Wat zou het
heelal zijn zonder ons?
Slechts
een dood, leeg,
bewusteloos bestaan.
Dwz
je kunt
je er geen enkele voorstelling van maken, want elke
voorstelling is immers aan de zintuigelijke waarneming gebonden en dat
mag juist niet.
Anderzijds
kunnen we ons moeilijk indenken dat het heelal buiten ons
bewustzijn in het niets zou verdwijnen,* maar in ieder geval zul je
het waarschijnlijk wel met mij eens zijn dat een heelal zonder levende
wezens niet veel meer is dan een abstract
bestaan en dat een heelal met levende wezens heel wat meer is dan dat,
want als waargenomen heelal ook werkelijk tot bewustzijn komt.
In
het
leven vindt het heelal zijn vervulling als bewustzijn.
Maar....:
òns bewustzijn is slechts piepklein in dat
oneindige heelal!!
Het
valt
voor het allergrootste gedeelte helemaal buiten ons bewustzijn.
*
Klik hier
voor
extra
toegevoegde beschouwing over Kant en het "Ding an sich!"
Een
heelal uit levende wezens.
En dus zou het
heelal helemaal uit levende wezens moeten
bestaan om konkrete werkelijkheid te zijn, want niet het ding of de
materie is konkreet, wat vele mensen
nog steeds denken en ook de wetenschap, maar pas het bewustzijn is
konkreet,
zowel zintuigelijk als kwa denken en gevoel, want de dingen zijn pas
werkelijkheid
in ons bewustzijn en
vóór ons bewustzijn.
Het hele
heelal
zou daarom
volkomen doordrongen moeten zijn van leven, en vooral in de microkosmos
omdat het daar nog veel immenser en intenser is.
Ook dit idee
aanschouwde ik als
een soort visioen in het heelal geprojecteerd.
6 - De waarheid is de
Geest. - (God)
En dan is het
volgende punt dat hier nauw op aansluit de Idee van de filosoof
Börger dat de waarheid de Geest is, maar een groot probleem
daarbij was voor mij wat je dan onder de Geest moest verstaan?
Was de
Geest
gelijk aan het
abstracte denken of was de Geest een konkrete persoon met alles erop en
eraan, zoals de Mens, maar ook met name: God !!?
(En bij dat
laatste zou je je dan opnieuw af kunnen vragen: Is God een
denk-abstractie of een konkrete persoon?)
Als de
waarheid de Geest
is dan zou het hele heelal eigenlijk de Geest moeten zijn, dwz God zelf
en dan zou het heelal geen dood mechaniek kunnnen zijn, maar een
konkreet levend
wezen moeten zijn.
Het
heelal zou God zelf
moeten zijn.
Dat het heelal
God zelf is, is niks nieuws, want is
bekend als pantheïsme, maar klopt dan niet, want het heelal
ziet
er helemaal niet uit als een levend wezen of je zou moeten denken dat
de sterren atomen zijn in een macroreus, wat Dick Waanders denkt, maar
waar ik toentertijd nog niet aan dacht, en waar ik ook nu niet in
geloof.
Ik vond de
oplossing in de microkosmos.
Je ziet
dat
ook deze drie ideeën:
4 - een
eeuwige evolutie.
5 - een
heelal uit levende wezens.
6 - het
heelal zou God zelf moeten zijn,
dat deze
drie naar mijn atoomtheorie zouden culmineren als oplossing.
7
- Levende wezens op een electron.
Het
volgende idee zou je kunnen beschouwen als een
synthese tussen de eerste drie met het accent op de (dode) microkosmos
en de tweede drie met als hoofdthema het heelal als
macrokosmos en de wil deze als levend wezen te idealiseren.
Nu keer ik
terug tot dat eerste thema, en wel zo dat dat levende wezen
nu in de microkosmos gevonden zou worden.
( Ik weet
niet zeker of die dialectiek van nu toen werkelijk zo bestaan
heeft: het is mijn neiging nù om het zo te ordenen tot beter
inzicht.)
Want stel
dat
er op een electron levende wezens zouden wonen net als
wij op de aarde!
