Ik
ben geboren op 11 mei 1945, kort na de tweede wereldoorlog.
Mijn vader was
metselaar van
beroep en geïnteresseerd in de filosofie, maar ook in
psychologie
en politieke beschouwingen van de al eerder genoemde Heer
Börger.
Ik raakte daardoor
ook
geïnteresseerd en wel zo'n beetje vanaf mijn pubertijd.
Ik zat toen op de
MULO-school en
ik kon slecht leren omdat de saaie schoolstof mij maar matig
interesseerde en ik liever wegdroomde in de filosofie en psychologie
(maar ook in de sterrenkunde en de oneindigheid van het heelal) en ik
wist ook niet wat ik nu eigenlijk wilde worden in het leven, dwz kwa
beroep.
Ik
wilde het leven begrijpen.
Mijn
grootste ideaal leek mij om het leven te begrijpen, maar niet om iets
te worden, dwz ik wilde vrij blijven, me niet tot
één
beroep beperken, maar oneindig blijven.
Moest ik dan toch
iets worden,
dan was ik liever timmerman geworden, maar daar kon ik mijn ouders niet
van overtuigen.
En achteraf ben ik
dan toch blij
dat ik die MULO afgemaakt heb, want een beetje basis-kennis is toch wel
nodig, al was het alleen maar omwille van het Duits om later Hegel te
kunnen lezen.
Na de MULO werd ik
getest en men
vond daar dat ik landmeetkundig tekenaar van het Kadaster moest worden.
Dat duurde dan weer
twee jaar en
toen ik zover was, toen raakte ik toch in een innerlijke crisis, want
om mijn hele verder leven als ambtenaar te slijten, dat strookte
eigenlijk helemaal niet met mijn karakter en diepere idealen.
(Ik kon ook aardig
tekenen en ik
had misschien nog beter de kunstzinnige kant op kunnen gaan.)
Het contact met
mijn vader was
erg slecht, want die wilde nooit naar mij luisteren en stuurde mij
toen naar Börger: die moest het dan maar oplossen.
Ik ben Jezus.
Volgens Börger had ik
een
moederbinding (Oidipoes-complex bij Freud), maar dat had ik van mijn
vader ook al gehoord en was dus eigenlijk niks nieuws.
En bovendien zag ik dat
moedercomplex
niet alleen als iets slechts,
negatiefs, maar ik kon dat ook wel van de positieve kant beschouwen,
want Börger had zelf op één van zijn
lezingen gezegd
dat de geest van de man uit de ziel van de vrouw werd geboren, zoals
Jezus uit Maria, en dat was tenslotte ook zijn moeder.
Kortom: niet alleen
Oidipoes, maar ook
Jezus had een moederbinding en
verder kwam het conflict met de vader daaruit voort dat in de Zoon een
nieuwe Geest werd geboren ten opzichte van de oude Geest van de Vader.
Omdat ik over die dingen
al veel had
nagedacht, zeide ik tegen
Börger dat ik Jezus was.
Maar Börger
wilde verder helemaal
niet luisteren naar mijn
redenatie en zei alleen dat ik hem moest worden.
-
(En dat
was ook het enige juiste
antwoord.) -
En
daarmede was eigenlijk de hele toon
gezet tussen ons beiden voor de
komende zes jaar dat ik bij Börger zou komen. -En
inderdaad:
ik moest nog heel veel leren. -
De hippe tijd.
Ik
heb aan Börger veel te danken in die voor mij moeilijke tijd
om
los te komen van mijn ouderlijk huis en de wereld in te gaan, want ik
was nogal introvert en dromerig en verlegen.
Maar dank zij
Börger kreeg
ik wat meer zelfvertrouwen en ging ik onder anderen volksdansen en
jeugdherbergen, waar ik een meisje ontmoette, met wie ik ook nog
trouwde.
Het waren toen wel
leuke tijden:
de hippe tijd en de flower power beweging en de provo's en het linkse
idealisme, enz.
Er was nog een
sterk geloof in
een betere wereld.
De hippies liepen
met lang haar
en waren allemaal zo'n beetje Jezus zelf.
Maar het mocht
allemaal niet
lang duren, want er waren ook problemen.
Zo nam ik ontslag
bij het
Kadaster en wilde voor onderwijzer studeren, wat echter mislukte.
En zo waren mijn
vrouw en ik
nogal tegengesteld van karakter en we gingen uitelkaar.
Ik viel terug in
mijn oude
introvertheid.
De politiek: links en rechts.
En dan waren er
ook politieke
problemen, want hoewel Amerika zich terugtrok uit Vietnam en blijkbaar
had verloren, droomde ik toch dat ik dienst zou nemen in het
Amerikaanse leger en ik kwam kort daarop bij Scientology terecht, een
Amerikaanse beweging.
Plotseling werd ik van links rechts, maar waarschijnlijk omdat ik
vastgelopen was in een lui en werkeloos en uitzichtloos bestaan en ik
dubbeltjes op straat begon te zoeken om nog rond te komen.
Ik beschouwde mijn rechts worden als een offer aan de boze wereld,
zoals Jezus zich had geofferd aan het kruis.
De
filosofische verandering.
Maar de diepste oorzaak
daarvan was
een filosofische verandering van inzicht.
Want ik begon
langzamerhand te
begrijpen dat het denken eigenlijk de grondslag was van het bestaan,
dwz niet de natuur, maar de Geest als denken was de waarheid.
En dat inzicht
veroorzaakte in
mij een innerlijke ommekeer.
En niet alleen een
ommekeer van
natuur naar Geest, maar ook een ommekeer van subjectief gevoelsdenken
naar objectief redelijk denken, dwz de waarheid is niet het eigen ik en
het eigen gevoel, maar de objectieve rede, de objectieve logica, die
historisch zijn grondslag heeft in de wereld en de cultuur.
Daardoor stierf ik
als het ware
als individu om me te offeren aan de wereld als hogere waarheid.
Van Börger naar
Hegel.
En verder was ik
langzamerhand rijp
geworden om Hegel te gaan lezen en in diezelfde tijd stierf
Börger.
De gevoelvolle, idealistische en meer subjectieve Börger
maakte
plaats voor de strak logisch en objectief denkende Hegel.
In Hegel openbaarde zich een heel andere denkwereld dan ik bij
Börger gewend was.
Maar die gecompliceerde omdraai in mijn persoonlijk leven, politiek en
filosofisch, die kristalliseerde zich in mijn eigen Ik als centrum, dat
als eerst gevoelsmatig Ik, als ziel, nu in het Niets verdween, want nu
voor het eerst metafysisch werd.
Het begin van de Geest was mijn eigen Ik in: "Wie ben Ik?"
(Zie bij nummer 8: Hoe
heb ik mijn atoomtheorie
gevonden? )
Ik ben Niets.
Ik ben eigenlijk Niets,
want als
geestelijk wezen ben ik metafysisch, alleen inhoud van denken.
Maar vanuit dat metafysische Ik aanschouwde ik aan de andere kant de
volle natuur, wiens raadsel ik wilde doorgronden.
Dwz tegelijkertijd had ik de drang tot synthese, tot verzoening van die
tegenstelling van abstracte, metafysische geest en de natuur.
En wel omdat dat abstracte Ik als Niets tegelijkertijd ondragelijk was.
Want consequent beschouwd zou ik dan werkelijk moeten sterven om
helemaal Niets te zijn.
En uit die paradox werd die atoomtheorie geboren.
Want mijn geest drong nu juist voor het eerst helemaal in de natuur
door om deze te bevruchten om dat sterven tegen te gaan en te ontdekken
dat de natuur niet alleen natuur is, maar ook zelf geest, dwz dat juist
in de natuur een hogere geest leeft dan die van ons, namelijk bij de
microwezens.
Het raadsel van het Kruis.
Dat draaien in
het eigen Ik als
Niets
ging ook nog eens samen met de filosofie over de eenheid van Zijn en
Niets van Hegel. Je zou kunnen zeggen dat ik vanuit de eenheid van het
Zijn en het Niets
het heelal opnieuw herschiep vanuit het eeuwige goddelijke Ik.
Enerzijds maakte ik een omdraai van natuur naar Geest, dus van beneden
naar boven en anderzijds ook nog eens van links naar rechts en die twee
bewegingen vormen samen een kruis en in het hart van dat kruis lag mijn
eigen Ik dat als liefdevol gevoels-Ik moest sterven om een geestelijk
Ik te worden.
Maar het wonderlijke was dat uit dat abstracte Ik als punt zich het
raadsel van het heelal oploste als oneindige Geest.
Uit het abstracte Ik werd de konkrete eeuwige en oneindige God geboren.
En wel door een derde omdraai, namelijk door de evolutie op zijn kop te
zetten.
- Dit is dan zo'n beetje de diepere filosofische
achtergrond,
maar tevens religieuze achtergrond, met name christelijke achtergrond
van het ontdekken van mijn atoomtheorie, namelijk het sterven aan het
kruis in de omslag van natuur naar geest en individu naar wereld,
waarbij het in wezen niet gaat om een lichamelijk lijden, want dat is
bijzaak, maar om een innerlijke ommedraai van inzicht, dwz het sterven
van de Ziel voor de geboorte van de Geest.
De Heilige Geest.
Maar niet alles
had zich
opgelost,
want wat zich niet oploste was hoe het Ik als punt een beeld kon zien
en hoe God als het heelal ook één wezen,
één individu zou kunnen zijn, want God valt in
mijn
atoomtheorie als een oneindige veelheid van goden uitelkaar.
Dat zou zich pas later oplossen door deze twee: God en Ik te combineren
tot een eenheid in de Heilige Geest, dwz de eenheid van God en Mens als
het ware hart van het Kruis.
Die atoomtheorie zelf was daarin eigenlijk nog slechts de negatieve
zijde daarvan als oneindige veelheid, als uiterlijkheid.
Maar nu laat ik dit even liggen, want ik ben bang dat ik al veel te
veel heb opgetypt en het misschien volkomen onbegrijpelijk gaat worden,
want dit is een verschrikkelijk moeilijke filosofie en ik vraag me
steeds al af: moet ik dit wel allemaal opschrijven?
Ik ga daarom even over op wat andere kost.
Op het zolderkamertje van
Wim Roele.
Ten tijde dat ik mijn
atoomtheorie
vond woonde ik bij een vriend op zijn kleine zolderkamertje.
En deze vriend had het nogal moeilijk in zijn eigen leven en kon het
bovendien maar moeilijk verdragen dat ik van links rechts was geworden
door die hele Scientology beweging en ik had het daar zelf overigens
ook moeilijk mee.
En nu was ook nog eens die atoomtheorie erbij gekomen.
