Voor Hemel en Aarde
gelden onveranderlijke wetten.
Voor het volk gelden
onveranderlijke taken.
Voor rangen en standen
gelden onveranderlijke posities.
Voor het kweken van
raadsheren
geldt een onveranderlijke Weg
Voor het inzetten van het volk
gelden onveranderlijke maten.
De onveranderlijke
wetten
van Hemel en Aarde zijn:
- De vier seizoenen
- Licht en donker
- Leven geven en doden
- Zacht en hard
De onveranderlijke
taken
van het volk zijn:
dat mannen werken op het land
en dat vrouwen weven.
De onveranderlijke posities
van rangen en standen zijn dat:
Wijs en onverstandig
niet samen kunnen gaan.
De onveranderlijke
Weg van het kweken
van raadsheren bestaat uit het benoemen
van de meest geschikten, zonder dat dit
hun bekwaamheid overschrijdt.
De onveranderlijke
maatstaf bij de inzet
van het volk bestaat uit:
Het uitschakelen van het eigenbelang
en het laten voorgaan van algemeen belang
Wat afwijkt van het
onveranderlijke
en wat de maatstaven overschrijdt,
dient in wederzijds evenwicht
te worden gehouden als het uitzonderlijke.
