Doorrekening VES+ pakket

17 februari 2002

Dit is een samenvatting van een notitie die Dr. Marein van Schaaijk

†en drs. Imro San A Jong een jaar geleden, begin 2001, opstelden.

 

abstract

In dit artikel presenteren† we een doorrekening van het door de Vereniging van Economisten Suriname (VES) op 6 oktober 2000 geformuleerde ''Een programma voor de stabilisatie van de Surinaamse economie". Dat programma noemen we hier kortheidshalve "VES+ pakket". Zonder VES+ pakket, bij continuering van het beleid dat werd gevoerd van 1996 tot 2000, zou de koers van de Sf/$ stijgen van 2000 in het jaar 2000 tot 63.000 Sf voor 1 $ in 2005. Met VES+pakket is daarentegen stabiliteit mogelijk, zo wezen onze berekerningen van een jaar geleden uit.† Het VES+pakket is momenteel (februari 2002) feitelijk al uitgevoerd en de feitelijke ontwikkeling bevestigt de uitkomsten van onze doorrekening van een jaar geleden. Het onderwerp blijft echter actueel, want het is† zaak dat er voortdurend wordt gewaakt dat de monetaire instabiliteit niet terug keert. Ook maakten onze berekeningen duidelijk dat het VES+pakket voldoende is om monetaire stabiliteit te bereiken, maar de uitkomsten lieten geen economische groei en daling van het aantal personen onder de poverty line zien. Daar is dus nog meer voor nodig dan het VES+pakket.

 

In dit artikel bespreken we eerst heel kort het Suryamodel, dat is gebruikt voor de doorrekening. Cruciaal voor de doorrekening is de rol van de deviezenvooraad, daarom presenteren we eerst een deviezenanalyse voor we de doorrekening van het VES+ pakket laten zien. De (ex ante) omvang van de deviezenvoorraad is uiteindelijk bepalend voor de hoogte van de wisselkoers. Bijgevolg is het belangrijk om te weten hoe de omvang van de deviezenvoorraad van Suriname wordt beÔnvloed door monetair-, financieel-, fiscaal-, en economisch beleid, alsmede door alternatieve assumpties terzake van internationale prijzen (aluinaarde), omvang ontwikkelingsgeldstroom etc.. Met behulp van het Suryamodel wordt dit in deze notitie geanalyseerd.

Vervolgens rekenen we met het Suryamodel een middellange termijn scenario voor ongewijzigd beleid (voortzetting beleid zoals werd gevoerd tussen 1996 en 2000) een een bij nieuw beleid door (VES+ pakket). Dat maakt tevens fuidelijk dat monetaire stabiliteit een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde is voor economische groei.

 

 

1. INSTRUMENT VOOR KWANTITATIEVE ANALYSE

 

Hoe effecten te berekenen?

De samenhangen tussen diverse economische variabelen kunnen worden nagebootst met een macro economisch model van Suriname. Zo'n model bestaat er, namelijk het ruim tien jaar geleden ontwikkelde Macmic model en de sindsdien ontwikkelde versies ervan zoals het Suriname model van de SPS, begin jaren negentig ontwikkeld op basis van Macmic. Verder is er begin jaren negentig op basis van MACMIC een spreadsheet versie ontwikkeld: Mamiabcmodel. Daarvan zijn afgeleid het CBMOD van de Centrale Bank van Suriname (uit 1996 dat eind 2001 werd gemoderniseerd), en het Suryamodel van 1999 dat begin 2001 door SPS in samenwerking met Stuseco werd gemoderniseerd. De nieuwste versie van het Suryamodel staat op de SPS homepage: www.planbureau.net

Zie voor Mamiabc en TurboABS de homepage van de Stuseco home.wanadoo.nl/macroabc/Stuseco (soms niet direct bereikbaar, maar dan lukt het vaak wel via een link op de eerste pagina onderaan van www.micromacroconsultants.com ). In deze gemoderniseerde versies zijn zowel de praktische ervaring van SPS en CBvS van de afgelopen jaren verwerkt als de expertise met de Macroabc modellen voor CuraÁao, Kenya, EU15, Polen, Nederland en Indonesia die Micromacro Consultants (MMC, het bedrijf van Dr. Marein van Schaaijk) samen met counterparts ontwikkelde in de afgelopen jaren.

 

Hoe werkt het Suryamodel?

