Aard en bestuur - Eerste vers

Selecties uit de geschriften van Meester Ghoean


Start / Eerste vers / Tweede vers / Derde vers / Vierde vers

[1. Innerlijke kracht]

Uiteenzetting 1

Als het bij de figuur van de geest
aan een goed oordeel ontbreekt,
zal de Kracht niet komen.
Als het Zelf van binnen niet kalm is,
zal de geest niet worden beheerst.
Herstel het figuur van de geest
en probeer de Kracht aan te kweken,
dan kunnen alle dingen volledig worden begrepen.
Dat gebeurt dan op een natuurlijke manier,
als een vogel die op de kracht
van zijn vleugels neerstrijkt.

 

 

 

 


 

Niemand begrijpt de opperste aard van de bezieling, maar zij is schitterend in het kennen van de hele wereld en ze dringt door tot in de vier uiteinden [van de Aarde.] Toch is gezegd: “Laat de dingen niet de zintuigen in verwarring brengen en laat de zintuigen niet de dingen in de war maken.” Dit noemt men innerlijke kracht. Het is daardoor dat, als eenmaal de kracht van iemands bewustzijn en (zijn of haar) levenskracht in evenwicht zijn, de figuur van de geest opnieuw kan beschikken over een juist oordeel. De levenskracht is datgene wat het Zelf vult. Een goed oordeel dient de leidraad te zijn voor het gedrag. Als datgene wat het Zelf vult, niet goed is, dan zal de geest niet juist functioneren. Als aan het gedrag een goed oordeel ontbreekt, dan zullen de mensen zich niet onderwerpen. Om die reden kan de Wijze vergeleken worden met de onpartijdigheid van de Hemel voor wat zij bedekt en met de onpartijdigheid van de Aarde voor wat zij ondersteunt. Partijdigheid is datgene wat de wereld in verwarring brengt. Het is altijd zo, dat dingen die gebeuren, naman dragen. De Wijze vertrouwt daarop om besluiten te nemen en daarom wordt de wereld goed beheerst. Als de dingen die aan de orde zijn, niet verkeerd worden benoemd, zal er geen verwarring zijn in de wereld en zal zijn goed worden beheerst.

Verder