Plaatselijke gebruiken en tradities   muziek uit? >> druk Esc

Alaaf, Helau en andere carnavalskreten / -groeten
Vast staat wel dat het afkomstig is uit het Keulse Karneval. Er zijn meerdere verklaringen voor het woord "Alaaf" in omloop:

1. alaaf komt van het getal elf
Alaaf is de algemene carnavalskreet of -groet afkomstig uit het Keulse dialect en het betekent gewoon elf. Elf (11) is volgens de traditie het getal der dwazen. Waarschijnlijk omdat het 1 minder is dan 12. Twaalf is het getal van perfectie. Met 11 ben je dus net niet perfect. Zelfs het woord gekkengetal heeft precies elf letters!!
2. alaaf: "all af" ofwel "alles ab/alles weg" dus:
    a. Keulen voor alles (vóór alle anderen)
    b. "alles weg" in de zin van alles weg, want er moet vanaf Aswoensdag tot Pasen gevast worden (Vastentijd).

Kölle Alaaf komt in 1635 voor de eerste keer voor en wel in een verzoekschrift van Fürst Metternich aan de Keulse Kurfürst. Oorspronkelijk was Kölle Alaaf een drankspreuk, maar sinds de vernieuwing van het Keulse Karneval is het de kreet / groet van de Keulse "Jecken". Het woord stamt af van het oudkeulse begrip "all af" wat zoveel betekent als "alles af / alles weg". Kölle Alaaf betekent dus zoiets als "(behalve) Keulen alles weg!" respectievelijk "Keulen vóór alle anderen!".
Het kan echter ook te maken hebben met het feit dat in de Vastentijd eten en drank (all af = "alles weg") moest. Vrijwel overal aan de linker Rijnzijde roept men Alaaf, terwijl aan de rechter Rijnzijde vooral Helau geroepen wordt.

Echter volgens Petri Friedrich Erdmannn, schrijver van het "Handbuch der Fremdwörter", stamt het woord alaaf af van het Keltische "alaf" dat geluk betekent; dit is vergelijkbaar met "hij leve hoog" en zou het in de streek Niederrhein gebruikt zijn als gezondheidswens bij het drinken.

In Duitsland wordt alaaf beslist niet overal gebruikt tijdens het carnaval. Er zijn heel veel verschillende kreten in gebruik zoals je op de duitstalige Wikipedia-site kunt lezen: http://de.wikipedia.org/wiki/Narrenruf.

Naast het eigenlijk vaste programma, zoals een optocht en het uitroepen van de prins, kan iedere wijk, dorp of stad zijn eigen activiteiten hebben. Het gaat hier om plaatselijke gebruiken en tradities waar deze plaats min of meer bekend om is.

Kaetelgerich in Steyl
In vijf jaar tijd wordt in Steyl bij Tegelen het
Kaetelgerich gehouden. Dit wordt georganiseerd door Carnavalsvereniging De Kaetelaers. Met een optocht onder aanvoering van Duivel-Vorst Lucifer wordt aan de bevolking het "kaetelgerich" (letterlijk vertaald: ketel-rechtzaak)) aangekondigd, waarna de openbare rechtzaak plaatsvindt.  Een verzonnen persoon of iemand die echt bestaat en in de ogen van de burgerij iets geeft gedaan wat eigenlijk niet kan, wordt hier bestraft: “D’m baom sjreuje” (de billen schroeien)of “de kaetel in” (de ketel in om in de hel te branden).

Bacchus drieve
In 1948 werd een oud gebruik door Carnavalsvereniging D'n Uul in Roermond weer hersteld. Sommige mensen herinnerden zich nog dat rond 1900 op aswoensdag een pop van stro (die Bacchus, de god van de drank, moest voorstellen) in de Roer (riviertje) werd gegooid. Dit gebruik noemde men het "Bacchus drieve". In de jaren na de oorlog vond men aswoendag niet meer zo een geschikte dag hiervoor, omdat op deze dag officieel de vastentijd (geen snoep of alcohol 40 dagen lang) zou beginnen. Het gebruik werd daarom verplaatst naar de dinsdag. Er is een Bacchusclub die deze activiteit organiseert. Elk jaar wordt tevens iemand uitgekozen die verkleed als Bacchus meeloopt in de optocht.

Gilde van de Blauw Sjuut
Vanaf 1949 maakt het Gilde van de Blauw Sjuut een tocht door Nederland, België en Duitsland. Het doel van deze gilde is om historische tradities te handhaven.
Bovendien wil het met de omringende landen een band van vriendschap, humor en plezier verstevigen.
Een van de tradities die het Gilde uit Heerlen wil herstellen gaat terug naar de vroegere lentefeesten, waarbij een schip op wielen een belangrijke rol speelde.
Maar ook de invloed van een boer uit Inden is duidelijk. Deze boer had een schuit gemaakt op wielen die getrokken werd door een groep mensen. In 1133 trok deze schuit via Aken, Maastricht en St.Truiden tot bij het plaatsje Zoutleeuw in België. Overal waar deze schuit "aanlegde" werd uitbundig feest gevierd. Deze feesten liepen soms zo uit de hand dat Rodolphus, abt van St. Truiden, zijn leger moest sturen om de schuit en haar bemanning te vernietigen.
Het Gilde van de Blauw Sjuut beschouwt het jaar 1133 als geboortejaar van haar traditie.
Men heeft ook elementen uit de Middeleeuwse gedichten over de "Blaue Scuyte" overgenomen. In deze gedichten werden de standen (geestelijkheid, adel en helemaal beneden aan de ladder de burgers) belachelijk gemaakt.
De "moelemaker" van het Gilde had en heeft de taak de bestuurders van de bezochte plaatsen te plagen.
 