In deze korte notitie kunnen we niet in detail ingaan op de werking van het model. Zie daarvoor de uitgebreide toelichting bij het Suryamodel (inclusief multi-media slide show op CDROM beschikbaar bij SPS) en het boek ''Een macro model van een micro economie'' (tekstfile staat op eerder genoemde homepage Stuseco).† Enkele hoofdlijnen: het Suryamodel is een macro model dat gebaseerd is op de kwantitative beschrijving van de economie in de Nationale Rekeningen, aangevuld met gegevens met complete economische classificatie van de overheidsinkomsten en uitgaven, de prijzen, arbeidsmarkt, monetair overzicht en prijzen en hoeveelheden van ieder van de tien belangrijkste export producten. In deze versie van het Suryamodel zijn de prijzen en de exporthoeveelheden van die tien belangrijkste export producten exogeen. Gezien de aard van de Surinaamse exportproducten is het niet mogelijk de omvang van de export op korte termijn sterk aan te passen aan gewijzigde omstandigheden. Voor berekeningen van slechts enkele jaren vooruit is deze beperking van het Suryamodel daarom geen probleem. Dat geldt temeer omdat we in dit artikel het groeibeleid even achterwege laten en ons concentreren op het verkrijgen van en behoud van de monetaire stabiliteit. Voor langere termijn analyses en voor groeianalyses zou het beter zijn het endogene exportblok van het Macmic model weer te activeren. Verder werkt de hoogte van rente in het model alleen door op de te betalen interest op de staatsschuld, maar niet op consumptie en investeringen. Het blijkt namelijk heel moeilijk de invloed van rente op de consumptie en investeringen goed te meten. Ook is de rente zelf exogeen. Dat kan moeilijk anders want Suriname kent geen kapitaalmarkt. Ook de wisselkoers is exogeen. We hebben echter wel en manier om die ''met de hand'' min of meer endogeen te maken. Zie verder. Bij gebruik van het Suryamodel is het zaak om deze en andere beperkingen voor ogen te houden. In onze visie is het zo dat alle macro economisch modellen van alle landen zoveel beperkingen kennen, dat men de uitkomsten van die modellen niet moet geloven. De uitkomsten van deze rekenschema's geven geen bewijs. De uitkomsten zijn geen eindpunt maar beginpunt van de analyse!

 

DEVIEZENANALYSE

 

Factoren van invloed op deviezenvoorraad

De deviezenvoorraad wordt direct en indirect door vele factoren beÔnvloed:

        Hogere lonen leiden tot meer bestedingen dus tot meer importen, echter hogere loonkosten leiden tot hogere prijzen en dat remt de invoer (in dollars gemeten) weer af.

        Extra ontwikkelingsgelden vergroten de deviezenvoorraad, maar de besteding van het geld leidt tot invoer en dat verkleint de deviezenvoorraad

        Hogere aluinaarde prijzen leiden tot meer opbrengst voor de uitvoer en dat is positief voor de deviezenvooraad, maar extra winsten die de bauxietmaatschappijen maken leiden weer tot minder deviezen.

        Een hogere wisselkoers in Sf/$ leidt tot hogere prijzen en dat leidt tot minder invoer in $ gemeten. Echter hogere prijzen leiden tot looneisen en hogere lonen leiden tot meer bestedingen en meer invoer en minder deviezen.

        Hogere belastingen leiden tot minder netto inkomen dus tot minder consumptie dus minder invoer en meer deviezenvoorraad, maar de besteding van de belastingopbrengst door de overheid leidt tot meer invoer dus minder deviezen.

        Etc.

 

 

De vraag is nu hoe die diverse factoren, rekening houdend met economische samenhangen per saldo de deviezenvoorraad beÔnvloeden en† met hoeveel vertraging.

 

Effect economie op wisselkoers

 

Met behulp van het Suryamodel kunnen we berekenen wat het effect is van tal van beleidsmaatregelen en alternatieve assumpties op de hoogte van de deviezenvoorraad. In tabel 1 staan een aantal varianten doorgerekend. Met het model zijn nog vele andere varianten te becijferen. We bespreken enkele van de uitkomsten.

