Kort overzicht van mijn eigen leven.

Jeugdjaren.

Ik ben geboren in 1945 en mijn vader was metselaar van beroep en was hevig gefascineerd in de filosofie van Mr. Drs. A. Börger.
Ik heb de MULO-school doorlopen en kwam ook helemaal in de ban van Börger en de filosofie.
Ik werd landmeetkundig tekenaar van beroep en wel bij het Kadaster.
Ik ben voor een jaar getrouwd geweest met Helen de Jong.
Dat was tijdens de glorieuze hippe tijd.
Dat ging echter helaas allemaal voorbij en van idealistisch links werd ik realistisch rechts en kwam als eerste bij Scientology terecht.
(Die overgang van links naar rechts beschouwde ik als mijn kruisiging en zo ongeveer in diezelfde tijd waren mijn ouders gescheiden en stierf Börger.)
Ik was toen 28 jaar en dat was in 1973.

Mijn atoomtheorie - 1974

In 1974 heb ik mijn atoomtheorie ontdekt vanuit een heleboel filosofische problemen.
Kort daarop had ik een droom dat ik eens God zou zien.
Ik heb als eerste gezocht naar een werkelijk bewijs van mijn atoomtheorie door middel van een zogenaamd binnenste buiten gedraaid heelal, maar dat mislukte en was in 1977.
(In die tijd ben ik ook gestopt met werken en kwam later in de bijstand en vervolgens in de WAO)
In 1980 had ik een goed godsbegrip ontwikkeld als zelfbewustzijn van het oneindige en dat beschouw ik nog steeds als het hoogtepunt van mijn leven.

Eerste atoomtheorie-actie - 1980/81

Ik heb toen mijn eerste atoomtheorie-actie gehouden onder de mensen, maar niemand wilde mij geloven.
(Wat ik overigens wist, want ik moest eerst mij ziel uit de onderwereld halen.)
Vanuit dat hoogtepunt van mijn leven ben ik als het ware naar beneden gedonderd rechtsstreeks de hoerenbuurt in.
Dat heeft ongeveer 3 winters geduurd en ik ben toen tijdelijk wat andere dingen gaan doen, zoals muziek maken en tekenen en schilderen om mijn gevoelsleven weer wat op peil te brengen.

Tweede atoomtheorie-actie - 1986/88

Daarna ben ik aan een tweede atoomtheorie-actie begonnen in 1986/88.
Ik ben toen vooral bezig geweest eerst alles eens goed op te typen en vervolgens te copieëren en te verspreiden door middel van advertenties en foldertjes in de brievenbussen.
(Ik weet niet meer of ik toen ook al kaartjes bij de supermarkten plaatste.)
Ik ben toen ook een maal voor de TV geweest en heb een lezing gehouden.
Het ging allemaal al wat beter dan de eerste keer, maar het was geen succes.
Ik heb toen ook nog een mooie kans voorbij laten gaan om voor de radio te verschijnen bij "het zwarte gat".
En ook om bij Sonja Barend te komen.
En wel door vermoeidheid en verbittering.
Maar ook omdat ik nogal verlegen ben en de mensen me niet serieus wilden nemen.

Het socialisme, de Liefde en Jezus.

Daarna ben ik me weer gaan verdiepen in het socialisme, mijn vroeger politiek ideaal, maar  mijn geloof daarin bleek gestorven, evenals mijn vroeger geloof in de liefde.
Ik bleef "rechts" (op mijn eigen manier) tegen wil en dank.
Ik heb mij ook in allerlei andere dingen verdiept, zoals in de psychologie van Freud en ook mijn oude "Jezus-gevoel" van vroeger uit de hippe tijd kwam weer terug.
Maar dat mocht allemaal niet baten, want mijn atoomtheorie bleek sterker en ook mijn nieuw godsbegrip.
Waar ik me verder in verdiepte bleken toch allemaal "spoken" uit het verleden te zijn.
En de oude Jezus was de nieuwe Jezus geworden en dat bleef ook zo.
Dat was mijn essentiële basis en tevens verdiepte ik mij vooral in Hegel, die ik langzaam maar zeker steeds beter leerde begrijpen.

De oude en de nieuwe bijbel.

En ook verdiepte ik mij regelmatig in de oude bijbel, om daarvan de algemene historische ontwikkkeling te begrijpen en mijn eigen idee daaruit te kunnen verklaren als logisch vervolg daarop.
Wat natuurlijk niet altijd wilde lukken omdat ik iets totaal nieuws verkondig: je kunt de toekomst niet helemaal uit het verleden verklaren.
Ik typte mijn atoomtheorie uit tot een nieuwe bijbel met vele onderwerpen, zoals de ethiek, het eeuwige leven, de hemel, enz., maar ook mijn eigen levensverhaal en filosofie en psychologie en natuurfilosofie, enz.
Er was werk genoeg te doen, ook al omdat ik mijn godsbegrip verder ontwikkeld had tot de idee dat de waarheid het totale systeem was.
Maar die jaren na mijn tweede atoomtheorie-actie begonnen toch langzamerhand wat vervelend en langdradig te worden, en ook mijn vroegere vrienden lieten mij in de steek.
Ze hadden überhaupt nooit iets van mijn atoomtheorie willen weten en ik mocht er nooit over praten, dus echte vrienden waren het nooit geweest.
En ik raakte een beetje in de versukkeling.

Mijn moeder.

Eind 1992 (ik was toen 47 jaar) zocht ik meer contact met mijn moeder om mijn isolement te doorbreken.
Mijn moeder had een zomerhuisje in Limmen en het was wel leuk om daar steeds naar toe te fietsen.
Vroeger hadden we ook een tenthuisje gehad in Bakkum.
En ik begon ook mijn tuin weer eens flink onderhanden te nemen.
Verder kon ik wel goed met mijn moeder opschieten en ze was de enige tot nu toe die ook naar mijn atoomtheorie-verhalen wilde luisteren en alles wat daarmee te maken had.
Ze heeft ook nog vele dingen van mij gelezen, maar haar eigen liefde ging meer uit naar de natuur en ze had toch ook wel moeite met mijn idee de nieuwe Jezus te zijn.
Maar door mijn moeder ben ik in ieder geval een heel stuk opgeknapt na al die jaren van alleen-zijn en weinig beleven in een soort van kluizenaarsbestaan.
Lichamelijk was ik ook behoorlijk verzwakt.
Maar door meer beweging en fietsen is dat weer wat bijgetrokken.

Mijn derde atoomtheorie-actie van 1997 tot heden.

Toen ik 52 jaar was begon ik aan mijn derde atoomtheorie-actie.

Mijn levensverhaal
Ik ben geboren op 11 mei 1945, kort na de tweede wereldoorlog.
Mijn vader was metselaar van beroep en geïnteresseerd in de filosofie, maar ook in psychologie en politieke beschouwingen van de al eerder genoemde Heer Börger.
Ik raakte daardoor ook geïnteresseerd en wel zo'n beetje vanaf mijn pubertijd.
Ik zat toen op de MULO-school en ik kon slecht leren omdat de saaie schoolstof mij maar matig interesseerde en ik liever wegdroomde in de filosofie en psychologie (maar ook in de sterrenkunde en de oneindigheid van het heelal) en ik wist ook niet wat ik nu eigenlijk wilde worden in het leven, dwz kwa beroep.

Ik wilde het leven begrijpen.
Mijn grootste ideaal leek mij om het leven te begrijpen, maar niet om iets te worden, dwz ik wilde vrij blijven, me niet tot één beroep beperken, maar oneindig blijven.
Moest ik dan toch iets worden, dan was ik liever timmerman geworden, maar daar kon ik mijn ouders niet van overtuigen.
En achteraf ben ik dan toch blij dat ik die MULO afgemaakt heb, want een beetje basis-kennis is toch wel nodig, al was het alleen maar omwille van het Duits om later Hegel te kunnen lezen.
Na de MULO werd ik getest en men vond daar dat ik landmeetkundig tekenaar van het Kadaster moest worden.
Dat duurde dan weer twee jaar en toen ik zover was, toen raakte ik toch in een innerlijke crisis, want om mijn hele verder leven als ambtenaar te slijten, dat strookte eigenlijk helemaal niet met mijn karakter en diepere idealen.
(Ik kon ook aardig tekenen en ik had misschien nog beter de kunstzinnige kant op kunnen gaan.)
Het contact met mijn vader was erg slecht, want die wilde nooit naar mij luisteren en stuurde mij toen  naar Börger: die moest het dan maar oplossen.

Ik ben Jezus.
Volgens Börger had ik een moederbinding (Oidipoes-complex bij Freud), maar dat had ik van mijn vader ook al gehoord en was dus eigenlijk niks nieuws.
En bovendien zag ik dat moedercomplex niet alleen als iets slechts, negatiefs, maar ik kon dat ook wel van de positieve kant beschouwen, want Börger had zelf op één van zijn lezingen gezegd dat de geest van de man uit de ziel van de vrouw werd geboren, zoals Jezus uit Maria, en dat was tenslotte ook zijn moeder.
Kortom: niet alleen Oidipoes, maar ook Jezus had een moederbinding en verder kwam het conflict met de vader daaruit voort dat in de Zoon een nieuwe Geest werd geboren ten opzichte van de oude Geest van de Vader.
Omdat ik over die dingen al veel had nagedacht, zeide ik tegen Börger dat ik Jezus was.
Maar Börger wilde verder helemaal niet luisteren naar mijn redenatie en zei alleen dat ik hem moest worden.
 -  (En dat was ook het enige juiste antwoord.)  -
En daarmede was eigenlijk de hele toon gezet tussen ons beiden voor de komende zes jaar dat ik bij Börger zou komen.  -En inderdaad: ik moest nog heel veel leren. -
De hippe tijd.
Ik heb aan Börger veel te danken in die voor mij moeilijke tijd om los te komen van mijn ouderlijk huis en de wereld in te gaan, want ik was nogal introvert en dromerig en verlegen.
Maar dank zij Börger kreeg ik wat meer zelfvertrouwen en ging ik onder anderen volksdansen en jeugdherbergen, waar ik een meisje ontmoette, met wie ik ook nog trouwde.
Het waren toen wel leuke tijden: de hippe tijd en de flower power beweging en de provo's en het linkse idealisme, enz.
Er was nog een sterk geloof in een betere wereld.
De hippies liepen met lang haar en waren allemaal  zo'n beetje Jezus zelf.
Maar het mocht allemaal niet lang duren, want er waren ook problemen.
Zo nam ik ontslag bij het Kadaster en wilde voor onderwijzer studeren, wat echter mislukte.
En zo waren mijn vrouw en ik nogal tegengesteld van karakter en we gingen uitelkaar.
Ik viel terug in mijn oude introvertheid.

De politiek: links en rechts.
En dan waren er ook politieke problemen, want hoewel Amerika zich terugtrok uit Vietnam en blijkbaar had verloren, droomde ik toch dat ik dienst zou nemen in het Amerikaanse leger en ik kwam kort daarop bij Scientology terecht, een Amerikaanse beweging.
Plotseling werd ik van links rechts, maar waarschijnlijk omdat ik vastgelopen was in een lui en werkeloos en uitzichtloos bestaan en ik dubbeltjes op straat begon te zoeken om nog rond te komen.
Ik beschouwde mijn rechts worden als een offer aan de boze wereld, zoals Jezus zich had geofferd aan het kruis.