Dat was een
heel leuk idee, maar ik weet helaas niet meer hoe ik daar
aan ben gekomen, maar wel dat iemand anders dat idee ook had, dus het
was niet uniek.
Later wilde
ik hem mijn atoomtheorie vertellen, maar hij lachte me uit.
8 -
"Wie ben ik??"
In
de volgende Idee ging ik nog een stapje verder, of
beter: dichterbij, want al die ideeën
tot dan toe waren als het waren buiten mij.
Ik trok
alles in
mezelf terug met het grote vraagstuk: "Wie ben ik??"
(Dat
wezentje op
een electron werd nog veel kleiner in een oneindig
klein ik-punt!)
En opnieuw
zat ik
met het probleem dat de Geest een abstracte gedachte
zou zijn (zie bij: 6 - De
waarheid is de Geest.) volgens
Börger, maar nu koos ik niet voor de Geest als
konkrete persoon, maar probeerde dat abstracte denken te begrijpen.
Maar ik
had
opnieuw de neiging mij daar tegen te verzetten, want als
het Ik een abstracte gedachte is, hoe kan ik dan zeggen: "Ik ben
hier?", want dan besta ik toch, en bestaan is niet abstract.
Dat Ik als
abstracte gedachte heeft ook een bestaan en is dus tevens
niet abstract, maar konkreet.
Het
is een
synthese van het ene en het andere.
Het
Ik als een
punt.
Als zodanig
kennen wij het punt, dat bestaat, maar toch
niks is, want oneindig klein is.
Maar als
het Ik een punt is, hoe kan het Ik dan een beeld zien, dat
wèl ruimte inneemt?
Zo'n
beeld
zou steeds kleiner kunnen worden, maar toch nooit een punt
worden, want als punt zou het zijn beeld-zijn verliezen.
Een
mannetje
in een mannetje in een mannetje in een mannetje in een mannetje, enz.
En door
die
reeks van steeds kleinere beelden richting punt ook te
tekenen kwam ik op de fantasie om mijn Ik-punt als een klein mannetje
op een electron te tekenen, maar als er een klein mannetje (mijn
essentie) in mij ziet, dan zou er in dat mannetje ook weer een mannetje
moeten zitten en daarin weer een mannetje, enz., enz., enz.
Hier zat
ik
natuurlijk al dicht bij mijn atoomtheorie, maar er ontbrak
nog net iets om alles sluitend te maken.
Want er waren ook nog een paar
andere gedachten die een rol speelden.
9
- Hoe kan het leven uit de dode natuur gekomen zijn?
Er was nog een
andere gedachte, die op de achtergrond
een grote rol speelde en welke iedereen wel kent: "Hoe is het mogelijk
dat het leven uit de dode natuur is gekomen?"
Maar ook:
"Hoe is het mogelijk dat de dode natuur toch zo intelligent
functioneert, terwijl ze toch geen bewustzijn bezit, en kwa vorm zo
eenvoudig is?"
Dwz wij
mensen hebben voor vrij eenvoudige handelingen ons bewustzijn
nodig en ons lichaam als een hoogwaardig instrument en de natuur
verricht het meest sublieme vanzelf, als ik bijvoorbeeld denk aan de
ingewikkelde natuurwetten en nog meer aan het functioneren van ons
eigen lichaam. *
Hier klopt
iets niet, dit is een grote mate van ongelijkheid of zelfs
de omgekeerde wereld.
Maar ik
drukte dit alles op dat moment niet zo goed uit, maar ik had wèl het
gevoel dat de hele evolutie te snel was gegaan: er moest iets tussen
zitten ter meerdere verklaring.
*
En
ook
als we bijvoorbeeld slaapwandelen blijken we plotseling over een
onbewuste intelligentie te beschikken, alsof het bewustzijn slechts een
overbodige luxe is, die evenzeer gemist kan worden.
(Of
zou er in de natuur toch bewustzijn schuilen? Dat dacht ik echter
nog niet zo, maar werd met de atoomtheorie opgelost: het
antwoord
was er
nog vóór de vraag goed gesteld was!)
10 -Een ruimtevaartcultuur
bij Scientology.