 

Tabel 1. Effect op de deviezenvoorraad (niveau in mln. $) van beleid en alternatieve assumpties

 

 

2001

2002

2003

2004

2005

 

 

††††† Effecten t.o.v. base line

Lonen in bedrijven +10% in 2000

 

-2

-4

-7

-10

-16

Lonen overheid +10% in 2001

 

-5

-12

-20

-28

-36

Investeringen bedrijven +10%

 

-5

-15

-25

-35

-46

Consumptie gezinnen +10%

 

-19

-30

-30

-30

-30

Exportprijzen +10%

 

35

66

98

132

173

Importprijzen +10%

 

-29

-50

-73

-98

-130

Consumptieprijs +10%

 

12

27

41

55

70

Surinaamse rente +10%punt

 

0

0

0

0

0

Schenking 10 mln. $

 

4

2

2

3

3

Directe belastingen van bedrijven +10%punt

 

18

27

28

29

32

Invoerrechten +10%

 

2

3

2

2

2

Omzetbelasting op import +10%

 

1

2

2

2

2

 

 

 

 

 

 

 

Bron: Suryamodel, versie 22 mei 2001

 

 

 

 

 

 

 

Hogere lonen in de bedrijven leiden tot per sado tot meer bestedingen, meer invoer en dus minder deviezen. Vanwege de door de hogere loonkosten opgeroepen inflatie wordt het effect gedrukt.

Hogere lonen bij de overheid hebben nog meer effect op de deviezenvooraad. Dit ondanks het feit dat de totale loonsom van de overheid kleiner is dan die van bedrijven. De verklaring is dat overheidslonen, anders dan die van bedrijven niet doorwerken in de loonkosten van de Surinaamse productie.

Etc.

 

Een complete analyse vereist dat niet alleen de effecten op de deviezenvoorraad worden bezien, maar ook de tussen liggende effecten. Van groot belang is overigens te onderstrepen dat dit soort modelberekeningen technisch weliswaar uitkomsten in 1 miljoen $ nauwkeurig opleveren, maar dat er een zeer grote onnauwkeurigheidsmarge aan de berekeningen kleeft.

 

 

Effect hoogte wisselkoers op economie

Het Suryamodel kent een exogene wisselkoers. Toch is het mogelijk om ook in dat geval het model te gebruiken om de mogelijke ontwikkeling van de koers af te tasten. De wisselkoers van Suriname is al ruim een jaar stabiel, rond 2200 Sf voor 1 $, maar niet gefixeerd,† want vrij, bepaald door marktkrachten. Een van die krachten is de CBvS met zijn deviezenvoorraad. Het is bekend dat de omvang van de deviezenvoorraad in Suriname, met name vanuit de blik van de huidige monetaire autoriteiten, van hoog gewicht is.† Wanneer de deviezenvoorraad zakt tot een waarde gelijk aan minder dan de waarde van 3 maanden invoer, en zeker als die zou zakken tot nul, is de CBvS niet in staat om de koers van de Sf te ondersteunen.

Met behulp van het model kunnen we berekenen wat het effect zou kunnen zijn als de koers met 220 stijgt (van 2200 naar 2420 Sf/$, dus 10% toename).† Zie Tabel 1. Deze versie van het Suryamodel laat dan een toename van de deviezenvoorraad (in vergelijking met de base line, het referentiepad) met ongeveer 10 miljoen dollar per jaar zien, na vijf jaar in totaal 64 miljoen dollar meer deviezen. We tekenen daarbij aan dat zulks het gevolg is van de manier waarop de loonmutatie in het model zit: de bedrijfslonen volgen pas met enige vertraging de inflatie en de overheidslonen zijn in deze versie even verondersteld bevroren te blijven. Door de hogere invoerprijsstijging die het gevolg is van de depreciatie stijgt de inflatie, maar omdat de lonen vertraagd of (bij de overheid) niet reageren, daalt de koopkracht en vermindert de invoer. Zou men een andere loonvergelijking in het Suryamodel hanteren, dan zijn de uitkomsten anders. De cijfers in tabel 2 geven dus slechts een indicatie.

 

Tabel 2. Effect van koers op de deviezenvoorraad (niveau in mln. $)

 

 

2001

2002

2003

2004

2005

 

 

†† Effecten t.o.v. base line

Koers Sf/$ +220 vanaf 2001

 

10

24

37

50

64

 

 

 

 

2. TWEE SCENARIO'S SURINAME 2001-2005: Hyperinflatie of Stabilisatie?

 

Inleiding

 

In dit hoofdstuk zullen twee scenario's worden gepresenteerd: het scenario Ongewijzigd Beleid met continuering van het Regeringsbeleid in de periode 1996-2000 en een scenario Nieuw Beleid o.b.v. het aanpassingsprogramma zoals voorgesteld door de VES ondersteund door aanvullende assumpties (VES+ variant). Eerst zal Ongewijzigd Beleid worden gepresenteerd.