De filosofische verandering.
Maar de diepste oorzaak daarvan was een filosofische verandering van inzicht.
Want ik begon langzamerhand te begrijpen dat het denken eigenlijk de grondslag was van het bestaan, dwz niet de natuur, maar de Geest als denken was de waarheid.
En dat inzicht veroorzaakte in mij een innerlijke ommekeer.
En niet alleen een ommekeer van natuur naar Geest, maar ook een ommekeer van subjectief gevoelsdenken naar objectief redelijk denken, dwz de waarheid is niet het eigen ik en het eigen gevoel, maar de objectieve rede, de objectieve logica, die historisch zijn grondslag heeft in de wereld en de cultuur.
Daardoor stierf ik als het ware als individu om me te offeren aan de wereld als hogere waarheid.
Van Börger naar Hegel.
En verder was ik langzamerhand rijp geworden om Hegel te gaan lezen en in diezelfde tijd stierf Börger.
De gevoelvolle, idealistische en meer subjectieve Börger maakte plaats voor de strak logisch en objectief denkende Hegel.
In Hegel openbaarde zich een heel andere denkwereld dan ik bij Börger gewend was.
Maar die gecompliceerde omdraai in mijn persoonlijk leven, politiek en filosofisch, die kristalliseerde zich in mijn eigen Ik als centrum, dat als eerst gevoelsmatig Ik, als ziel, nu in het Niets verdween, want nu voor het eerst metafysisch werd.
Het begin van de Geest was mijn eigen Ik in: "Wie ben Ik?"
(Zie bij
nummer 8:
Hoe heb ik mijn atoomtheorie gevonden? )
Ik ben Niets.
Ik ben eigenlijk Niets, want als geestelijk wezen ben ik metafysisch, alleen inhoud van denken.
Maar vanuit dat metafysische Ik aanschouwde ik aan de andere kant de volle natuur, wiens raadsel ik wilde doorgronden.
Dwz tegelijkertijd had ik de drang tot synthese, tot verzoening van die tegenstelling van abstracte, metafysische geest en de natuur.
En wel omdat dat abstracte Ik als Niets tegelijkertijd ondragelijk was.
Want consequent beschouwd zou ik dan werkelijk moeten sterven om helemaal Niets te zijn.
En uit die paradox  werd die atoomtheorie geboren.
Want mijn geest drong nu juist voor het eerst helemaal in de natuur door om deze te bevruchten om dat sterven tegen te gaan en te ontdekken dat de natuur niet alleen natuur is, maar ook zelf geest, dwz dat juist in de natuur een hogere geest leeft dan die van ons, namelijk bij de microwezens.

Het raadsel van het Kruis.
Dat draaien in het eigen Ik als Niets ging ook nog eens samen met de filosofie over de eenheid van Zijn en Niets van Hegel. Je zou kunnen zeggen dat ik vanuit de eenheid van het Zijn en het Niets het heelal opnieuw herschiep vanuit het eeuwige goddelijke Ik.
Enerzijds maakte ik een omdraai van natuur naar Geest, dus van beneden naar boven en anderzijds ook nog eens van links naar rechts en die twee bewegingen vormen samen een kruis en in het hart van dat kruis lag mijn eigen Ik dat als liefdevol gevoels-Ik moest sterven om een geestelijk Ik te worden.
Maar het wonderlijke was dat uit dat abstracte Ik als punt zich het raadsel van het heelal oploste als oneindige Geest.
Uit het abstracte Ik werd de konkrete eeuwige en oneindige God geboren.
En wel door een derde omdraai, namelijk door de evolutie op zijn kop te zetten.
  - Dit is dan zo'n beetje de diepere filosofische achtergrond, maar tevens religieuze achtergrond, met name christelijke achtergrond van het ontdekken van mijn atoomtheorie, namelijk het sterven aan het kruis in de omslag van natuur naar geest en individu naar wereld, waarbij het in wezen niet gaat om een lichamelijk lijden, want dat is bijzaak, maar om een innerlijke ommedraai van inzicht, dwz het sterven van de Ziel voor de geboorte van de Geest.

De Heilige Geest.
Maar niet alles had zich opgelost, want wat zich niet oploste was hoe het Ik als punt een beeld kon zien en hoe God als het heelal ook één wezen, één individu zou kunnen zijn, want God valt in mijn atoomtheorie als een oneindige veelheid van goden uitelkaar.
Dat zou zich pas later oplossen door deze twee: God en Ik te combineren tot een eenheid in de Heilige Geest, dwz de eenheid van God en Mens als het ware hart van het Kruis.
Die atoomtheorie zelf was daarin eigenlijk nog slechts de negatieve zijde daarvan als oneindige veelheid, als uiterlijkheid.
Maar nu laat ik dit even liggen, want ik ben bang dat ik al veel te veel heb opgetypt en het misschien volkomen onbegrijpelijk gaat worden, want dit is een verschrikkelijk moeilijke filosofie en ik vraag me steeds al af: moet ik dit wel allemaal opschrijven?
Ik ga daarom even over op wat andere kost.

Op het zolderkamertje van Wim Roele.
Ten tijde dat ik mijn atoomtheorie vond woonde ik bij een vriend op zijn kleine zolderkamertje.
En deze vriend had het nogal moeilijk in zijn eigen leven en kon het bovendien maar moeilijk verdragen dat ik van links rechts was geworden door die hele Scientology beweging en ik had het daar zelf overigens ook moeilijk mee.
En nu was ook nog eens die atoomtheorie erbij gekomen.
Volgens hem was ik van een indiaan(links) een cowboy(rechts) geworden en die atomen waren geen liefde maar sex-spermatazoa.
Verder was ie zijn vriendin kwijt geraakt en ging het slecht met zijn studie en hij begon spoken te zien en ik kreeg het gevoel dat ie dat allemaal ook op mij wilde afreageren.
(Maar inplaats daarvan sprong ie eerst nog uit het raam en hij zou later zelfmoord plegen.)
Hij begon zo'n beetje de duivel in me zien.
Maar ik beschouwde mezelf als Jezus aan het kruis en
in de onderwereld
.
Mijn lijdensweg was begonnen.
Ik had al eerder ontslag genomen van mijn baan in Haarlem en nu leek het mij ook beter van dat zolderkamertje af te gaan voor dat Wim Roele me naar de keel zou vliegen.
En hij wilde me ook van dat kamertje af hebben.
Ik zwierf 's nachts door Amsterdam en vond uiteindelijk een jeugdhotel in de Kerkstraat waar ik een week bleef en kon daarna weer bij andere vrienden tijdelijk onder dak.
Ik stond niet erg sterk op mijn benen en was altijd weer van anderen afhankelijk.
En hoewel ik niet echt in God geloofde en ik ook niet gelovig was opgevoed, maar door de filosofie wel belangstelling had voor het godsbegrip, maar dat ook door mijn atoomtheorie nog niet goed kon begrijpen, bad ik uit pure wanhoop toch maar eens tot God.
Toen kwam wonder boven wonder in een visioen een hand op mijn schouder en een stem zeide mij:
"Dat is de eerste keer dat je tot mij bid!"

Een droom over God!
Diezelfde nacht had ik ook een droom over God: ik liep op de Dam in Amsterdam en een Ruimteschip in de vorm van een TV-toestel kwam op me af.
In dat ruimteschip zag ik een houten beeld in het midden dat nog ongevormd was en dat God moest voorstellen.
Daar omheen waren vier jongemannen en de stem van God zei tegen mij:
"Je hebt wel iets van een megalick!"
En ook: "Eens zul je me zien!"
En ten derde: "Maar Gods molens malen langzaam!"
Dat totale beeld in dat ruimteschip doet me denken aan Jezus en de vier evangelisten, maar komt ook voor in het boek Daniël uit het oude testament, waarin sprake is van vier dieren (Daniël 7:3) met in het midden een Oude van dagen (7:9) op een troon en dan ook nog een mensenzoon (7:13).
Het beeld is nog onaf en moet nog gevormd worden en zo is een megaliet ook nog onaf, want een ruwe steen met een religieuze betekenis. Dat beeld moet dan God zelf worden.
Maar het is eigenlijk geen megaliet, maar megalick, dwz mega-l-ick, waarbij mega groot betekent en ick natuurlijk: ik, dus: groot ik.
En ik heb dan ook het gevoel dat ik mezelf tot God moet ontwikkelen of tot Jezus, zoals Börger terecht zeide: "Je moet hem (Jezus) worden!"
(Zie bij: Ik ben Jezus, onderin.)
Anderzijds is het duidelijk de bedoeling dat ik God zal zien als de ander.
Dus hierin ligt tevens een tegenstrijdigheid en een conflict tussen vader en zoon.
En ik vergelijk dat ook met een toen nog onopgelost probleem in de filosofie bij het ik als punt enerzijds en God als oneindigheid anderzijds, en waarvan de wederzijdse verzoening de oplossing moet brengen.
(Zie bij: de Heilige Geest.)

Weer aan het werk en een eigen woning.
Kort daarop verscheen de chef uit Haarlem om te vragen of ik weer aan het werk wilde gaan.
Het leek wel alsof God hem had gestuurd.
Sinds die tijd ging het weer beter met me: ik vond een kamer en een jaar later een eigen woning, maar ik zat nog altijd met die atoomtheorie, want wat moest ik daar dan verder mee doen?
Ik heb geprobeerd om het anderen te vertellen, maar wat ik al gevreesd had, dat gebeurde ook: niemand had er belangstelling voor.
Als je werkelijk iets te vertellen hebt, dan wil niemand naar je luisteren.
En behalve dat de mensen dom zijn en massa-mensen, had ik ook het gevoel dat het Gods wil was.
Het leven schijnt me soms als een droom, waarin niemand enige vrije wil heeft en waarin alleen precies dat gebeurt wat in de diepere ziel en geest van God (de microwezens) verborgen ligt.
Maar dan was er nog een tweede idee, namelijk om het werkelijke bewijs te vinden van mijn atoomtheorie.
Dat leek me eigenlijk onmogelijk als iets voor de verre toekomst, maar vooruit: ik moest alles proberen en dan had ik dat tenminste gehad.

Het binnenste buiten gedraaide heelal.
Ik was namelijk in een blad een bijzonder idee tegen gekomen om het heelal van Einstein als een hogere dimensie te kunnen begrijpen, want dat heelal is zo dat als je de ene kant opgaat, je dan aan de andere kant weer terug komt.
 