Volgens hem was ik van een indiaan(links) een cowboy(rechts) geworden
en die atomen waren geen liefde maar sex-spermatazoa.
Verder was ie zijn vriendin kwijt geraakt en ging het slecht met zijn
studie en hij begon spoken te zien en ik kreeg het gevoel dat ie dat
allemaal ook op mij wilde afreageren.
(Maar inplaats daarvan sprong ie eerst nog uit het raam en hij zou
later zelfmoord plegen.)
Hij begon zo'n beetje de duivel in me zien.
Maar ik beschouwde mezelf als Jezus aan het kruis en
in de onderwereld.
Mijn lijdensweg was begonnen.
Ik had al eerder ontslag genomen van mijn baan in Haarlem en nu leek
het mij ook beter van dat zolderkamertje af te gaan voor dat Wim Roele
me naar de keel zou vliegen.
En hij wilde me ook van dat kamertje af hebben.
Ik zwierf 's nachts door Amsterdam en vond uiteindelijk een jeugdhotel
in de Kerkstraat waar ik een week bleef en kon daarna weer bij andere
vrienden tijdelijk onder dak.
Ik stond niet erg sterk op mijn benen en was altijd weer van anderen
afhankelijk.
En hoewel ik niet echt in God geloofde en ik ook niet gelovig was
opgevoed, maar door de filosofie wel belangstelling had voor het
godsbegrip, maar dat ook door mijn atoomtheorie nog niet goed kon
begrijpen, bad ik uit pure wanhoop toch maar eens tot God.
Toen kwam wonder boven wonder in een visioen een hand op mijn schouder
en een stem zeide mij:
"Dat is de eerste keer dat je tot mij bid!"
Een
droom over God!
Diezelfde nacht
had ik ook een
droom
over God: ik liep op de Dam in Amsterdam en een Ruimteschip in de vorm
van een TV-toestel kwam op me af.
In dat ruimteschip zag ik een houten beeld in het midden dat nog
ongevormd was en dat God moest voorstellen.
Daar omheen waren vier jongemannen en de stem van God zei tegen mij:
"Je hebt wel iets van een megalick!"
En ook: "Eens zul je me zien!"
En ten derde: "Maar Gods molens malen langzaam!"
Dat totale beeld in dat ruimteschip doet me denken aan Jezus en de vier
evangelisten, maar komt ook voor in het boek Daniël uit het
oude
testament, waarin sprake is van vier dieren (Daniël 7:3) met
in
het
midden een Oude van dagen (7:9) op een troon en dan ook nog een
mensenzoon (7:13).
Het beeld is nog onaf en moet nog gevormd worden en zo is een megaliet
ook nog onaf, want een ruwe steen met een religieuze betekenis. Dat
beeld moet dan God zelf worden.
Maar het is eigenlijk geen megaliet, maar megalick, dwz mega-l-ick,
waarbij mega groot betekent en ick natuurlijk: ik, dus: groot ik.
En ik heb dan ook het gevoel dat ik mezelf tot God moet ontwikkelen of
tot Jezus, zoals Börger terecht zeide: "Je moet hem (Jezus)
worden!"
(Zie bij: Ik ben Jezus, onderin.)
Anderzijds is het duidelijk de bedoeling dat ik God zal zien als de
ander.
Dus hierin ligt tevens een tegenstrijdigheid en een conflict tussen
vader en zoon.
En ik vergelijk dat ook met een toen nog onopgelost probleem in de
filosofie bij het ik als punt enerzijds en God als oneindigheid
anderzijds, en waarvan de wederzijdse verzoening de oplossing moet
brengen.
(Zie bij: de Heilige Geest.)
Weer
aan het werk en een eigen woning.
Kort daarop
verscheen de chef
uit
Haarlem om te vragen of ik weer aan het werk wilde gaan.
Het leek wel alsof God hem had gestuurd.
Sinds die tijd ging het weer beter met me: ik vond een kamer en een
jaar later een eigen woning, maar ik zat nog altijd met die
atoomtheorie, want wat moest ik daar dan verder mee doen?
Ik heb geprobeerd om het anderen te vertellen, maar wat ik al gevreesd
had, dat gebeurde ook: niemand had er belangstelling voor.
Als je werkelijk iets te vertellen hebt, dan wil niemand naar je
luisteren.
En behalve dat de mensen dom zijn en massa-mensen, had ik ook het
gevoel dat het Gods wil was.
Het leven schijnt me soms als een droom, waarin niemand enige vrije wil
heeft en waarin alleen precies dat gebeurt wat in de diepere ziel en
geest van God (de microwezens) verborgen ligt.
Maar dan was er nog een tweede idee, namelijk om het werkelijke bewijs
te vinden van mijn atoomtheorie.
Dat leek me eigenlijk onmogelijk als
iets voor de verre toekomst, maar vooruit: ik moest alles proberen en
dan had ik dat tenminste gehad.
Het binnenste buiten
gedraaide heelal.
Ik was namelijk in een blad
een
bijzonder idee tegen gekomen om het heelal van Einstein als een hogere
dimensie te kunnen begrijpen, want dat heelal is zo dat als je de ene
kant opgaat, je dan aan de andere kant weer terug komt.
Ik
heb van dat idee: het binnenste
buiten gedraaide heelal een apart document gemaakt, want is een hele
studie op zichzelf.
Klik
daar naar toe via de index of hier
of
lees anders rustig ver met:
De
Hoeren.
Maar
voor ik me daar helemaal in kon verdiepen, gebeurde er ook nog iets
anders: ik zakte door in de hoerenbuurt.
Ik denk dat dat
verschillende
oorzaken had: ten eerste had ik mijn ziel verloren, dwz mijn subjectief
gevoelsleven was gestorven aan een objectief verstand.
En ten tweede was
er ook weinig
vrienschap overgebleven en was ik erg eenzaam en dat kwam ook nog eens
extra door die atoomtheorie die niemand wilde geloven.
En ten derde hadden
die hoeren
juist de functie om weer in mijn eigen zelfbewustzijn terug te keren,
om als het ware weer als Ik-bewustzijn wedergeboren te worden, want die
atoomtheorie had niks met mijzelf van doen: het was een objectief idee
los van mijzelf.
En dan kwam er ook
nog bij dat
ik doodmoe was van het werk in Haarlem, omdat ik daar eigenlijk met
niemand kon opschieten en de sfeer daar ook abominabel slecht was.
Dus ik was geen
heilige Jezus,
maar een Jezus in de onderwereld, een Jezus bij de hoeren.
Niets menselijks is
mij vreemd
en daar moest ik dan ook doorheen.
Ik had
mijn geloof in de
liefde
ook verloren en alleen de sex was overgebleven, zoals we overigens ook
zelf in de wereld in een sex-cultuur leven.
Een droom over de koningin
van
Engeland.
In
die tijd had ik een grote
droom; ik droomde dat ik bij de koningin van Engeland moest komen.
Ik
moest haar
met Hare Majesteit
aanspreken om mijn eerbied te betuigen.
Ik
moest haar
dochter gaan
zoeken in de hoerenbuurt.
En
iemand
anders zou me eieren
meegeven.
Maar
ik wist
dat haar dochter
niet in de hoerenbuurt zat, maar in haar eigen paleis verborgen was.
Hegel,
Wim Roele en de bijstand.
Sinds een aantal jaren was
ik
begonnen aan Hegel om daarin langzaam maar zeker door te dringen en nu
was het me voor het eerst gelukt de twee delen van Hegel's Religions
filosofie helemaal te lezen.
Langzamerhand dorst
ik wat meer
op straat te komen en het eerste wat ik deed was om eens te kijken hoe
het mijn vroegere vriend Wim Roele ging, bij wie ik op zijn
zolderkamertje had gewoond.
Er woonden nu
studenten op zijn
woning, die mij vertelden dat Wim zelfmoord had gepleegd.
En mijn
zolderkamertje was
ingericht tot een fietsenhok.
Dat was een trieste
dag voor mij.
Mijn vader kwam langs en
zei me dat
ik recht had op een bijstandsuitkering en die kreeg ik gelukkig ook en
later kreeg ik een WAO-uitkering tot op de dag van vandaag.
Wis- en Natuurkunde.
In de lente van 1979
besloot ik me
ook wat in de wis- en natuurkunde te verdiepen omdat ik het voor
mijn atoomtheorie wel verplicht was.
Ik haalde boeken bij de Slegte en de bibliotheek vandaan en leerde
allerlei formules die ik later bijna allemaal weer vergat, maar ik
herinner me daarvan ook wat hogere wiskunde geleerd te hebben met
limietberekeningen en delta x om onder andere raaklijnen aan parabolen
te kunnen berekenen en verder het systeem van atoomelementen en van
alles en nog wat meer op HAVO- en VWO-niveau.
Na drie of vier maanden intens bezig geweest te zijn, ben ik daar
echter mee gestopt, omdat het me te weinig interesseerde en ik van
mening ben dat het voor mijn atoomtheorie voorlopig niet zoveel
uitmaakt
of je nu wel of niet de kwantummechanica kent.
Mijn atoomtheorie is voorlopig in de eerste plaats een filosofische
overtuiging en de natuurwetenschap komt later wel als de
natuurwetenschappers zelf geïnteresseerd zullen raken.
Voorlopig heb ik uit die hoek nog niks serieus gehoord en ook niet
waarom mijn atoomtheorie natuurwetenschappelijk onmogelijk
zou
kunnen zijn en bovendien is de microkosmos een veel hogere wereld
waarvan ik uiteraard niet meteen alles kan verklaren.
En dan kan ik heel veel zeer diepe natuurwetenschappelijke problemen
met mijn atoomtheorie wèl verklaren.
En ik kan bovendien niet alles alleen doen: zoals een natuurkundige
geen filosoof behoeft te zijn, zo behoef ik als filosoof ook geen
natuurkundige te zijn en voorlopig weet ik als filosoof veel meer van
de natuurkunde af dan de natuurkundigen omgekeerd van mijn atoomtheorie
afweten.
Wat van die kant op mij af is gekomen is erbarmelijk.
Later heb ik me nog enige malen opnieuw in de natuurkunde verdiept,
zodat ik toch wel enige kennis heb op weten te bouwen.
Maar om dat hele wiskunde-apparaat van de natuurkunde te leren: ik
geloof dat dat voor mij niet nodig is en verder ook helemaal geen zin
zou hebben.
Hoewel ik wel aanleg heb voor wiskunde interesseert het mij te weinig.
Op de MULO was ik vooral goed in meetkunde, omdat ik vooral (denk ik)
een sterke visuele intelligentie heb, wat tot uitdrukking komt in mijn
aanleg voor tekenen en ook dat ik voor landmeetkundig tekenaar getest
ben en dan vooral in mijn atoomtheorie en ook in mijn b.b.g. heelal en
wat daarmee samenhangt.
