn van Selder ix
st. Jan Teuniszn van Neck vij
gulden v st. Ermpgen Cornelisdr v st.
iiij penn. Jan Janszn scheepmaecker
tot Noottorp? Ij gulden vij st. Jan Aelbrechts groenlant?
xix st. vijj penn. Adriaen van Wonderen
xxvij st. De pijpmaecker int
Oosteijnde xxiij st. xij penn. Annetgen Teunis is
schuldich iiij st. Janckris? hier over xij st
viij penn. Soma vande voorschreeve
boeckschulden CXLVJ gulden xviij st.= 146.90 ActienDe erffgenaemen van Sa(liger) Dirck Adriaenszn van Brantwijck sijn schuldich vijff hondert gulden, over reste vant legaet van thien hondert ghulden bij den selffden Dirck Adriaenszn gelegateert aen sa(liger) Gerritgen
Ger- ritsdr van Brantwijck verscheenen den ix sep- tember
lestledens dus (9-9-1647 was zij al overleden!?) hier d’selffde V(honderd)
gulden. = 500,- Adriaen Dircxzn van Brantwijck is overleden opden xxix december xvj(honderd) eenendertich ende Ari- aentgen Gerritsdr sijn huijsvrouwe is overleden den V-e September cvj(honderd) vijffenveertich die den anderen hebben
geinstitueert erffgenaem int vruchtge- bruijck, hoe dat nae doode vande lancxrlevende most vlgen aen sa(liger) Gerritgen Gerritsdr Twee huijskens aende Susterlaen gecoomen van Jan Pieter Ockers- zn met de last van drie gulden siaers ende noch twee huijskens aende Susterlaen binne Delft daer Franchois Spiering heeft gewoont, daerinne d’voorschreve Gerritgen Gerritsdr tot haer mede-erffgenaeme
institueren in plaetse ende tot vol- doeninge van soodanighe portie t’sij legittieme off andere haer compe- terende inde goederen van de testateuren. Indien de voorschreeve Gerritgen Gerritsdr sonder descendent(nakomeling) overlijdt (sulcx nu is geschiet) dat het weder sall coomen sonder eenige detractie opde gesub- stitueerdens. De voorschreeve Ari- Aentgen Gerritsdr
heeft/geeft In haer leven, met advijs vande voochden vande voorschreeve Gerritgen Gerritsdr vercocht de twee huijskens aende Susterlaen, gecoomen van ( zin wordt niet
afgemaakt.) Uitschulden ende lastenDes voorschreeven
boedels Crediteuren. Meijnert Meijnertszn Verham
comt van geleent (stiefvader) Gelt soo nu soo dan geleent, volgens sijn overgeleverde
reeckeninge ij(honderd)
xxx gulden xj st. Viij penn = ca
230.57 Lenert Corneliszn
Maessluijs aende Susterlaen comt voor laecken ende stoffe tot rouclederen met
de selffde te maecken de somme van ? gulden j st xij penn. Ijsbrant van Bijllant
apoteecker comt van geleverde medicamenten xx gulden iij st. Balthasar de la Tour
Ijsercooper tot Dordrecht comt van gelevert ijserwerck Clxxij gulden xviij
st. Mathijs de Lairesse mede
ijsercooper aldaer, comt ter saecke voorschreve de somme van xxxv
gulden iiij st. Dirck Verhaeven mede
ijsercooper in Lamsteech tot Rotterdam, comt mede van gelevert
ijserwerck ij(honderd) xxvij gulden xviij st. xij penn. Arent Verstappen inde Waegestraet
tot Rotterdam, comt ter saecke voorschreeve xcj gulden xviij st. Johannes Kunst tot Ouwaeter
(Oudewater) comt ter saecke als vooren xxiiij gulden iij
st. Jacob Schalckse van Dongen
comt mede van ijserwerck xxvij gulden iiij st. Arnoldus Janzn Geelgieter
comt van gelevert kooperwerck viij gulden vij st. De pampiermaecker inde
pampier moolen aende voorstraet comt van gelevert pampier vij gulden viij st. Dirck de Hoeijer ter Goude (Gouda?)
komt van kooperdraet x gulden Mathijs Gabrielszn de spijckermaecker
in den Rooden Tooren comt van geleverde spijckers xlvj gulden v st. De weduwe van Marinus
Willemszn op marckt, comt van winckelwaeren iij gulden viij st. Bronckhorst de schilder
comt vant groenen van eenich ijserwerck iiij gulden vij st. Vanden Broeck wijncooper
inde Choorstraet comt van geleverde wijn ix gulden vij st. Beniamijn(Benjamin)
Janszn kaffawercker comt van geleverde kaffa xxxiij gulden xiiij st. Frans de bontwercker over
de Vischmarckt comt van gelevert bont xxxvj gulden Guiliam Mochel,
schrijnwercker tot Rotterdam, comt over reste vande koop van een kas met een
taefel x gulden ij st. Grietgen Corstiaensdr (haar moeder)
heeft verschooten (voorgeschoten?) voor huijer van kannen ende glaesen xvj st.