Ik heb van dat idee: het binnenste buiten gedraaide heelal een apart document gemaakt, want is een hele studie op zichzelf.
Klik daar naar toe via de index of hier of lees anders rustig ver met:
De Hoeren.
Maar voor ik me daar helemaal in kon verdiepen, gebeurde er ook nog iets anders: ik zakte door in de hoerenbuurt.
Ik denk dat dat verschillende oorzaken had: ten eerste had ik mijn ziel verloren, dwz mijn subjectief gevoelsleven was gestorven aan een objectief verstand.
En ten tweede was er ook weinig vrienschap overgebleven en was ik erg eenzaam en dat kwam ook nog eens extra door die atoomtheorie die niemand wilde geloven.
En ten derde hadden die hoeren juist de functie om weer in mijn eigen zelfbewustzijn terug te keren, om als het ware weer als Ik-bewustzijn wedergeboren te worden, want die atoomtheorie had niks met mijzelf van doen: het was een objectief idee los van mijzelf.
En dan kwam er ook nog bij dat ik doodmoe was van het werk in Haarlem, omdat ik daar eigenlijk met niemand kon opschieten en de sfeer daar ook abominabel slecht was.
Dus ik was geen heilige Jezus, maar een Jezus in de onderwereld, een Jezus bij de hoeren.
Niets menselijks is mij vreemd en daar moest ik dan ook doorheen.
Ik had mijn geloof in de liefde ook verloren en alleen de sex was overgebleven, zoals we overigens ook zelf in de wereld in een sex-cultuur leven.


Een droom over de koningin van Engeland.
In die tijd had ik  een grote droom; ik droomde dat ik bij de koningin van Engeland moest komen.
Ik moest haar met Hare Majesteit aanspreken om mijn eerbied te betuigen.
Ik moest haar dochter gaan zoeken in de hoerenbuurt.
En iemand anders zou me eieren meegeven.
Maar ik wist dat haar dochter niet in de hoerenbuurt zat, maar in haar eigen paleis verborgen was.
Hegel, Wim Roele en de bijstand.
Sinds een aantal jaren was ik begonnen aan Hegel om daarin langzaam maar zeker door te dringen en nu was het me voor het eerst gelukt de twee delen van Hegel's Religions filosofie helemaal te lezen.
Langzamerhand dorst ik wat meer op straat te komen en het eerste wat ik deed was om eens te kijken hoe het mijn vroegere vriend Wim Roele ging, bij wie ik op zijn zolderkamertje had gewoond.
Er woonden nu studenten op zijn woning, die mij vertelden dat Wim zelfmoord had gepleegd.
En mijn zolderkamertje was ingericht tot een fietsenhok.
Dat was een trieste dag voor mij.
Mijn vader kwam langs en zei me dat ik recht had op een bijstandsuitkering en die kreeg ik gelukkig ook en later kreeg ik een WAO-uitkering tot op de dag van vandaag.
Wis- en Natuurkunde.
In de lente van 1979 besloot ik me ook wat in de wis- en natuurkunde te verdiepen omdat ik het voor mijn atoomtheorie wel verplicht was.
Ik haalde boeken bij de Slegte en de bibliotheek vandaan en leerde allerlei formules die ik later bijna allemaal weer vergat, maar ik herinner me daarvan ook wat hogere wiskunde geleerd te hebben met limietberekeningen en delta x om onder andere raaklijnen aan parabolen te kunnen berekenen en verder het systeem van atoomelementen en van alles en nog wat meer op HAVO- en VWO-niveau.
Na drie of vier maanden intens bezig geweest te zijn, ben ik daar echter mee gestopt, omdat het me te weinig interesseerde en ik van mening ben dat het voor mijn atoomtheorie voorlopig niet zoveel uitmaakt of je nu wel of niet de kwantummechanica kent.
Mijn atoomtheorie is voorlopig in de eerste plaats een filosofische overtuiging en de natuurwetenschap komt later wel als de natuurwetenschappers zelf geïnteresseerd zullen raken.
Voorlopig heb ik uit die hoek nog niks serieus gehoord en ook niet waarom  mijn atoomtheorie natuurwetenschappelijk onmogelijk zou kunnen zijn en bovendien is de microkosmos een veel hogere wereld waarvan ik uiteraard niet meteen alles kan verklaren.
En dan kan ik heel veel zeer diepe natuurwetenschappelijke problemen met mijn atoomtheorie wèl verklaren.
En ik kan bovendien niet alles alleen doen: zoals een natuurkundige geen filosoof behoeft te zijn, zo behoef ik als filosoof ook geen natuurkundige te zijn en voorlopig weet ik als filosoof veel meer van de natuurkunde af dan de natuurkundigen omgekeerd van mijn atoomtheorie afweten.
Wat van die kant op mij af is gekomen is erbarmelijk.
Later heb ik me nog enige malen opnieuw in de natuurkunde verdiept, zodat ik toch wel enige kennis heb op weten te bouwen.
Maar om dat hele wiskunde-apparaat van de natuurkunde te leren: ik geloof dat dat voor mij niet nodig is en verder ook helemaal geen zin zou hebben.
Hoewel ik wel aanleg heb voor wiskunde interesseert het mij te weinig.
Op de MULO was ik vooral goed in meetkunde, omdat ik vooral (denk ik) een sterke visuele intelligentie heb, wat tot uitdrukking komt in mijn aanleg voor tekenen en ook dat ik voor landmeetkundig tekenaar getest ben en dan vooral in mijn atoomtheorie en ook in mijn b.b.g. heelal en wat daarmee samenhangt.
Maar ook het zuiver abstracte van Hegel kan ik goed begrijpen.
(Ik beschouw mijn atoomtheorie als een synthese van Hegel en de natuurwetenschappen.)
Maar voor chemie bijvoorbeeld heb ik helemaal geen aanleg, want daarvoor moet je een ijzersterk geheugen hebben.
En wat dat betreft ben ik ook niet verder gekomen dan een paar ULO-boekjes.
Mijn kracht zit in het filosofische denken.

Un spraakalfaabet.
Zomer 1979 hield ik me bezig met het creëren van een spraakalfabet, dwz schrijf precies zoals je  spreekt:
Atoomu bustaan uit ruimtu-sgeepu.
Atoomu bustaan uit ruimtu-sgeepu waarin triljoenu supur-intuliegentu miekrooweesuns woonu en in du veru toekomst gaan wij ook self het heelal volbauwu met ruimtu-sgeepu als un herhaaling van du miekrookosmos in het groot.
Du miekrookosmos is geen doot meegaaniek volguns du weetusgap, maar un hooguru leevundu kultuur.
En door mijn atoomteejoorie kan ik vurklaaru hoe ons ligaam soo suubliem kan fungtsiejooniru.
En du weetusgap kan ook niet vurklaaru waar du atoomu vandaan koomu, want waarom heeft du oerknal nu juist atoomu guprooduusirt?
Du weetusgap kan ook niet vurklaaru wat atoomu nu ijguluk sijn, want volguns haar sijn ut slegts puntu eenursjie.
Nau, dat is tog ook niet veel!!

Wat is dat voor un stompsinug heelal dat uit un onijndug siesteem van eenursjie bustaat en waarin het leevu slegts toeval sau sijn?
Met mijn atoomteejoorie krijgt het leevu un veel hooguru waardu en sinvolhijt.
Ook kan ik met mijn atoomteejoorie het bustaan fan Got buwijsu, want het heelu heelal is uit leevundu weesuns opgubauwt en Got is du eenhijt van al die leevundu weesuns als één weesu!!
Gots rijk bustaat in du miekrookosmos en ik ben Jeesus om van Got tu gutuigu in mijn niewu Bijbul!
Ik ben niet du audu Jeesus van vroegur, maar du niewu weedurgubooru Jeesus met un niew vurhaal.


Ergernis over de schrijftaal.

Het is erg gemakkelijk en ik kan het zo weer opschrijven en is dan ook  ontstaan uit ergernis over de officiële schrijftaal, die vreselijk ingewikkeld inelkaar zit met allerlei overbodige en inkonsekwente spellingsregels, en vaak helemaal geen regels, maar pure willekeur, zodat bijna niemand het Nederlands goed kan schrijven.
Ik kan niet schrijven zonder een dik woordenboek plus spellingwijzer onzer taal.
En het laatste wat ze dan weer uitgevonden hebben is iets over de meervouds -n om maar weer eens een compleet nieuw woordenboek op de markt te kunnen brengen.
Het is uiting van volkomen krankzinnigheid en decadentie.
En ook op school is het veel weggegooide tijd en moeite om iets te leren wat eigenlijk helemaal niet hoeft. Want als je schrijft zoals je spreekt dan kun je een taal heel snel leren.
En je kunt dan het aantal regels tot een minimum beperken.

Zoiets kan natuurlijk niet alles oplossen, want we spreken allemaal wat verschillend, maar dan kun je je houden aan een algemeen gemiddelde uitspraak van de Nederlander.
En dan kun je je vervolgens omgekeerd houden aan een zo opgeschreven taal voor wat de uitspraak betreft, dwz spreek het uit zoals het geschreven staat.
Er gaat een zeer grote aantrekkingskracht van uit, en ook anderen zijn er mee bezig geweest.
Het is geen uitvinding van mij, maar helaas heeft het geen ingang gevonden, zoals ook heel veel andere nieuwe ideeën, bijvoorbeeld wat ik laatst op de TV heb gezien, namelijk om kinderen op school zelf te laten beslissen wat ze willen leren.
Dit sprak mij ook aan omdat ik de school veelal als een lijdensweg heb ervaren van dwang en saaiheid.
De school is niets anders dan een leerfabriek voor onze technocratische welvaartsmaatschappij om daarin zo goed mogelijk als een radertje in een machine te kunnen functioneren en er moet dan zoveel mogelijk nuttigs ingestampt worden in zo kort mogelijke tijd.
Maar de Nederlandse schrijftaal is voor een groot deel volkomen onnuttig en zonde van de moeite.
De logica zou de basis moeten zijn van onze taal.


De hoerenbuurtdroom.

Er was in die tijd een behoorlijke verveling opgetreden.
Ik wist eigenlijk niet meer waar ik het zoeken moest.
Overigens had ik toen wel een hele mooie droom, die ongeveer zo ging: ik was in de hoerenbuurt in conflict geraakt met een oudere man en wel omdat ik aan zijn vrouw zat en hij mij vervolgens in het water gooide.
Ik geloof dat ie een souteneur was.
En ik wilde hem aanklagen bij het gerecht.
Op aanraden van de hele buurt trok ik toen echter mijn aanklacht in.
Daar was iedereen erg blij mij en toegejuicht door de hele buurt verliet ik met een jonge vrouw de hoerenbuurt.
We liepen samen in optocht door de Warmoesstraat.
En we hadden allebei mooie Renaissance-kleding aan en ook nog eens een dochtertje bij ons.
Ik meen dat die jonge vrouw Mieke was, met wie ik een erotische relatie had gehad in de tijd na Helen.
Zou het toch nog mogelijk zijn mijn ziel uit de onderwereld te redden?
December 1979 besloot ik de Bijbel te gaan lezen.


De bijbel lezen.
 

Ik had al wel over de bijbel gelezen vanwege mijn droom dat ik eens God zou zien, maar aan de bijbel zelf had ik nog niet durven beginnen.
En nu moest het er maar eens van komen.

