Iaido

Iaido vindt haar oorsprong in het ken-jutsu, de klassieke zwaardkunst van de samurai.

Het oorspronkelijke kenjutsu kent voornamelijk technieken met getrokken zwaard. Bij het latere iai-jutsu trainde men ook het snelle ´trekken´ van het zwaard. Bijna vergelijkbaar met het klassieke duel in het wilde westen. Naarmate de noodzaak tot oorlogvoeren verdween en het dragen van zwaarden werd verboden is het meer spirituele iai-do ontstaan. In iaido is de tegenstander denkbeeldig en ligt de nadruk op concentratie en perfectie.

Iaido wordt beoefend in vastgelegde bewegingspatronen (kata). Een kata begint altijd met het zwaard in de schede en aan het einde van de kata wordt het zwaard weer terug in de schede gebracht.

Klik hier om een aantal les impressies te zien die we op YouTube hebben gezet.

Een kata kent altijd vier herkenbare acties:
  1. nikitsuke - het ´trekken´ van het zwaard uit de schede
  2. kiritsuke - handelingen in de vorm van snij- en steektechnieken
  3. chiburi - het bloed van de kling afschudden
  4. noto - het zwaard terugbrengen in de schede

 
Voor, tijdens en na de kata is de beoefenaar in opperste concentratie. Men noemt dat ´zanshin´. Deze waakzaamheid is in een echt gevecht noodzakelijk om op alles voorbereid te kunnen zijn.

Iaido ontwikkelt de zelfzekerheid van bewegingen en lichaamscontrole. De beoefening van de kata verhoogt tevens het concentratievermogen van de beoefenaar. Sommigen zien hier eveneens een vorm van " actieve meditatie".