Maar ook het zuiver abstracte van Hegel kan ik goed begrijpen.
(Ik beschouw mijn
atoomtheorie
als een synthese van Hegel en de natuurwetenschappen.)
Maar voor chemie bijvoorbeeld heb ik helemaal geen aanleg, want
daarvoor moet je een ijzersterk geheugen hebben.
En wat dat betreft ben ik ook niet verder gekomen dan een paar
ULO-boekjes.
Mijn kracht zit in het filosofische denken.
Un
spraakalfaabet.
Zomer 1979 hield ik me
bezig met het
creëren van een spraakalfabet, dwz schrijf precies zoals
je
spreekt:
Atoomu
bustaan uit
ruimtu-sgeepu.
Atoomu bustaan uit
ruimtu-sgeepu
waarin triljoenu supur-intuliegentu miekrooweesuns woonu en in du veru
toekomst gaan wij ook self het heelal volbauwu met ruimtu-sgeepu als un
herhaaling van du miekrookosmos in het groot.
Du miekrookosmos is
geen doot
meegaaniek volguns du weetusgap, maar un hooguru leevundu kultuur.
En door mijn
atoomteejoorie kan
ik
vurklaaru hoe ons ligaam soo suubliem kan fungtsiejooniru.
En du weetusgap kan
ook niet
vurklaaru waar du atoomu vandaan koomu, want waarom heeft du oerknal nu
juist atoomu guprooduusirt?
Du weetusgap kan ook
niet
vurklaaru wat atoomu nu ijguluk sijn, want volguns haar sijn ut slegts
puntu eenursjie.
Nau, dat is tog ook niet veel!!
Wat is dat voor un
stompsinug
heelal dat uit un onijndug siesteem van eenursjie bustaat en waarin het
leevu slegts toeval sau sijn?
Met mijn
atoomteejoorie krijgt
het
leevu un veel hooguru waardu en sinvolhijt.
Ook kan ik met mijn
atoomteejoorie
het bustaan fan Got buwijsu, want het heelu heelal is uit leevundu
weesuns opgubauwt en Got is du eenhijt van al die leevundu weesuns als
één weesu!!
Gots rijk bustaat in
du
miekrookosmos en ik ben Jeesus om van Got tu gutuigu in mijn niewu
Bijbul!
Ik ben niet du audu
Jeesus van
vroegur, maar du niewu weedurgubooru Jeesus met un niew vurhaal.
Ergernis
over
de schrijftaal.
Het
is erg gemakkelijk en ik kan het zo weer opschrijven en is dan
ook ontstaan uit ergernis over de officiële
schrijftaal, die
vreselijk ingewikkeld inelkaar zit met allerlei overbodige en
inkonsekwente spellingsregels, en vaak helemaal geen regels, maar pure
willekeur, zodat bijna niemand het Nederlands goed kan schrijven.
Ik
kan niet schrijven
zonder een dik woordenboek plus spellingwijzer
onzer taal.
En het laatste wat ze dan weer uitgevonden hebben is iets over de
meervouds -n om maar weer eens een compleet nieuw woordenboek op de
markt te kunnen brengen.
Het is uiting van volkomen krankzinnigheid en decadentie.
En ook op school is het veel weggegooide tijd en moeite om iets te
leren wat eigenlijk helemaal niet hoeft.
Want als je schrijft zoals je spreekt dan kun je een taal heel snel
leren.
En je kunt dan het aantal regels tot een minimum beperken.
Zoiets
kan
natuurlijk niet alles oplossen, want we spreken allemaal wat
verschillend, maar dan kun je je houden aan een algemeen gemiddelde
uitspraak van de Nederlander.
En dan
kun je je
vervolgens omgekeerd houden aan een zo opgeschreven
taal voor wat de uitspraak betreft, dwz spreek het uit zoals het
geschreven staat.
Er gaat
een zeer
grote aantrekkingskracht van uit, en ook anderen zijn
er mee bezig geweest.
Het is
geen
uitvinding van mij, maar helaas heeft het geen ingang
gevonden, zoals ook heel veel andere nieuwe ideeën,
bijvoorbeeld
wat ik laatst op de TV heb gezien, namelijk om kinderen op school zelf
te laten beslissen wat ze willen leren.
Dit
sprak mij ook aan omdat ik de school veelal als een lijdensweg heb
ervaren van dwang en saaiheid.
De school is niets anders dan een leerfabriek voor onze technocratische
welvaartsmaatschappij om daarin zo goed mogelijk als een radertje in
een machine te kunnen functioneren en er moet dan zoveel mogelijk
nuttigs ingestampt worden in zo kort mogelijke tijd.
Maar de Nederlandse schrijftaal is voor een groot deel volkomen
onnuttig en zonde van de moeite.
De logica zou de basis moeten zijn van onze taal.
De
hoerenbuurtdroom.
Er was in die tijd
een behoorlijke verveling opgetreden.
Ik wist eigenlijk niet meer waar ik het zoeken moest.
Overigens had ik toen wel een hele mooie droom, die ongeveer zo ging:
ik was in de hoerenbuurt in conflict geraakt met een oudere man en wel
omdat ik aan zijn vrouw zat en hij mij vervolgens in het water gooide.
Ik geloof dat ie een souteneur was.
En ik wilde hem aanklagen bij het gerecht.
Op aanraden van de hele buurt trok ik toen echter mijn aanklacht in.
Daar was iedereen erg blij mij en toegejuicht door de hele buurt
verliet ik met een jonge vrouw de hoerenbuurt.
We liepen samen in optocht door de Warmoesstraat.
En we hadden allebei mooie Renaissance-kleding aan en ook nog eens een
dochtertje bij ons.
Ik meen dat die jonge vrouw Mieke was, met wie ik een erotische relatie
had gehad in de tijd na Helen.
Zou het toch nog mogelijk zijn mijn ziel uit de onderwereld te redden?
December 1979 besloot ik de Bijbel te gaan lezen.
De bijbel lezen.
Ik had al wel over
de bijbel gelezen vanwege mijn droom dat ik eens God zou zien, maar aan
de bijbel zelf had ik nog niet durven beginnen.
En nu moest het er maar
eens van
komen.
Ik besloot
het nu maar eens
definitief aan de geestelijke kant te gaan
zoeken, want dat binnenste buiten gedraaide heelal was mislukt en ook
mijn natuur- en wiskundestudie had niet zoveel voorgesteld.
Ik had daar te weinig
belangstelling
voor.
In diezelfde tijd dat
ik aan de
bijbel begon lukte het me ook om van
het roken af te komen.
Ik had de gewoonte
ontwikkeld om 's
morgens vroeg, nog voor ik aan een
boterham met thee begon, al een shaggie te draaien.
En ik begon een beetje
vies van
mezelf te worden.
En onder de goddelijke
inspiratie
van het bijbellezen besloot ik met
het roken te stoppen, wat ik tot nu toe nog steeds heb volgehouden: 25
en een half jaar.
Waar God al niet goed
voor is.
Nu lukte het me niet om
alles in de
bijbel te lezen.
Want sommige gedeelten
zijn toch wel
vreselijk saai en taai.
Zo geef ik weinig om de
psalmen, wat
anderen misschien wel geweldig
vinden.
En zo vind ik ook dat
eindeloos
gezeur van de profeten weinig
verheffend.
Hoe kan dat ons moderne
mensen nog
inspireren?
Enfin, maar wat ik wel
aardig en
soms ook wel spannend vond waren de
verhalen en de historie als geheel.
De bijbel is een
duidelijk
geschiedenisboek met een evolutionair
ontwikkelingsproces.
In ieder geval: ik heb
me er
doorheen geworsteld en later vele stukken
nogmaals en nogmaals gelezen, zodat ik me toch wel een vrij aardige
bijbelkennis heb eigen weten te maken.
En naast een hoop onzin
zit er dan
ook veel diepzinnigs in.
Je moet dan het kaf van
het koren
weten te scheiden.
Daarna las ik nog een paar klassieke boeken, waaronder de Ilias, en het
levensverhaal van Willem van Oranje, maar
het lukte me niet in das Kapital door te dringen.
Ergens bij blz. 100 moest ik het opgeven.
Niet dat het nou zo moeilijk was, maar ik vond het allemaal nogal
langdradig en saai.
Als het communisme daarvan afhankelijk is geweest, hoe heeft het dan in
godsnaam van de grond kunnen komen?
Het was alleen maar economische analyse met hier en daar wat aardigs er
tussen door.
Ook Dante's Divinia Comedia wilde me niet lukken met saaie gedichten en
ook de Koran begon me al gauw te vervelen en na zo'n 100 blz. had ik de
algemene sfeer wel te pakken en hield ik het voor gezien.
Ik ben geen intellectuele doorbijter en beperk me tot wat me echt
interesseert, met name Hegel, waar ik wel veel moeite voor gedaan heb
om het onder de knie te krijgen.
Opnieuw:
het Ik-probleem.
Die zomer probeerde ik weer
eens opnieuw
het ik-probleem op te lossen, dwz hoe kan het ik als punt een beeld
omvatten?
Ik sprak het allemaal in met een cassette-recorder.
Helaas ben ik zo dom geweest om het later allemaal weg te gooien, zodat
ik nu niet meer weet hoe ik precies aan de oplossing ben gekomen.
Dus nu moet ik maar een beetje gokken.
Ik denk dat ik het gevonden heb in eenheid met een zoeken naar een goed
godsbegrip, want een oneindige hoeveelheid levende wezens in het heelal
maakt nog geen één wezen, geen
één God.
Maar bij mijn
Museumpleinwandelingen des
avonds onder de sterren had ik al wel lopen te fantaseren dat ik als
Jezus het kerkvolk toesprak om ze uit te leggen wie God was door te
zeggen: wij
zijn God
of ook: jullie
zijn
God!
Dwz God is een collectiviteit
van wezens
of mensen.
Maar het kerkvolk was daar niet zo tevreden mee geweest.
Ik denk dat ze liever God als één individu zagen.
Het
Ik omvat het hele heelal.
En dan was mijn ik ook oneindig
geweest
door in het binnenste buiten
gedraaide heelal de hele kosmos te omvatten, maar blijkbaar was dat
toch niet helemaal als oplossing tot mij doorgedrongen, en
waarschijnlijk omdat bij terugdraaien het ik toch weer een punt werd en
ten tweede was het accent daarbij toch nog op het ik zelf blijven
liggen, dwz het ik was daarin niet van zichzelf bevrijd.
En ik twijfel nu of ik toen ook al gedacht zou hebben dat ik de wereld
of het heelal zelf ben, namelijk in dat binnenste buiten gedraaide
heelal, dat ik immers omvatte.