Ongewijzigd Beleid

 

De veronderstellingen bij Ongewijzigd Beleid

Dit scenario geeft aan wat zou kunnen gebeuren indien het beleid van eind jaren negentig zou worden voortgezet. Ongewijzigd Beleid is dus exclusief de introductie van maatregelen voor budgettaire en monetaire stabiliteit. De assumpties van Ongewijzigd Beleid zijn:

        De lonen bij de overheid volgen met enige vertraging de lonen van de particuliere sector. Deze aanpassing moet gezien worden als de gemiddelde loonsverhoging voor zowel de "strategische" als de "niet strategische" beroepen.

        De subsidies en de materiŽle uitgaven blijven reŽel constant.

        De overdrachten van de overheid aan gezinnen volgen automatisch de loonsverhogingen.

        De deviezenvoorraad blijft op het niveau van 2000, m.a.w. niet boven een maand import, maar ook†† niet negatief. Dit is van invloed op de wisselkoersaanpassing.

        De voorgenomen schenkingsmiddelen en de bestedingen tussen 2001 en 2005 zijn zoals die voorkomen in het oude MOP. Dit is ongeveer gelijk aan het niveau van de lopende projecten.

        Geen overheidsleningen uit het Buitenland.

        Geen aflossing van buitenlandse schulden (de nieuwe schulden uit het document ďRapport van de Commissie Inventarisatie Staatsschuld Ē zijn niet meegenomen vanwege de onduidelijkheid van hoe de schulden zijn ontstaan. Het verband met de bestedingen is vooralsnog moeilijk te leggen).

        Tekorten op de begroting, opgevangen middels kredietverstrekking van de Centrale Bank.

 

Het laatst genoemde punt is het meest† cruciale.

 

De resultaten

 

Dit scenario is doorgerekend met de 2001versie van het Suryamodel. Het model kent een exogene wisselkoers. In eerste instantie zijn de berekeningen uitgevoerd met een gelijkblijvende koers. Als dat leidt tot een negatieve deviezenvoorraad, wordt een nieuwe variant gedraaid met een hogere koers. Een hogere koers leidt tot meer inflatie, minder import en heeft een positief effect op de deviezenvoorraad. Vervolgens wordt enkele keren een variant gedraaid, tot die koers is gevonden waarbij de deviezenvoorraad net niet negatief wordt. Het blijkt dat bij voortzetting van de monetaire financiering van eind jaren negentig, jaarlijks ruim een verdubbeling van de koers mag worden verwacht.

Een belangrijk element van het ongewijzigd beleid vormen de voortdurende tekorten bij de overheid welke monetair worden gefinancierd. De geldschepping die het gevolg is van de financiering van de tekorten leidt tot inflatie. Tevens leidt de jaarlijkse aanpassing van het loon- en steuninkomen tot een grotere vraag naar o.a. importgoederen. Om ervoor te zorgen dat de deviezenvoorraad niet geheel wegvalt als gevolg van deze vraag, moet de wisselkoers steeds worden aangepast. Deze jaarlijkse aanpassing is steeds het dubbele van het voorafgaand jaar. Dit geeft op zich weer aanleiding tot het aanpassen van de lonen bij zowel de overheid als de particuliere sector. Dit leidt tot een loonprijsspiraal met negatieve invloeden voor de economische groei.

 

De kerngegevens in de kolom Ongewijzigd Beleid van tabel 3 geven een verkorte weergave van de resultaten van Ongewijzigd Beleid. Het gaat om de gemiddelden van vijf jaren (2001 t/m 2005).

 

Tabel 3† Twee scenario's: Ongewijzigd Beleid en VES+

 

†††††††† Gemiddeld over 2001 t/m 2005

 

Ongew. Beleid

VES+ pakket

Verschil

KERNGEGEVENS

 

 

in % mutaties

 

 

 

reŽle groei BBP

0

0

0

Consumptieprijs

119

13

-107

Uitvoerprijs

118

9

-109

Invoerprijs

118

10

-108

loonvoet bedrijven

119

16

-103

loon koopkracht

-2

1

3

Arbeidsplaatsen bedrijven

73

76

2

† Quotes

 

 

 

Werkloosheidspercentage

23

22

-1

koers Sf/$

26.000

2200

-23.800

deviezen in maanden invoer

0

2

2

† waarde in mld.Sf

 

 

 

winst (cash flow)

6112

374

-5738

Financieringstekort

1106

-52

-1158

Geldhoeveelheid

2668

197

-2471

Deviezenvoorraad

84

238

154

 

 

 

 

Deviezenvoorraad in mln$

6

108

102

 

Resultaten bij Ongewijzigd Beleid (zie eerste kolom met cijfers in tabel3):

        Geen economische groei, ondanks voortdurende overheidsstimulering: reŽle groei BBP is nul.