Ik besloot het nu maar eens definitief aan de geestelijke kant te gaan zoeken, want dat binnenste buiten gedraaide heelal was mislukt en ook mijn natuur- en wiskundestudie had niet zoveel voorgesteld.
Ik had daar te weinig belangstelling voor.
In diezelfde tijd dat ik aan de bijbel begon lukte het me ook om van het roken af te komen.
Ik had de gewoonte ontwikkeld om 's morgens vroeg, nog voor ik aan een boterham met thee begon, al een shaggie te draaien.
En ik begon een beetje vies van mezelf te worden.
En onder de goddelijke inspiratie van het bijbellezen besloot ik met het roken te stoppen, wat ik tot nu toe nog steeds heb volgehouden: 25 en een half jaar.
Waar God al niet goed voor is.
Nu lukte het me niet om alles in de bijbel te lezen.
Want sommige gedeelten zijn toch wel vreselijk saai en taai.
Zo geef ik weinig om de psalmen, wat anderen misschien wel geweldig vinden.
En zo vind ik ook dat eindeloos gezeur van de profeten weinig verheffend.
Hoe kan dat ons moderne mensen nog inspireren?
Enfin, maar wat ik wel aardig en soms ook wel spannend vond waren de verhalen en de historie als geheel.
De bijbel is een duidelijk geschiedenisboek met een evolutionair ontwikkelingsproces.
In ieder geval: ik heb me er doorheen geworsteld en later vele stukken nogmaals en nogmaals gelezen, zodat ik me toch wel een vrij aardige bijbelkennis heb eigen weten te maken.
En naast een hoop onzin zit er dan ook veel diepzinnigs in.
Je moet dan het kaf van het koren weten te scheiden.
Daarna las ik nog een paar klassieke boeken, waaronder de Ilias, en het levensverhaal van Willem van Oranje, maar het lukte me niet in das Kapital door te dringen.
Ergens bij blz. 100 moest ik het opgeven.
Niet dat het nou zo moeilijk was, maar ik vond het allemaal nogal langdradig en saai.
Als het communisme daarvan afhankelijk is geweest, hoe heeft het dan in godsnaam van de grond kunnen komen?
Het was alleen maar economische analyse met hier en daar wat aardigs er tussen door.
Ook Dante's Divinia Comedia wilde me niet lukken met saaie gedichten en ook de Koran begon me al gauw te vervelen en na zo'n 100 blz. had ik de algemene sfeer wel te pakken en hield ik het voor gezien.
Ik ben geen intellectuele doorbijter en beperk me tot wat me echt interesseert, met name Hegel, waar ik wel veel moeite voor gedaan heb om het onder de knie te krijgen.

Opnieuw: het Ik-probleem.

Die zomer probeerde ik weer eens opnieuw het ik-probleem op te lossen, dwz hoe kan het ik als punt een beeld omvatten?
Ik sprak het allemaal in met een cassette-recorder.
Helaas ben ik zo dom geweest om het later allemaal weg te gooien, zodat ik nu niet meer weet hoe ik precies aan de oplossing ben gekomen.
Dus nu moet ik maar een beetje gokken.
Ik denk dat ik het gevonden heb in eenheid met een zoeken naar een goed godsbegrip, want een oneindige hoeveelheid levende wezens in het heelal maakt nog geen één wezen, geen één God.
Maar bij mijn Museumpleinwandelingen des avonds onder de sterren had ik al wel lopen te fantaseren dat ik als Jezus het kerkvolk toesprak om ze uit te leggen wie God was door te zeggen: wij zijn God of ook: jullie zijn God!
Dwz God is een collectiviteit van wezens of mensen.
Maar het kerkvolk was daar niet zo tevreden mee geweest.
Ik denk dat ze liever God als één individu zagen.

Het Ik omvat het hele heelal.

En dan was mijn ik ook oneindig geweest door in het binnenste buiten gedraaide heelal de hele kosmos te omvatten, maar blijkbaar was dat toch niet helemaal als oplossing tot mij doorgedrongen, en waarschijnlijk omdat bij terugdraaien het ik toch weer een punt werd en ten tweede was het accent daarbij toch nog op het ik zelf blijven liggen, dwz het ik was daarin niet van zichzelf bevrijd.
En ik twijfel nu of ik toen ook al gedacht zou hebben dat ik de wereld of het heelal zelf ben, namelijk in dat binnenste buiten gedraaide heelal, dat ik immers omvatte.
Dat heb ik namelijk wel zo gezegd bij mijn behandeling van dat onderwerp.
Want dan heb ik toch wel heel dicht bij de oplossing gezeten.
En dat is best mogelijk en dat mij toch nog net een klein stapje ontbrak, namelijk de reflectie.
Want ook als ik de wereld of het heelal ben, dan zit ik toch nog met de moeilijkheid hoe de wereld of het heelal of het oneindige als primitievere werkelijkheid een bewust levend wezen zou kunnen zijn.
Hoe kan het heelal één bewust individu zijn?
Want ook als ik zeg: ik ben het heelal zelf, dan blijft het accent van het bewustzijn toch nog bij mij liggen als individu.
Want het heelal als object voor mij is te primitief om werkelijk een bewust levend wezen te zijn.
Ik hoop dat je dat essentiële punt kunt begrijpen.

Ik ben zelf de steen die ik zie.

Ik zou het met een ander voorbeeld nog duidelijker kunnen maken, namelijk als ik zeg: ik ben zelf de steen die ik zie, dan wil dat nog niet zeggen dat die steen als zodanig een bewust persoon is.
Want die steen blijft een dood ding zonder bewustzijn.
Tenzij ik het helemaal omdraai en zeg: ik ben zelf die steen, die van zichzelf bewust is door middel van mij.
Dwz die steen gebruikt mijn ogen om zichzelf te zien.
Ook Jung heeft het ergens zo gezegd: ben ik nu een mens die deze steen voelt of ben ik eigenlijk die steen zelf, die zichzelf ervaart door middel van mij?*
Zo kun je ook in het algemeen zeggen: de natuur is van zichzelf bewust door middel van de mens die er naar kijkt.
Het bewustzijn is hier dus een gereflecteerd bewustzijn, namelijk door middel van.
Zo kan ik ook niet onmiddellijk zien, maar door middel van mijn ogen.
En zo kan God als oneindig niet onmiddellijk van zichzelf bewust zijn, maar alleen door middel van de mens die het oneindige denkt.
God heeft de mens nodig om tot zelfbewustzijn te kunnen komen.
God heeft de mens daarom ook niet voor niets geschapen.
*Jung - Herinneringen, dromen en gedachten - blz. 28: "Ben ik degene die op die steen zit; of ben ik de steen, waar hij op zit?"

Omdraaiing van subject en object.

Het punt is dus hier om subject en object om te draaien.
God als objectieve persoon buiten ons, dus als de ander, is eigenlijk subjectieve persoon als het eigene en ons kleine ikje is juist de tweede en ondergeschikte persoon als object.
Wat we ook uitdrukken als we zeggen dat we ons zelf moeten beheersen, met name als we ons onderwerpen aan een hogere macht.
Ik ben dus in de eerste plaats God zelf als oneindig en pas in de tweede plaats Harrie als tweede en ondergeschikte persoon en als middel tot zelfbewustzijn God te zijn.
Die omdraaiing speelt een heel grote rol in de wetenschap en de filosofie.
En dat is ook het wezen van de dialectiek, namelijk de omdraaiing, dwz om de dingen anders, omgekeerd of omgedraaid te zien.
Want de ene ziet het zo en de ander ziet het precies tegengesteld.
Ook de visie van Einstein berust daarop, want normaal beschouwden de wetenschappers het heelal als grondslag van de natuurwetten, maar de relativiteitsleer zegt dan: nee, de mens zelf als subject is de grondslag.
Iedereen is middelpunt van zijn eigen heelal.
(Die omdraai van Einstein is eigenlijk een negatieve terugdraai, waarbij de mens weer in zijn Ik terugkeert.)
En denk ook maar aan het feit dat men vroeger dacht dat de zon om de aarde draaide en toen tot de ontdekking kwam dat het precies andersom was: de aarde draait om de zon.
Ook de ontdekking van mijn atoomtheorie berust op een omdraaiing, want de microkosmos is geen lagere wereld, maar een hogere wereld en de evolutie uit het niets berust eigenlijk op een omgekeerde emanatie uit het oneindig hogere in de microkosmos.
Hoe was ik echter aan die omdraaiing gekomen?

Het zelfbewustzijn van de Geest.

Bij Hegel had ik gelezen: ons bewustzijn van de Geest is het zelfbewustzijn van de Geest.
Dwz: God wordt van zichzelf bewust in ons.
God als zodanig heeft nog geen bewustzijn, is slechts abstracte logica als grondslag van het bestaan en pas als de mens wordt God een bewust wezen.
De mens is dus de werkelijke verschijning van God als denkend wezen.
Ik zeg het nu allemaal even in mijn eigen woorden, want Hegel zegt het allemaal veel moeilijker en dat wil ik de lezer en ook mezelf besparen.
Ons bewustzijn van de Geest is het zelfbewustzijn van de Geest.
Ik dacht dat ik die woorden zo letterlijk in het voorwoord van de Phänomenologie had gelezen, maar bleek er niet zo in te staan, dus misschien heb ik het ergens anders gelezen of had ik de woorden van Hegel voor mezelf reeds vereenvoudigd en verduidelijkt.

Ons bewustzijn van het Oneindige.

Maar voor mezelf had ik het verder vertaald in: ons bewustzijn van het oneindige is het zelfbewustzijn van het oneindige, dwz het oneindige wordt van zichzelf bewust door middel van ons.
We zijn dus eigenlijk zelf het oneindige; we zijn zelf God als oneindig en pas in de tweede plaats ook een bijzonder persoon als middel om zich als God bewust te worden.
In wezen is deze gedachte niet volkomen nieuw en komt bij Hegel voor en ook bij andere denkers, bijvoorbeeld al bij Aristoteles als het denken dat zichzelf denkt, waarin subject en object één en dezelfde zijn.
(Hegel: geschiedenis van de filosofie deel II blz. 218 bij de behandeling van Aristoteles.)
En ik meen ook bij Jakob Böhme en Meister Eckhart, een mysticus.
En ik meen ook bij de gnostiek als eenwording met God.
En natuurlijk ook in de Indiase religie als eenheid van Brahman en Atman.
Maar ze zeggen het allemaal wat moeilijker en bovendien zo dat de eenheid van God en mens in de mens zelf valt, subjectief is, want ze kunnen dan het bestaan van God niet objectief bewijzen.
En dat kan ik dan met mijn atoomtheorie wel en die eenheid wordt daarom objectief als buiten de mens en in een duidelijke uiterlijke vorm.
En het wordt dan veel duidelijker voorstelbaar.
De mens is zelf dat oneindige heelal buiten hem als zijnde God, omdat het heelal uit levende wezens is opgebouwd.
Ik ben hierin buiten mijn eigen lichaam getreden omdat ik het oneindige heelal als mijn ware eigenlijke lichaam erken, als mijn grotere, maar natuurlijk ook diepere of hogere subjectiviteit, en wel vanwege de microwezens in de microkosmos.
Maar in zoverre het ook denkend gebeurt is het ook geestelijk.
Het is eenheid van Geest en Lichaam.

Het offer was voltooid.