Dat heb ik namelijk wel zo gezegd bij mijn behandeling van dat
onderwerp.
Want dan heb ik toch wel heel dicht bij de oplossing gezeten.
En dat is best mogelijk en dat mij toch nog net een klein stapje
ontbrak, namelijk de reflectie.
Want ook als ik de wereld of het heelal ben, dan zit ik toch nog met de
moeilijkheid hoe de wereld of het heelal of het oneindige als
primitievere werkelijkheid een bewust levend wezen zou kunnen zijn.
Hoe kan het heelal één bewust individu zijn?
Want ook als ik zeg: ik ben het heelal zelf, dan blijft het accent van
het bewustzijn toch nog bij mij liggen als individu.
Want het heelal als object voor mij is te primitief om werkelijk een
bewust levend wezen te zijn.
Ik hoop dat je dat essentiële punt kunt begrijpen.
Ik
ben zelf de steen die ik zie.
Ik zou het met een ander
voorbeeld nog
duidelijker kunnen maken,
namelijk als ik zeg: ik ben zelf de steen die ik zie, dan wil dat nog
niet zeggen dat die steen als zodanig een bewust persoon is.
Want die steen blijft een dood ding zonder bewustzijn.
Tenzij ik het helemaal omdraai en zeg: ik ben zelf die steen, die van
zichzelf bewust is door middel van mij.
Dwz die steen gebruikt mijn ogen om zichzelf te zien.
Ook Jung heeft het ergens zo gezegd: ben ik nu een mens die deze steen
voelt of ben ik eigenlijk die steen zelf, die zichzelf ervaart door
middel van mij?*
Zo kun je ook in het algemeen zeggen: de natuur is van zichzelf bewust
door middel van de mens die er naar kijkt.
Het bewustzijn is hier dus een gereflecteerd bewustzijn, namelijk door
middel van.
Zo kan ik ook niet onmiddellijk zien, maar door middel van mijn ogen.
En zo kan God als oneindig niet onmiddellijk van zichzelf bewust zijn,
maar alleen door middel van de mens die het oneindige denkt.
God heeft de mens nodig om tot zelfbewustzijn te kunnen komen.
God heeft de mens daarom ook niet voor niets geschapen.
*Jung - Herinneringen, dromen en gedachten - blz. 28: "Ben
ik
degene die op die steen zit; of ben ik de steen, waar hij op zit?"
Omdraaiing
van subject en object.
Het punt is dus hier om subject
en object
om te draaien.
God als objectieve persoon buiten ons, dus als de ander, is eigenlijk
subjectieve persoon als het eigene en ons kleine ikje is juist de
tweede en ondergeschikte persoon als object.
Wat we ook uitdrukken als we zeggen dat we ons zelf moeten beheersen,
met name als we ons onderwerpen aan een hogere macht.
Ik ben dus in de eerste plaats God zelf als oneindig en pas in de
tweede plaats Harrie als tweede en ondergeschikte persoon en als middel
tot zelfbewustzijn God te zijn.
Die omdraaiing speelt een heel grote rol in de wetenschap en de
filosofie.
En dat is ook het wezen van de dialectiek, namelijk de omdraaiing, dwz
om de dingen anders, omgekeerd of omgedraaid te zien.
Want de ene ziet het zo en de ander ziet het precies tegengesteld.
Ook de visie van Einstein berust daarop, want normaal beschouwden de
wetenschappers het heelal als grondslag van de natuurwetten, maar de
relativiteitsleer zegt dan: nee, de mens zelf als subject is de
grondslag.
Iedereen is middelpunt van zijn eigen heelal.
(Die omdraai van Einstein is eigenlijk een negatieve terugdraai,
waarbij de mens weer in zijn Ik terugkeert.)
En denk ook maar aan het feit dat men vroeger dacht dat de zon om de
aarde draaide en toen tot de ontdekking kwam dat het precies andersom
was: de aarde draait om de zon.
Ook de ontdekking van mijn atoomtheorie berust op een omdraaiing, want
de microkosmos is geen lagere wereld, maar een hogere wereld en de
evolutie uit het niets berust eigenlijk op een omgekeerde emanatie uit
het oneindig hogere in de microkosmos.
Hoe was ik echter aan die omdraaiing gekomen?
Het
zelfbewustzijn van de Geest.
Bij Hegel had ik gelezen: ons
bewustzijn
van de Geest is het zelfbewustzijn van de Geest.
Dwz: God wordt van zichzelf bewust in ons.
God als zodanig heeft nog geen bewustzijn, is slechts abstracte logica
als grondslag van het bestaan en pas als de mens wordt God een bewust
wezen.
De mens is dus de werkelijke verschijning van God als denkend wezen.
Ik zeg het nu allemaal even in mijn eigen woorden, want Hegel zegt het
allemaal veel moeilijker en dat wil ik de lezer en ook mezelf besparen.
Ons bewustzijn van de Geest is het zelfbewustzijn van de Geest.
Ik dacht dat ik die woorden zo letterlijk in het voorwoord van de
Phänomenologie had gelezen, maar bleek er niet zo in te staan,
dus
misschien heb ik het ergens anders gelezen of had ik de woorden van
Hegel voor mezelf reeds vereenvoudigd en verduidelijkt.
Ons
bewustzijn van het Oneindige.
Maar voor mezelf had ik het
verder
vertaald in: ons bewustzijn van het oneindige is het zelfbewustzijn van
het oneindige, dwz het oneindige wordt van zichzelf bewust door middel
van ons.
We zijn dus eigenlijk zelf het oneindige; we zijn zelf God als oneindig
en pas in de tweede plaats ook een bijzonder persoon als middel om zich
als God bewust te worden.
In wezen is deze gedachte niet volkomen nieuw en komt bij Hegel voor en
ook bij andere denkers, bijvoorbeeld al bij Aristoteles als het denken
dat zichzelf denkt, waarin subject en object één
en
dezelfde zijn.
(Hegel: geschiedenis van de filosofie deel II blz. 218 bij de
behandeling van Aristoteles.)
En ik meen ook bij Jakob Böhme en Meister Eckhart, een
mysticus.
En ik meen ook bij de gnostiek als eenwording met God.
En natuurlijk ook in de Indiase religie als eenheid van Brahman en
Atman.
Maar ze zeggen het allemaal wat moeilijker en bovendien zo dat de
eenheid van God en mens in de mens zelf valt, subjectief is, want ze
kunnen dan het bestaan van God niet objectief bewijzen.
En dat kan ik dan met mijn atoomtheorie wel en die eenheid wordt daarom
objectief als buiten de mens en in een duidelijke uiterlijke vorm.
En het wordt dan veel duidelijker voorstelbaar.
De mens is zelf dat oneindige heelal buiten hem als zijnde God, omdat
het heelal uit levende wezens is opgebouwd.
Ik ben hierin buiten mijn eigen lichaam getreden omdat ik het oneindige
heelal als mijn ware eigenlijke lichaam erken, als mijn grotere, maar
natuurlijk ook diepere of hogere subjectiviteit, en wel vanwege de
microwezens in de microkosmos.
Maar in zoverre het ook denkend gebeurt is het ook geestelijk.
Het is eenheid van Geest en Lichaam.
Het
offer was voltooid.
Ik had mijn Ik eerst al aan de
wereld
geofferd als een negatieve vervreemding, wat resulteerde in de
atoomtheorie als zijnde buiten mij, en ik had weer een poging gedaan in
mijn Ik terug te keren door het binnenste buiten gekeerde heelal, maar
met mijn zelfbewustzijn van het oneindige was mijn offer nu voltooid,
omdat ik me nu niet aan de wereld had geofferd,daar was ik nu doorheen,
maar aan de oneindige Godheid en wel zo dat ik tevens
één
was geworden met God en tevens zelf God was geworden.
De eenheid van God en mens was gevonden als zelfbewustzijn van het
oneindige.
Het Ik als punt was nu oneindig geworden.
En dat was de ware en enig juiste oplossing.
Niet het ik als punt kan alles omvatten, maar alleen het oneindige kan
alles omvatten.
Overzicht.
Nu lijkt het me wel de moeite
waard om
die hele beweging van mijn Ik naar God nog eens in het kort door te
nemen om het goed te begrijpen en er over
door te kunnen filosoferen en ook omdat het niet alleen gaat om het
laatste resultaat, maar om het totaal, want het Ik als punt
bijvoorbeeld blijft een reflectie in God en ook al het andere blijft in
God bestaan.
Het gaat om de totale synthese.
1 - het Ik als punt.
2 - mijn atoomtheorie als een oneindig aantal ik-punten.
3 - mijn droom dat ik eens God zou zien en de idee dat God dan een
collectieve eenheid zou zijn: wij zijn God.
(en ook: God is een oneindig aantal microwezens.)
4 - terugkeer in mijn eigen Ik dat in het binnenste buiten gedraaide
heelal nu het hele heelal omvat, dus oneindig is, maar met het accent
op het eigen Ik.
5 - Hegel's: ons bewustzijn van de Geest is het zelfbewustzijn van de
Geest.
6 - het zelfbewustzijn van het oneindige als synthese van het oneindige
en
het Ik, maar zo dat het Ik een middel is voor het oneindige om van
zichzelf bewust te worden.
Pas hierin ben ik het Ik te boven en te buiten.
Niet Ik, maar God, die ik tevens zelf ben.
Dus anderzijds is het Ik ook weer behouden, maar op hoger plan.
De ware
grondslag van de Geest.
Dit laatste Idee is de ware
grondslag van
de Geest en pas nu werd ik me
ook goed bewust wat de Geest is.
Want in de totale ontwikkeling van het menselijk bewustzijn is de mens
eerst instinctief op het nivo van de dieren en vervolgens komt de mens
tot denken.
Maar dat denken komt dan aanvankelijk niet los van de natuur, maar
blijft ervan afhankelijk.
Het denken is dan nog een bijproduct, nog niet vrij voor zichzelf.
(De mens denkt eerst nog in symbolen en nog niet in vrije abstracte
begrippen in een logisch onderling systeem.)
En om vrij voor zichzelf te worden moet het denken zich boven de natuur
verheffen in het bewustzijn dat het denken eigenlijk metafysisch is,
dus eigenlijk: Niets.
Dit valt dan samen met het idee dat ook het Ik niets is, of een punt.
Dat punt is dan het doorgangspunt naar de verheffing boven de natuur
als metafysica.
Want het denken is boven de natuur verheven als haar eigenlijke
grondslag.
Dat is de omdraaiing van het natuurlijke standpunt naar het geestelijke
standpunt.
Maar eerst denkt de mens dan dat de geest en het denken en het Ik alle
drie niets zijn, want het denken heeft geen uiterlijke vorm aan zich.