En dan was er nog
een bijzonder idee,
want ik was voor een half jaar lid geweest van Scientology,
een
bijzondere club (ook berucht) van L. Ron Hubbard.
En daar was
men van mening dat er vroeger al ruimtevaartculturen in het
heelal waren die hun misdadigers op verlaten planeten dumpten.
En
één van die
planeten was onze aarde, dus wij zijn van een mooi stelletje afkomstig.
Maar wat me
daarin ook aantrok was dat het als het ware tegen de
evolutie-gedachte inging, volgens welke de ontwikkeling zich had
voltrokken van laag naar hoog.
(Hoewel dat
eigenlijk wel met de evolutie te rijmen valt als we
bedenken dat er natuurlijk best beschavingen in het heelal kunnen zijn
die verder zijn dan wij.
Ook in de
new age beweging bestaat de idee dat er vroeger al hogere
beschavingen zijn geweest op aarde en dat wij eigenlijk een soort
degeneratie daarvan zouden zijn.
Maar
daaraan dacht ik niet: ik had er gewoon een raar gevoel bij,
misschien al door een
voorgevoel van de mogelijkheid tot omkering van de evolutie.)
11 - Hoe kunnen onze
hersenen zoveel
informatie bevatten?
Behalve
al de
ideeën, die ik hier
genoemd heb, is er nog meer geweest, want zo vroeg L. Ron Hubbard van
Scientology zich af hoe het mogelijk was dat onze hersenen zoveel
informatie
konden bevatten voor ons immense geheugen.
Het hele hersensysteem aan cellen en neuronen is daarvoor niet
toereikend, maar met mijn atoomtheorie kan het wel, omdat onze hersenen
opnieuw de hersenen van de microwezens bevatten, enz.
Onze
hersenen als een stad.
En
later (nadat ik mijn atoomtheorie al gevonden had) kwam ik nog eens een
boekje tegen waarin onze hersenen
vergeleken werden met een immense stad, maar slechts als vergelijking
maar niet dat het werkelijk zo was, volgens de schrijver.
Maar volgens mij is het wèl werkelijk zo.
Ons lichaam als een
maatschappij.
En
dan heb ik zelf nog een biologieboek waarin een grote tekening staat
waarbij ons hele lichaam wordt vergeleken met een land, volk en/of
maatschappij en waarin de hersenen dan een regering zijn en onze aderen
als wegen en/of waterwegen en ons zenuwstelsel als electrische
bedrading en onze longen als parken, enz.
Het
website-systeem als een stel
hersenen.
En dan heb
ik
nog kort geleden een boekje gelezen uit de bibliotheek van Ian Graham
over kunstmatige intelligentie of beter gezegd: robots, waarin het hele
website-systeem op aarde, internet dus, vergeleken werd met een stel
hersenen.
Als een
collectief
hersensysteem van
de mensheid.
Heel terecht, maar dan
zit er in dat
hersensysteem natuurlijk weer een
heleboel hersensystemen: namelijk onze hersenen.
En in onze hersenen weer
die van de
microwezens.
De oplossing ligt zo voor
het oprapen,
maar je moet de moed hebben (of geniale flits of openbaring) om
die conclusie te durven trekken en dan natuurlijk om het
filosofisch verder uit te werken.
Maar omdat de mensen dat
laatste
waarschijnlijk niet kunnen, zouden ze het waarschijnlijk weer laten
vallen, of zijn bij voorbaat niet in staat om er op te komen
of durven of kunnen het niet, zoals het geval was bij de schrijver van
dat boekje
in de boekwinkel.
Of het komt niet verder dan een aardigheidje, waarvan niemand de
diepere inhoud vermoedt.
En zelfs als je er op komt dan nog is het de vraag of je de moed hebt
om je idee vol te houden tegen de grote domme massa in, die je voor gek
zal verklaren.
Je moet het dan wel dóór en dóór goed begrijpen en sterk in je schoenen
staan.
Tenminste: dat is mijn ervaring.
In drie dagen zou ik
de oplossing
vinden.