        Aanhoudende hyperinflatie (meer dan 100% prijsstijging per jaar)† en afname van de koopkracht.

        Toenemende tekorten op de begroting.

        Aanhoudende geldschepping als gevolg van de wijze financiering.

        Verslechtering van de werkgelegenheid.

        Wisselkoers stijgt van 2000 Sf/$ in 2000 voortdurend tot 63.000 in 2005 (gemiddeld 26.000 over 2001 t/m 2005).

 

 

 

Het VES+ scenario

 

Inleiding

De economische ontwikkelingen tussen 1996 Ė 2000, maar voornamelijk het gevoerde economisch en sociaal beleid, hebben de noodzaak voor het opnieuw aanpassen van de economie tot een verplichting gemaakt. De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) heeft naar aanleiding hiervan een concept structureel aanpassingsprogramma opgesteld en die in oktober 2000 aan de Minister van FinanciŽn aangeboden[1].†† Daarna zijn nog andere beleidsvoornemens geformuleerd, waaronder het idee van Nf 390 miljoen garantiemiddelen in te zetten voor schuldsanering en versterking van de deviezenvoorraad. Verder is verondersteld dat de ontwikkelingsgelden ook zullen worden bestemd voor de bevordering van de export, in het bijzonder herstel van de rijstsector en groei van de toeristische sector.† Met behulp van het Suryamodel is berekend wat er zou gebeuren indien in plaats van ongewijzigd beleid het nieuwe beleid zou worden uitgevoerd.

Nota bene: in dit VES+ pakket gaat het om stabilisatiemaatregelen, maar nog exclusief een (nog te formuleren) groeibeleid!!!!

 

Het is niet mogelijk geweest alle maatregelen te operationaliseren in termen van het model (en modelvergelijkingen) omdat vele van kwalitatieve aard zijn. De belangrijkste zijn echter wel opgenomen. De doelstellingen en maatregelen zoals die in het model zijn verwerkt, zijn in opgenomen op regel 2782 van de sheet Manual van het Suryamodel. Daarin wordt ook een gedetailleerde technische toelichting gegeven.

 

Beschrijving van de resultaten

 

Eerst wordt de VES+ variant op zich besproken en dan de vergelijking met Ongewijzigd Beleid aan de hand van de kerngegeven. Bij de bespreking van de VES+ variant wordt voornamelijk gelet op de effecten gedurende de aanpassingsperiode.

 

De resultaten (zie kolom VES+ in tabel 3):

        In het VES+ scenario wordt de tering naar de nering gezet. Dat leidt tot minder produktie voor de binnenlandse markt. Ondanks iets betere export dan in Ongewijzigd Beleid is er ook in VES+ geen reŽle groei van het BBP. Dat komt omdat in dit VES+ scenario nog geen groeimaatregelen zijn meegenomen.

        De realisatie van het begrotingsevenwicht wordt gelijk na de aanpassingsperiode bereikt. In 2003 is er dan een overschot op de Lopende Dienst. Tussen 2000 en 2003 dalen de lopende uitgaven. (Of dit evenwel zo snel gerealiseerd kan worden, dient overigens nog wel bekeken te worden tegen de achtergrond van de nog te herschikken binnen- en buitenlandse schuld).

        Monetair wordt het inflatiedoel niet in het jaar van aanpassing bereikt, maar wel in 2002. In 2001 is er nog inflatie. Dit is voornamelijk het gevolg van de afschaffing van de subsidies en de verhoging van de accijnzen. Na de aanpassingsperiode daalt de inflatie tot ca. 2,5%.

        Alhoewel de inflatie in 2001 nog hoog is, stijgt de koopkracht van het looninkomen. Dit is het gevolg van de loonsverhoging en de instandhouding van de sociale uitkeringen.