Want je kunt het denken niet aanwijzen als een ding.
Het is nergens en heeft het woord nodig als middel ter verschijning.
En zo zijn het Ik en de geest ook nergens.
Ze zijn dan Niets.
Vorm en
inhoud van de Geest.
Maar hoe louterend dit ook moge
schijnen,
toch is dit nog niet de echte ware Geest.
Want dit is slechts de uiterlijke vorm van de geest, namelijk dat hij
geen vorm heeft.
Maar het gaat bij de geest niet om de vormloosheid als niets, maar om
de inhoud en de inhoud spreekt de geest zelf uit in het denken.
En in het denken laat zich (in principe) alles denken, dwz alles
bestaat in wezen uit gedachten.
En: niets is daarvan slechts één gedachte en de
oneindigheid is een andere gedachte.
Dus de ware geest is die van het denken dat zich in een eindeloosheid
van denken uitspreekt.
En dat denken is alles omvattend, dus oneindig en eeuwig en juist niet
niets, maar juist het tegendeel daarvan.
De geest is niet metafysisch in de betekenis dat hij niets is, maar
juist in de betekenis dat hij oneindig is en ook alle natuur omvat.
De eerste geest als Niets is de abstracte geest buiten de natuur in een
tegenstelling: Geest en natuur, waarin de natuur dan ook als het boze
ervaren wordt of als het negatieve.
De geest moet dan nog strijden om zichzelf los en vrij te maken.
De tweede geest is de ware konkrete geest als oneindig en alles
omvattend.
De ware geest is boven de natuur in de betekenis dat hij ook de natuur
mede omvat.
En dat is ook verder gemakkelijk te begrijpen als de mens maar zou
beseffen dat hij zelf de geest is als bewust persoon en in zijn
bewustzijn alles omvat.
Alles is voor mijn geest.
Ik ben de
Geest.
En die geest spreek ik uit als:
Ik.
En ik voel en ik denk en ik neem de dingen waar.
Dus alles bestaat voor mijn geest die oneindig is.
Maar dan is dat Ik geen abstract punt meer, maar oneindig.
Het Ik valt dan samen met alles wat het omvat en is God geworden in een
eenheid van subject en object.
Maar het ware bewustzijn daarvan ligt dan in het denken.
En dat is het denken dat zichzelf denkt.
Maar om dit te begrijpen moet de mens als het ware een salto mortale
maken om het natuurlijke standpunt om te draaien in het geestelijke
standpunt door zich de inhoud van het denken te objectiveren als
grondslag van alle bestaan.
En dan tevens bewust worden dat hij dat denken zelf is, dus daarin zelf
de Geest is die hij denkt, dus God is.
Hegel.
Dit is dan het standpunt van
Hegel en
heeft dan in mijn atoomtheorie een objectieve realiteit gekregen als
Gods eeuwig Rijk in de microkosmos, dwz daar bestaat die oneindige
Geest ook werkelijk en niet alleen maar in het denken van Hegel.
Bij Hegel is het nog subjectief en bij mij objectief, want Hegel kan
dan niet aantonen waar die oneindige Geest van hem dan bestaat.
Hij komt dan niet verder dan de historische ontwikkeling van de Geest
op aarde.
En verder blijft Hegel in het christendom steken met het accent op de
Geest als individu, dwz als Jezus.
En Jezus is nog niet de Geest, maar de Ziel als Liefde.
En Hegel is in zijn dialectisch denk-systeem duidelijk veel verder dan
het christendom, maar heeft dat zelf niet in de gaten.
Hij blijft dan tussen het ene en het andere inhangen, omdat ie de
Heilige Geest niet objectief kan aantonen, het blijft de Heilige Geest
van Hegel zelf of van de mensheid op aarde in een historische
ontwikkeling en dan ook van Jezus als mens en individu.
Hegel is al wel de filosoof van de Heilige Geest, maar zit toch nog
vast aan die oude Jezus.
Maar het Ik dat ik hier bedoel in: Ik ben de Geest, is niet het Ik als
individu, maar de Geest die zichzelf noemt, en waarvan ik de oneindige
objectiviteit kan aantonen in mijn atoomtheorie.
En ook als ik zou zeggen: ik ben God, dan bedoel ik mij zelf niet als
individu, maar ik bedoel mijzelf in een identificatie met mijn
atoomtheorie, namelijk dat mijn atoomtheorie God is en dat God zich
hierin uitspreekt en ik daarmee geïdentificeerd ben.
Ik ben zelf mijn atoomtheorie en als zodanig ben ik God zelf.
En als ik zeg: ik ben Jezus, ook dan is dat niet omwille van mij als
individu als zodanig, maar omwille van mijn atoomtheorie die ik dan als
individu vertegenwoordig op aarde voor de mensen.
Omdat ik hierin tussen God en de mensen sta.
En dan ben ik hierin niet meer de oude Jezus, maar de wedergeboren
Jezus vanuit een ander standpunt en een nieuwe boodschap.
Het
hoogtepunt van mijn leven - 35 á 36 jaar.
(getypt: 21 juni 2005)
Ik beschouw dat zelfbewustzijn
van het
oneindige als hoogtepunt van mijn leven.
En dan beschouw ik mijn leven als een bergbeklimming met mijn
godsbegrip als hoogtepunt en daarna de afdaling naar de mensen daar
beneden.
Ik was toen 35 á 36 jaar en misschien valt dat hoogtepunt
ook
nog zo ongeveer in het midden van mijn leven en dan zou ik ongeveer 70
á 72 jaar worden, maar zo precies hoeft dat natuurlijk niet
uit
te komen.
Die idee dat het een hoogtepunt op een berg zou zijn komt dan overeen
met het verhaal van Mozes die boven op de berg de stenen tafelen met de
wet kreeg van God en ook met Jezus' bergrede als hoogtepunt.
Je kunt het leven overigens ook vergelijken met de baan van de zon, die
op het midden van de dag zijn hoogtepunt bereikt.
Van
moederbinding naar vaderbinding.
Was ik oorspronkelijk door mijn
vader en
door Börger beticht een moederbinding te hebben, nu was ik
toch
heel duidelijk in de tegenovergestelde situatie beland, want met mijn
zelfbewustzijn van het oneindige was ik met God de Vader verzoend, want
het was een zuiver manlijke intellectuele opvatting in eenheid met
Hegel als denker.
Want dat God de oneindige Geest is, is zuiver intellectueel, voor het
denken zo.
En het is ook niet zo gemakkelijk te begrijpen al zou je het wel in een
vrouwelijke gevoelsvorm om kunnen zetten als gevoel van oneindigheid,
dus als ziel.
In wezen liggen die twee vormen niet eens zo ver van elkaar af.
Ik dacht toen met name aan de eenheid van Brahman en Atman.
Maar wel is het zo dat door mijn atoomtheorie erbij mijn eenheid met
God toch weer heel wat meer was dan die eenvoudige oosterse eenheid van
de innerlijke meditatie.
Al heb ik dan wel eens horen zeggen dat mijn atoomtheorie eigenlijk in
het Oosten ook al bekend is.
Daar denken ze dan dat ze eigenlijk alles al weten en er voor hun
religie niks nieuws onder de zon is.
Nu was wel het atoom al bekend bij de oosterse filosofen, maar dat het
ook ruimteschepen waren: neen, dat wisten ze echt nog niet.
Dat is pure zelfoverschatting.
De
betekenis van het Jezusverhaal.
Nu heb ik ook vaak over het
Jezusverhaal
nagedacht en dan speciaal over de betekenis van de kruisiging, want het
ligt voor de hand om in het Jezusverhaal een voortplantingssymboliek te
zien, namelijk in de volgorde: liefde, sex en (weder)geboorte.
Het kruis staat dan voor het vrouwelijke geslacht en de kruisiging voor
de geslachtsdaad.
Toch klopt het dan niet, want de kruisiging zou dan een genot moeten
zijn inplaats van een lijden.
Jezus sterft niet aan het vrouwelijke principe van de sex, maar aan het
manlijke principe van de agressiviteit.
(De vrouw wordt door de man verkracht, of juist bevrucht door zijn
geestelijke agressiviteit.)
Jezus sterft aan de manlijke wereld en niet aan de vrouwelijke Ziel,
die Hij zelf is.
En dan is de oplossing hier heel eenvoudig, namelijk dat Jezus' dood
niet het sterven is van het manlijke aan het vrouwelijke, maar
omgekeerd van het vrouwelijke aan het manlijke.
Jezus is nog hoofdzakelijk met Maria geïdentificeerd in de
Liefde:
Hij is een jonge liefdesgod.
Het kruis is dan het manlijke geslacht, waar het vrouwelijke principe
van de Liefde aan sterft.
Want God heeft oorspronkelijk Maria bevrucht om Jezus geboren te doen
worden, maar nu keert Jezus terug om wedergeboren te worden, dwz
geestelijk geboren te worden, want het heet ook dat de mens twee maal
geboren moet worden: één maal natuurlijk bij
Moeder en
dan voor de tweede maal geestelijk bij de Vader.
Het eerste kruis is dan het natuurlijke kruis van de vrouw en het
tweede kruis is het geestelijke kruis van de man.*
In dat tweede kruis van Jezus doet echter dat eerste kruis mee, want de
Liefde van Jezus heeft natuurlijk ook zijn grote betekenis in de Liefde
van man en vrouw in de natuurlijke voortplanting.
En in het Jezusverhaal spelen ook de vrouwen een grote rol, die echter
toch op de tweede plaats komen ten opzichte van het kruis van de wereld.
Het Jezusverhaal is dus een soort droomsymboliek waarin twee
betekenissen samen getrokken zijn: de Liefde van man en vrouw en de
voortplanting en dan de Liefde voor de mensheid en het offer aan de
wereld als het manlijke kruis, waarin de wereld dan toch weer de bruid
van Jezus is.
En dan is het levenscirkeltje rond, namelijk vanuit God de Vader via de
Moeder weer terug in de Vader.
Maar dan zou er eigenlijk nog een derde geboorte moeten zijn om beide
principes te verzoenen in een gelijkwaardigheid, want het Christendom
is nog sterk patriarchaal.
Maar dat komt dan straks aan de orde.
*Het vrouwelijke is identiek aan de natuur en de
individuele
ziel(de liefde) en het manlijke is identiek aan de wereld en de
oneindige Geest.
Hoogtepunt en hoogtevrees.
Het
zelfbewustzijn van het
oneindige was een hoogtepunt, hoewel ik nu bedenk dat het eigenlijk
geen punt was, maar een oneindige verte.
Bij hoogtepunt denk je meer aan een het ik-punt, wat ook geen
hoogtepunt is, maar een centrum.
