|
Eerst zullen wij ons even voorstellen, wij zijn Gerard en
Nicole Stoute. Wij hebben een dochter die Amber heet, zij is
geboren op 02 september 2000. In februari 2003 wisten wij dat er
in oktober 2003 een broertje of zusje geboren zou worden voor Amber.
De zwangerschap verliep goed, ik had nergens last van. Bij de
gebruikelijke controles was alles telkens goed. Op 10 oktober
2003
was ik uitgerekend. Die dag voelde ik me niet zo goed, we kwamen
erachter dat ik een blaasontsteking had. Ik kreeg geen
medicijnen omdat ik een allergie heb voor penciline. De
verloskundige is geweest en heeft een paar controles uitgevoerd,
maar alles was goed. De dagen gingen voorbij en ons kindje kondigden zich nog niet aan. Bij de volgende controle was alles
nog steeds goed.
Op maandag 20 oktober 2003 kreeg ik af en toe wat last van
mijn buik. Ik voelde ons kindje de hele dag nog goed bewegen, en de pijn ging
ook weer weg. Ben die avond wel vroeg naar bed gegaan. Mijn buik was wel heel gevoelig,
maar ik dacht misschien ga ik vandaag nog wel bevallen. Iedere
zwangerschap is anders.
De volgende dag (dinsdag 21 oktober 2003) had ik om 11.10 uur een afspraak bij de verloskundige.
Ik voelde ons kindje die ochtend niet bewegen, maar dat was ‘s- ochtends
wel meer. Bij de verloskundige aangekomen werden de gebruikelijke
controles uitgevoerd. Toen we naar het hartje gingen luisteren,
konden ze dat niet goed vinden. Na ongeveer 5 minuten zoeken,
zeiden ze dat we naar haar het ziekenhuis toe moesten voor een
CTG en een echo.
Daar aangekomen werdt er een echo gemaakt, en zagen we dat
ons kindje
niet meer leefde. Het hartje was gestopt met kloppen. Dit is
niet te geloven, we werden alleen gelaten om even van de schrik
bij te komen. We hebben onze ouders gebeld om hun het droevige
nieuws te vertellen.
Na een tijdje kwam dr. Witte (Gyn) terug, en ging nog een
keertje kijken, ze zag ook bijna geen vruchtwater meer. Ze kon
op dat moment ook niet zeggen waaraan ons kindje is overleden. Er
werdt bloed geprikt en we kregen uitleg wat er nu zou gaan
gebeuren. Ik kreeg een pil mee die ik ‘s avonds in moest nemen,
en donderdag om 08.30 uur moesten we weer in het ziekenhuis zijn,
want dan zou ik ingeleid worden. Toen zijn we naar huis gegaan. Het is nog niet te begrijpen, we zijn heel verdrietig. We hebben die nacht slecht geslapen, maar
dat is te begrijpen, maar dat ons kindje niet meer leeft, begrijpen we
nog steeds niet.
De volgende dag (woensdag 22
oktober 2003)
hebben we alles geregeld voor de crematie. We hebben
mooie kaarten en een mooi kistje voor ons kindje uitgezocht. We hebben
veel verdriet, en het is nog steeds moeilijk te bevatten dat we
ons kindje straks niet zien opgroeien. Nu is het wachten tot morgen, dan moeten we naar het
ziekenhuis, en als alles snel verloopt wordt ons kindje morgen al
geboren.
Vandaag (23 oktober 2003) is de dag dat ons kindje waarschijnlijk geboren wordt. We
brengen Amber eerst naar mijn ouders en gaan daarna naar ‘t
ziekenhuis. We krijgen daar dezelfde kamer als dinsdag. We hadden als Gyn. Dr. Holleboom. Hij kwam vertellen wat er
allemaal ging gebeuren en we moesten nog wat vragen beantworden.
Ik krijg om de 4 uur een halve pil (inwendig) die de bevalling
op gang moet brengen. We brengen de tijd door met wat lezen en
praten.
Ik krijg om 08.45 en om 13.45 zo’n pil ingebracht. Ik
voel soms een harde buik en een pijnscheut in mijn rug. Dat
wordt vaker na het inbrengen van de tweede pil. In de loop van
de middag komt de dominee langs, voor een gesprekje omdat we ons
kindje willen laten dopen als het is geboren.
Ik ga op bed liggen en af en toe
voel ik een soort pijnscheut in mijn rug en kramp in mijn buik,
maar nog geen echte weeën. Op een gegeven moment ga ik naar de wc. Ik merk dat ik bloed ga verliezen en de
pijn in mijn rug wordt erger. Opeens voel ik een
bobbel tussen mijn benen, en ik heb persdrang. De zuster heeft
inmiddels Dr. Holleboom gewaarschuwd, en ik moet van de wc af
naar mijn bed. Als ik
eenmaal op bed lig komt Dr. Holleboom binnen en gaat kijken of
ik al ontsluiting heb. Hij kijkt en ziet het hoofdje al, ik had
het toch goed toen ik op de wc zat. Alles wordt snel klaargezet
en ik mag zachtjes mee gaan drukken. Toen alles klaar stond mocht
ik persen. Het was erg pijnlijk maar Gerard sleepte me er door
heen. Na een paar keer persen werdt Dylan* om 16.50 uur geboren
onze zoon. Hij kwam op dezelfde manier ter wereld als zijn zus,
hij
had ook zijn hand naast zijn hoofd. We zijn blij dat Dylan* geboren
is, en we niet nog langer op hem hebben moeten wachten.

