| 3.1 |
De
Weg heeft geen begin,
maar heeft wel een uitwerking.
Voordat ze bestond, was ze er niet.
Eenmaal in het bestaan,
past de Weg zich aan.
Als een wezen op het punt staat
te verschijnen, gaat de vorm vooraf.
Het wordt met zijn naam genoemd.
Wat betekenen woorden?

|
|
| 3.2 |
Schade toebrengen aan [anderen]
doet afbreuk aan gezag.
Toegeven aan je verlangens
doet afbreuk aan de Wet.
Wie niet van volgen weet
doet afbreuk aan de Weg.
Wie steeds opnieuw
deze drie dingen vooropstelt,
zal zichzelf en zijn positie
niet kunnen beheersen.
En welke staat
kan dan verdedigd worden?

|
|
| 3.3 |
Wat rond is volgt een krom spoor
wat recht is gaat rechtuit
Het ronde en het rechte
passen niet in dezelfde ruimte.

|
|
| 3.4 |
Mestal is de Weg der verandering zo:
Ze neemt niet toe, maar ze neemt af,
Ze breidt zich niet uit, maar ze trekt zich terug.
Wie de verandering tracht te leiden,
treft onheil.

|
|
| 3.5 |
Wie
een maatstaf heeft
en daarmee meet,
die maakt geen fouten.
Wie op de maatstaf vertrouwt
en daardoor de toekomst kan overzien,
die begaat geen vergissingen.
Door volgens de Wet orde te scheppen
voorkomt men chaos.

|
|
| 3.6 |
De
Wijze veroorzaakt geen begin
gaat niet volledig af op de eigen mening
en maakt tevoren niet allerhande plannen
en streeft niet naar bezit
en keert zich niet af van zegeningen.
Hij volgt het voorbeeld van de Hemel.

|
|
| 3.7 |
Wie zijn natuurlijke staat verliest,zal sterven.
Wie zijn heer bedriegt, zal sterven.
Wie zijn meerderen naar de kroon
probeert te steken,
zal gevaar lopen.

|
|
| 3.8 |
De wil sluit zich aan
bij wat het hart begeert,
en de kracht sluit zich aan
bij wat de wil begeert.
Daarom kijkt wie in een nest woont, naar de wind,
en wie een hol bewoont,
let op de regen.
Dat is omdat ze zich zorgen maken over hun bestaan.
Als je er daar zorgen over maakt,
dan [leef je kort.]
Als je er vrede mee hebt,
dan leef je lang.
Datgene waar je geen macht over hebt,
mag je niet krijgen.
|
|
 |
 |

|