Maar je kunt het toch met een hoogtepunt vergelijken omdat je vanaf het
hoogtepunt van een berg een eindeloze verte kunt overzien.
En dan is het een samengaan van oneindigheid en ik-punt.
Maar als hoogtepunt is het ook eng, want er ontstaat dan hoogtevrees en
angst om te vallen.
Want het zelfbewustzijn van het oneindige als zodanig was slechts een
hoogste abstractie.
Het was wel konkreet en als allesomvattend bedoeld, maar had de vorm
van deze ene idee: het zelfbewustzijn van het oneindige als zodanig.
Het accent lag op het zelfbewustzijn van het oneindige.
Het was heel ver weg van de dagelijkse realiteit daar beneden.
Ik had me al die jaren behoorlijk vervreemd van de alledaagse realiteit
door de filosofie.
En nu ik mijn uiterste doel had bereikt, moest ik weer terug en naar
beneden.
Ik kreeg een gevoel van hoogtevrees.
Dat gevoel was niet eens zo sterk, maar toch ging ik naar een
psychiater toe.
In het hoogtepunt van mijn leven had zich een sterk conflict
geopenbaard.
Hoe zou ik ooit weer thuis kunnen komen?
De psychiatrie.
Bij de
psychiater was ik voor
mijn gevoel bij de vijand terecht gekomen, want ik hield niet van de
psychiatrie.
En wel omdat ze je daar niet als een mens behandelen, maar als een
machine, waar medicijnen ingestopt moeten worden en vooral als je denkt
aan de electro-shock behandeling, dan weet je wel wat ik bedoel.
Het was het pure tegendeel als bij Börger.
Alleen er bleek ook een voordeel aan te zitten, want terwijl
Börger me nauwelijks aan het woord had laten komen, mocht ik
bij
de psychiater vrij uit praten.
Maar inplaats dat er dan als van mens tot mens op me gereageerd werd,
was het enige wat mijnheer de psychiater deed was aantekeningen maken.
Je had het gevoel constant tegen een muur te lullen.
Dat was erg onmmenselijk en om gek van te worden.
Want ik zat nooit tegen een mens te praten, maar tegen een iemand die
op zijn papier keek.
Dwz ik had niet bepaald het gevoel dat er iemand met me meeleefde.
Ik had al gauw het idee van: als je nog niet gek bent, dan word je daar
wel gek gemaakt.
En later heb ik diezelfde mening door een psychiater op de TV horen
verkondigen.
En wel omdat de moderne wetenschap geen verschil weet tussen een ding
en een levend mens,
want ook de ziel van een mens is voor hun een ding, dwz het zijn de
hersenen die als object van studie niet goed meer functioneren en
medicijnen nodig hebben.
Maar dat de mens als levende ziel liefde en begrip nodig heeft, dat
begrijpen ze niet.
We leven in een tijd van de natuurwetenschappen, met als grote held
Einstein, die ook nooit verder is gekomen dan het heelal als een
mechanisch object te beschouwen.
(Ook het subject blijft bij Einstein een mechanisch ding.)
En dat wil ik juist met mijn atoomtheorie doorbreken.
En ik geloofde ook dat het geen enkele zin had over mijn behandeling,
dwz dat schrijven, te klagen.
Zou ik in mijn eentje de psychiatrie kunnen "omturnen"?
Ik zat in de wereld als in een onderwereld en het enige wat ik kon doen
was lijdzaam verdragen.
En het enige wat ik kon doen was door eindeloos praten tegen de vijand
te trachten zelf tot een oplossing te komen.
En omdat ik nooit een antwoord terug kreeg bleef ik eindeloos in
kringetjes draaien met mezelf.
Ze hebben me daar ook nooit gezegd wat ik mankeerde: ook dat mocht ik
zelf uitvinden.
Alleen bij de laatste psychiater ( want ik kreeg een hele reeks
studenten ) heb ik via de dokter gehoord dat ik neurotisch was.
Tsjonge, jongen: was dat even geniaal!
Wat dan neurotisch is, mocht ik zelf invullen.
Ik denk dat iemand die neurotisch is teveel in zijn hersenen is
gevlucht, ten opzichte van iemand die psychotisch is en juist door zijn
driftleven wordt overspoeld.
Dwz dat had ik eens zo bij C.J.Schuurman gelezen en leek mij een juiste
visie.
En dat idee had ik ook wel over mijzelf: door al dat gefilosofeer was
ik neurotisch geworden of omdat ik al neurotisch was, was ik over het
leven gaan filosoferen.
Je zou
de filosofie dan zelfs
als een neurotische kwaal kunnen beschouwen.
Alleen ik gebruikte die term neurotisch zelf niet.
En ik weet niet meer hoe ik het zelf uitlegde.
Maar ik was wel ongeveer bewust van de toestand waarin ik verkeerde.
De eerste keer bij de student
psychiater.
De student psychiater die mij als eerste ontving was jonger dan ik en
liet meteen merken dat ie van mijn atoomtheorie niks moest hebben en
ook van mijn zogenaamde vaderverzoening.
Ik geloof dat ik een en ander op papier had gezet.
Kortom: ik werd meteen geïntimiteerd en in een bepaalde hoek
gedrukt.
Ik moest over mijn verleden vertellen en daar kon ik op dat moment
helemaal niet bijkomen.
Plotseling werd ik weer met mijn vroegere moederbinding geconfronteerd.
Nu, achteraf, denk ik dat dat ook juist was.
Want het zou 12 jaar duren voor ik van die psychiatrie verlost zou zijn
en wel toen ik weer contact kreeg met mijn moeder.
Mijn pas gewonnnen vaderverzoening in God werd dus meteen weer de nek
omgedraaid bij de psychiatrie.
Waar was dan die oude Harrie gebleven die veel meer van zijn moeder
hield?
Was ik bij Börger geweest om van mijn moederbinding af te
komen,
nu was ik bij de psychiater om weer van mijn vaderbinding af te komen
en terug te keren tot mijn moederbinding.
Stront.
Van het
verleden wilde mij
niks te binnen schieten dan dat ik vroeger altijd vieze onderbroeken
droeg, dwz dat ik te lui was om goed mijn kont af te vegen.
Ik schaamde mij om daar over te vertellen.
Die
psychiater zei iets over
remsporen.
Ik weet niet of die luiheid een soort verzet geweest moet zijn tegen
mijn moeder.
Ik weet wel dat mijn oudere broer Keutel werd genoemd en ik Bolus.
Verder dat ik op een voetbalveldje ten overstaan van alle andere
jongens rustig een drol uit mijn broek had gehaald en op de grond
gooide, omdat ik wel inzag dat het ondoenlijk was helemaal naar huis te
rennen en liever bewust in mijn broek scheet.
In mijn pubertijd ben ik een paar keer bewusteloos geraakt op de wc
door een veel te harde ontlasting.
Ik denk dat ik de wereld niet kon verwerken.
Bij mijn eerste vrouw was ik nog steeds een viespoes, maar bij Mieke
daarna, die veel liever en introverter was dan Helen begon ik me voor
het eerst goed te wassen.
Veel later kreeg ik weer last van een harde ontlasting en nu moet ik
elke dag heel veel zemelen en lijnzaad eten om daar geen last van te
hebben.
Ik denk wel dat het een psychische oorzaak heeft, maar helemaal
duidelijk is het me niet.
Ik herinner me een verhaal van Jung over een man die bij hem kwam en
psychiater wilde worden.
Jung vroeg hem naar een droom en hij vertelde dat hij gedroomd had dat
hij een kleine jongen had gezien in zijn droom die met stront speelde.
Jung had hem meteen weer naar huis gestuurd met de mededeling zich
nooit meer met de psychiatrie te bemoeien op gevaar af dat de man in
een neurose zou belanden.
Verder doet schijten mij denken aan: "schijt hebben aan", dus als
agressie, maar ook: "uit angst in je broek schijten".
Kortom, ik denk dat een flink stuk frustratie ten opzichte van de
buitenwereld zich daarin manifesteerde.
Het is dan uiting van een angst- en verzetneurose, zoals zwervers zeer
vieze kleren dragen uit een verzet tegen de maatschappij.
En ik liep er ook vaak slordig en slonzig bij.
De laatste student-psychiater ergerde zich aan mij omdat ik er volgens
hem zo slordig uitzag.
Hij was zelf tot in de puntjes verzorgd.
En het gekke was dat hij juist aan de huisarts verteld had dat ik
neurotisch was, maar volgens mij was hij juist neurotisch met zijn
supernette kleren.
En daarom ergerde hij zich juist aan mij.
In die tijd kon ik weinig eten en woog nog slechts 50 kg.
Volgens hem wilde ik op die manier zelfmoord plegen en we kregen daar
ruzie over.
De moderne inquisitie.
Achteraf
denk ik dat die hele
psychiatrie toch wel enigszins zinvol is geweest.
Ik wilde echter geen medicijnen slikken, dat leek mij wat overdreven.
En ik wilde ook niet meewerken door als verder studie-object te dienen
voor andere studenten.
Want ik voelde me als mens zeker niet gerespecteerd.
Ze namen mijn hele atoomtheorie en levensfilosofie niet serieus en
zeiden nooit wat ze over me dachten.
Ze lieten mij in mijn eigen sop gaar koken.
Geen stijl volgens mij.
In 12 jaar moet ik dan ongeveer 24 studenten tegenover me gehad hebben.
En het enige wat ze allemaal deden was schrijven en ik maar praten.
Het was een soort veredelde moderne inquisitie met de medicijnen en de
shock-therapie als uiterste martelinstrument.
Wie zich verzet tegen onze maatschappij of niet mee kan draaien komt
bij de psychiater terecht.
Maar aan onze wereld mankeert niks.
Het was allemaal zo helemaal in tegenstelling tot Börger die
constant de wereld aanklaagde.
De waarheid ligt misschien ergens in het midden.
Mijn eerste atoomtheorie-actie.
1980/81
In het
licht van mijn
godsbegrip als basis gevoelde ik voor het eerst de behoefte mijn
atoomtheorie onder de mensen bekend te maken.
Maar vanaf het begin dat ik mijn atoomtheorie had gevonden had ik het
gevoel gehad dat nooit iemand mij zou geloven, tenzij ik mijn ziel weer
uit de onderwereld zou halen, dwz weer een liefde zou vinden, dus
waarom zou ik me dan uitsloven voor de mensen?
Ik deed het toch, want om die atoomtheorie als maar in mijzelf
opgekropt te houden, dat was ook ondoenlijk.
En het zou bovendien ook goed zijn om mijn idee dat niemand het zou
geloven te testen, zodat niemand later zou kunnen zeggen:"Ja, maar als
je het mij had verteld, dan had ik je geloofd!" En bovendien kon ik zo
ervaring op doen met de reacties van de mensen en misschien zou het op
die manier toch langzaam maar zeker onder de mensen kunnen groeien.
