Document: De 81 Tao Te Tjing gedichten van Lao Tse.
Op weg

Eigenschappen van de Weg
nummer vier
- De weg is een leeg vaartuig;
- Toch als je het gebruikt, hoef je het nooit opnieuw te vullen.
- Diep en roerloos, het lijkt de bron te zijn van de tienduizend dingen!
- het maakt de scherpte bot, het ontwart de knoop,
- het verzacht de glans, en het laat het stof nederdalen.
- Ondergedompeld, wellicht schijnt het te bestaan!
- Wij weten niet wiens kind het is
- Het schijnt de voorouder van de goden te zijn.
Natuur
nummer vijf
- Hemel en Aarde zijn onpartijdig;
- Zij beschouwen de tienduizend dingen als strooien honden.
- De wijzen zijn onpartijdig;
- Zij beschouwen de gewone mensen als strooien honden.
- De ruimte tussen hemel en aarde -
- is het niet als een blaas?
- het is leeg maar niet uitgeput
- beweeg het, en er komt [altijd] nog meer uit.
- Meer leren betekent veelvuldig uitputten.
- Dat is niet zo goed als vasthouden aan het gemiddelde.

Zelf
nummer zes
- De Hemel duurt voort en de Aarde bestaat lang.
- De reden waarom de Hemel voortduurt
- en de Aarde lang bestaat,
- is dat zij niet voor zichzelf leven.
- Daarom kunnen zij lang voortbestaan.
- Daarom plaatst de Wijze zichzelf op de achtergrond,
- en daardoor bevindt hij zich op de voorgrond.
- Hij zet betrokkenheid uit zijn geest
- en daardoor blijft zijn betrokkenheid in stand.
- Het is niet [omdat] dat hij geen eigenbelang heeft
- dat hij daardoor in staat is, vervulling te bereiken.
Hart
Zes [Zeven]
- De geest van de vallei sterft nimmer;
- Wij noemen dat het vrouwelijke, de allereerste moeder.
- De poort van het geheimzinnige vrouwelijke
- wij noemen het de wortel van Hemel en Aarde.
- Het is als eeuwige sluier, nauwelijks zichtbaar.
- Door het gebruik raakt het niet uitgeput.