Mijzelf

PJ

Op 13 juli 1949 zag ik om tien voor half twee het levenslicht in de vroedvrouwenkliniek in Amterdam Oost. Dat levenslicht was wel kunstlicht want het was midden in de nacht. Tot 1960 heb ik gewoond in de Amsterdamse Pijp, Hemonystraat 40'''. Daarna zijn wij verhuisd naar Buitenveldert, A.J. Ernstraat 739. Om ons heen was alles nog braak. Alleen een klein gedeelte van de VU stond er. Verder tot de Stadionkade was alles kaal. Richting Amstelveen stonden er alleen flatgebouwen vlak bij de Kalfjeslaan.
Na de kleuterschool in de 2e Boerhaavestraat ging ik naar de 4e Montesorischool iets verderop in de 2e Boerhaavestraat. Daar leerde ik ook mijn eerste vriendinnetje kennen, Dolly. Zij woonde op de Spinozastraat. Liep zo ongeveer elke morgen om en ging haar thuis ophalen om naar school te gaan. Verder was die school geen succes. Bleef zitten in de derde klas, tegenwoordig is dat groep 5. En zo raakte mijn vriendinnetje uit beeld. De vierde klas heb ik wel gehaald maar niet op de montesorischool afgemaakt. Had de grootste moeite met breuken. Die waren mij al tig keer uitgelegd maar snapte er maar niets van. Nu mocht je op een Montesorischool zelf bepalen welke vakken je die dag wilde gaan doen. Bij mij werd dat de ene dag tekenen, lezen, schrijven en aardrijkskunde en de andere dag in omgekeerde volgorde. Rekenen liet ik maar vallen. Meester Elk liet het maar begaan en zo kreeg ik een niet meer in te halen achterstand in rekenen. Het gevolg ws dat ik naar de Pieter Hooglandschool ging achter de Mirandbad in Amsterdam, een LOM-school. Daar zag ik het licht met rekenen en breuken. De achterstand had ik redelijk snel weggewerkt.
Daarna ging ik naar de Calvijnschool. Dat was toen een expirementele LEAO school, vooruitlopend op de Mammoetwet van Minister Cals die het hele schoolsysteem veranderde, geen ULO, MULO en HBS meer maar LEAO, MAVO, HAVO en VWO. Daarna ging ik werken in de Bijenkorf. Over mijn werkzame leven kunt u alles lezen bij loopbaan

Ons gezin was niet echt harmonieus, wel natuurlijk naar de buitenwereld. Mijn vader en mijn zus, 5 jaar ouder dan ik waren erg jaloers op de aandacht die ik als jongste kreeg en dat lieten beiden goed merken. Mijn moeder probeerde dat de compenseren om de lieve vrede te bewaren. Mijn vader was ook erg dominant. Kreeg altijd het grootste en lekkerste stuk vlees, iedereen moest ook altijd doen wat hij wilde dat er gedaan werd. Daar zal ik het verder niet over hebben want dan wordt het een heel erg lang verhaal.

Mijn zus deed er alles aan om mij dwars te zitten en te kleineren. Met haar heb ik nooit een goede band gehad natuurlijk en eenmaal samen met Ria zagen wij elkaar nog amper. Een voorbeeld van haar dwarszitterij. Tegen ria vertelde zij dat ze amper kon geloven dat ik een vriendin had want zij had altijd gedacht dat ik homo was. En dat op een heel denigrerende wijze. Later bleek zij zelf lesbisch te zijn. Achteraf gezien had zij altijd al weing met mannen. Zij leeft nu al heel wat jaren met een vriendin samen. Homo of hetero maakt mij niet uit maar de pot moet niet de ketel gaan verwijten natuurlijk.

