Instituut- en vrij christendom
Vanaf het ontstaan van het christendom zijn er vele christelijke stromingen en kerken geweest. Pas in de vierde eeuw ontstaat er een scherpe scheidslijn tussen het instituut- of kerkchristendom en het vrije- of esoterische christendom. De officiële kerk beroept zich sindsdien op het geloof, de schrift en het sacrament, terwijl het vrije christendom zich beroept op ervaring en bovenzinnelijk inzicht (gnosis).
Dit vrije christendom is al te vinden bij kerkvaders als Clemens van Alexandrië en Origenes in de oudheid. Bij mystici als Hadewijch en Jan van Ruusbroec in de middeleeuwen. In de zeventiende eeuw is het te vinden bij de christelijke rozenkruisers en natuurfilosofen als Jacob Böhme. In de twintigste eeuw is het vrije christendom te vinden bij bijvoorbeeld de antroposofie en andere esoterische bewegingen. Daarnaast zijn er altijd christelijks-esoterische bewegingen geweest die verder afstaan van de dogm
|
 |
Het Origenes-Instituut wil zoeken naar de samenhang tussen het kerk- of exoterisch christendom en het vrije- of esoterische christendom. De scheidslijn tussen beide is niet zo scherp als vaak wordt gedacht. Ook binnen de kerk is altijd esoterie geweest en aandacht voor de beleving, terwijl het esoterische christendom ook dogma’s en geloofsstrijd kent. De opvatting dat het esoterische buitenkerkelijk is en het exoterische christendom door de kerk vertegenwoordigd wordt is te eenvoudig.
Religieus Nederland
Het Origenes-Instituut wil dit esoterische christendom meer onder de aandacht brengen van christenen. Dit vrije christendom is onderdeel van de christelijke traditie en heeft gedurende de geschiedenis van het christendom altijd in dialoog gestaan met het kerkchristendom. Soms heeft dat geleid tot de inquisitie, maar vaker heeft het geleid tot een verrijking van het christendom.
|