iiij penn. Casper Huijvet advocaet
inden Haege comt van verdient salaris xix gulden xv st. Eversdijck procureur voor
den hoove van Hollant comt ontrent xviij gulden Een deurwaerder inden Haech
comt mede van verdient salaris v gulden xviij st. Jan Gerson hoemaecker inde
Choorstraet comt van een rou-hoet vij gulden Jan Eduartszn glaesemaecker
comt vant verlooden vanden glaesen vande huijskens aende Susterlaen v gulden
x st. Henrich Cleijmenszn decker,
comt vant gelevert out loot v gulden xij st. Ermpgen Cornelisdr,
plateelbackster comt voor drije aerde schotelen iij gulden Maertgen Joosten op de
marckt comt van swart linde iiij gulden xij st. Willem Dircxzn Apperloo,
knoopmaecker comt iij gulden xij st. Jannetgen Jacobsdr comt van
komenie ij gulden xvj st. Joris Corneliszn van Berck
comt voor een paer gebreide kousen v gulden x st. Jan de Vroom? op den marckt
comt iij gulden xiiij st. De weduwe van Elisa de Meij
comt van geveelt? v gulden viij st. Van Bert Roermaecker comt
van van boscruijt .. anders v gulden vij st. Doctor Vallentius comt van
xxviij visitaties aende canthoralen? Gedaen ix gulden Belitgen de plateelbackster
comt van aerdewerck xxiiij st. Grietgen het Lam
ijt-draechster, comt van vijff schilderijkens vij gulden ij st. Grietgen Corstiaensdr (haar moeder)
sall betaelen aen Borger Borgerszn kleermaecker over t’geen hij heeft
verdient xxxij st. Willem Post kruijdenier,
comt viij st. viij penn. Cornelis Willems vant Wout
comt volgens sijne reeckeninge Xlviij gulden xviij st. viij penn. Cornelis Joosten vant Wout (aangetrouwde oom) comt volgens sijne reeckeninge Xlviij gulden xviij st. viij penn. Isaac Roscam comt xviij st. Dirck Joriszn, brouwer inde
Slange comt van een halffvat bier iij gulden x st. Cornelis vander Pijl,
backer comt van broot iij gulden Claertgen moer vroetwijff(vroedvrouw)
comt viij gulden Neeltgen Cornelisdr
ondersitster comt van desen boedel ij gulden x st. Grietgen Cornelisdr
wolle-naeijster comt ij gulden ij st. Grietgen
Corstiaensdr, de moeder vande overledene pretendeert dertich gulden van
extraordinaris moeijten ende oncosten gehadt inden
arbeit, kraem, blijmael ende sterven van de overledene, dus xxx gulden. Soma van de voorss lasten
Xiij(honderd) xcj gulden xvj st = ca 1341,80 Dootschulden
Cornelis Willemszn vander Bilt heeft verschooten voort luijden van de klock ende t’openen vant graff xxvj gulden xiij st. Ende de bidders betaelt x gulden. Cornelis Verbeeck comt voor roubanden ende hantschoenen xxix gulden viij st. Maertgen Jacobsdr inde kerckstraet comt voor huijer vant dootkleet ende van baeij xj gulden Jsaac Joriszn Roscam comt voor huijer vanden roumantels vij gulden iiij st. Vanden broeck wijncooper comt voor twee vaetkens wijn opt dootmael ghedroncken, met den impost en accijs xiij gulden xj st. Kittesteijn brouwer in de Roo Leeu, comt voor een halff vat bier ij gulden xv st. Adriaen Claeszn tinne-gieter op fije kluijten brugge? Comt voor huijer van tin xvij st. Corstiaen Pieterszn vleeschouwer comt van lamsvleesch opt dootmael gelevert ix gulden xv st. Cornelis Claeszn vleeshouwer comt van gelevert vleesch xxv st. Jannetgen Jacobsdr comt van koomens?-waeren ij gulden xvj st. Twaelff draegers de overledene ter aerde gedraegen hebbende, werden toegeleit xxiiij gulden Henric Jasperszn toegeleit voorde overledene vande boovencamer gedraegen te hebben xx st. Cornelis Joosten vant wout comt voorde dootkist xv gulden. Soma vande voorschreve dootschulden CLvj gulden xvj st. = ca 156.80 Aldus geinventarieert bij mijn Jo- han van Beest, openbaer notaris bijden hoove van Hollandt, geadmit- teert, residerende binnen de stadt Delft, opt aengeven van Philips Corneliszn vander Bilt wedu- wenaer voornoemt, de weeche verclaert ende affirmeert alles oprechtelick naer sijn beste kennis ende wetenschap aengegeven ende op alle t’gunt desen boedel eenichsints was concernerende soo tot baete als schaede sonder ietwes ter quade trouwen achtergehouden ofte verswegen te hebben. Beloovende mede op desen inventaris alle t’gunt hem doen amplieren alle t’gunt hem nae deesen noch kennelick mochte werde gedaen inden voorschreven sterffhuijs ter presentie ende overstaen van Geer- tgen Adriaensdr van Brantwijck, weduwe van Teunis van Nerum mits- gaders van Cornelis Joosten vant Wout ende ende Willem Claeszn van Schie, als voogden vande twee wees- kinderen van Sa(liger) Elisabet Adriaens- dr. van Brantwijck als erffge- naemen int hooft van desen boedel gemelt. Alles sonder fraude, ten oirconden is de minute van desen bij alle de selffde beneffens mijn notaris ondertekent opden xiij october anno XVJ(hondert) sevenenveertich. 14-10-1647 Accordeert met de principale Minute berustende onder mij Joan van Beest not. 1647
‘wagenschot‘ : rechtdradige, gladde dunne eiken planken, gezaagd uit de
volle lengte gekloofde stukken die slechts aan een zijde wankant en spint
hebben. ‘bataliken’: wanddoek met voorstelling er op geschilderd. |
|
|
|
|