Dr. Holleboom laat ons de navelstreng zien, er zit een knoop
in. (zit er al vanaf het begin in, waarschijnlijk is dit gebeurt
in de eerste 3maanden.) Dylan* had gewoon kunnen blijven leven met
de knoop in de navelstreng, maar er was ook een stukje van de
navelstreng wit, Dylan* heeft of de navelstreng beet gepakt en erin
geknepen, of klem gedrukt waardoor er geen zuurstof
of bloed meer doorheen heeft kunnen stromen.
Dylan* wordt bij mij in de armen gelegd en als de placenta is
geboren worden we even met hem alleen gelaten. Na een tijdje komt
de zuster terug en wordt Dylan* gewogen en gemeten. Hij weegt 3880
gram en is 51cm lang. Er wordt een voetafdrukje gemaakt, en
hij wordt voor zover dat mogelijk is schoon gemaakt. Dat gaat
heel moeilijk omdat hij aan het vervellen is, zijn huidje laat
helemaal los. Daarna gaan we Dylan* met z’n drieën aankleden.
Dylan* mag na het aankleden bij ons op de kamer
blijven.
Rond half acht komt de dominee,
zij komt Dylan* dopen. Wij wilde dit graag. Als dit is gebeurt komt er wat familie om naar
Dylan* te kijken,
iedereen vindt hem een pracht mannetje. Dat is ook zo, hij ziet er
geweldig mooi uit. Als iedereen weg is maken we nog wat foto’s
van Dylan* en genieten wij nog even van hem voordat we gaan
slapen. Gerard mocht bij mij in het ziekenhuis blijven. De zuster
brengt Dylan* naar het mortuarium en wij gaan proberen wat te
slapen. We liggen
steeds aan Dylan* te denken, maar kunnen toch wel wat slapen.
De volgende dag (vrijdag 24 oktober 2003) na het ontbijt, komt
Dylan* nog even bij ons op de
kamer. We maken nog een paar foto’s van hem, ook van ons samen. We
knuffelen Dylan* nog even en dan besluiten we maar naar huis te gaan.
Dylan* blijft achter in het ziekenhuis, en wordt vandaag door de
uitvaartverzorgers naar het mortuarium gebracht bij ons in de
buurt.
Het is heel raar om met lege handen thuis te komen zo zonder
Dylan*. We hebben veel verdriet, en we denken de hele dag aan
hem.
Na een poosje samen thuis te zijn geweest, komt Amber met opa en
oma ook weer thuis. We moeten weer
proberen ons leven op te pakken, al zal dat moeilijk zijn zonder
Dylan*.
Wat is het leeg zonder Dylan*, om de havenklap zitten we te
huilen. Er komen een hoop kaarten met de post, en dat doet ons
goed. Vanmiddag heeft Gerard aan Amber verteld, dat Dylan* nu
in de hemel is als een sterretje, en dat hij altijd naar ons kijkt. Als ze
naar bed gaat kijkt ze naar buiten of ze een sterretje ziet, en
wenst Dylan* dan welterusten en zegt dat ze van hem houdt.
Vanochtend (zondag 26 oktober 2003) hebben we muziek uitgezocht, wat we dinsdag willen
draaien als Dylan*wordt gecremeerd. We denken
de hele dag aan Dylan*, en hebben veel verdriet dat hij niet meer bij
ons is.
Vandaag (maandag 27 oktober 2003), gaan we nog een laatste keer
bij Dylan* kijken en afscheid van hem nemen. Dylan* ligt er mooi bij,
hij heeft een aantal knuffels om zich heen liggen. We maken nog een
paar foto’s van Dylan* in het kistje , en we staan af en toe huilend naar
hem te
kijken. Na een tijdje nemen we afscheid van Dylan* en gaan weer naar
huis. Morgen wordt hij gecremeerd.
Vandaag (dinsdag 28 oktober 2003) is de dag dat Dylan* wordt gecremeerd. Vannacht is Amber
ziek geworden, dus zij blijft met mijn vader thuis.
Amber en mijn vader zijn er in onze gedachten toch wel bij. Op Rhijnhof
aangekomen zijn er een heleboel mensen die afscheid van Dylan*
willen nemen.
Om 11.00 uur begint de dienst. De muziek die wij hebben
uitgezocht wordt gedraaid en is heel mooi. Op een gegeven moment
mogen we een kaarsje aansteken die rondom het kistje van Dylan* staan.
Er
liggen en staan ook een heleboel bloemen om het
kistje. Amber haar bloemstukje staat boven er boven op. Na een halfuurtje lopen we langs
het kistje om voor de laatste keer
afscheid van Dylan* te nemen. Het is heel emotioneel. We gaan naar
een andere ruimte, waar iedereen ons kan condoleren met het
verlies van Dylan*. We hadden gedacht dat er ongeveer 40 á 50 mensen
zouden komen, maar het waren er ongeveer 100.
Het heeft ons veel goed gedaan dat er zoveel
mensen met ons meeleven. Het is nu echt voorbij, we gaan weer
naar huis, met een leeg gevoel en een hoop verdriet. Over 30 dagen komt
Dylan* naar huis in een mooie beren-urn. Gerard gaat boven een
hoekje maken waar een glazen hoekkastje komt te hangen. Daar
komt de urn en wat spulletjes in te staan zodat we Dylan* voor altijd bij ons
thuis hebben.
We zijn de dagen aan het aftellen, dat de urn met het as
van Dylan* naar huis komt. Twee weken later worden we gebeld,
dat ze hebben kunnen regelen dat het eerder mocht. We zijn
helemaal happy, nu kunnen we het hoekje helemaal afmaken en
proberen ons gewone leventje weer op te
pakken. Dylan* zit voor altijd in onze gedachten.
Dylan* we houden van je. |