De graasboer in Susteren is een gebruik waarbij een pop van stro verkleed wordt als boer. Vroeger leefden veel mensen in deze omgeving van veeteelt, vandaar graasboer. De prins moet goed op de pop letten, want de "hermeniekes" (groepjes die tijdens de carnaval muziek maken) zullen proberen de pop te ontvoeren. Als de prins in januari aftreedt geeft hij de "graasboer" aan de hermeniekes terug.
Diezelfde avond wordt de nieuwe prins bekend gemaakt. De graasboer wordt de volgende dag vastgemaakt aan het huis van de nieuwe prins. Op carnavalsdinsdag wordt de graasboer weggeschoten en mag pas weer te voorschijn komen op 11 november (11/11 is opening van het carnavalsseizoen).

Het kowrenne in Hoensbroek (tijdens de carnaval ook wel Gebrook genoemd) vindt sinds 1972 plaats. Voordat het "Auwwieverbal" begint op donderdagavond vindt op de Markt dit "spel" plaats.
Verenigingen maken een koe van papier-maché waarin 2 mannen passen. Bij de wedstrijd gaat het niet alleen om de snelste koe maar ook om de mooiste. Elk jaar kiest men voor een ander thema. In 1992 was dit bijvoorbeeld water. Er werd dus een zeekoeienrace en een waterskiwedstrijd gehouden. De winnaar en de mooiste koe mogen 's maandags meelopen in de grote optocht.

Het metworst rennen in Vortum-Mullem
Ieder jaar, op carnavalsmaandag, wordt in Vortum-Mullem (gemeente Boxmeer) het metworst rennen georganiseerd. Alleen vrijgezelle jongemannen, geboren en getogen in Boxmeer én lid van de vereniging van tijdelijk jonggezellen, mogen meedoen. In een race te paard strijden zij om de titel `koning van de metworst'. De winnaar van de metworst race is niet alleen een jaar lang koning van de metworst, hij krijgt ook bier, brood en vier-en-een-halve meter worst cadeau.

Volgens de overlevering is De Metworstvereniging al in de middeleeuwen ontstaan. Het oudste reglement is van het jaar 1740. In het bewuste reglement staat meteen in artikel 1 het volgende:
 
"Het doel der Vereeniging is, om een aloud gebruik- dat ingesteld werd door eene liefdadige dame, en dat beslaat in het wedrennen om eene metworst, de jaarlijksche belooning van een edelmoedige daad, door Boxmeersche jongeren aan bovenbedoelde dame bewezen- in onze gemeente te handhaven en in eere te houden."
De liefdadige dame uit het bewuste artikel is Freule Aleida. Zij was op een zondagse rijtoer met haar koets van de weg geraakt en door hulpvaardige Boxmeerse  jonge ruiters weer op pad geholpen. Als dank daarvoor belastte zij een van de in haar bezit zijnde hoeve's te Vortum-Mullem met de jaarlijkse schenking. Elk jaar moet er om deze beloning wel een wedren te paard plaatsvinden om uit te maken wie de schenking, 7 ellen worst, twee broden, twee vaten bier en een halve varkenskop, in ontvangst mag nemen. De winnaar van de zogenaamde Metworst-rennen mag zich Koning van de Metworst noemen.
De jaarlijkse rennen vinden al meer dan 250 jaar plaats plaats in het Vortums veld, een weg gelegen tussen Sambeek en Vortum-Mullem. De rennen worden bezocht door duizenden mensen die te voet vanaf Boxmeer naar het Vortums Veld gaan om te zien "wie er dit joar Kunning wurdt".

De Boerebroelôf in Venlo
Carnavalsdinsdag is  in Venlo de dag waarop de boerebroelôf (=boerenbruiloft) plaatsvindt. Vroeger was iedereen gekleed in een boerenkiel met een rode zakdoek om de hals. Al vele jaren is dit niet meer zo. Vrijwel iedereen is dan uitgedost in de mooiste boerenkleren, liefst conform de originele boerenklederdrachten van eind 18e / begin 19e eeuw. Na een optocht waarbij enorm veel mensen op de been zijn, komt men bij elkaar op de Markt voor het stadhuis waar ten overstaan van iedereen het boerenbruiloftspaar van dat jaar "in de onecht wordt verbonden. Daarna is er genoeg reden om verder te feesten in de vele café's en andere gelegenheden in de binnenstad. Klik HIER voor een uitgebreide beschrijving. 