En als ik niks deed zou ik zeker weten dat het nooit wat zou worden.
Tot nu toe had ik ongeveer 24 á 28 mensen uit mijn naaste
kennissenkring en collega's op het werk mijn atoomtheorie geprobeerd te
vertellen en inderdaad: niemand had er belangstelling voor gehad.
Het was meteen van: "onzin!"
En ook nu nog is er nog steeds niemand die mij gelooft, hoewel er
misschien wel een enkeling is die mij een klein beetje wil geloven.
Het is moeilijk voor mij om dat precies in te schatten.
Maar ècht
geloven, neen!
Daar is geen sprake van.
Ik heb geen echte discipel.
Ik sta er alleen voor.
De eerste drie brieven.
Ik
schreef eerst drie brieven
aan Harry Mulish; Delfgaauw, een filosoof in Groningen en aan Hahn, een
Hegeliaans filosoof in Amstelveen.
Van Harry kreeg ik geen antwoord en van Delfgaauw een kort antwoord
met: iets kan verschillende oorzaken hebben, waaruit wel bleek dat ie
zich niet teveel moeite had getroost zich in mijn theorie te verdiepen.
En van Hahn kreeg ik mijn brief terug met correcties erbij voor zover
ik ook wat over Hegel had geschreven, maar over mijn atoomtheorie
schreef ie niks terug.
Hij verwees me naar één van zijn discipelen.
Voor de grap ben ik daar eens langs gegaan toen ik in de buurt was,
maar die had het ook niet willen lezen.
Wel kreeg ik een papiertje van hem met wat Hegeliaans gestuntel erop
geschreven.
Kortom: teleurstelling was mijn deel.
Het
eerste drukwerk van mijn
atoomtheorie.
Daarna
typte ik een gedeelte
van mijn atoomtheorie op en liet er 1000
exemplaren van drukken bij een drukkerij.
Ik wist toen helaas nog niet dat er ook zoiets als een copyrette was,
waar je het zelf kon kopiëren.
Ik wist zelfs niet dat er correctievloeistof was voor het typewerk.
Ik heb die blaadjes overal rondgedeeld, maar ik had beter reclame voor
een nieuw wasmiddel kunnen verspreiden, want niemand had er
belangstelling voor.
Slechts een enkeling reageerde.
Ik herinner me dat ik ook nog langs kwam bij de opname van een
TV-programma van Sonja Barends bij Artis, maar ik deinsde terug voor
die domme massa die zich druk maakte om niks.
Daar stond ik met mijn atoomtheorie.
Ik heb het ook nog in het Engels vertaald en daarvan 1500 exemplaren
laten drukken en overal naar het buitenland
verstuurd, maar ook dat bleek volkomen zinloos.
Het personeelsblad van Nikhef.
Aan het
eind van het jaar
fietste ik zo'n beetje rond in Amsterdam Oost en kwam op de Kruislaan
bij een opwerkingsfabriek van nucleair materiaal: Nikhef.
Ik was wel zo brutaal om naar binnen te stappen om een blaadje van mijn
atoomtheorie te geven.
Ze hadden er wel een klein beetje belangstelling voor en hebben het in
een personeelsblad geplaatst.
Dat was een eerste klein succesje.
De directeur daar was Kistemaker en van hem kreeg ik nog een brief met:
"Wat is leven?"
Dat is natuurlijk wel een zeer diepzinnige vraag, maar het was hoogst
twijfelachtig of dat nou een reatie op mijn atoomtheorie was of om me
met een kluitje in het riet te sturen.
Nu voelde ik me meer dood dan levend, dus ik had meer het gevoel om die
vraag psychologisch te interpreteren.
Ik heb die brief niet beantwoord, maar is me toch later blijven
achtervolgen en misschien had ik moeten antwoorden: "Leven is open
staan voor nieuwe ideeën."
Stempelboekjes.
Begin
1981 heb ik met
stempels
mijn atoomtheorie heel summier op blaadjes
gestempeld en nog geprobeerd op de Dam te verspreiden, maar dat lag
niet zo in mijn aard om tussen de grote massa te staan en daarmee ben
ik gauw weer gestopt.
En toen ben ik begonnen om met die stempels kleine boekjes te maken en
dat was wel leuk werk.
Ik stempelde ook foldertjes die ik in de brievenbussen verspreidde met
de mededeling dat bij mij gratis informatie te verkrijgen was.
Ik heb in heel Amsterdam ongeveer 60.000 van die foldertjes in de
brievenbussen gedaan en ongeveer 300 reacties gekregen en daarop mijn
stempelboekjes verstuurd.
En daarop heb ik dan ook weer aan aantal brieven gekregen, die over het
algemeen weinig voorstelden.
Het was niet hopeloos, maar wel teleurstellend.
Advertenties en hoge
persoonlijkheden.
Dan was
ik ook nog begonnen
advertenties te plaatsen en naar allerlei personen en instanties mijn
atoomtheorie te sturen.
Ik herinner me nog een reactie van Den Uyl gekregen te hebben en van Ed
van Thijn met iets over Hegel, de secretaresse van de Koningin, een
bisschop, enz.,enz.
Maar al die reacties waren onbenullig en die advertenties kostten mij
natuurlijk ook nog eens kapitalen.
Dan was een journalist langs geweest van Radio Amsterdam en het zou
uitgezonden worden, maar het werd niet uitgezonden.
Dat was mijn eerste ervaring met de journalistiek, dwz de
onverschilligheid om niet even te vertellen dat het niet uitgezonden
werd.
Er was ook een journalist uit Utrecht langs geweest, maar daarvan heb
ik ook niks meer gehoord.
Ik had een uitzinnnige verkondigingsdrift, maar het hielp allemaal niks.
Ik voelde wel dat ik tegen een muur van onverschilligheid te pletter
liep.
De nieuwe Jezus en de Maitreya.
(Oost en West)
Maar
behalve mijn
atoomtheorie moest ik natuurlijk ook mijn nieuw godsbegrip verkondigen
en daarbij dat ik meende de nieuwe wedergeboren Jezus te zijn.
Daar zag ik wel even tegen op, maar tenslotte heb ik de stoute schoenen
aangetrokken en verkondigd de nieuwe verlosser te zijn.
Ik herinner me dat ik onder andere een advertentie in de Groene
Amsterdammer heb laten plaatsen met: ik ben Jezus!
Ik meen in het begin van de maand mei 1981.
Maar ook daar reageerde bijna niemand op.
Ik stuurde ook een brief naar de Paus met: "Ik ben Jezus!"
En dat nog wel in de tijd dat Benjamin Creme verkondigde dat de
Maitreya uiterlijk 1982 op alle TV-kanalen zou verschijnen, maar dat ik
die Maitreya was, dat ging er niet in.
Alle ogen waren gericht op het Oosten en niemand keek naar het Westen.
En verder dacht men vooral aan de oude Jezus en niemand kwam op het
idee dat de nieuwe Jezus ook iets heel anders en iets totaal nieuws zou
verkondigen.
De mensen zijn ook nog eens vreselijk conservatief met een heimwee naar
het verre verleden.
De mensen leven nog helemaal in een sfeer van wonderen en sprookjes die
niet bestaan; behalve in ons innerlijk aan dromen en fantasie
natuurlijk.
Breng ze dat nou maar eens aan het verstand.
Arm en Rijk.
(de kracht van de tegenstelling)
En die
Maitreya van Benjamin
Creme kwam niet veel verder dan: "eerlijk zullen we alles delen".
Nu is dat wel vreselijk sympathiek, maar verder niks nieuws en ook al
verkondigd door de oude Jezus en de communisten en socialisten.
En die materialistische eerlijkheid zal ook zeker geen hemel op aarde
brengen, want wij zijn ook al zo blasé door onze rijkdom.
Nog afgezien van het feit dat de bevolkingsexplosie nog eens extra zal
versterken en het milieu nog meer belast.
Het is natuurlijk wrang voor al die arme mensen, maar daar denkt men
verder helemaal niet aan.
Als straks iedereen op aarde rijk is zoals wij, hoe zal de wereld er
dan uit zien?
Dan zullen de problemen nog veel groter worden dan nu.
(Achter elke oplossing van een probleem schuilt een nog groter
probleem, daarom is elke vooruitgang tevens ook een achteruitgang, en
daaruit is de heimwee naar het verleden te verklaren.)
Tenzij iedereen zich zou beperken tot een gelijk en algemeen minimum
aan inkomen voor iedereen.
Nou, zelfs de communisten hebben dat niet voor elkaar gekregen.
En ik geloof ook dat dat onhaalbaar is, omdat de maatschappij en de
wereld uit tegenstellingen zijn opgebouwd en één
daarvan
is die van rijk en arm; ook in de arme landen zelf.
Maar dat wij mateloos materialistisch zijn, is een ding dat zeker is.
Het is een moeilijk probleem, en alle goeie bedoelingen zijn daarop
stuk gelopen.
Het laat zich waarschijnlijk pas op lange termijn oplossen met de
verdere algemene ontwikkeling van onze nieuwe cultuur op aarde, want
het is ook een probleem tussen verleden en toekomst.
Maar mocht de mensheid op aarde eens helemaal rijk worden, dan zullen
er weer rijke en arme planeten ontstaan, enz.
Dwz tegenstellingen laten zich wel opheffen, maar ontstaan dan in een
groter verband weer opnieuw omdat tegenstellingen ook noodzakelijk zijn.
Er is geen eenheid zonder tegenstelling.
Want zo is er ook weer armoede binnen de rijke landen zelf waar de
zwervers het eten uit de vuilnisbakken halen.
Zolang
de mens rijkdom
begeert zal er rijkdom en armoede zijn.
Cultuur
en rijkdom.
Het
voordeel daarvan is dat
die begeerte en die tegenstelling een
sterke motor is van onze economie en daarom ook van onze cultuur.
Hoogtepunten van cultuur en rijkdom zijn altijd samen gegaan, ook al is
onze cultuur vooral een technisch-wetenschappelijke cultuur.
Maar of onze cultuur altijd zo menselijk is, dat laat zich sterk
betwijfelen.
Het heeft zo zijn wrede kanten en diepe schaduwzijde.
Ik pretendeer niet dat ik het kan oplossen, maar wel kan ik de mensen
met mijn atoomtheorie het bewustzijn geven dat er behalve de materie
ook nog zoiets bestaat als een Geest, dwz de absolute Geest als
grondslag van alle bestaan.
En ik hoop en geloof wel dat dat iets van de enorme materiële
gerichtheid weg kan nemen en daarmede ook meer ruimte kan scheppen voor
goddelijke idealen.