Ik voelde wel dat al die
problemen en
ideeën die ik hier genoemd heb (en dat zijn er nogal wat) met
elkaar te maken hadden en ik had ook het vertrouwen dat ik de oplossing
zou vinden, en verbeeldde mij dat ik er drie dagen voor nodig zou
hebben.
Drie avonden
liep ik de stad in
richting Leidseplein langs de grachten
van Amsterdam om er over na te denken, maar ook de derde avond vond ik
het niet en ging naar bed, maar kon de slaap niet goed vatten omdat al
die problemen toch door mijn hoofd bleven spoken en toen zag ik het
opeens:
12
- Atomen bestaan uit Ruimteschepen!
(ontdekt
op: 10/11 juli 1974)
1 - Dwz de
microkosmos is geen lagere
wereld, maar een hogere wereld.
2
-
Het heelal is geen dood mechaniek,
maar bestaat uit levende wezens.
3
- En
er is een eeuwige evolutie,
omdat die ruimtevaartcultuur weer op
zijn beurt uit een nog hogere cultuur is opgebouwd en wij ook zelf het
heelal gaan volbouwen met ruimteschepen.
Kortom:
het hele logische systeem van
mijn atoomtheorie stond mij
onmiddellijk in één keer voor ogen.
Maar
door de schok van de ontdekking
was ik onmiddellijk kwijt hoe ik
daar nu opgekomen was, maar het kan niet anders of ik was door de
één of andere oorzaak of misschien ook wel door
toeval op
de gedachte gekomen om dat ruimteschip van Scientology in de
microkosmos te plaatsen.
Reconstructie
achteraf.
En als ik dat nu
achteraf moet
reconstrueren, dan denk ik dat die ruimteschepen van
Scientology
in verband heb gebracht met de evolutie uit de microkosmos.
Want
in beide ideeën zat een wrevel over de evolutie.
Want
de één ging te snel en ontbrak er iets aan ter
meerdere verklaring en de ander stond voor mijn gevoel op zijn kop.
En
door dat ruimteschip van Scientology in de microkosmos te plaatsen,
kwam ook de evolutie uit de microkosmos op zijn kop te staan en was de
boel opgelost.
Niet
alles was opgelost.
Daarmee was
echter niet alles
opgelost, want het ik-punt probleem was gebleven, namelijk hoe een punt
een beeld zou
kunnen zien.
Een oneindige hoeveelheid goden.
En er was nu een
nieuw groot
probleem
bijgekomen, want het heelal was nu wel een levend wezen als God
geworden, maar dat ene grote oneindige wezen als het heelal heeft niet
duidelijk één ongedeeld bewustzijn, want de
macrokosmos
als allesomvattende eenheid was daarvoor veel te primitief.
Gods oneindige
hoogte van
bewustzijn zat in de microkosmos, maar daar
bestond God niet als één wezen, maar als een
oneindige
hoeveelheid.
God viel als een
oneindige
veelheid uitelkaar.
En dat was in
strijd met de
joods-christelijke traditie: er is maar
één God (Hoewel de christenen een
drieëenheid
vereren.) en is de God in mijn atoomtheorie een oneindige hoeveelheid
goden,
waarvan de eenheid niet als een enkele uitsluitende individualiteit op
te lossen valt.
Waarom
ik?
Maar die
problemen vielen op dat
moment natuurlijk volkomen in de schaduw van mijn ontdekking.
Het raadsel van
het heelal was
opgelost.
Wie ben ik, dat
ik dat heb mogen
ontdekken?
Waar de mensheid
duizenden jaren
naar gezocht heeft, dat valt mij
"zomaar" in de schoot.
Dat zomaar zet
ik dan maar even
tussen haakjes, want ik was al die
jaren intens met de filosofie bezig geweest en mijn atoomtheorie was uit
een hele reeks ideeën ontstaan en niet zomaar uit de lucht
gevallen.
Maar toch!
Het was ook iets
wonderbaarlijks
en ik had er niet echt bewust naar
gezocht, dwz ik wist natuurlijk niet dat dat er uit te voorschijn zou
komen.
Het kan niet
anders of het is
Gods wil geweest, dwz de wil van de
microwezens.
Een
kadootje van de duivel.