Truuje-aovend in Blerick
Deze traditie is komen overwaaien vanuit Duitsland waar het zgn.  "Weiberfassnacht" al eeuwenlang een grote happening is. In Blerick vonden de vrouwen dat de emancipatie met carnaval hier toch eens nodig verbeterd moest worden en dus gingen de vrouwen als (Wortele-) Truuje op pad.
Op donderdag voor Carnaval is Blerick sinds 1977 in handen van de Truuje, vrouwen die - al dan niet bont - zijn  uitgedost in prachtige jurken en heel nadrukkelijk het heft in handen nemen. Geen man kan veilig in het centrum, laat staan in een der café's komen, want dan wordt hij ongetwijfeld "onder handen genomen." Dit kan hem komen te staan op het afknippen van stropdas en haren en/of meerdere rondjes drank voor de dames, waarna hij zonder pardon de straat op wordt gewerkt. De enige uitzondering vormen de heren-horecamedewerkers en de mannelijke leden van de joekskapellen: zij worden noodgedwongen door de dames "gedoogd", sterker nog: zij vinden het prachtig dat die kerels moeten werken, terwijl zij de bloemetjes buiten zetten. Al gauw kwamen van heinde en verre vele vrouwen met extra bussen op donderdag voor Carnaval naar Blerick toe voor de Truuje-aovend. Inmiddels heeft dit succesvolle gebeuren ook in andere Limburgse plaatsen (o.a Hazinne-oavend in Venray) navolging gevonden.

Het gansrijden in Grevenbicht
Gansrijden was in vroeger dagen een normaal gebruik, toen de bevolking minder beschaafd was en dieren gezien werden als gebruiksgoederen. Zoals stierengevechten in Spanje of hanengevechten in Midden- & Latijns Amerika, werd hier genk, gent of gans gereden. 

Het gansrijden kwam tot het begin van de negentiende eeuw in vele plaatsen voor. Tussen twee bomen of palen werd een touw gespannen, waaraan een levende gans werd bevestigd. De kop werd met vet of olie ingesmeerd, zodat deze lekker glad was. De deelnemers moesten er met een paard onder door rijden en dan proberen de kop van de gans af te trekken, Wie daar in slaagde mocht de gans mee naar huis nemen als prijs. Dat er in de loop der jaren nogal wat protesten rezen tegen dit barbaarse gebruik, is wel te begrijpen. Tegenwoordig gebruikt men - waar de traditie nog steeds in leven wordt gehouden - een van tevoren door een dierenarts met een injectie gedode oude gans. 
Deze traditie vindt o.a. op carnavalsdinsdag nog steeds plaats in het Limburgse Grevenbicht. Verder wordt er nog "genk- of gans gereden" in de polderdorpen Berendrecht, Hoevenen, Lillo, Stabroek en Zandvliet bij Antwerpen, in het Duitse Ruhrgebied te Essen-Freisenbruch, Wattenscheid-Höntrop en Wattenscheid-Sevinghausen, in het Spaanse Carpio de Tajo bij Toledo, in het Baskenland en mogelijk ook
nog elders op de wereld.

Het Kloonetrekke in Kerkrade
In 1960 deed Prins Frits I een oproep aan de Kerkraadse bevolking. De KRO zou komen filmen en het zou geweldig zijn als voor die gelegenheid zich 1111 clowns op de Markt in Kerkrade zouden verzamelen. Dit idee sloeg enorm aan en honderden clowns verzamelden zich op carnavalsdinsdag. Sinds die tijd verzamelen zich  nog steeds zeer vele clowns op carnavalsdinsdag, die vervolgens van het ene café naar het andere trekken. Sommigen beweren dat dit niet de echte reden voor het ontstaan van kloonetrekken is. Zij beweren dat de mannen het beu waren dat vrouwen zich onherkenbaar konden verkleden als oud wijf. Daarop zouden zij ook hebben gezocht naar een manier om zich onherkenbaar te verkleden.

Het Appelsienesjmiete in Sittard
Op carnavalsdinsdag vindt in Sittard op het marktplein het "Appelsiesjmiete" plaats: Tientallen fraai uitgedoste en onherkenbare "Zittesje laamaekesj" verdelen elk jaar weer duizenden sinaasappels. Zij doen dit traditioneel door dit lekkere, sappige, oranje, bolvormige fruit naar kinderen te rollen en te gooien. Deze Sittardse activiteit op carnavalsdinsdag heeft een heel oude traditie. In 1900 was er een Sittard een klooster waar ook weeskinderen verbleven. Men had het er niet breed en op carnavalsdinsdag gingen rijke Sittardenaren naar het klooster en deelden aan de weeskinderen aldaar sinaasappels uit. Het was ook een soort vitamine-injectie voordat de vastentijd op aswoensdag begon.
Tegenwoordig gaan duizenden Sittardse kinderen met hun ouders naar De Markt in Sittard. Daar delen dan Prins Carnaval en tientallen carnavalvierende groepen sinaasappels uit aan de kinderen  terwijl de kinderen zo luid mogelijk roepen “appelsiene, appelsiene, appelsiene….”