Ik had mijn Ik eerst al aan de wereld geofferd als een negatieve vervreemding, wat resulteerde in de atoomtheorie als zijnde buiten mij, en ik had weer een poging gedaan in mijn Ik terug te keren door het binnenste buiten gekeerde heelal, maar met mijn zelfbewustzijn van het oneindige was mijn offer nu voltooid, omdat ik me nu niet aan de wereld had geofferd,daar was ik nu doorheen, maar aan de oneindige Godheid en wel zo dat ik tevens één was geworden met God en tevens zelf God was geworden.
De eenheid van God en mens was gevonden als zelfbewustzijn van het oneindige.
Het Ik als punt was nu oneindig geworden.
En dat was de ware en enig juiste oplossing.
Niet het ik als punt kan alles omvatten, maar alleen het oneindige kan alles omvatten.

Overzicht.

Nu lijkt het me wel de moeite waard om die hele beweging van mijn Ik naar God nog eens in het kort door te nemen om het goed te begrijpen en er over door te kunnen filosoferen en ook omdat het niet alleen gaat om het laatste resultaat, maar om het totaal, want het Ik als punt bijvoorbeeld blijft een reflectie in God en ook al het andere blijft in God bestaan.
Het gaat om de totale synthese.
1 - het Ik als punt.
2 - mijn atoomtheorie als een oneindig aantal ik-punten.
3 - mijn droom dat ik eens God zou zien en de idee dat God dan een collectieve eenheid zou zijn: wij zijn God.
(en ook: God is een oneindig aantal microwezens.)
4 - terugkeer in mijn eigen Ik dat in het binnenste buiten gedraaide heelal nu het hele heelal omvat, dus oneindig is, maar met het accent op het eigen Ik.
5 - Hegel's: ons bewustzijn van de Geest is het zelfbewustzijn van de Geest.
6 - het zelfbewustzijn van het oneindige als synthese van het oneindige en het Ik, maar zo dat het Ik een middel is voor het oneindige om van zichzelf bewust te worden.
Pas hierin ben ik het Ik te boven en te buiten.
Niet Ik, maar God, die ik tevens zelf ben.
Dus anderzijds is het Ik ook weer behouden, maar op hoger plan.

De ware grondslag van de Geest.

Dit laatste Idee is de ware grondslag van de Geest en pas nu werd ik me ook goed bewust wat de Geest is.
Want in de totale ontwikkeling van het menselijk bewustzijn is de mens eerst instinctief op het nivo van de dieren en vervolgens komt de mens tot denken.
Maar dat denken komt dan aanvankelijk niet los van de natuur, maar blijft ervan afhankelijk.
Het denken is dan nog een bijproduct, nog niet vrij voor zichzelf.
(De mens denkt eerst nog in symbolen en nog niet in vrije abstracte begrippen in een logisch onderling systeem.)
En om vrij voor zichzelf te worden moet het denken zich boven de natuur verheffen in het bewustzijn dat het denken eigenlijk metafysisch is, dus eigenlijk: Niets.
Dit valt dan samen met het idee dat ook het Ik niets is, of een punt.
Dat punt is dan het doorgangspunt naar de verheffing boven de natuur als metafysica.
Want het denken is boven de natuur verheven als haar eigenlijke grondslag.
Dat is de omdraaiing van het natuurlijke standpunt naar het geestelijke standpunt.
Maar eerst denkt de mens dan dat de geest en het denken en het Ik alle drie niets zijn, want het denken heeft geen uiterlijke vorm aan zich.
Want je kunt het denken niet aanwijzen als een ding.
Het is nergens en heeft het woord nodig als middel ter verschijning.
En zo zijn het Ik en de geest ook nergens.
Ze zijn dan Niets.

Vorm en inhoud van de Geest.

Maar hoe louterend dit ook moge schijnen, toch is dit nog niet de echte ware Geest.
Want dit is slechts de uiterlijke vorm van de geest, namelijk dat hij geen vorm heeft.
Maar het gaat bij de geest niet om de vormloosheid als niets, maar om de inhoud en de inhoud spreekt de geest zelf uit in het denken.
En in het denken laat zich (in principe) alles denken, dwz alles bestaat in wezen uit gedachten.
En: niets is daarvan slechts één gedachte en de oneindigheid is een andere gedachte.
Dus de ware geest is die van het denken dat zich in een eindeloosheid van denken uitspreekt.
En dat denken is alles omvattend, dus oneindig en eeuwig en juist niet niets, maar juist het tegendeel daarvan.
De geest is niet metafysisch in de betekenis dat hij niets is, maar juist in de betekenis dat hij oneindig is en ook alle natuur omvat.
De eerste geest als Niets is de abstracte geest buiten de natuur in een tegenstelling: Geest en natuur, waarin de natuur dan ook als het boze ervaren wordt of als het negatieve.
De geest moet dan nog strijden om zichzelf los en vrij te maken.
De tweede geest is de ware konkrete geest als oneindig en alles omvattend.
De ware geest is boven de natuur in de betekenis dat hij ook de natuur mede omvat.
En dat is ook verder gemakkelijk te begrijpen als de mens maar zou beseffen dat hij zelf de geest is als bewust persoon en in zijn bewustzijn alles omvat.
Alles is voor mijn geest.

Ik ben de Geest.

En die geest spreek ik uit als: Ik.
En ik voel en ik denk en ik neem de dingen waar.
Dus alles bestaat voor mijn geest die oneindig is.
Maar dan is dat Ik geen abstract punt meer, maar oneindig.
Het Ik valt dan samen met alles wat het omvat en is God geworden in een eenheid van subject en object.
Maar het ware bewustzijn daarvan ligt dan in het denken.
En dat is het denken dat zichzelf denkt.
Maar om dit te begrijpen moet de mens als het ware een salto mortale maken om het natuurlijke standpunt om te draaien in het geestelijke standpunt door zich de inhoud van het denken te objectiveren als grondslag van alle bestaan.
En dan tevens bewust worden dat hij dat denken zelf is, dus daarin zelf de Geest is die hij denkt, dus God is.

Hegel.

Dit is dan het standpunt van Hegel en heeft dan in mijn atoomtheorie een objectieve realiteit gekregen als Gods eeuwig Rijk in de microkosmos, dwz daar bestaat die oneindige Geest ook werkelijk en niet alleen maar in het denken van Hegel.
Bij Hegel is het nog subjectief en bij mij objectief, want Hegel kan dan niet aantonen waar die oneindige Geest van hem dan bestaat.
Hij komt dan niet verder dan de historische ontwikkeling van de Geest op aarde.
En verder blijft Hegel in het christendom steken met het accent op de Geest als individu, dwz als Jezus.
En Jezus is nog niet de Geest, maar de Ziel als Liefde.
En Hegel is in zijn dialectisch denk-systeem duidelijk veel verder dan het christendom, maar heeft dat zelf niet in de gaten.
Hij blijft dan tussen het ene en het andere inhangen, omdat ie de Heilige Geest niet objectief kan aantonen, het blijft de Heilige Geest van Hegel zelf of van de mensheid op aarde in een historische ontwikkeling en dan ook van Jezus als mens en individu.
Hegel is al wel de filosoof van de Heilige Geest, maar zit toch nog vast aan die oude Jezus.
Maar het Ik dat ik hier bedoel in: Ik ben de Geest, is niet het Ik als individu, maar de Geest die zichzelf noemt, en waarvan ik de oneindige objectiviteit kan aantonen in mijn atoomtheorie.
En ook als ik zou zeggen: ik ben God, dan bedoel ik mij zelf niet als individu, maar ik bedoel mijzelf in een identificatie met mijn atoomtheorie, namelijk dat mijn atoomtheorie God is en dat God zich hierin uitspreekt en ik daarmee geïdentificeerd ben.
Ik ben zelf mijn atoomtheorie en als zodanig ben ik God zelf.
En als ik zeg: ik ben Jezus, ook dan is dat niet omwille van mij als individu als zodanig, maar omwille van mijn atoomtheorie die ik dan als individu vertegenwoordig op aarde voor de mensen.
Omdat ik hierin tussen God en de mensen sta.
En dan ben ik hierin niet meer de oude Jezus, maar de wedergeboren Jezus vanuit een ander standpunt en een nieuwe boodschap.

Het hoogtepunt van mijn leven - 35 á 36 jaar.
(getypt: 21 juni 2005)

Ik beschouw dat zelfbewustzijn van het oneindige als hoogtepunt van mijn leven.
En dan beschouw ik mijn leven als een bergbeklimming met mijn godsbegrip als hoogtepunt en daarna de afdaling naar de mensen daar beneden.
Ik was toen 35 á 36 jaar en misschien valt dat hoogtepunt ook nog zo ongeveer in het midden van mijn leven en dan zou ik ongeveer 70 á 72 jaar worden, maar zo precies hoeft dat natuurlijk niet uit te komen.
Die idee dat het een hoogtepunt op een berg zou zijn komt dan overeen met het verhaal van Mozes die boven op de berg de stenen tafelen met de wet kreeg van God en ook met Jezus' bergrede als hoogtepunt.
Je kunt het leven overigens ook vergelijken met de baan van de zon, die op het midden van de dag zijn hoogtepunt bereikt.

Van moederbinding naar vaderbinding.

Was ik oorspronkelijk door mijn vader en door Börger beticht een moederbinding te hebben, nu was ik toch heel duidelijk in de tegenovergestelde situatie beland, want met mijn zelfbewustzijn van het oneindige was ik met God de Vader verzoend, want het was een zuiver manlijke intellectuele opvatting in eenheid met Hegel als denker.
Want dat God de oneindige Geest is, is zuiver intellectueel, voor het denken zo.
En het is ook niet zo gemakkelijk te begrijpen al zou je het wel in een vrouwelijke gevoelsvorm om kunnen zetten als gevoel van oneindigheid, dus als ziel.
In wezen liggen die twee vormen niet eens zo ver van elkaar af.
Ik dacht toen met name aan de eenheid van Brahman en Atman.
Maar wel is het zo dat door mijn atoomtheorie erbij mijn eenheid met God toch weer heel wat meer was dan die eenvoudige oosterse eenheid van de innerlijke meditatie.
Al heb ik dan wel eens horen zeggen dat mijn atoomtheorie eigenlijk in het Oosten ook al bekend is.
Daar denken ze dan dat ze eigenlijk alles al weten en er voor hun religie niks nieuws onder de zon is.
Nu was wel het atoom al bekend bij de oosterse filosofen, maar dat het ook ruimteschepen waren: neen, dat wisten ze echt nog niet.
Dat is pure zelfoverschatting.

De betekenis van het Jezusverhaal.