Ik
was verbijsterd op een onderkoelde
wetenschappelijke manier, want het vreemde was dat ik die atoomtheorie
enerzijds zeer bewonderde om de goddelijke logische schoonheid ervan,
maar dat ik anderzijds die atoomtheorie beschouwde als een kadootje van
de duivel, als een product van de onderwereld.
Hoewel
die atoomtheorie een hogere wereld vertegenwoordigt, had ik toch
de voorstelling dat ik in een hele diepe put naar beneden keek, waarin
hevig vuur brandde.
Ik
keek in de hel.
En
ik deed de deksel van die put maar gauw weer dicht om niet
overweldigd te worden.
Nu
is dat ook wel logisch te verklaren, want een hogere wereld is niet
alleen maar eenzijdig beter dan een lagere wereld.
De
wetenschappelijke ontwikkeling.
We
kunnen dat ook al zien in onze
eigen wereld, die door alle wetenschappelijke ontwikkeling nu zo ver
gekomen is dat ze de atoombom kan maken en door
milieuvervuiling bezig is
de hele aarde te vernietigen.
Alle
vooruitgang is ook achteruitgang, zou je kunnen zeggen, want er
ontstaan weer
nieuwe, nog grotere problemen.
En
vooral in onze tijd kunnen we dat begrijpen.
De angst voor de techniek.
En ik denk
dat ik in
mijn atoomtheorie
vooral de technische kant zag: het heelal als oneindige techniek en dat
ik daarin het duivelse zag, want kennen ook wij niet de angst dat we
straks allemaal robotten zullen worden?
Zijn we nog
wel
mensen of zijn we al
een verlengstuk van de computer?
Wie beheerst
wie?
En we leven ook in een
wereld
waarin de techniek zo overheersend is
geworden.
En het is vooral Amerika
die die
techniek over de wereld brengt.
En mijn atoomtheorie
past
daar dan helemaal bij.
Maar ik kon in
mijn atoomtheorie
natuurlijk ook wel de goddelijke
schoonheid ervaren, want mijn atoomtheorie gaat toch ook verder dan
alleen techniek, want maakt van het heelal een levend heelal, zodat ik
door die twee gevoelens heen en weer geslingerd werd.
Zo schreef ik
mijn atoomtheorie
in het kort op op een kladblaadje, maar
verscheurde dat weer uit ergernis over die atoomtheorie om er weer vanaf
te komen.
Maar dan had ik er weer
spijt
van en plakte de snippers weer aanelkaar.
Maar toen gooide ik het
weer
weg.
Maar daarna kocht ik toch
later
een type-machine om alles op te typen.
Maar op dit punt gekomen,
lijkt
het mij beter om ook iets over mijn
leven te vertellen:
Kant
en het: "Ding an sich!"
(moeilijk stuk en je mag
het
overslaan)
Klik hier
om
terug te keren naar: wat zou het heelal zijn zonder ons?
prelude van het latere:
zelfbewustzijn van het oneindige
Extra
toegevoegde
beschouwing bij: 5 - Het heelal zou uit levende wezens moeten bestaan.
Kant zei het
wat moeilijker, maar bedoelde waarschijnlijk hetzelfde, toen hij zeide:
We kunnen het "Ding an sich"
niet kennen, dwz wat het ding op zichzelf is.
Dus los
van ons.
En dan zeg
ik: Uiteraard niet,
want het ding op zichzelf bestaat niet, want alles wat bestaat is een
eenheid en vooral een eenheid met ons, die dat ding op zichzelf denken
en bestaat dus ook weer wel, want bestaat als ons "denk-ding!"
Het is:
"an sich" "für uns!" (Het is op zichzelf voor ons!)
Maar
abstract op zichzelf kan natuurlijk niet, want zodra we dat kennen
is het niet meer
abstract op zichzelf, maar het is voor ons ("für uns")
geworden.
Van
subjectief naar objectief.
Dwz het ding op
zichzelf bestaat
niet, het bestaat
alleen voor ons.
Nu kun je
natuurlijk wel denken
dat een heelal buiten ons ook
wèl bestaat, maar dan nog is dat zo omdat wij dat denken.
