Het is altijd zo, dat de levenskracht van de
dingen,
datgene is wat ze leven geeft.
Beneden (op Aarde) schenkt het leven aan de
vijf granen.
Boven (in de Hemel) schept het de sterren op hun standplaatsen.
Als het tussen Hemel en Aarde zweeft,
noemen we het geest of bezieling.
Als het in onze boezem is opgeslagen,
noemen we het wijsgerigheid.
Aldus is de levenskracht van de mens
Zo helder! Alsof ze de Hemelen (als een ros) berijdt
Zo duister! Alsof ze in de afgrond afdaalt.
Zo ontzaglijk! Alsof ze de oceanen vult.
Zo beknopt! Alsof ze binnen in het Zelf wordt bevat.
Aldus is deze levenskracht
Nimmer wordt ze bedwongen door lichaamskracht,
(maar) ze kan tot rust worden gebracht door geestkracht.
Nimmer kan ze ontboden worden door iemands oproep,
(maar) ze kan verwelkomd worden
door de kracht van iemands bewustzijn.
Haar vol respect behoeden, haar nimmer verliezen,
Dat noemt men het vervolmaken van iemands vermogen.
Als het vermogen vervolmaakt wordt,
dan kunnen alle dingen worden begrepen.