
Ervaring
|
Het is niet nodig je
deur te verlaten,
om de hele wereld te
leren kennen.
Het is niet nodig uit het raam te kijken,
om de Weg van de Hemel te
kennen.
Hoe verder weg je gaat,
zoveel minder je weet.
Daarom
weet de wijze zonder reizen;
benoemt zaken
hij zonder te zien;
en voltooit zonder enig ding te doen.
gecorrigeerd met
de Mawangdui teksten
|
Kennis
|
Diegenen
die
kennis nastreven,
groeien dag na dag.
Diegenen die van de Weg
gehoord hebben,
verliezen dag
na dag.
Zij groeien en
verliezen,
totdat zij op het punt komen
waar zij niet meer handelen.
Zij handelen niet
en toch blijft niets ongedaan.
Als iemand over de wereld wil heersen,
moet hij altijd niet bij zaken betrokken zijn.
Want in het geval dat hij bij de zaken betrokken raakt,
zal hij eveneens onwaardig worden
om over de wereld te heersen.
gecorrigeerd met
de Mawangdui teksten
|

De wereld van anderen
|
De
Wijze is voortdurend zich
niet bewust van zichzelf.
Hij is zich bewust van de geest van de gewone man.
Zij die goed zijn,
beschouwt hij als goed.
Zij
die niet
goed zijn,
beschouwt hij ook als
goed.
Op deze manier verwerft hij goedheid.
Zij die betrouwbaar zijn, vertrouwt hij.
Zij die niet betrouwbaar zijn, vetrtrouwt hij ook.
[Op deze manier] krijgt hij hun vertrouwen.
Want
voor de tegenwoordigheid
van de Wijze in de wereld,
geldt dat hij er
één
mee is.
En met de wereld mengt hij zijn geest.
De gewone mensen vestigen
allemaal
hun ogen en oren op hem.
En de Wijze behandelt ze allemaal
als zijn kinderen.
gecorrigeerd met
de Mawangdui teksten
|
|

Leven en dood
|
Wij komen naar buiten in het leven
en gaan terug in de dood,
Er zijn dertien metgezellen van het leven;
Er zijn dertien metgezellen van de dood;
En toch bewegen mensen
omdat zij leven als LEVEN beschouwen,
zich,
in al hun daden voorwaarts
naar de dertien die behoren
tot het rijk van de dood.
Welnu, waarom dit zo is?
omdat zij leven als LEVEN beschouwen.
Zonder twijfel heb je gehoord van diegenen
die goed weten vast
te houden aan het leven:
Als zij door de heuvels wandelen,
vermijden zij de neushoorn of de tijger
niet.
Als zij ten strijde
trekken,
doen zij geen wapenrusting aan.
De neushoorn heeft geen plek
om met de hoorn te stoten,
De
tijger heeft geen plaats
om zijn klauwen te gebruiken,
en wapens vinden geen plek
om met hun snijvlak iets te doordringen.
Waarom
dit zo is?
Omdat er in hen
geen ruimte is
waar de dood kan binnengaan.
gecorrigeerd met
de Mawangdui teksten
|