Want onze aarde moet nog heel lang mee.
En meer aandacht voor de armere landen zou ook geen kwaad kunnen, want
we zijn rijk zat.
Maar misschien ligt hier wel mijn grote zonde dat ik niet meer zo
overtuigd links was zoals vroeger en mijn atoomtheorie voorop plaats,
vóór het milieu en het socialisme, want de
mensheid heeft
volgens mij eerst een veel dieper bewustzijn nodig over het heelal
waarin we leven.
Het is ook moeilijk het ene met het andere te verzoenen, want naast
idealist ben ik ook realist geworden door mijn levenservaring.
Ik heb ervaren hoe ook de socialisten bezweken zijn voor de welvaart.
En is ook het christendom van vroeger niet een grote teleurstelling
geworden door een overmatig overdreven idealisme dat niet strookte met
de realiteit?
Hier ligt een diep probleem van de ethiek.
Helen en Bhagwan.
Orpheus en Eurydice
Al in
de tijd dat ik met mijn
atoomtheorie bezig was had ik gehoord en
ook zelf ontdekt dat Helen, mijn vroegere vrouw, bij mij in de buurt
woonde.
Nu geloofde ik dat ik mijn ziel uit de onderwereld moest halen en daar
liep mijn ziel en zaligheid in mijn eigen buurt rond.
Maar ik beschouwde mijzelf ook in de situatie van Orpheus in de
onderwereld, die niet achterom mocht kijken naar zijn Eurydice.
Wat moest ik doen?
Ik stuurde haar een brief met mijn atoomtheorie naar haar ouderlijk
huis, want het leek mij veilig mijzelf achter mijn atoomtheorie te
verschuilen tegen een meer intieme persoonlijke relatie.
Ik kreeg een brief terug waarin stond dat zij mijn atoomtheorie
beschouwde als een theorietje waarvan er duizenden anderen waren.
Dat was nou niet zo vreselijk aardig.
Ze is ook nog een keer bij mij langs geweest, maar ik hield mij
vast aan mijn atoomtheorie en dorst niet aan een relatie te beginnen
uit
angst dat onze problemen van vroeger weer opnieuw levensgroot
tevoorschijn zouden komen.
En bovendien had zij geen belangstelling voor mijn atoomtheorie en was
zelf de leer van Bhagwan toegedaan, die ik wel sympathiek vond, maar
filosofisch nogal kinderlijk.
We leefden in verschillende werelden.
Twee geloven op een kussen: daar slaapt de duivel tussen.
Ik ben God, Jezus en de Heilige
Geest.
3 boekjes
Ik heb
in totaal 13 boekjes
gestempeld met de nummers 11, 12 en 13 als titels: ik ben God; ik ben
Jezus en ik ben de Heilige Geest.
Dat was allemaal wat teveel van het goede en bleef helaas in een
ego-trip zitten, ook al was het niet zo bedoeld.
Daarna stopte ik ermee.
Ik had het ongeveer 9 maanden volgehouden en het had me zo ongeveer
6000 gulden gekost, maar het had me toch ook wel veel plezier gegeven
en ik had mijn eerste ervaring opgedaan met de mensen.
En ik wist bovendien van te voren dat niemand me zou geloven.
De verdere ontwikkeling van het
godsbegrip.
(god weer als individu)
Mijn
godsidee had zijn accent
op het oneindige als eenheid van een oneindig aantal microwezens en
waarbij het individu als Ik een reflectie-middel was tot zelfbewustzijn
van dat oneindige of eeuwige.
Dat individu kan natuurlijk ook een microwezen zijn en zo is het
bewustzijn God te zijn als oneindig bij een microwezen natuurlijk veel
hoger ontwikkeld dan bij mij.
Maar in het algemeen is God dan een drie-eenheid van oneindige
veelheid, oneindige eenheid en het individu.
Maar het individu is dan in de eerste plaats een middel en als middel
blijft die oneindigheid een abstracte leegte, dwz het individu moet ook
een doel op zichzelf worden, zodat God als oneindig ook als individu
verschijnt in die oneindigheid en die oneindigheid een volle konkrete
oneindigheid wordt, speciaal als het niet slechts om
één
individu gaat, maar om allen.
Dat was de eerste ontwikkeling vanuit het oneindige.
"Ik denk, dus ik ben God!"
Descartes: cogito, ergo sum!
Het
oneindige is niet alleen
ver weg, maar het is overal en dus ook hier in mij en als mij.
Het oneindige is ook hier.
Of ook: het is eeuwig nu.
En ook: de absolute oneindige en eeuwige Geest bestaat ook als mijn Ik.
Descartes zeide: "Ik denk, dus ik ben!",(cogito, ergo sum).
Maar volgens mij is die zin nog niet af en moet luiden: "Ik denk, dus
ik ben God!"
En dan speciaal bij het lezen van de nieuwe bijbel.
God verschijnt als individu en ook alle individuen en pas dan is God
konkrete algemene menselijkheid of konkrete oneindigheid inplaats van
een abstracte oneindige leegte.
Het bewustzijn van het oneindige dat eerst als het ware boven de mensen
zweefde zou eigenlijk in een menselijke gemeenschap neder moeten dalen.
Maar omdat niemand me geloofde kon het nog niet zover komen en had ik
eerst alleen met mijzelf van doen: ik wilde terug keren naar mijn eigen
zelfbewustzijn, zoals ik dat beleefd had vóór
mijn 28ste
jaar.
Toen was ik Jezus in mijzelf als individu, en als konkrete beleving van
het goddelijke in het hier en nu is het dan meer als Ziel dan als
Geest, meer gevoel dan denken.
Maar mijn Ziel was gestorven, dus: hoe kreeg ik mijn Ziel weer terug?
Historische analyse.
(de atoomtheorie als heilige geest)
Ik had
ook al een idee van
een historische analyse om te bewijzen dat ik Jezus was, en wel vanuit
de Bijbel waar sprake is van de Heilige Geest als eenheid van God en
mens.
Nu: mijn atoomtheorie is de eenheid van God en mens, want God zit
letterlijk in ons als microwezen en ook als oneindige eenheid van God
en de microwezens, want de atoomtheorie gaat dan nog veel verder dan de
Bijbel, want is niet alleen de eenheid van God en mens, maar is ook de
eenheid van God en de microwezens en is ook de eenheid van een oneindig
aantal Goden, dus ook als verzoening van alle godsdiensten, zowel
richting verleden als richting toekomst.
Dan verder als eenheid van het oude testament als wet en het nieuwe
testament als liefde in de hogere Geest van het begrip: begrijpen wie
God is, wat hoger is dan de Liefde.
Maar is dan tevens een terugkeer naar het joodse principe van het
denken,
maar zo dat het onderscheidende denken van de wet in goed en kwaad nu
tot eenheidsdenken komt in het begrijpen.
Het begrijpen is eigenlijk een synthese van denken en liefde, maar met
het accent op het manlijke principe van het verstand.
Mijn atoomtheorie weerspiegelt eigenlijk het joodse ideaal van een
eeuwig godsrijk.
In die zin schijnt het eigenlijk tegenstrijdig dat ik meen Jezus te
zijn.
Maar toch is het begrijpelijk dat Jezus door zijn dood aan het kruis
terugkeert in het manlijke principe van het denken, wat ook in het
begrip: Geest wordt uitgedrukt.
En wezenlijk zijn oude en nieuwe testament ook een eenheid en die
eenheid is mijn nieuwe Bijbel.
Maar het is niet de bedoeling daarbij te blijven stilstaan en niet
verder te komen, want vanuit het begrijpen moet nu ook alles opgenomen
worden, dus ook de Liefde.
In mijn atoomtheorie is God het totale bewustzijn.
Het begrijpen blijft daarin echter de hoogste grondslag, maar in
eenheid met de Liefde is God de eenheid van Liefde en begrip.*
De Liefde heeft ook het begrip nodig om zichzelf te doorgronden.
Maar ook de zintuigelijke waarneming en de voorstelling horen daarbij
tot een totaal bewustzijn.
Dan komt er ook nog een historische analyse bij van de moderne tijd in
een drieëenheid van: Hegel, de moderne natuurwetenschappen en
dan
mijn atoomtheorie als derde en hogere synthese van beiden.
*Eigenlijk ligt dat ook al in de betekenis van het woord
filosofie als liefde voor de wijsheid of waarheid: de diepste essentie
van de religie is eigenlijk de filosofie.
Sindbad
de Zeeman.
(de
duivelse wetenschap)
Ik heb
nogal veel aandacht
besteed aan de periode van mijn godsbegrip en mijn eerste
atoomtheorie-actie.
Begrijpelijk want eigenlijk was toen alles in principe begrepen en is
er daarna tot nu toe niets essentieels bij gekomen.
Anderzijds: God had ik wel begrepen, maar nog steeds niet gezien, dus
er scheen toch nog iets te missen.
Zo verscheen er wel een beeld van mijn natuurlijke vader voor mijn
innerlijk oog als zou hij God zijn.
En ik wilde ook terugkeren naar mijn eigen individualiteit en ook bij
God zien denk ik speciaal aan God als individu en mijn Godsbegrip was
nog niet God als individu, maar als algemene Geest, als oneindigheid.
Hier scheen iets niet te kloppen: hier zat een tegenstrijdigheid en ik
denk daarbij aan een verhaal van Sindbad de Zeeman uit een boek van
Dr.C.J. Schuurman: Er was eens ... er is nog.
Sindbad maakt daarin 7 reizen als symbolisch voor het levensavontuur en
in de zevende reis maakt ie een hoge vlucht met een man die veranderd
is in een vogel.
Hoog in de lucht meent Sindbad de engelen in de hemel te horen zingen
en begint Allah aan te roepen.
Maar dan wordt hij door die man als vogel vervloekt en ze vallen beiden
naar beneden.
Op de grond gevallen ontmoet hij twee schone jongelingen als aanbidders
van de ware God en die hem vervolgens helpen om die man als vogel uit
de muil van een slang te redden.
Volgens Schuurman is die vogel symbolisch voor het demonische
wetenschappelijke verstand en klopt dan niet met mijn filosofie, maar
wel geloof ik dat mijn godsbegrip als abstracte oneindigheid nog verder
ontwikkeld moest worden tot konkrete werkelijkheid, dwz tot een
konkrete drieëenheid: God plus die twee schone jongelingen
maakt
drie.
En bij mij zijn die andere twee: het individu(ik) en de wereld.
Konkreter: het zijn de Liefde en het Socialisme.
Wordt
vervolgd in: eigen
leven 2
klik
hier voor
FRAME
(als
je
zonder frame binnen bent komen vallen)
voor vragen en opmerkingen: harriew@hotmail.com
hoofd-index