Zeven en zestig [acht
en zestig en negen en zestig]
De hele wereld zegt, "Ik ben de grootste";
Groots en onvergelijkbaar
met ieder ander.
Maar het is precies omdat ik
onvergelijkbaar met ieder ander ben,
dat ik daardoor in staat ben groots te zijn,
Was ik net als ieder ander,
dan zou ik al een hele tijd
onbetekenend en klein hebben geleken.
Ik
heb drie schatten die ik koester en bewaar.
De eerste is mededogen;
de tweede is spaarzaamheid;
de derde is niet aan te nemen
dat je vooraan in de wereld staat.
Welnu, het is omdat ik mededogen heb
dat ik daardoor moedig kan zijn.
En het is omdat ik spaarzaam ben,
dat ik daardoor vrijgevig kan zijn;
En het is omdat ik niet aanneem
dat ik vooraan sta in de wereld,
dat ik daardoor het hoofd kan
zijn
van diegenen met volledig talent.
Welnu, als je
mededogen opgeeft,
en toch moedig probeert te zijn;
en als je die spaarzaamheid verwaarloost,
en toch vrijgevig probeert te zijn;
en als je na laat gewoon te blijven,
en toch probeert de eerste te zijn,
Dan zal je sterven.
Als je met mededogen aanvalt, zal je winnen.
als je verdedigt, zal je standhouden.
Als de Hemel op het punt staat hem te bevestigen
is het alsof die hem omringt
met een beschermende muur van mededogen.
[Zeven en zestig]
Acht en zestig [en negen en zestig]
Daarom toont degene die een
goede strijder is,
zijn macht niet;
Wie goed is in de strijd, die wordt niet boos;
Wie goed is in het verslaan van vijanden,
valt hem niet aan.
En wie mensen goed weet in te zetten,
plaatst zich onder hen.
Dit is noemt men de Deugd zonder
wedijver;
Dit is noemt men
het vermogen met mensen om te gaan;
Dit noemt men passend bij de Hemel.
Het is het hoogtepunt van het verleden.
[Zeven en zestig, acht en zestig en]
Negen en zestig
Zij
die wapens gebruiken
hebben een gezegde en dat luidt:
"Ik probeer niet te handelen als een gastheer,
maar speel in plaats daarvan de rol van gast;
ik ga geen duim vooruit
maar trek me liever een voet terug".
Dit noemt men
voorwaarts gaan zonder te bewegen -
je mouwen oprollen
zonder je arm te tonen -
Stevig grijpen, zonder wapen vast te houden -
en verlokken tot vechten als er geen tegenstander is.
Van alle
onheil, is er geen groter ramp
dan dan te denken dat je geen mededinger hebt.
Het komt dichtbij het verliezen van mijn schatten.
Daarom als de tegenstanders
goed
aan elkaar gewaagd zijn,
dan
zal degene droefheid voelt winnen.
Gecorigeerd met de Mawangdui teksten