Nu heb ik ook vaak over het Jezusverhaal nagedacht en dan speciaal over de betekenis van de kruisiging, want het ligt voor de hand om in het Jezusverhaal een voortplantingssymboliek te zien, namelijk in de volgorde: liefde, sex en (weder)geboorte.
Het kruis staat dan voor het vrouwelijke geslacht en de kruisiging voor de geslachtsdaad.
Toch klopt het dan niet, want de kruisiging zou dan een genot moeten zijn inplaats van een lijden.
Jezus sterft niet aan het vrouwelijke principe van de sex, maar aan het manlijke principe van de agressiviteit.
(De vrouw wordt door de man verkracht, of juist bevrucht door zijn geestelijke agressiviteit.)
Jezus sterft aan de manlijke wereld en niet aan de vrouwelijke Ziel, die Hij zelf is.
En dan is de oplossing hier heel eenvoudig, namelijk dat Jezus' dood niet het sterven is van het manlijke aan het vrouwelijke, maar omgekeerd van het vrouwelijke aan het manlijke.
Jezus is nog hoofdzakelijk met Maria geïdentificeerd in de Liefde: Hij is een jonge liefdesgod.
Het kruis is dan het manlijke geslacht, waar het vrouwelijke principe van de Liefde aan sterft.
Want God heeft oorspronkelijk Maria bevrucht om Jezus geboren te doen worden, maar nu keert Jezus terug om wedergeboren te worden, dwz geestelijk geboren te worden, want het heet ook dat de mens twee maal geboren moet worden: één maal natuurlijk bij Moeder en dan voor de tweede maal geestelijk bij de Vader.
Het eerste kruis is dan het natuurlijke kruis van de vrouw en het tweede kruis is het geestelijke kruis van de man.*
In dat tweede kruis van Jezus doet echter dat eerste kruis mee, want de Liefde van Jezus heeft natuurlijk ook zijn grote betekenis in de Liefde van man en vrouw in de natuurlijke voortplanting.
En in het Jezusverhaal spelen ook de vrouwen een grote rol, die echter toch op de tweede plaats komen ten opzichte van het kruis van de wereld.
Het Jezusverhaal is dus een soort droomsymboliek waarin twee betekenissen samen getrokken zijn: de Liefde van man en vrouw en de voortplanting en dan de Liefde voor de mensheid en het offer aan de wereld als het manlijke kruis, waarin de wereld dan toch weer de bruid van Jezus is.
En dan is het levenscirkeltje rond, namelijk vanuit God de Vader via de Moeder weer terug in de Vader.
Maar dan zou er eigenlijk nog een derde geboorte moeten zijn om beide principes te verzoenen in een gelijkwaardigheid, want het Christendom is nog sterk patriarchaal.
Maar dat komt dan straks aan de orde.
*Het vrouwelijke is identiek aan de natuur en de individuele ziel(de liefde) en het manlijke is identiek aan de wereld en de oneindige Geest.
Hoogtepunt en hoogtevrees.

Het zelfbewustzijn van het oneindige was een hoogtepunt, hoewel ik nu bedenk dat het eigenlijk geen punt was, maar een oneindige verte.
Bij hoogtepunt denk je meer aan een het ik-punt, wat ook geen hoogtepunt is, maar een centrum.
Maar je kunt het toch met een hoogtepunt vergelijken omdat je vanaf het hoogtepunt van een berg een eindeloze verte kunt overzien.
En dan is het een samengaan van oneindigheid en ik-punt.
Maar als hoogtepunt is het ook eng, want er ontstaat dan hoogtevrees en angst om te vallen.
Want het zelfbewustzijn van het oneindige als zodanig was slechts een hoogste abstractie.
Het was wel konkreet en als allesomvattend bedoeld, maar had de vorm van deze ene idee: het zelfbewustzijn van het oneindige als zodanig.
Het accent lag op het zelfbewustzijn van het oneindige.
Het was heel ver weg van de dagelijkse realiteit daar beneden.
Ik had me al die jaren behoorlijk vervreemd van de alledaagse realiteit door de filosofie.
En nu ik mijn uiterste doel had bereikt, moest ik weer terug en naar beneden.
Ik kreeg een gevoel van hoogtevrees.
Dat gevoel was niet eens zo sterk, maar toch ging ik naar een psychiater toe.
In het hoogtepunt van mijn leven had zich een sterk conflict geopenbaard.
Hoe zou ik ooit weer thuis kunnen komen?

De psychiatrie.

Bij de psychiater was ik voor mijn gevoel bij de vijand terecht gekomen, want ik hield niet van de psychiatrie.
En wel omdat ze je daar niet als een mens behandelen, maar als een machine, waar medicijnen ingestopt moeten worden en vooral als je denkt aan de electro-shock behandeling, dan weet je wel wat ik bedoel.
Het was het pure tegendeel als bij Börger.
Alleen er bleek ook een voordeel aan te zitten, want terwijl Börger me nauwelijks aan het woord had laten komen, mocht ik bij de psychiater vrij uit praten.
Maar inplaats dat er dan als van mens tot mens op me gereageerd werd, was het enige wat mijnheer de psychiater deed was aantekeningen maken.
Je had het gevoel constant tegen een muur te lullen.
Dat was erg onmmenselijk en om gek van te worden.
Want ik zat nooit tegen een mens te praten, maar tegen een iemand die op zijn papier keek.
Dwz ik had niet bepaald het gevoel dat er iemand met me meeleefde.
Ik had al gauw het idee van: als je nog niet gek bent, dan word je daar wel gek gemaakt.
En later heb ik diezelfde mening door een psychiater op de TV horen verkondigen.
En wel omdat de moderne wetenschap geen verschil weet tussen een ding en een levend mens,
want ook de ziel van een mens is voor hun een ding, dwz het zijn de hersenen die als object van studie niet goed meer functioneren en medicijnen nodig hebben.
Maar dat de mens als levende ziel liefde en begrip nodig heeft, dat begrijpen ze niet.
We leven in een tijd van de natuurwetenschappen, met als grote held Einstein, die ook nooit verder is gekomen dan het heelal als een mechanisch object te beschouwen.
(Ook het subject blijft bij Einstein een mechanisch ding.)
En dat wil ik juist met mijn atoomtheorie doorbreken.
En ik geloofde ook dat het geen enkele zin had over mijn behandeling, dwz dat schrijven, te klagen.
Zou ik in mijn eentje de psychiatrie kunnen "omturnen"?
Ik zat in de wereld als in een onderwereld en het enige wat ik kon doen was lijdzaam verdragen.
En het enige wat ik kon doen was door eindeloos praten tegen de vijand te trachten zelf tot een oplossing te komen.
En omdat ik nooit een antwoord terug kreeg bleef ik eindeloos in kringetjes draaien met mezelf.
Ze hebben me daar ook nooit gezegd wat ik mankeerde: ook dat mocht ik zelf uitvinden.
Alleen bij de laatste psychiater ( want ik kreeg een hele reeks studenten ) heb ik via de dokter gehoord dat ik neurotisch was.
Tsjonge, jongen: was dat even geniaal!
Wat dan neurotisch is, mocht ik zelf invullen.
Ik denk dat iemand die neurotisch is teveel in zijn hersenen is gevlucht, ten opzichte van iemand die psychotisch is en juist door zijn driftleven wordt overspoeld.
Dwz dat had ik eens zo bij C.J.Schuurman gelezen en leek mij een juiste visie.
En dat idee had ik ook wel over mijzelf: door al dat gefilosofeer was ik neurotisch geworden of omdat ik al neurotisch was, was ik over het leven gaan filosoferen.
Je zou de filosofie dan zelfs als een neurotische kwaal kunnen beschouwen.
Alleen ik gebruikte die term neurotisch zelf niet.
En ik weet niet meer hoe ik het zelf uitlegde.
Maar ik was wel ongeveer bewust van de toestand waarin ik verkeerde.

De eerste keer bij de student psychiater.

De student psychiater die mij als eerste ontving was jonger dan ik en liet meteen merken dat ie van mijn atoomtheorie niks moest hebben en ook van mijn zogenaamde vaderverzoening.
Ik geloof dat ik een en ander op papier had gezet.
Kortom: ik werd meteen geïntimiteerd en in een bepaalde hoek gedrukt.
Ik moest over mijn verleden vertellen en daar kon ik op dat moment helemaal niet bijkomen.
Plotseling werd ik weer met mijn vroegere moederbinding geconfronteerd.
Nu, achteraf, denk ik dat dat ook juist was.
Want het zou 12 jaar duren voor ik van die psychiatrie verlost zou zijn en wel toen ik weer contact kreeg met mijn moeder.
Mijn pas gewonnnen vaderverzoening in God werd dus meteen weer de nek omgedraaid bij de psychiatrie.
Waar was dan die oude Harrie gebleven die veel meer van zijn moeder hield?
Was ik bij Börger geweest om van mijn moederbinding af te komen, nu was ik bij de psychiater om weer van mijn vaderbinding af te komen en terug te keren tot mijn moederbinding.

Stront.

Van het verleden wilde mij niks te binnen schieten dan dat ik vroeger altijd vieze onderbroeken droeg, dwz dat ik te lui was om goed mijn kont af te vegen.
Ik schaamde mij om daar over te vertellen.
Die psychiater zei iets over remsporen.
Ik weet niet of die luiheid een soort verzet geweest moet zijn tegen mijn moeder.
Ik weet wel dat mijn oudere broer Keutel werd genoemd en ik Bolus.
Verder dat ik op een voetbalveldje ten overstaan van alle andere jongens rustig een drol uit mijn broek had gehaald en op de grond gooide, omdat ik wel inzag dat het ondoenlijk was helemaal naar huis te rennen en liever bewust in mijn broek scheet.
In mijn pubertijd ben ik een paar keer bewusteloos geraakt op de wc door een veel te harde ontlasting.
Ik denk dat ik de wereld niet kon verwerken.
Bij mijn eerste vrouw was ik nog steeds een viespoes, maar bij Mieke daarna, die veel liever en introverter was dan Helen begon ik me voor het eerst goed te wassen.
Veel later kreeg ik weer last van een harde ontlasting en nu moet ik elke dag heel veel zemelen en lijnzaad eten om daar geen last van te hebben.
Ik denk wel dat het een psychische oorzaak heeft, maar helemaal duidelijk is het me niet.
Ik herinner me een verhaal van Jung over een man die bij hem kwam en psychiater wilde worden.
Jung vroeg hem naar een droom en hij vertelde dat hij gedroomd had dat hij een kleine jongen had gezien in zijn droom die met stront speelde.
Jung had hem meteen weer naar huis gestuurd met de mededeling zich nooit meer met de psychiatrie te bemoeien op gevaar af dat de man in een neurose zou belanden.
Verder doet schijten mij denken aan: "schijt hebben aan", dus als agressie, maar ook: "uit angst in je broek schijten".
Kortom, ik denk dat een flink stuk frustratie ten opzichte van de buitenwereld zich daarin manifesteerde.
Het is dan uiting van een angst- en verzetneurose, zoals zwervers zeer vieze kleren dragen uit een verzet tegen de maatschappij.
En ik liep er ook vaak slordig en slonzig bij.
De laatste student-psychiater ergerde zich aan mij omdat ik er volgens hem zo slordig uitzag.
Hij was zelf tot in de puntjes verzorgd.
En het gekke was dat hij juist aan de huisarts verteld had dat ik neurotisch was, maar volgens mij was hij juist neurotisch met zijn supernette kleren.
En daarom ergerde hij zich juist aan mij.
In die tijd kon ik weinig eten en woog nog slechts 50 kg.
Volgens hem wilde ik op die manier zelfmoord plegen en we kregen daar ruzie over.

De moderne inquisitie.