Maar dat
klopt ook weer niet,
want er is heel veel in het heelal dat
wel degelijk bestaat, maar wat we nog niet ontdekt hebben en dus ook
nog niet gedacht.
En het
heelal bestond ook al
vóór wij het ontdekte.
Het
omgekeerde is
waar!!
En je kunt het
daarom ook omkeren en zeggen: "Omdat het zo is, denken wij dat
ook zo!!"
Dwz het bestaan van het "Ding an
sich" (in het algemeen: het heelal) gaat aan ons denken vooraf.
Ons denken
is niet alleen
subjectief, maar ook objectief, dwz met het object als
grondslag.
Het ding laat zich door ons
denken !!
Of nog
beter: Het ding wordt van
zichzelf bewust in ons denken!
Of nog iets
beter: het heelal
wordt van zichzelf bewust door
middel van
ons en ook in ons en ook voor ons!
Of weer
iets anders gezegd: in
diepste wezen is de mens het heelal zelf en is het heelal daardoor een
levend wezen,
namelijk in eenheid met ons.
Het "an
sich" en het "für
uns" is eigenlijk precies hetzelfde, of beter: ze zijn identiek.
Het heelal
is "an und für
sich" zou Hegel hier kunnen zeggen ... in ons!
Het
heelal
is ons eigen uitwendig
lichaam, en als microkosmos ook inwendig.
Maar
ook de Geest van het heelal is
onze Geest!
Maar even
afgezien van het feit dat de mens een hoger wezen is dan het dode en
mechanische heelal.
Dus dan zou je
beter kunnen
zeggen dat de geest van het heelal deel uit
maakt van onze geest.
Hoewel dat in
mijn atoomtheorie
niet meer zo is en het heelal als
microkosmos hoger is.
En eerlijk gezegd
dacht ik ook
nog niet zover als ik hier allemaal
opgetypt heb over Kant en het heelal, al ging het toen al flink die
richting op en laat ik het toch staan omdat ik het zonde vind om het
weg te halen en ook omdat het mijn atoom-filosofie helpt te
verduidelijken.
En
juist ook door mijn atoomtheorie ben ik tot de conclusie gekomen dat
er eigenlijk niets bestaat buiten het bewustzijn om en dat die twee
samenvallen, in die zin dat alles uit levende wezens is opgebouwd en
ook alle dode dingen een eenheid zijn met de levende wezens en hun
bewustzijn en daar dus niet abstract buiten kunnen bestaan, maar altijd
door bewustzijn bezet zijn of beter: alleen als bewustzijn bestaan.
Wij
zijn slechts pionnen.
En door
mijn
atoomtheorie heeft dat "Ding an sich" natuurlijk een veel
diepere
betekenis gekregen, namelijk als een oneindig systeem van dingen en
levende wezens in de microcosmos en is als zodanig inderdaad nooit
definitief te kennen en op te lossen, want alleen maar op te lossen in
een eindeloos ontwikkelingsproces, maar juist dat proces is dat
kennen, dwz
het kennen openbaart zich als een eindeloos ontwikkelingsproces en
heeft helemaal niet de bedoeling ooit aan een einde te komen.
Dat zou juist heel sneu zijn, want dan heeft het leven geen zin meer en
houdt op.
En
ons
bewustzijn van het heelal als zelfbewustzijn ligt dan verder veel meer
aan de kant van het heelal zelf als microkosmos.
Dwz
het
heelal als microkosmos kent ons veel en veel beter.
Eindeloos veel beter.
De
Geest van het heelal is niet zozeer onze Geest, maar de Geest van het
heelal in de microkosmos bezit ons.
Wij
zijn van
God veel meer dan dat Hij van ons zou zijn.
Wij
zijn
slechts pionnen op een oneindig groot en diepzinnig schaakspel, ook al
is dat niet zo aardig om te bedenken en kwetst ons natuurlijk in onze
ijdelheid.
Wat
ons
echter van een pion onderscheidt is natuurlijk dat we toch bewustzijn
bezitten en dat ons toch gegeven is het heelal te mogen begrijpen, ook
al is het nog slechts een begin.