Carnavalsmuziek muziek "Dèh dan dao isse" (winnaar LVK 2003) Uit? >> Esc

Carnaval vieren zónder muziek is onmogelijk, want "muziek is de kurk waar het carnavalsfeest op drijft!". Dit wil echter níet zeggen dat alle muziek geschikt is voor carnaval. In tegendeel, een goed carnavalsliedje schrijven, goede carnavalsmuziek spelen vereist dat je inzicht in én gevoel voor carnaval hebt. Het lijkt dus eenvoudiger dan het is.

Wat maakt dan een liedje tot een goed carnavalsliedje?
Zo'n liedje moet gemakkelijk in het gehoor liggen en een simpele, maar pakkende tekst hebben, die iedereen ook direct kan onthouden. Als het een melodietje is wat bij je "blijft hangen", dat je meteen aanspreekt, dan nodigt het ook meteen uit tot meezingen. 

In de jaren zestig en zeventig, een tijdperk van grote economische groei, werd vastenavond ontdekt door mensen die er veel geld aan wilden verdienen en er ontstond zoiets als een carnavalsindustrie. Platenmaatschappijen overstroomden ons met carnavalskrakers, de zelfgemaakte vastenavondkleren werden vervangen door kant en klare carnavalsconfectie of zelfs zeer dure carnavalsmode, VVV"s en reisbureaus lokten toeristen met carnavalsreizen, de televisie bracht Duitse carnavalszittingen in de huiskamers, reclamestoeten trokken voor de optochten uit, praalwagens werden gehuurd en verhuurd en ook de horeca begon driftig tal van festiviteiten te organiseren. Carnaval werd big business! 
Deze verloedering leverde onder meer een stortvloed van grammofoonplaten met de meest dubbelzinnige teksten op. Toen al deze liederen met behulp van de landelijke media de eigen dialectmuziek bijna hadden verdreven, was de maat echter vol. Vanuit Maastricht startte de oorlog tegen deze carnavalsvervuiling vol 'Hollandse onderbroekenlol'. Heel Limburg kwam in het geweer tegen de liederen van André van Duin, Ria Valk, Vader Abraham en vele anderen. De plaatselijke dialectliedjes werden sterk gepromoot en gingen weer de boventoon voeren. Uit deze boycot is ook onze eigen provinciale liedjeswedstrijd, het Limburgs Vastenavondleedjes Konkoer, voortgekomen. Om ook de jeugd al vroeg op deze lijn te krijgen werd later eveneens het Kinger Vastenavondleedjes Festival ingesteld.
Heel belangrijk voor de hedendaagse vastenavond is ook de opkomst vanaf de zeventiger jaren van de zaate hermeniekes, joekskapellen en sjpaskapellen. Ze verbreken met name de stilte op straat, verhogen de vastenavondsfeer en zorgen voor veel stemming en plezier.

Theo Franssen,  die als socioloog  afstudeerde met een doctoraal-scriptie over carnaval zegt dat het échte carnavalslied:
1.  een uiting van trots is: trots op de eigen woonplaats, de eigen streek, de eigen cultuur
2
. zich afzet tegen het verlies van die eigen cultuur, tegen het opgaan in de massa, tegen veranderingen die men niet wil
3. een uiting wil zijn van die eigen cultuur en juist niet van drie dagen cultuurloosheid.
"Wat is het ‘Hilversumse-Carnavals’-lied daarentegen meestal? Een ‘vluggertje’ gericht op afromen van de markt, een lied  niet gemaakt met het ‘hart’, een ‘schnabbeltje’, een ‘instant-song’, zoals je ook ‘instant-pudding’ hebt, door sommigen wel vertaald als ‘lui-wieve pap’. Het is een lied dat onder gelijke condities vaak geen kans zou hebben tegen de schlagers in de plaatsen met een echte carnavalstraditie, maar dat het moet hebben van de ‘plugging’ van radio en t.v. in de opbloeiende carnavalsplaatsen, die nog zonder eigen repertoire zitten."

De bekende Maastrichtse zangeres Beppie Kraft zegt daarover: "De kracht van het Limburgse carnavalslied is de herkenbaarheid en het dialect. Het gaat over het leven, zoals iedereen dat ervaart. Het is' een stukje Limburgse cultuur." Beppie, die al meer dan 45 jaar zingt en haar repertoire schat op tussen de vier- en vijfhonderd liedjes, weet nog hoe sommige cafés het in de jaren tachtig probeerden met landelijke krakers als "Worstjes op m'n borstjes" en "Er staat een paard in de gang". "Zo'n tent liep in een mum van tijd leeg zodra zulke liedjes werden opgezet."

Peter Janssen, onderwijzer uit Blerick is een groot fan van Venlonaar Frans Boermans, die meer dan driehonderd liedjes en vijf revues schreef. "Een minimum aan tekst, een maximum aan effect, dat was zijn kracht. Die werkwijze probeer ik met Wim voort te zetten."

Limburgs Vastelaovesleedjes Konkoers
Peter Jansen en Wim Janssen hebben lang gepiekerd over hun liedje dat het Limburgs Vastelaovesleedsjes Konkoer (LVK) won. Het refrein moest een typisch Venlose uitdrukking hebben. "Dèh dan", werd het, dat volgens Jansen nog het beste kan worden vertaald met het Franse voilà,
"Dèh dan, dao isse" gaat over een stamgast die zijn pilsje begroet, over een ouwe vrijster die toch nog een man vindt en over een vrouw die op late leeftijd toch nog een kind krijgt. 
Tekst
Ter gelegenheid van het 6x11-jarig jublieum van de Pielhaas vindt de finale van het LVK én van het Kinjer Vastelaovesleesdjes Festival (KVL) 2005 in Venray plaats.

Joekskapellen en Zaate Hermeniekes
Na de tweede wereldoorlog ontstonden er overal carnavalsverenigingen en toen werd het carnaval steeds beter georganiseerd. Men ging ook meer aandacht aan de carnavalsliedjes besteden. In het begin werden die liedjes gespeeld door harmonieën en fanfares en er waren toen ook veel orkestjes die rond de carnavalstijd de carnavalsliedjes speelden en zongen.

Toen rond 1970 platenmaatschappijen met waardeloze "flutliedjes" probeerden veel geld te verdienen aan het carnaval, besloten in heel Limburg allerlei vriendengroepjes om zélf carnavalsmuziek te gaan spelen. Op die manier zorgden ze in het carnaval voor zichzelf én voor anderen voor nóg meer plezier én de gehate "Hollandse" liedjes kregen zo geen kans. Zo ontstonden de muziekkapellen die in Noord- en Midden Limburg "Joekskapellen" (joeks betekent lol / plezier) werden genoemd en in Zuid-Limburg kregen ze de naam "Zaate Hermeniekes". Die laatste naam heeft natuurlijk te maken met het feit dat er door de leden van de kapellen vooral bier wordt gedronken.

Van de kapellen die zijn opgericht in de zeventiger jaren zijn er veel verdwenen, maar er werden in de loop van de jaren ook telkens weer nieuwe kapellen opgericht, want carnaval vieren is het leukste met live-muziek.
In diverse plaatsen wordt een treffen voor deze Joekskapellen en/of Zaate Hermeniekes georganiseerd zoals bijv. het Tröötekonkoer in Sitard. Ook wordt er elk jaar door diverse kapellen gestreden om het Limburgse Kamioenschap voor Joekskapellen en Zaate Hermeniekes. Bij al deze festivals staan het plezier en de originaliteit van het optreden voorop.