Breda is echt mijn tweede thuisstad. Ik kom daar al vanaf kleuterleeftijd. Mijn neef Frans, 4 maanden ouder, heeft de pech om alleen maar 6 zussen te hebben en ik kwam daar vaak om hem bij te staan in al die ellende.
In 1967 leerde ik mijn vrouw kennen, Ria Clerx uit Breda. Mijn ouders hadden in Maarssen, aan de Wilgenplas, een stacaravan en twee van mijn nichten, Wil en Anneke, mochten daar op vakantie. Anneke was vriendin met Ria en die mocht ook mee. Bij Ria sloeg de vonk meteen over toen zij mij zag maar bij mij duurde dat nog even een paar maanden. Wij gingen dat jaar oud en nieuw vieren bij mijn oom en tante in Breda en daar sloeg bij mij de vonk over en kregen wij echt verkering.In 1971 kon Ria een baan krijgen in Amsterdam en kwam bij ons thuis inwonen. Dat was niet bepaald ideaal maar je moet toch wat. Als je 21 bent bent en een vast vriendin hebt wil je toch wel meer dan een kusje, knuffel en handje vasthouden. Voor meer dan dat kregen wij weinig gelegenheid. Al snel, in 1973, zijn wij getrouwd. Getrouwd was ook de enige mogelijkheid dat je kon worden ingeschreven als woningzoekende.
Gelukkig kregen wij al redelijk snel een eigen huis op het Spaarndammerplantsoen 13'. Midden in de oliecrisis met autoloze zondag dus. De woning was een prachtig monument maar wel klein en zeer gehorig. 's avonds last van de TV van de benedenburen die zo doof als een kwartel waren en 's nacht van het zoontje van de bovenburen die probeerde zijn bed in elkaar te schoppen. Na 1 jaar werd het gebouw ook gerenoveerd en kregen wij een flat in de Breehornstraat in Amsterdam-Noord.
Op 17 februari 1977 kregen wij dan eindelijk ons eerste kind, Emmy-Lou.
Ria en ik zagen het niet zo zitten een kind in Amsterdam op te laten groeien en besloten om buiten Amsterdam te gaan wonen. Op 2 januari 1979 kregen wij de sleutel van onze eerste woning in Alphen aan den Rijn, Stortemelk 149. Toen nog de rand van Alphen. Op 1 mei 1980 werd daar onze zoon, Bas geboren.
Voor ons neus werd in 1980/1981 een mooie wijk gebouwd met allemaal huisjes met een tuintje. Dat vonden wij toch wel erg ideaal voor onszelf en de kinderen. Wij schreven ons in en kregen een huis met tuin op Stoelmatter 216. Het had 1 nadeel, wij keken op een speelplaats waar ook werd gevoetbald. Ons keukenraam werd vaak als doel gebruikt. In 1986 kochten wij toen onze huidige aan de noordelijke rand van Alphen a/d Rijn. Er moet echt heel wat gebeuren willen wij hier nog weggaan.

Emmy-Lou is leerde via een collega uit Rhijndael Arjan kennen. Op 12 mei 2005 is zij met hem getrouwd.
Op 23 oktober 2005 is ons eerste kleinkind geboren, Femke Allysa Marischa. Het jaar 2007 werd een prachtig jaar. Op 1 maart mocht ik stoppen met werken en op 30 juli werd ons tweede kleinkind geboren, weer een meisje Lizette Sasja Frederique. Zeg weleens tegen mijn kinderen en vrouw. Eerst kwam Ria op de eerste plaats. Zij moest haar plek afstaan aan Emmy-Lou en Bas. Zij moesten hun plek weer afstaan an Femke en Lizette.

Bas is in 2004 op ziczelf gaan wonen en is in 2011 gaan samenwonen met zijn Maryse. Kinderen hebben zij helaas nog niet, alleen een kat.

Mijn vader is in juni 2005 overleden aan prostaatkanker, hij was 85 jaar. Mijn moeder is in november 2011 aan ouderdom overleden, zij was 92 jaar. Eind 2001 heb ik het contact met mijn ouders verbroken om heel veel redenen. Het kon gewoon zo niet verder. Daar ga ik verder hier niets over vertellen, dat is heel persoonlijk. Mensen die mij goed kennen weten het allemaal wel.
In de laatste paar jaren dat mijn moeder leefde heb ik pogingen ondernomen om weer in contact met haar te komen. Niet omdat ik spijt had gekregen van mijn breuk maar om de wijze waarop mijn zus met haar omging. Zij schermde haar af voor de hele familie. Niemand mocht met haar alleen zijn. Kan dat natuurlijk niet hard maken maar dat heeft toch wel erg veel weg van een kwaad geweten hebben. Zo een dergelijke behandeling gun ik niemand, vandaar mijn pogingen. Dat herstellen van het contact is niet meer gelukt, ook al omdat mijn moeder het niet meer wilde. Het doet mij verder niet zoveel, blijkbaar is er toch teveel gebeurd daarvoor. De familie en de enig overgebleven zus van mijn moeder werden pas na de begrafenis ingelicht van het overlijden door die trut van een zus. Dat vond ik voor die enige zus die mijn moeder nog had heel erg. Niet dat ik erop zit te wachten maar er was geen geld en geen bezittingen meer over van mijn ouders. Vond ook dat ik er geen recht op had omdat ik gebroken heb maar mijn zus heeft wel een dochter en kleinzoons. Zij heeft ook nog een zoon maar die heeft destijds voor zijn vader gekozen en is nooit meer gezien.

pieter

| pagina bijgewerkt op: 20.11.2016 9:23 | © 2015 Pieter de Vries. All Rights Reserved |