Document: De 81 Tao Te Tjing gedichten van Lao Tse.
Eenheid

eenheid
nummer twintig
- Instemmen en boze weigering;
- Hoe groot is het verschil tussen die zaken?
- Mooi en lelijk;
- Wat is het - dat verschil maakt?
- Degene die door anderen gevreesd wordt;
- moet ik ook vrezen waar anderen bang voor zijn?
- Wild en teugelloos, zal daar ooit een eind aan komen?
- De meeste mensen zijn vredelievend en gelukkig,
- net alsof ze een [steeds] een nieuw terras beklimmen
- in het voorjaar en zich verheugen
- in het offerfeest van de os.
- Maar alleen ik ben kalm en rustig -
- Geen enkel teken heb ik nog gegeven.
- Als een pasgeborene die nog niet heeft leren lachen,
- vermoeid en uitgeput,
- als of ik geen plaats heb om naar terug te keren.
- De meerderheid heeft meer dan ze nodig heeft,
- alleen ik schijn niets te hebben.
- Mijn geest is die van een dwaas -
- onwetend en dom.
- De gewone mensen zien de dingen helder -
- Maar alleen ik zit in het donker.
- De gewone mensen onderscheiden zaken
- en maken nauwkeurige verschillen -
- Maar alleen ik ben saai en dom.
- Oh, ik ben zonder vorm!
- Zoals de oceaan;
- Oh, ik ben zonder afmeting!
- Alsof ik niets heb waarin ik rusten kan.
- Iedereen heeft allemaal redenen voor hun handelen,
- Maar alleen ik ben dom en tegendraads
- als een [koppige] boer.
- Maar alleen mijn verlangens verschillen van anderen -
- want ik wordt gevoed door de grote moeder

Sporen van de weg
nummer een en twintig
- De aard van grote deugd
- volgt alleen maar uit de Weg.
- Want voor de aard van de Weg geldt -
- Dat die zonder vorm of afmeting is.
- Vormeloos! Onmeetbaar! Van binnen zijn er beelden.
- Onmeetbaar! Vormeloos! Van binnen zijn er dingen.
- Verborgen! Ongrijpbaar! Van binnen is het wezenlijke.
- Deze essenties zijn heel werkelijk,
- en hun innerlijk is het bewijs.
- Vanaf het heden terug naar het verleden,
- is de naam nimmer vergeten.
- Dit is het waar we ons naar voegen,
- met de vader van de menigte van dingen.
- Hoe ken ik de wegen van de schepping?
- Daarom.