Zoek een titel   Kennis   Terug naar het begin 


Ervaring

Zevenenveertig

Het is niet nodig je deur te verlaten,
om de hele wereld te leren kennen.
Het is niet nodig uit het raam te kijken,
om de Weg van de Hemel te kennen.
Hoe verder weg je gaat,
zoveel minder je weet.

Daarom weet de wijze zonder reizen;
benoemt zaken hij zonder te zien;
en voltooit zonder enig ding te doen.

gecorrigeerd met de Mawangdui teksten   

Kennis

Achtenveertig

Diegenen die kennis nastreven,
groeien dag na dag.
Diegenen die van de Weg gehoord hebben,
verliezen
dag na dag.  

Zij groeien en verliezen,
totdat zij op het punt komen
waar zij niet meer handelen.
Zij handelen niet
en toch blijft
niets ongedaan.
Als iemand over de wereld wil heersen,
moet hij altijd niet bij zaken betrokken zijn.
Want in het geval dat hij bij de zaken betrokken raakt,
zal hij eveneens onwaardig worden
om over de wereld te heersen.

gecorrigeerd met de Mawangdui teksten 

 

 

 


De wereld van anderen

Negenenveertig  

De Wijze is voortdurend zich niet bewust van zichzelf.
Hij is zich bewust van de geest van de gewone man.

Zij die goed zijn, beschouwt hij als goed.
Zij
die niet goed zijn, beschouwt hij ook als goed.
Op deze manier verwerft hij goedheid.
Zij die betrouwbaar zijn, vertrouwt hij.
Zij die niet betrouwbaar zijn, vetrtrouwt hij ook.
[Op deze manier] krijgt hij hun vertrouwen.

Want voor de tegenwoordigheid
van de Wijze in de wereld,
geldt dat hij er
één mee is.
En met de wereld mengt hij zijn geest.
De gewone mensen vestigen
allemaal
hun ogen en oren op hem.
En de Wijze behandelt ze allemaal
als zijn kinderen.

gecorrigeerd met de Mawangdui teksten 
 

Leven en dood

 Vijftig

Wij komen naar buiten in het leven
en gaan terug
in de dood,
Er zijn dertien metgezellen van het leven;
Er zijn dertien metgezellen van de dood;

En toch bewegen mensen
omdat zij leven als LEVEN beschouwen,
zich, in al hun daden voorwaarts
naar de dertien die behoren
tot het rijk
van de dood.
Welnu, waarom dit zo is?
omdat zij leven als LEVEN beschouwen.

Zonder twijfel heb je gehoord van diegenen
die goed weten vast te houden aan het leven:
Als zij door de heuvels wandelen,
vermijden zij de neushoorn of de tijger niet.
Als zij  ten strijde trekken,
doen zij geen wapenrusting aan.
De neushoorn heeft geen plek
om met de hoorn te stoten,
De tijger heeft geen plaats
om zijn klauwen te gebruiken,
en wapens vinden geen plek
om met hun snijvlak iets te doordringen.
Waarom dit zo is?
Omdat er in hen geen ruimte is
waar de dood kan binnengaan.

gecorrigeerd met de Mawangdui teksten 

 

Home Up Liefde