Achteraf denk ik dat die hele psychiatrie toch wel enigszins zinvol is geweest.
Ik wilde echter geen medicijnen slikken, dat leek mij wat overdreven.
En ik wilde ook niet meewerken door als verder studie-object te dienen voor andere studenten.
Want ik voelde me als mens zeker niet gerespecteerd.
Ze namen mijn hele atoomtheorie en levensfilosofie niet serieus en zeiden nooit wat ze over me dachten.
Ze lieten mij in mijn eigen sop gaar koken.
Geen stijl volgens mij.
In 12 jaar moet ik dan ongeveer 24 studenten tegenover me gehad hebben.
En het enige wat ze allemaal deden was schrijven en ik maar praten.
Het was een soort veredelde moderne inquisitie met de medicijnen en de shock-therapie als uiterste martelinstrument.
Wie zich verzet tegen onze maatschappij of niet mee kan draaien komt bij de psychiater terecht.
Maar aan onze wereld mankeert niks.
Het was allemaal zo helemaal in tegenstelling tot Börger die constant de wereld aanklaagde.
De waarheid ligt misschien ergens in het midden.

Mijn eerste atoomtheorie-actie. 1980/81

In het licht van mijn godsbegrip als basis gevoelde ik voor het eerst de behoefte mijn atoomtheorie onder de mensen bekend te maken.
Maar vanaf het begin dat ik mijn atoomtheorie had gevonden had ik het gevoel gehad dat nooit iemand mij zou geloven, tenzij ik mijn ziel weer uit de onderwereld zou halen, dwz weer een liefde zou vinden, dus waarom zou ik me dan uitsloven voor de mensen?
Ik deed het toch, want om die atoomtheorie als maar in mijzelf opgekropt te houden, dat was ook ondoenlijk.
En het zou bovendien ook goed zijn om mijn idee dat niemand het zou geloven te testen, zodat niemand later zou kunnen zeggen:"Ja, maar als je het mij had verteld, dan had ik je geloofd!" En bovendien kon ik zo ervaring op doen met de reacties van de mensen en misschien zou het op die manier toch langzaam maar zeker onder de mensen kunnen groeien.
En als ik niks deed zou ik zeker weten dat het nooit wat zou worden.
Tot nu toe had ik ongeveer 24 á 28 mensen uit mijn naaste kennissenkring en collega's op het werk mijn atoomtheorie geprobeerd te vertellen en inderdaad: niemand had er belangstelling voor gehad.
Het was meteen van: "onzin!"
En ook nu nog is er nog steeds niemand die mij gelooft, hoewel er misschien wel een enkeling is die mij een klein beetje wil geloven.
Het is moeilijk voor mij om dat precies in te schatten.
Maar ècht geloven, neen!
Daar is geen sprake van.
Ik heb geen echte discipel.
Ik sta er alleen voor.

De eerste drie brieven.

Ik schreef eerst drie brieven aan Harry Mulish; Delfgaauw, een filosoof in Groningen en aan Hahn, een Hegeliaans filosoof in Amstelveen.
Van Harry kreeg ik geen antwoord en van Delfgaauw een kort antwoord met: iets kan verschillende oorzaken hebben, waaruit wel bleek dat ie zich niet teveel moeite had getroost zich in mijn theorie te verdiepen.
En van Hahn kreeg ik mijn brief terug met correcties erbij voor zover ik ook wat over Hegel had geschreven, maar over mijn atoomtheorie schreef ie niks terug.
Hij verwees me naar één van zijn discipelen.
Voor de grap ben ik daar eens langs gegaan toen ik in de buurt was, maar die had het ook niet willen lezen.
Wel kreeg ik een papiertje van hem met wat Hegeliaans gestuntel erop geschreven.
Kortom: teleurstelling was mijn deel.

Het eerste drukwerk van mijn atoomtheorie.

Daarna typte ik een gedeelte van mijn atoomtheorie op en liet er 1000 exemplaren van drukken bij een drukkerij.
Ik wist toen helaas nog niet dat er ook zoiets als een copyrette was, waar je het zelf kon kopiëren.
Ik wist zelfs niet dat er correctievloeistof was voor het typewerk.
Ik heb die blaadjes overal rondgedeeld, maar ik had beter reclame voor een nieuw wasmiddel kunnen verspreiden, want niemand had er belangstelling voor.
Slechts een enkeling reageerde.
Ik herinner me dat ik ook nog langs kwam bij de opname van een TV-programma van Sonja Barends bij Artis, maar ik deinsde terug voor die domme massa die zich druk maakte om niks.
Daar stond ik met mijn atoomtheorie.
Ik heb het ook nog in het Engels vertaald en daarvan 1500 exemplaren laten drukken en overal naar het buitenland verstuurd, maar ook dat bleek volkomen zinloos.

Het personeelsblad van Nikhef.

Aan het eind van het jaar fietste ik zo'n beetje rond in Amsterdam Oost en kwam op de Kruislaan bij een opwerkingsfabriek van nucleair materiaal: Nikhef.
Ik was wel zo brutaal om naar binnen te stappen om een blaadje van mijn atoomtheorie te geven.
Ze hadden er wel een klein beetje belangstelling voor en hebben het in een personeelsblad geplaatst.
Dat was een eerste klein succesje.
De directeur daar was Kistemaker en van hem kreeg ik nog een brief met: "Wat is leven?"
Dat is natuurlijk wel een zeer diepzinnige vraag, maar het was hoogst twijfelachtig of dat nou een reatie op mijn atoomtheorie was of om me met een kluitje in het riet te sturen.
Nu voelde ik me meer dood dan levend, dus ik had meer het gevoel om die vraag psychologisch te interpreteren.
Ik heb die brief niet beantwoord, maar is me toch later blijven achtervolgen en misschien had ik moeten antwoorden: "Leven is open staan voor nieuwe ideeën."

Stempelboekjes.

Begin 1981 heb ik met stempels mijn atoomtheorie heel summier op blaadjes gestempeld en nog geprobeerd op de Dam te verspreiden, maar dat lag niet zo in mijn aard om tussen de grote massa te staan en daarmee ben ik gauw weer gestopt.
En toen ben ik begonnen om met die stempels kleine boekjes te maken en dat was wel leuk werk.
Ik stempelde ook foldertjes die ik in de brievenbussen verspreidde met de mededeling dat bij mij gratis informatie te verkrijgen was.
Ik heb in heel Amsterdam ongeveer 60.000 van die foldertjes in de brievenbussen gedaan en ongeveer 300 reacties gekregen en daarop mijn stempelboekjes verstuurd.
En daarop heb ik dan ook weer aan aantal brieven gekregen, die over het algemeen weinig voorstelden.
Het was niet hopeloos, maar wel teleurstellend.

Advertenties en hoge persoonlijkheden.

Dan was ik ook nog begonnen advertenties te plaatsen en naar allerlei personen en instanties mijn atoomtheorie te sturen.
Ik herinner me nog een reactie van Den Uyl gekregen te hebben en van Ed van Thijn met iets over Hegel, de secretaresse van de Koningin, een bisschop, enz.,enz.
Maar al die reacties waren onbenullig en die advertenties kostten mij natuurlijk ook nog eens kapitalen.
Dan was een journalist langs geweest van Radio Amsterdam en het zou uitgezonden worden, maar het werd niet uitgezonden.
Dat was mijn eerste ervaring met de journalistiek, dwz de onverschilligheid om niet even te vertellen dat het niet uitgezonden werd.
Er was ook een journalist uit Utrecht langs geweest, maar daarvan heb ik ook niks meer gehoord.
Ik had een uitzinnnige verkondigingsdrift, maar het hielp allemaal niks.
Ik voelde wel dat ik tegen een muur van onverschilligheid te pletter liep.

De nieuwe Jezus en de Maitreya.
(Oost en West)

Maar behalve mijn atoomtheorie moest ik natuurlijk ook mijn nieuw godsbegrip verkondigen en daarbij dat ik meende de nieuwe wedergeboren Jezus te zijn.
Daar zag ik wel even tegen op, maar tenslotte heb ik de stoute schoenen aangetrokken en verkondigd de nieuwe verlosser te zijn.
Ik herinner me dat ik onder andere een advertentie in de Groene Amsterdammer heb laten plaatsen met: ik ben Jezus!
Ik meen in het begin van de maand mei 1981.
Maar ook daar reageerde bijna niemand op.
Ik stuurde ook een brief naar de Paus met: "Ik ben Jezus!"
En dat nog wel in de tijd dat Benjamin Creme verkondigde dat de Maitreya uiterlijk 1982 op alle TV-kanalen zou verschijnen, maar dat ik die Maitreya was, dat ging er niet in.
Alle ogen waren gericht op het Oosten en niemand keek naar het Westen.
En verder dacht men vooral aan de oude Jezus en niemand kwam op het idee dat de nieuwe Jezus ook iets heel anders en iets totaal nieuws zou verkondigen.
De mensen zijn ook nog eens vreselijk conservatief met een heimwee naar het verre verleden.
De mensen leven nog helemaal in een sfeer van wonderen en sprookjes die niet bestaan; behalve in ons innerlijk aan dromen en fantasie natuurlijk.
Breng ze dat nou maar eens aan het verstand.

Arm en Rijk.
(de kracht van de tegenstelling)

En die Maitreya van Benjamin Creme kwam niet veel verder dan: "eerlijk zullen we alles delen".
Nu is dat wel vreselijk sympathiek, maar verder niks nieuws en ook al verkondigd door de oude Jezus en de communisten en socialisten.
En die materialistische eerlijkheid zal ook zeker geen hemel op aarde brengen, want wij zijn ook al zo blasé door onze rijkdom.
Nog afgezien van het feit dat de bevolkingsexplosie nog eens extra zal versterken en het milieu nog meer belast.
Het is natuurlijk wrang voor al die arme mensen, maar daar denkt men verder helemaal niet aan.
Als straks iedereen op aarde rijk is zoals wij, hoe zal de wereld er dan uit zien?
Dan zullen de problemen nog veel groter worden dan nu.
(Achter elke oplossing van een probleem schuilt een nog groter probleem, daarom is elke vooruitgang tevens ook een achteruitgang, en daaruit is de heimwee naar het verleden te verklaren.)
Tenzij iedereen zich zou beperken tot een gelijk en algemeen minimum aan inkomen voor iedereen.
Nou, zelfs de communisten hebben dat niet voor elkaar gekregen.
En ik geloof ook dat dat onhaalbaar is, omdat de maatschappij en de wereld uit tegenstellingen zijn opgebouwd en één daarvan is die van rijk en arm; ook in de arme landen zelf.
Maar dat wij mateloos materialistisch zijn, is een ding dat zeker is.
Het is een moeilijk probleem, en alle goeie bedoelingen zijn daarop stuk gelopen.
Het laat zich waarschijnlijk pas op lange termijn oplossen met de verdere algemene ontwikkeling van onze nieuwe cultuur op aarde, want het is ook een probleem tussen verleden en toekomst.
Maar mocht de mensheid op aarde eens helemaal rijk worden, dan zullen er weer rijke en arme planeten ontstaan, enz.
Dwz tegenstellingen laten zich wel opheffen, maar ontstaan dan in een groter verband weer opnieuw omdat tegenstellingen ook noodzakelijk zijn.
Er is geen eenheid zonder tegenstelling.
Want zo is er ook weer armoede binnen de rijke landen zelf waar de zwervers het eten uit de vuilnisbakken halen.
Zolang de mens rijkdom begeert zal er rijkdom en armoede zijn.

Cultuur en rijkdom.

