Document: De 81 Tao Te Tjing gedichten van Lao Tse.
Oneindigheden

De vier oneindigheden
nummer vijf en twintig
- Er was iets dat geheimzinnig gemaakt is vanuit de chaos,
- Het werd eerder geboren dan Hemel en Aarde.
- Rustig en stil! Puur en diep!
- Het staat alleen op zichzelf en verandert niet.
- Het kan beschouwd worden
- als de moeder van Hemel en Aarde
- Toch weet ik niet hoe haar naam is,
- Ik omschrijf het als de Weg.
- Bij gebrek aan een beter woord, noem ik het groots.
- Omdat het groot is, stroomt het. Het vloeit ver weg.
- Als het ver weg is gegaan, keert het terug.
- De Weg is groots;
- de Hemel is groots;
- de Aarde is groots;
- De Koning is ook groots.
- Deze zijn de vier grote krachten,
- en de koning bezet een plaats temidden daarvan.
- De mens vormt zichzelf naar de Aarde.
- De Aarde vormt zichzelf naar de Hemel.
- De Hemel vormt zichzelf naar de Weg.
- De Weg vormt zichzelf naar wat natuurlijk is.
Kalmte
nummer zes en twintig
- Het zware is de wortel van het lichte.
- Rust is de meester van opwinding
- Daarom verliest een heer,
- die de gehele dag reist,
- zijn bagagewagens niet uit het oog,
- Hoewel er prachtige dingen te zien zijn.
- Pas wanneer hij veilig in een ommuurde herberg verblijft,
- laat hij zijn zorgen varen.
- Hoe kan een heer van tienduizend strijdwagens,
- zijn eigen persoon lichter behandelen dan zijn gehele land?
- Als je zaken te lichtvaardig beschouwt,
- dan verlies je de eigen wortels.
- Als je rusteloos bent, verlies je de beheersing.

Aandacht
nummer zeven en twintig
- Een goede wandelaar laat geen sporen achter;
- een goede spreker maakt geen spiekbriefje;
- Een goede rekenaar maakt geen sommetje;
- Een goede sluiter van deuren behoeft geen bout of slot,
- toch kan niemand ze openen.
- Goede knopen vereisen geen koorden of touwen,
- toch kan niemand ze losmaken.
- Daarom is de Wijze voortdurend bezig
- zorg te dragen voor alle mensen,
- en weigert nimmer iemand;
- voortdurend goed bezig zorg te dragen voor zaken;
- en door nimmer bruikbare zaken te weigeren.
- Dit noemt men "dubbele helderheid"
- Daarom is een goed mens een leraar van de goede [mens].
- En een slecht mens is het ruwe materiaal
- voor de goede [mens].
- Beoordeel iemands leraar niet,
- en koester het ruwe materiaal niet -
- Ook al zou iemand grote kennis hebben,
- hij zou toch grotelijks verward zijn.
- Dat noemt men de kern van het verhevene.