Wijze koningen


De begrafenis titles 
  Begin

Gids voor de wet Naam en patroon Beleidsverklaring Namen geven Oorsprong van de Weg

 

4.9

Daarom is het alleen de Wijze
die naar het vormeloze kijken kan,
die naar de stilte luisteren kan,
die weet hoe leegte tastbaar wordt,
waarna hij deel wordt van -
en opgaat in de leegte.




4.10

Hij heeft daarna toegang tot het verfijndste
van de Hemel en de Aarde,
en zonder afstand toegang tot oneindigheid.
Hij omringt het als een voering
maar vult het niet.
Als men zich de gehele Weg eigen maakt,
dan noemt men dat:
'Jezelf tot verfijning kunnen brengen'.




4.11

Wie helder zicht heeft,
kan van nature het uiterste onderscheiden,
en weet wat anderen niet kunnen weten,
beschikt over wat anderen
niet kunnenbevatten.
Dan noemt men dat:
'Het toppunt onderscheiden
 en het uiterste kennen'. 




 
4.12

Wijze koningen maakten hiervan gebruik
en de wereld onderwierp zich aan hen.
Zij kenden geen voorkeur of afkeer,
naar boven gebruikten zij de leegte
en de roerloosheid van de Weg
en hun volk raakte het spoor nooit bijster.
Naar boven toe leeg, naar beneden roerloos,
zo bleef de Weg in de juiste toestand.

 

 



 

4.13

Zij waren in staat werkelijk zonder
begeerte te blijven en waren in staat
het lichaam van het volk te zijn.
Naar boven toe
hadden zij werkelijk niets omhanden
daardoor kwamen de talloze verschijnselen
tot volledige ontplooiing.
 


 

4.14

Zij verdeelden alles in de juiste orde
en het ontelbare volk kende geen strijd.
Zij gaven ze de juiste naam
en de talloze wezens vestigden zich vanzelf.
Zij kozen niet de kant van orde scheppen
of in beweging zetten, noch aan de kant
van ordeloosheid of nietsdoen.



 

 
4.15

Zij bereikten het immens grote,
zonder zich daarvoor in te spannen
Zij kregen hun deel aan het diepe en verfijnde
zonder daarom hoeven vragen.
Zij gaven hun krachten aan het Ene
zonder het om te vormen, hadden zij deel
aan de wortels van de Weg,
en met het minste in de hand
wisten zij het meeste.
Zij hadden deel aan de kern van het bestaan,
en door het hanteren van het juiste
rechten zij het schuine.



 

 
4.16

Eerst leerden ze 
van de allerhoogste oudheid
daarna van het verfijnde 
en van scherp zien.

Zij omarmden de Weg
en handelden naar zijn maatstaf.
Zo maakten zij de wereld tot een eenheid.

Ze observeerden dat 
in de allerhoogste oudheid,
en maakten hun middelen alomtegenwoordig.
Ze zochten het in wat vooraf ging 
aan het niets,
en verkregen daaruit hun middelen.

 

Up

naar de begrafenis van Vrouwe Dai