Het voordeel daarvan is dat die begeerte en die tegenstelling een sterke motor is van onze economie en daarom ook van onze cultuur.
Hoogtepunten van cultuur en rijkdom zijn altijd samen gegaan, ook al is onze cultuur vooral een technisch-wetenschappelijke cultuur.
Maar of onze cultuur altijd zo menselijk is, dat laat zich sterk betwijfelen.
Het heeft zo zijn wrede kanten en diepe schaduwzijde.
Ik pretendeer niet dat ik het kan oplossen, maar wel kan ik de mensen met mijn atoomtheorie het bewustzijn geven dat er behalve de materie ook nog zoiets bestaat als een Geest, dwz de absolute Geest als grondslag van alle bestaan.
En ik hoop en geloof wel dat dat iets van de enorme materiële gerichtheid weg kan nemen en daarmede ook meer ruimte kan scheppen voor goddelijke idealen.
Want onze aarde moet nog heel lang mee.
En meer aandacht voor de armere landen zou ook geen kwaad kunnen, want we zijn rijk zat.
Maar misschien ligt hier wel mijn grote zonde dat ik niet meer zo overtuigd links was zoals vroeger en mijn atoomtheorie voorop plaats, vóór het milieu en het socialisme, want de mensheid heeft volgens mij eerst een veel dieper bewustzijn nodig over het heelal waarin we leven.
Het is ook moeilijk het ene met het andere te verzoenen, want naast idealist ben ik ook realist geworden door mijn levenservaring.
Ik heb ervaren hoe ook de socialisten bezweken zijn voor de welvaart.
En is ook het christendom van vroeger niet een grote teleurstelling geworden door een overmatig overdreven idealisme dat niet strookte met de realiteit?
Hier ligt een diep probleem van de ethiek.


Helen en Bhagwan.
Orpheus en Eurydice

Al in de tijd dat ik met mijn atoomtheorie bezig was had ik gehoord en ook zelf ontdekt dat Helen, mijn vroegere vrouw, bij mij in de buurt woonde.
Nu geloofde ik dat ik mijn ziel uit de onderwereld moest halen en daar liep mijn ziel en zaligheid in mijn eigen buurt rond.
Maar ik beschouwde mijzelf ook in de situatie van Orpheus in de onderwereld, die niet achterom mocht kijken naar zijn Eurydice.
Wat moest ik doen?
Ik stuurde haar een brief met mijn atoomtheorie naar haar ouderlijk huis, want het leek mij veilig mijzelf achter mijn atoomtheorie te verschuilen tegen een meer intieme persoonlijke relatie.
Ik kreeg een brief terug waarin stond dat zij mijn atoomtheorie beschouwde als een theorietje waarvan er duizenden anderen waren.
Dat was nou niet zo vreselijk aardig.
Ze is ook nog een keer bij mij langs geweest, maar ik hield mij vast aan mijn atoomtheorie en dorst niet aan een relatie te beginnen uit angst dat onze problemen van vroeger weer opnieuw levensgroot tevoorschijn zouden komen.
En bovendien had zij geen belangstelling voor mijn atoomtheorie en was zelf de leer van Bhagwan toegedaan, die ik wel sympathiek vond, maar filosofisch nogal kinderlijk.
We leefden in verschillende werelden.
Twee geloven op een kussen: daar slaapt de duivel tussen.

Ik ben God, Jezus en de Heilige Geest.
3 boekjes

Ik heb in totaal 13 boekjes gestempeld met de nummers 11, 12 en 13 als titels: ik ben God; ik ben Jezus en ik ben de Heilige Geest.
Dat was allemaal wat teveel van het goede en bleef helaas in een ego-trip zitten, ook al was het niet zo bedoeld.
Daarna stopte ik ermee.
Ik had het ongeveer 9 maanden volgehouden en het had me zo ongeveer 6000 gulden gekost, maar het had me toch ook wel veel plezier gegeven en ik had mijn eerste ervaring opgedaan met de mensen.
En ik wist bovendien van te voren dat niemand me zou geloven.

De verdere ontwikkeling van het godsbegrip.
(god weer als individu)

Mijn godsidee had zijn accent op het oneindige als eenheid van een oneindig aantal microwezens en waarbij het individu als Ik een reflectie-middel was tot zelfbewustzijn van dat oneindige of eeuwige.
Dat individu kan natuurlijk ook een microwezen zijn en zo is het bewustzijn God te zijn als oneindig bij een microwezen natuurlijk veel hoger ontwikkeld dan bij mij.
Maar in het algemeen is God dan een drie-eenheid van oneindige veelheid, oneindige eenheid en het individu.
Maar het individu is dan in de eerste plaats een middel en als middel blijft die oneindigheid een abstracte leegte, dwz het individu moet ook een doel op zichzelf worden, zodat God als oneindig ook als individu verschijnt in die oneindigheid en die oneindigheid een volle konkrete oneindigheid wordt, speciaal als het niet slechts om één individu gaat, maar om allen.
Dat was de eerste ontwikkeling vanuit het oneindige.

"Ik denk, dus ik ben God!"
Descartes: cogito, ergo sum!

Het oneindige is niet alleen ver weg, maar het is overal en dus ook hier in mij en als mij.
Het oneindige is ook hier.
Of ook: het is eeuwig nu.
En ook: de absolute oneindige en eeuwige Geest bestaat ook als mijn Ik.
Descartes zeide: "Ik denk, dus ik ben!",(cogito, ergo sum).
Maar volgens mij is die zin nog niet af en moet luiden: "Ik denk, dus ik ben God!"
En dan speciaal bij het lezen van de nieuwe bijbel.
God verschijnt als individu en ook alle individuen en pas dan is God konkrete algemene menselijkheid of konkrete oneindigheid inplaats van een abstracte oneindige leegte.
Het bewustzijn van het oneindige dat eerst als het ware boven de mensen zweefde zou eigenlijk in een menselijke gemeenschap neder moeten dalen.
Maar omdat niemand me geloofde kon het nog niet zover komen en had ik eerst alleen met mijzelf van doen: ik wilde terug keren naar mijn eigen zelfbewustzijn, zoals ik dat beleefd had vóór mijn 28ste jaar.
Toen was ik Jezus in mijzelf als individu, en als konkrete beleving van het goddelijke in het hier en nu is het dan meer als Ziel dan als Geest, meer gevoel dan denken.
Maar mijn Ziel was gestorven, dus: hoe kreeg ik mijn Ziel weer terug?

Historische analyse.
(de atoomtheorie als heilige geest)

Ik had ook al een idee van een historische analyse om te bewijzen dat ik Jezus was, en wel vanuit de Bijbel waar sprake is van de Heilige Geest als eenheid van God en mens.
Nu: mijn atoomtheorie is de eenheid van God en mens, want God zit letterlijk in ons als microwezen en ook als oneindige eenheid van God en de microwezens, want de atoomtheorie gaat dan nog veel verder dan de Bijbel, want is niet alleen de eenheid van God en mens, maar is ook de eenheid van God en de microwezens en is ook de eenheid van een oneindig aantal Goden, dus ook als verzoening van alle godsdiensten, zowel richting verleden als richting toekomst.
Dan verder als eenheid van het oude testament als wet en het nieuwe testament als liefde in de hogere Geest van het begrip: begrijpen wie God is, wat hoger is dan de Liefde.
Maar is dan tevens een terugkeer naar het joodse principe van het denken, maar zo dat het onderscheidende denken van de wet in goed en kwaad nu tot eenheidsdenken komt in het begrijpen.
Het begrijpen is eigenlijk een synthese van denken en liefde, maar met het accent op het manlijke principe van het verstand.
Mijn atoomtheorie weerspiegelt eigenlijk het joodse ideaal van een eeuwig godsrijk.
In die zin schijnt het eigenlijk tegenstrijdig dat ik meen Jezus te zijn.
Maar toch is het begrijpelijk dat Jezus door zijn dood aan het kruis terugkeert in het manlijke principe van het denken, wat ook in het begrip: Geest wordt uitgedrukt.
En wezenlijk zijn oude en nieuwe testament ook een eenheid en die eenheid is mijn nieuwe Bijbel.
Maar het is niet de bedoeling daarbij te blijven stilstaan en niet verder te komen, want vanuit het begrijpen moet nu ook alles opgenomen worden, dus ook de Liefde.
In mijn atoomtheorie is God het totale bewustzijn.
Het begrijpen blijft daarin echter de hoogste grondslag, maar in eenheid met de Liefde is God de eenheid van Liefde en begrip.*
De Liefde heeft ook het begrip nodig om zichzelf te doorgronden.
Maar ook de zintuigelijke waarneming en de voorstelling horen daarbij tot een totaal bewustzijn.
Dan komt er ook nog een historische analyse bij van de moderne tijd in een drieëenheid van: Hegel, de moderne natuurwetenschappen en dan mijn atoomtheorie als derde en hogere synthese van beiden.
*Eigenlijk ligt dat ook al in de betekenis van het woord filosofie als liefde voor de wijsheid of waarheid: de diepste essentie van de religie is eigenlijk de filosofie.

Sindbad de Zeeman.
(de duivelse wetenschap)

Ik heb nogal veel aandacht besteed aan de periode van mijn godsbegrip en mijn eerste atoomtheorie-actie.
Begrijpelijk want eigenlijk was toen alles in principe begrepen en is er daarna tot nu toe niets essentieels bij gekomen.
Anderzijds: God had ik wel begrepen, maar nog steeds niet gezien, dus er scheen toch nog iets te missen.
Zo verscheen er wel een beeld van mijn natuurlijke vader voor mijn innerlijk oog als zou hij God zijn.
En ik wilde ook terugkeren naar mijn eigen individualiteit en ook bij God zien denk ik speciaal aan God als individu en mijn Godsbegrip was nog niet God als individu, maar als algemene Geest, als oneindigheid.
Hier scheen iets niet te kloppen: hier zat een tegenstrijdigheid en ik denk daarbij aan een verhaal van Sindbad de Zeeman uit een boek van Dr.C.J. Schuurman: Er was eens ... er is nog.
Sindbad maakt daarin 7 reizen als symbolisch voor het levensavontuur en in de zevende reis maakt ie een hoge vlucht met een man die veranderd is in een vogel.
Hoog in de lucht meent Sindbad de engelen in de hemel te horen zingen en begint Allah aan te roepen.
Maar dan wordt hij door die man als vogel vervloekt en ze vallen beiden naar beneden.
Op de grond gevallen ontmoet hij twee schone jongelingen als aanbidders van de ware God en die hem vervolgens helpen om die man als vogel uit de muil van een slang te redden.
Volgens Schuurman is die vogel symbolisch voor het demonische wetenschappelijke verstand en klopt dan niet met mijn filosofie, maar wel geloof ik dat mijn godsbegrip als abstracte oneindigheid nog verder ontwikkeld moest worden tot konkrete werkelijkheid, dwz tot een konkrete drieëenheid: God plus die twee schone jongelingen maakt drie.
En bij mij zijn die andere twee: het individu(ik) en de wereld.
Konkreter: het zijn de Liefde en het Socialisme.






Wordt vervolgd in: eigen leven 2

klik hier voor FRAME
(als je zonder frame binnen bent komen vallen)

voor vragen en opmerkingen: harriew@hotmail.com


hoofd-index