        Er is geen geldschepping door de overheid, integendeel. De geldschepping in 2001 Ė 2002 is per saldo het gevolg van de betalingsbalanssteun. De afroming van liquiditeiten door de overheid is resp. ca. 4,5% en 9% in 2001 en 2002.

        Het succes m.b.t. de betalingsbalans is te merken in de verbetering van de Handels- en Dienstenbalans. Het saldo verbetert met ca. US$ 47 mln t.o.v. 2000. De negatieve cijfers tussen 2001 Ė 2005 zijn het gevolg van het niet meenemen van produktie en investeringsvoornemens. Tussen 2000 Ė 2002 daalt de import met ca. US$ 25 mln. Dit is vnl. het gevolg van het afnemen van de binnenlandse bestedingen.

 

Belangrijk is de betalingsbalanssteun in 2001 en 2002. Hierdoor is het mogelijk de Handels- en dienstenbalans te financieren (en de wisselkoers te ondersteunen).

 

De kerngegevens: VES+ versus† Ongewijzigd Beleid

Ten opzichte van Ongewijzigd Beleid leveren de maatregelen zoals voorgesteld in het VES document† monetaire stabiliteit.

 

In elk geval is duidelijk op te merken dat het begrotingstekort wordt teruggedrongen (de overheid spaart), geen sprake meer is van geldschepping vanuit de begroting, de inflatie naar hanteerbare proporties is teruggebracht en de deviezenvoorraad stijgt omdat de exporten zijn verbeterd.

 

De belangrijkste verschillen zijn (zie laatste kolom in tabel 3):

        Bij Ongewijzigd Beleid is er sprake van aanhoudende hyperinflatie, bij VES+ is er in 2001 nog inflatie, maar daalt daarna tot ca 2,5% (als inderdaad de loonstijging gematigd blijft)..

        Ondanks de prijsstijging in 2001, blijft de koopkracht relatief op niveau. Bij Ongewijzigd Beleid daalt de koopkracht continu.

        In de aanpassingsjaren zijn er bij VES+ spaaroverschotten op de begroting. Deze zijn deels het gevolg van de afname van de bestedingen, maar ook de neutrale financiering van de begroting. Er is geleend op de kapitaalmarkt en betalingsbalanssteun is ontvangen.† Dit in tegenstelling tot Ongewijzigd Beleid, waar financieringstekorten zich continu voor doen.

        De deviezenvoorraad wordt in VES+ behouden door de afname van de binnenlandse bestedingen en de betalingsbalanssteun.

 

De VES+ variant kan te zijner tijd worden uitgebouwd met groeimaatregelen . Dan kan ook een Medium Term Macro Economic Framework met groeimaatregelen worden geformuleerd, doorgerekend en uitgevoerd.

 

Conclusie

 

De doorrekening van de scenario's Ongewijzigd Beleid en VES+ demonstreert, dat bij voortzetting van het beleid van eind jaren negentig hyperinflatie en koopkrachtverlies een voortdurend verschijnsel zouden blijven. Het VES+ scenario laat zien hoe duurzame monetaire stabiliteit wordt gerealiseerd.

 

Ook laten de berekeningen zien dat bij veranderingen in aluinaardeprijzen, lonen, belastingopbrengsten en overheidsuitgaven er een financieringstekort bij de overheid kan ontstaan en deviezenverlies, waarbij de deviezenvoorraad te klein kan worden en het gevaar bestaat dat monetaire instabiliteit terug keert. Daarom is modelmatig ondersteunde financieel economische monitoring nodig: Minister van Financien en President Centrale Bank dienen tijdig te worden gewaarschuwd als er in de toekomst een tekort dreigt, zodat ze nog op tijd maatregelen kunnen nemen om het ontstaan van zo'n tekort te voorkomen.††

 

Verder blijkt dat naast het VES+ beleidspakket aanvullende maatregelen nodig zijn om groei te bevorderen en aantal personen onder de poverty line te verminderen. Die zijn in deze berekeningen nog niet opgenomen. Men denke o.a. aan een public sector reform, waarbij het aantal landsdienaren drastisch daalt. Dan is zonder financieringstekort daling van de belastingdruk mogelijk. Dat is nodig voor herstel van de winstgevendheid zonder welke geen produktieve investeringen mogen worden verwacht.

 



[1] Een programma voor stabilisatie van de Surinaamse economie. Vereniging van Economisten in Suriname. Paramaribo, 6 oktober 2000.